• De effectiviteit van de aanpak weigerende verdachten in het Pro Justitia onderzoek - Achtergrond en contouren van een onderzoeksprogramma

      Nagtegaal, M.H. (WODC, 2021-12-30)
      Sommige verdachten van een strafbaar feit weigeren mee te werken aan Pro Justitia (PJ-)onderzoek, gedragskundig onderzoek dat nodig is om te bepalen of er ten tijde van het plegen van een delict een psychische stoornis was. Dit kan ertoe leiden dat er geen behandeling wordt opgelegd, zoals een maatregel terbeschikkingstelling (tbs), als er te weinig informatie over de verdachte beschikbaar is. Dit kan een onwenselijke situatie zijn op het moment dat behandeling wel nodig is om de kans op recidive terug te dringen of op een aanvaardbaar niveau te houden. Om deze weigerproblematiek terug te dringen heeft de wetgever verschillende maatregelen getroffen, gezamenlijk bekend als de weigeraanpak. Het WODC is door het Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen, afdeling Toezicht en Behandeling van het ministerie van JenV gevraagd om voor de evaluatie van de weigeraanpak een onderzoeksprogramma te schrijven. Dat programma is het huidige stuk. INHOUD: 1. Kader 2. Onderdelen weigeraanpak
    • Eindevaluatie Unit 3 Pieter Baan Centrum - Heeft een aparte afdeling voor weigerende verdachten zin?

      Nagtegaal, M.H.; Janssen, D.L. (medew.); Eltink, S.B.E. (medew.); Vries, J.J. de (medew.) (WODC, 2019)
      Het onderhavige onderzoek betreft de proces- en effectevaluatie van een speciale afdeling in het Pieter Baan Centrum (PBC) voor weigerende verdachten in het Pro Justitia (PJ-)onderzoek. Het beoogt daarmee een bijdrage te leveren aan de oplossing voor de problematiek van de weigerende verdachten. De doelstelling van het onderzoek is drieledig en luidt: Het vaststellen van de effectiviteit van de speciale afdeling voor weigerende verdachten, Unit 3, die voor de duur van een jaar in het PBC is opgericht. De effectiviteit wordt met name vastgesteld aan de hand van de onderzoeksopbrengst, de mate waarin de PJ-vragen zijn beantwoord. Voor het huidige onderzoek is de onderzoeksopbrengst geoperationaliseerd als de hoeveelheid bruikbare informatie in de beantwoorde vragen en/of de hoeveelheid beantwoorde vragen in de PJ-rapportage. Het bepalen van de factoren die mogelijk samenhangen (positief dan wel negatief) met de onderzoeksopbrengst van de speciale afdeling voor weigerende verdachten. Het analyseren van de manier waarop eventuele succesfactoren kunnen worden geïntegreerd in het reguliere observatieproces van het PBC. INHOUD: 1. Inleiding 2. Procesevaluatie 3. Effecten Unit 3 4. Slothoofdstuk
    • Evaluatie Observatieafdeling Teylingereind

      Buysse, W.; Roorda, W.; Nauta, O. (DSP-groep, 2014)
      In 2009 is in het Forensisch Centrum Teylingereind een voorziening geopend ten behoeve van klinische observatie van jeugdige verdachten en jongeren die een ‘Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen’ (PIJ-maatregel) is opgelegd. Aanvankelijk betrof het twee afdelingen, maar de afdeling voor PIJ-behandeladviezen is in november 2010 gesloten vanwege leegstand. Er is nog één observatieafdeling die bestemd is voor jongeren die onderzocht worden in het kader van een Pro Justitia rapportage en voor PIJ-behandeladviezen. Deze procesevaluatie is een vervolgonderzoek op een eerdere procesevalutie uit 2010 van de (toen nog) twee observatieafdelingen van Teylingereind (zie link bij: Meer informatie). De huidige evaluatie heeft tot doel inzicht te bieden in de onderbouwing van de aanpak en het huidige functioneren van de observatieafdeling teneinde na te gaan wat de meerwaarde is ten opzichte van de andere vormen van onderzoek pro Justitia. INHOUD: 1. Inleiding 2. De observatieafdeling: geschiedenis en onderbouwing 3. Beoordelingskader uitvoeringspraktijk 4. Productie en tijdigheid 5. De (werkzame) kenmerken in de praktijk 6. Mate waarin de doelen worden bereikt 7. Klinische observatie in het kader van een lopende PIJ 8. Meerwaarde en knelpunten 9. Samenvatting en conclusies
    • Evaluatie van de verzelfstandiging van het FPC Dr. S. van Mesdag

      Groenendijk, N.; Vries, M. de; Svensson, J. (Universiteit Twente - Faculteit Management en Bestuur, 2011)
      Het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Dr. S. van Mesdagkliniek is op 1 januari 2008 verzelfstandigd. Bij de verzelfstandiging heeft de staatssecretaris van Justitie aan de Eerste en Tweede kamer toegezegd na twee jaar onderzoek te doen naar de resultaten van de verzelfstandiging (Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2006–2007, 30 957, nrs. 3 en B). De probleemstelling die in dit onderzoek aan de orde komt is tweeldig: Welke voorziene en onvoorziene effecten heeft de verzelfstandiging van hdt FPC van Mesdag gehad op: de in-, door- en uitstroom; de samenwerking in de forensische zorgketen; de geïntegreerde aanpak van zorg en beveiliging (risico-management; de verhouding tussen het ministerie van VenJ en het FPC?Welke lessen zijn hieruit te trekken voor eventuele (juridische) verzelfstandiging van de rijksinrichtingen FPC Oostvaarderkliniek en FPC Veldzicht? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergronden 3. Het FPC van Mesdag tot de verzelfstandiging 4. Behandelkwaliteit en samenwerking in de forensische zorgketen 5. Bestuur en toezicht 6. Bedrijfsvoering 7. De effecten van de verzelfstandiging 8. Implicaties voor eventuele verdere verzelfstandigingen in het TBS-veld 9. Slotbeschouwing
    • Procesevaluatie observatieafdelingen Teylingereind

      Weeland, J.; Mulders, L.T.E.; Wied, M. de; Brugman, D. (Universiteit Utrecht - Faculteit Sociale Wetenschappen, 2011)
      In Forensisch Centrum Teylingereind, een particuliere, gesloten justitiële jeugdinrichting in Sassenheim, zijn in de loop van 2009 twee observatieafdelingen geopend. Eén ter observatie van potentiële PIJ-jongeren in het kader van de Pro Justitia rapportage, en één ter observatie van jongeren die al in de PIJ verblijven maar waarbij de behandeling stagneert of waar advies nodig is over verlenging. De gedachte achter de observatieafdelingen is dat jongeren door plaatsing op de observatieafdelingen sneller op de juiste plaats terechtkomen, en dat daarmee effectievere behandeling van jongeren mogelijk zou zijn. Dit onderzoek heeft betrekking op de procesevaluatie. De hoofdvraag van deze evaluatie is: Wat is de achtergrond, het doel, de werkwijze en de huidige werking van de observatieafdelingen in Teylingereind en bestaat er zicht op (meting van) de mate waarin de doelen van de afdelingen worden bereikt? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Resultaten fase 1: Achtergrond, doelen en werkwijze observatieafdelingen 4. Resultaten fase 2: De huidige werking van de observatieafdelingen 5. Resultaten fase 3: Ervaringen van gebruikers en het vervolgtraject 6. Conclusies en aandachtspunten voor verdere implementatie 7. Referenties
    • Rol van de leefgroep in de behandeling - Kwalitatief onderzoek naar de afstemming tussen individuele behandeling op de leefgroep in een forensische setting

      Buysse, W.; Swami-Persaud, A.; Hofstra, D.; Aalst, M. van; Szytniewski, B. (DSP-groep, 2019)
      Doel van dit onderzoek is inzicht geven in het doel, de rol en de positie van de gemeenschappelijke leefgroep als onderdeel van de behandeling van justitiabelen in de praktijk. Op basis daarvan formuleren we verbeteropties voor de relatie tussen de leefgroep en de individuele behandeling. In dit onderzoek staan de volgende hoofdvragen centraal: Wat is de visie van DJI en de forensische instellingen op de rol van de leefgroep in de behandeling, en de afstemming tussen de individuele behandeling en de behandeling op de leefgroep? Hoe wordt in de praktijk invulling gegeven aan de rol van de leefgroep en de relatie tussen de individuele behandeling en de behandeling op de leefgroep? Hoe verhoudt de praktijksituatie in de verschillende instellingen zich tot de visie van DJI en/of de instellingen? Wat zijn de overeenkomsten en verschillen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Visie en theorie 3. De praktijk 4. Visie versus praktijk: uitwerking van de werkzame elementen 5. Conclusie en verbeteropties
    • Vijftien jaar weigerende verdachten in het Pro Justitia onderzoek - Prevalentie, informatiebehoefte officieren van justitie en rechters, en afdoeningen door de rechter

      Nagtegaal, M.H.; Janssen, D.L. (medew.); Eltink, S.B.E. (medew.); Vries, J.J. de (medew.) (WODC, 2018)
      Het onderhavige onderzoek gaat over weigerende verdachten in het Pro Justitia (PJ-)onderzoek en beoogt een bijdrage te leveren aan de oplossing van de problematiek van de weigerende verdachten. Weigerende verdachten zijn personen die niet willen meewerken aan gedragskundig onderzoek, ook wel weigerende observandi genoemd. PJ-onderzoek is gedragskundig onderzoek door een psycholoog, psychiater of beiden in opdracht van de officier van justitie, de rechter-commissaris of de rechtbank. Verschillende aspecten van de weigerende verdachten zijn tot dusver onbekend gebleven, het onderhavige onderzoek heeft als doel deze te analyseren en vast te stellen. De doelstellingen van het onderzoek zijn: Zicht krijgen op de prevalentie van weigeren: het aantal verdachten dat medewerking weigert aan PJ-onderzoek (de weigerende verdachten) in de afgelopen vijftien jaar. Analyseren van de mate waarin weigeren doorwerkt op het beantwoorden van de PJ-vragen. In kaart brengen van de informatiebehoefte van officieren van justitie (OvJ’s) en rechters om in geval van een weigerende verdachte te kunnen komen tot een passende strafeis respectievelijk een passende beslissing. Bepalen welke afdoening, straf of maatregel, wordt opgelegd aan een weigerende verdachte. Onderzoeken van de motiveringen die de rechter gebruikt ter onderbouwing van zijn afdoening in zaken met een weigerende verdachte. INHOUD: 1. Inleiding 2. Prevalentie weigerende verdachten 3. Informatiebehoefte rechters en officieren 4. Afdoeningen door de rechter bij weigerende verdachten 5. Motivering van de rechter 6. Conclusies. Zie ook de link van het YouTube-Filmpje: Animatie Pro Justitia en het themanummer van het Tijdschrift Sancties (40e jrg., 2018, pp. 212-222) over de weigerende verdachten: Hierin is één hoofdstuk uit het rapport, over de afdoeningen door rechter bewerkt voor een artikel: Nagtegaal, M.H. & Janssen, D.L. (2018). Weigerende verdachten en afdoeningen door de rechter: Welke beslissing is gebruikelijk?
    • Weigerende observandi op een speciale afdeling in het Pieter Baan Centrum - Planevaluatie en bevindingen over het eerste half jaar

      Nagtegaal, M.H. (WODC, 2018)
      Weigerende observandi zijn verdachten van een ernstig misdrijf die in opdracht van de rechter(-commissaris) of officier van justitie (OvJ) gedragskundig moeten worden onderzocht en de medewerking aan dit onderzoek weigeren. In het Pieter Baan Centrum (PBC), de psychiatrische observatiekliniek van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), is voor de duur van één jaar een pilot opgezet waarin het reguliere observatieproces is aangepast.Het onderhavige rapport bestaat uit twee afzonderlijke delen: de planevaluatie van Unit 3 en de bevindingen over het eerste half jaar van de pilot. In de planevaluatie worden de achterliggende gedachten en veronderstelde werkzame mechanismen achter de afdeling uiteengezet en wordt een oordeel over de mogelijke werkzaamheid van de Unit gegeven op basis van een bestudering van de plannen. Het tweede deel van het rapport beschrijft de eerste bevindingen over het eerste half jaar van de pilot en geeft een eerste indruk over de effectiviteit van Unit 3. INHOUD: 1. Inleiding 2. Planevaluatie Unit 3 3. Bevindingen Unit 3 eerste zes maanden