• Crime environments and situational prevention

      Brantingham, P.; Tilley, N.; Titus, R.M.; Cromwell, P.; Dunham, R.; Akers, R.; Lanza-Kaduce, L.; Mattson, M.; Rengert, G.; Hesseling, R.; et al. (WODC, 1995)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. P. Brantingham and P. Brantingham - Criminality of place: crime generators and crime attractors 3. N. Tilley - Seeing off the danger: threat, surveillance and modes of protection 4. R.M. Titus - Activity theory and the victim 5. P. Cromwell, R. Dunham, R. Akers and L. Lanza-Kaduce - Routine activities and social control in the aftermath of a natural catastrophe 6. M. Mattson and G. Rengert - Danger, distance, and desirabiliby: perceptions of inner city neighbourhoods 7. R. Hesseling - Theft from cars: reduced or displaced? 8. A. Hirschfield, K.J. Bowers and P.J.B. Brown - Exploring relations between- crime and disadvantage on Merseyside 9. T. Bennett - Identifying, explaining, and targeting burglary 'hot spots' 10. V. Jammers - Commercial robbery in the Netherlands: crime analysis in practice 11. M. Natarajan, R.V. Clarke and B.D. Johnson - Telephones as facilitators of drug dealing: a research agenda 12. Crime institute profile: Institute of Criminology, Faculty of Law in Llubljana, Slovenia
    • Criminele gebouwen - De faciliterende rol van woningen en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland en vier EU-landen

      Kruize, P.; Gruter, P.; Suchtelen, T. van (medew.) (Ateno, 2020-12-31)
      Aanleiding voor dit onderzoek is een Kamermotie waarin de regering wordt gevraagd te bezien langs welke weg particuliere eigenaren en woningcorporaties kunnen worden gewaarschuwd voor criminele intenties van potentiële gebruikers/huurders van hun onroerend goed bezit. Het streven is gemeenten, woningbouwcorporaties en bonafide private partijen instrumenten ter hand te stellen voor de preventie en aanpak van ondermijnende criminele activiteiten. Met dit doel voor ogen is er een toenemende behoefte aan meer kennis over en inzicht in de aard en omvang van de criminaliteit faciliterende functie van woon- en bedrijfsruimten in Nederland, en inzicht in welke instrumenten hiervoor worden ingezet in andere EU-landen. Deze doelstelling is vertaald in acht onderzoeksvragen. Nederlandse situatie: 1. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in Nederland? 2. Wat is (naar schatting) de omvang van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? 3. In welke mate bestaan er verschillen in aard en omvang hiervan tussen regio’s in Nederland? 4. Welke in de literatuur genoemde indicatoren wijzen op de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? En zijn dezelfde indicatoren van toepassing binnen stedelijke en landelijke regio’s? Internationale vergelijking: 5. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in met Nederland vergelijkbare landen en welke indicatoren hiervoor zijn in die landen bekend? 6. Welke instrumenten, zowel preventief als repressief, worden in de bij dit onderzoek betrokken landen ingezet bij het tegengaan hiervan en wat is het juridisch kader waarbinnen deze instrumenten worden ingezet? 7. Wat zijn, in de bij dit onderzoek betrokken landen, de positieve en negatieve ervaringen bij de bestrijding van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit en welke voor- en nadelen worden bij de inzet van de verschillende instrumenten ervaren? 8. Welke instrumenten, uit de bij dit onderzoek betrokken landen, zouden nader bestudeerd kunnen worden voor de aanpak (zowel preventief als repressief) van dit fenomeen in Nederland? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit, 3. Geregistreerde en geschatte omvang, 4. Preventieve, repressieve en criminogene indicatoren, 5. De faciliterende rol van onroerend goed bij ondermijnende criminaliteit in vier EU-landen, 6. Conclusie
    • Evaluatie van (het gebruik van) de Risicokaart

      Bongers, F.; Boer, P.J. de; Vorst, T. van der; Steur, J. (Dialogic Innovatie en Interactie, 2019)
      De Risicokaart is een via internet raadpleegbare kaart (www.risicokaart.nl) die als doel heeft om locatiegebonden risico’s in de leef- en werkomgeving van burgers en bedrijven in beeld te brengen en om overheden de mogelijkheid te geven om daarover beter te communiceren met de bevolking. De kaart kent daarom zowel een openbaar deel (voor het brede publiek) als een besloten deel (voor betrokken overheidsinstanties). In dit onderzoek staat de vraag centraal of de Risicokaart tegemoet komt aan de oorspronkelijke doelstellingen. Ook wordt onderzocht welke informatiebehoefte er bij verschillende betrokkenen bestaat en hoe de Risicokaart daar nu in voorziet of in de toekomst zou kunnen voorzien. Het onderzoek richt zich nadrukkelijk op risicocommunicatie (en niet op crisiscommunicatie), want dat is één van de functies van de Risicokaart. Het onderzoek is dus geen herhaling van het Inspectie-onderzoek uit 2013. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beschrijving van de Risicokaart 3. Gebruik van de Risicokaart 4. Informatiebehoefte 5. Ontwikkelingsvarianten van de Risicokaart 6. Conclusies
    • Geweld verslagen? - Een studie naar de preventie van geweld in het publieke en semi-publieke domein

      Knaap, L.M. van der; Nijssen, L.T.J.; Bogaerts, S. (WODC, 2006)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van een synthese van 48 studies naar de effecten van preventie van geweld in het publieke en semi-publieke domein. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: Welke maatregelen ter preventie van geweld in het publieke en het semi-publieke domein zijn bekend en op hun effecten onderzocht in Nederland? Welke mechanismen liggen ten grondslag aan effectieve maatregelen ter preventie van geweld in het publieke en het semi-publieke domein? Onder welke omstandigheden worden de resultaten van effectieve maatregelen ter preventie van geweld in het publieke en het semi-publieke domein verwacht en bereikt? Van dit rapport is ook een volledige vertaling in het Engels uitgegeven in de serie Onderzoek en Beleid, nr. 239a. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Beschrijving van mechanismen en onderzoek 4. Effecten van preventie 5. Conclusie en discussie
    • Graffiti in beeld

      Vanderveen, G.; Jelsma, F. (WODC, 2010)
      Dit onderzoek is gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC). Het doel van dit onderzoek is een inventarisatie van de beleidsontwikkelingen op het gebied van bestrijding van graffiti-overlast en een verkenning naar de effectiviteit van de ingezette maatregelen in de bestrijding van illegale graffiti bij gemeenten met meer dan 90.000 inwoners en openbaar vervoersbedrijven in Nederland.
    • Jeugdcriminaliteit 1980-1992

      Junger-Tas, J.; Laan, P.H. van der (WODC, 1995)
      In vergelijking met eerdere rapportages gaat het hier om een beperkte presentatie. Dit hangt samen met het goeddeels ontbreken van informatie over de afdoeningen van strafzaken door het Openbaar Ministerie en kinderrechter.
    • Lokale veiligheid uitgaansgebieden: case Haarlem

      Galetzka, M.; Hoof, J. van; Vries, P. de; Abraham, M.; Bloeme, R.; Soomeren, P. van (University of Twente - Faculty of Behavioural, Management and Social Sciences, 2019)
      Om de geluidsoverlast het hoofd te bieden is een interventieaanpak ontwikkeld waarmee geluidsoverlast in uitgaansgebieden kan worden teruggedrongen. Deze aanpak bestaat uit vijf fasen, namelijk 1) een context- en probleemanalyse, 2) het bepalen van doelgedrag, 3) het nader bepalen van probleem- en doelgedragingen,4) het ontwikkelen van een specifieke, contextgerichte gedragsinterventie, en tot slot 5) de implementatie en monitoring van eventuele effecten. De eerste vier fasen zijn uitgewerkt aan de hand van een casus, namelijk het uitgaansgebied in de Smedestraat in Haarlem. In het rapport worden de uitkomsten van dit onderzoek op een rij gezet.
    • Moord en doodslag in Nederland - 1998 en 2002-2004

      Smit, P.R.; Nieuwbeerta, P. (WODC, 2007)
      Het doel van dit rapport is tweeledig. Enerzijds geeft het inzicht in de structuur, de opzet en de kwaliteit van de Monitor Moord en Doodslag, een recent gerealiseerd gegevensbestand ten behoeve van onderzoek naar moord en doodslag. Anderzijds, door een cijfermatig overzicht te geven van moord en doodslag in de jaren 1998 en 2002-2004, is het een actualisatie en nadere detaillering van eerdere publicaties over dit onderwerp. INHOUD: 1. Inleiding 2. De Moord en Doodslag Monitor 3. Moord en doodslag 1998; 2002-2004 4. Enkele categorieën moorden nader belicht 5. Slotbeschouwing
    • Research synthese Geweld verslagen

      Knaap, L. van der; Bogaerts, S. (WODC, 2006)
      Dit is een kort overzicht van de belangrijkste bevindingen uit het onderzoeksrappport 'Geweld verslagen?' waarin verslag wordt gedaan van een synthese van 48 studies naar de effecten van preventie van geweld in het publieke en semi-publieke domein. Het volledige rapport is te vinden via het vak 'Links' aan de rechterkant. Deze uitgave is verschenen in de nieuwe reeks Fact sheet (nr. 2006-23).
    • Ruimtelijke aspecten van diefstal in de detailhandel - Secundaire analyse van de Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven

      Elffers, H.; Bernasco, W. (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit & Rechtshandhaving (NSCR), 2008)
      De Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven (MCB) inventariseert jaarlijks de mate waarin het Nederlands bedrijfsleven te maken heeft met criminaliteit, en welke preventieve maatregelen men daar tegen neemt, en publiceert de cijfers daaromtrent in zijn jaarlijkse rapportage. In het onderhavige rapport wordt voor de detailhandelsbranche een secundaire analyse uitgevoerd op de gegevens van de MCB uit 2004, 2005 en 2006. Doel van deze analyse is na te gaan in welke mate de geografische ligging van een detailhandelsvestiging medebepalend is voor het niveau van diefstal waar het bedrijf mee te maken krijgt.
    • Verkenning beleidsexperimenten lokale veiligheid - Inzet van psychologische inzichten ter voorkoming van uitgaansoverlast

      Galetzka, M.; Hoof, J. van; Vries, P. de (Universiteit Twente - Faculty of Behavioural, Management and Social Sciences, 2016)
      De onderzoeksvraag luidt: Hoe kunnen inzichten uit de gedragswetenschappen (i.c., sociale psychologie en gedragseconomie) ingezet worden ter voorkoming van uitgaansoverlast? Onder uitgaansoverlast wordt hier verstaan vernieling, agressie en aantasting van de openbare orde, waaronder geluidsoverlast en wildplassen, allemaal wanneer de gedragingen in verband kunnen worden gebracht met het bezoeken van uitgaansgelegenheden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Indicatoren voor het ontstaan en voorkomen van uitgaansoverlast 3. Beleidsexperimenten 4. Conclusies
    • Verkrachting

      Unknown author (WODC, 1979)
      In deze aflevering wordt de lezer geconfronteerd met vijf (afzonderlijke) artikelen, alle gewijd aan het onderwerp verkrachting. Dit laatste is dan ook het enige dat de bijdragen aan dit nummer met elkaar gemeen hebben. De artikelen zijn geschreven vanuit een volkomen verschillende invalshoek.