• Actualisatie Nulmeting AL Ministerie van Justitie - Onderzoek naar de Administratieve Lasten voortvloeiend uit de regelgeving van het Ministerie van Justitie op de peildatum 31 december 2003

      Bex, P.M.H.H.; Vliet, A. van (WODC, 2004)
      Deze nulmeting maakt het mogelijk om aan het einde van deze kabinetsperiode vast te stellen of de kabinetsdoelstelling om de administratieve lasten met 25% te verminderen is gerealiseerd. De nulmeting is i.c. een berekening van de hoogte van de administratieve lasten van bedrijven in Nederland die het gevolg zijn van regelgeving waarvoor het ministerie van Justitie verantwoordelijk is, met als ijkpunt 31 december 2002.
    • Criminaliteitspreventie in het onderwijs - Eerste deelexperiment: spijbelcontrole

      Mutsaers, M.; Boendermaker, L. (WODC, 1990)
      Verslag van de resultaten van het eerste deel van het Scholenexperiment: de onmiddellijke absentiecontrole (of: het beleidsexperiment): dit experiment houdt in dat er - op basis van een geautomatiseerd systeem van absentieregistratie - tweemaal per dag gebeld wordt naar de ouders/verzorgers van spijbelende leerlingen. Door middel van een systematische en onmiddelijke controle wordt getracht incidentele spijbelaars te weerhouden van spijbelgedrag en de kans op mogelijk daardoor te rijzen problemen te verkleinen. Tegelijkertijd wordt het beleidsexperiment als signaleringsinstrument gehanteerd: door middel daarvan moet duidelijk worden welke leerlingen zich van controle en sancties op spijbelen niets aantrekken en hun spijbelgedrag voortzetten. De verwachting is dat er met hen meer aan de hand is en dat zij het risico lopen op kortere of langere termijn de school zonder diploma te verlaten. Het experiment werd uitgevoerd op scholen voor lager en individueel technisch onderwijs. Bevat leerlingenvragenlijst. INHOUD: 1. Inleiding tot het project 2. Procesevaluatie 3. Over de onderzoeksscholen 4. Evaluatie van het belexperiment: methoden en procedures 5. Beschrijving van de steekproeven 6. Effecten van het belexperiment volgens de spijbelcomputer 7. Nulmeting en twee effectmetingen volgens de leerlingvragenlijst 8. Conclusies en discussie.
    • De wereld achter de wietteelt

      Spapens, A.C.M.; Bunt, H.G. van de; Rastovac, L.; Miralles Suero, C. (medew.) (WODC, 2007)
      In deze studie is het productieproces en de organisatie van de wietteelt onderzocht. Tevens is ingezoomd op de internationale dimensies en op het geweld in relatie tot de bedrijfsmatige en grootschalige wietteelt. In de tweede plaats komt de aanpak van de hennepteelt aan de orde. Daarbij is, met betrekking tot de politieregio's Brabant-Noord, Brabant Zuid-Oost, Limburg-Noord en Limburg-Zuid, nagegaan welke inspanningen op dit moment worden gepleegd, en tot welke resultaten deze vooralsnog hebben geleid. INHOUD: 1. Algemene inleiding 2. Het productieproces 3. De organisatie van de wietteelt 4. Internationale dimensies van de wietteelt 5. Bedrijfsmatige wietteelt en geweld 6. De aanpak van de wereld achter de wietteelt 7. Algemeen besluit
    • DNA-onderzoek in opsporing en bewijsvoering in strafzaken - DNA-nulmeting

      Buiter, L.; Dubelaar, M.J.; Haesen, N.C.W.; Malewicz, R.; Nijboer, J.F.; Roos, Th.A. de; Toornvliet, L. (WODC, 2003)
      Uit ons onderzoek is gebleken dat het DNA-onderzoek vaste voet heeft gekregen in de Nederlandse strafrechtspleging. In alle onderzochte arrondissementen werd (in 1999) deze opsporingsmethode, zonder dat dit tot controverses of grote juridisch-technische dan wel puur praktische problemen leidde, toegepast in zaken waarbij het gaat om verdenking van ernstige delicten, met name levensdelicten en zware zedendelicten, en in veel minder gevallen zware vermogensdelicten (overvallen). Uit het dossieronderzoek en de gevonden kwantitatieve gegevens kan worden afgeleid dat het onderzoek werd gefaciliteerd door toepassing van deze methode, in die zin dat deze in veel gevallen tot opheldering van de zaak en tot een veroordeling bijdraagt.
    • Doorlooptijden in de strafrechtsketen - ketenlange doorlooptijden en doorlooptijden per ketenpartner voor verschillende typen zaken

      Zuiderwijk, A.M.G.; Cramer, B.; Leertouwer, E.C.; Temürhan, M.; Busker, A.L.J. (WODC, 2012)
      Het doel van dit onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt getracht inzicht te verkrijgen in doorlooptijden van strafzaken die in 2005 en 2008 door het Openbaar Ministerie zijn afgerond en anderzijds wordt getracht een methode te ontwikkelen om inzicht te verkrijgen in de manier waarop doorlooptijden van strafzaken in het algemeen worden berekend. De resultaten van dit onderzoek kunnen beschouwd worden als een nulmeting, en de ontwikkelde onderzoeksmethodiek kan worden gebruikt om doorlooptijden in de toekomst te monitoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuur 3. Methodologie 4. Resultaten ketenlange doorlooptijden van misdrijven met een volwassen verdachte 5. Resultaten doorlooptijden per ketenpartner van misdrijven met een volwassen verdachte 6. Resultaten ketenlange doorlooptijden van overtredingen met een volwassen verdachte 7. Resultaten ketenlange doorlooptijden van misdrijven met een jeugdige verdachte 8. Resultaten doorlooptijden per ketenpartner van misdrijven met een jeugdige verdachte 9. Resultaten ketenlange doorlooptijden van overtredingen met een jeugdige verdachte 10. Resultaten Kalsbeeknormen 11. Conclusies en discussie
    • Dwangopname onder de Krankzinnigenwet

      Hoekstra, S.M.; Leuw, Ed. (WODC, 1996)
      Doel: Het geven van een beschrijving van de praktijk van de krankzinnigenwet. Dit onderzoek fungeert als nulmeting voor een in 1997 te houden tussentijse evaluatie van de in 1994 in werking getreden wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ). De begrenzing van het onderzoek met de zusteronderzoeken van het NcGv en het NZi bestaat erin dat de externe rechtspositie van gedwongen opgenomen psychiatrische patienten en daarbij de daadwerkelijk geëffectueerde opnemingen het onderwerp vormen van het WODC-onderzoek. Het WODC-onderzoek richt zich op de besluitvorming inzake gedwongen opnemingen. Centraal staan de invulling van de criteria voor opname en het verloop van de procedures. Opzet: vooronderzoek werd verricht in Den Haag, Utrecht en Groningen. Naar aanleiding daarvan werd in de tweede helft van 1993 een kwalitatief onderzoek in Utrecht en Groningen uitgevoerd. Eind augustus 1994 werd een kwantitatieve gegevensverzameling afgesloten. Methode: De gegevensverzameling vindt plaats door middel van observatie, interviews en dossieranalyse en enquetering. Het kwalitatief onderzoekdeel zal plaatsvinden in de arrondissementen Utrecht en Groningen. Het kwantitatieve deel bestaat uit het houden van een enquete onder professioneel betrokken personen en het verrichten van dossieronderzoek.
    • Evaluatie Terwee: schadebemiddeling bij verdachten - Deelrapport 1: De uitgangssituatie

      Unknown author (Stichting Social Research, 1994)
      Deze rapportage bevat de resultaten van de nulmeting in het kader van het deelonderzoek onder verdachten ter evaluatie van de per 1 april 1993 ingevoerde Wet en Richtlijn Terwee. Hiermee wordt een beeld geschetst van de uitgangssituatie, de stand van zaken rond schadebemiddeling vóór invoering van Terwee.
    • Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 - De asielprocedure (deel 1 en 2)

      Scheltema, M. (voorz.) (Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet, 2006)
      Doel van het onderzoek is de werking en de gevolgen van de Vreemdelingenwet 2000 te evalueren. Deze tweedelige rapportage betreft de evaluatie van de asielprocedure en bevat naast een advies o.a. uit verschillende deelonderzoeken, te weten: procesevaluatie asielprocedure, kwaliteit van asielbeslissingen, en doorlooptijden van asielprocedures. In het kader van de 'Evaluatie Vreemdelingenwet 2000' zijn in 2004 door de Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 reeds twee deelrapporten en een Advies gepubliceerd met als titel: Evaluatie Vreemdelingenwet 2000: terugkeerbeleid en operationeel vreemdelingentoezicht
    • Forensische Diagnostiek in de Jeugdzorg - Een 'nulmeting' naar de forensische stand van zaken in 2003 in de arrondissementen Rotterdam, Den Haag, Dordrecht en Utrecht

      Braak, J.J. van den; Erftemeyer, E.C.; Kayser, T.M.; Veltkamp, E.H. (WODC, 2004)
      Om verbeteringen in de forensische diagnostiek in de jeugdzorg door te voeren, is het Landelijke Kader FDJ ontwikkeld. De doelstelling van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in de aard, omvang en uitvoering van forensische diagnostiek in de jeugdzorg, zowel op het gebied van strafrecht als op het gebied van civiel recht. Dit is een nulmeting in vier arrondissementen waar het Landelijke Kader in 2004 wordt geïntroduceerd en een beknopte inventarisatie in drie regio’s.
    • Kansen met beleid - beleidsreconstructie en evaluatiekader modernisering kansspelbeleid

      Boendermaker, M.; Snippe, J.; Kruize, A.; Bieleman, B. (INTRAVAL, 2015)
      Binnen de modernisering van het kansspelbelbeleid blijven de bestaande doelstellingen van het kansspelbeleid gehandhaafd, te weten: voorkoming van kansspelverslaving; beschermen van consumenten; en tegengaan van fraude en overige criminaliteit. Voor de evaluatie van de wijzigingen van het kansspelbeleid dient allereerst een reconstructie plaats te vinden van de beleidstheorie die aan de modernisering ten grondslag ligt. Vervolgens moet een evaluatiekader worden opgesteld dat alle onderdelen daarvan omvat. Het onderzoek heeft de daarom de volgende, tweeledige, probleemstelling:Hoe ziet de beleidstheorie van de voorgenomen modernisering van het kansspelbeleid eruit?Hoe ziet een evaluatiekader eruit waarmee de uitvoeringspraktijk en de doelbereiking van het gewijzigde kansspelbeleid geëvalueerd kan worden? INHOUD: 1. Inleiding 2. Ontwikkelingen kansspelbeleid 3. Vergunningenstelsel kansspelen op afstand 4. Herinrichting casinoregime 5. Herijking loterijstelsel 6. Evaluatiekader 7. Samenvatting en conclusies
    • Kernteams als instrument voor de bestrijding van de zware georganiseerde criminaliteit - Verslag van een inventariserend onderzoek gericht op mogelijke evaluatie van de kernteams

      Gooren, W.A.J.; Lensvelt, G.; Mayer, I.; Rebel, J.; Spapens , A.C.; Zwol, W. van (IVA Tilburg, 1998)
      In de periode 1993-1995 zijn zeven kernteams opgericht. Met de kernteams werd een bijzondere organisatorische voorziening gecreëerd ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Zes van deze kernteams zijn samenwerkingsverbanden van regionale korpsen en zijn verbonden aan de regio's. Het zevende kernteam is een landelijk team en is verbonden aan het KLPD. Dit onderzoek heeft een drieledige functie. Allereerst biedt het een actueel overzicht van de stand van zaken voor de kernteams. Daarnaast dient het onderzoek als nulmeting voor toekomstige evaluatie. De derde functie is het vervaardigen van een beoordelingskader dat voor de uiteindelijke evaluatie gebruikt kan worden. Aan de orde komen: doelstelling en opzet van het onderzoek; taakstelling en zaakselectie door de kernteams; organisatie van de kernteams; middelen; beheer. gezag en aansturing van de kernteams; externe relaties van de kernteams; de resultaten van de werkzaamheden van de kernteams; eerste beoordeling van de kernteams en het kernteamstelsel.
    • Migratie naar en vanuit Nederland - een eerste proeve van de Migratiekaart

      Jennissen, R.; Schliwen, A.; Cörvers, F.; Muysken, J.; Neubourg, C. de; Wijkhuis, V.; Kromhout, M.; Wubs, H. (WODC, 2009)
      In deze studie wordt geprobeerd een zo compleet mogelijk kwantitatief overzicht te geven van de aard, richting en omvang van migratiestromen van en naar Nederland met nadruk op de periode vanaf jaar 2000. Daarnaast wordt geprobeerd om voor de ontwikkelingen in twee migratietypen, namelijk arbeids- en asielmigratie, inzicht te geven in de achtergronden hiervan. INHOUD: 1. Een algemeen beeld van internationale migratie in Nederland - R. Jennisssen 2. Arbeidsmigratie - F. Cörvers, J. Muysken, C. de Neubourg en A. Schliwen 3. Asielmigratie - V. Wijkhuijs, M. Kromhout, H. Wubs en R. Jennissen 4. Slotbeschouwing - M. Kromhout, R. Jennissen en V. Wijkhuijs
    • Modernisering kansspelbeleid - Nulmeting 2016

      Kruize, A.; Boendermaker, M.; Sijtstra, M.; Bieleman, B. (Intraval, 2016)
      Deze nulmeting vormt het tweede deel van het onderzoek naar de modernisering van het kansspelbeleid. In het eerste deel, waarvan het rapport medio 2015 is verschenen (zie link hiernaast), is een reconstructie gemaakt van de beleidstheorie die aan de modernisering ten grondslag ligt en is een evaluatiekader opgesteld dat alle onderdelen daarvan omvat. Het evaluatiekader vormt de vertaling van de beleidstheorie naar concrete en meetbare indicatoren. Een overzicht van deze indicatoren is opgenomen in bijlage 1. De centrale vraag die in de nulmeting centraal staat luidt als volgt: Wat is de huidige staat van de indicatoren die voor de nulmeting relevant zijn? Deze vraag valt uiteen in drie onderzoeksvragen: Wat is op dit moment de totale omvang van kansspeldeelname in Nederland, uitgesplitst naar type spel en vergunde c.q. niet vergunde markt? Wat is op dit moment de totale omvang van verslaving aan kansspelen in Nederland, uitgesplitst naar type kansspel en naar het profiel van de spelers (recreatief, risico, probleem)? Wat is de huidige staat van de indicatoren per kansspelsector die voor de nulmeting relevant zijn? INHOUD: 1. Inleiding 2. Deelname en speelgedrag 3. Vergunninghouders casinospelen 4. Vergunninghouders speelautomaten 5. Vergunninghouders loterijen en sportweddenschappen 6. Kansspelen op afstand 7. Doelrealisatie kansspelbeleid 8. Conclusies
    • Monitor bedrijven en instellingen - Sector bouwnijverheid

      Hermans, E.; Frederikse, R.; Korpel, J.; Meurs, C. van (NIPO Consult, 2000)
      De ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben opdracht gegeven een 'Monitor Bedrijven en Instellingen' (MBI) te ontwikkelen. Deze rapportage bevat de resultaten van een eerste meting (nulmeting) voor de sector bouwnijverheid. Binnen de sector bouwnijverheid worden vijf categorieën of branches onderscheiden:burgerlijke en utiliteitsbouw;grond, water, wegenbouw;afwerking (schilders, stukadoors, etc.);installatiebedrijven;klusbedrijven.Aan de orde komen o.a. preventiemaatregelen, inbraak, diefstal, vernieling, brandstichting en graffiti, fraude, overige criminaliteit, tevredenheid over de politie bij melding van criminaliteit, adviseren over criminaliteit en veiligheid en participatie in projecten.
    • Monitor bedrijven en instellingen - Sector vervoer, opslag en communicatie

      Hermans, E.; Frederikse, R.; Korpel, J.; Meurs, C. van (NIPO Consult, 2000)
      De ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben opdracht gegeven een 'Monitor Bedrijven en Instellingen' (MBI) te ontwikkelen. Deze rapportage bevat resultaten van een eerste meting (nulmeting) voor de sector vervoer, opslag en communicatie. Binnen deze sector worden vier categorieën of branches onderscheiden:vervoer over land;vervoer over water/door de lucht;dienstverlening ten behoeve van het vervoer;post en telecommunicatie.Aan de orde komen o.a. preventiemaatregelen in of bij gebouwen, inbraak, diefstal, vernieling, brandstichting en graffiti, fraude, overige criminaliteit, tevredenheid over de politie bij melding van criminaliteit, advisering over criminaliteit en veiligheid en participatie in projecten.
    • Monitor bedrijven en instellingen - Sector cultuur, recreatie en overige dienstverlening

      Hermans, E.; Frederikse, R.; Korpel, J.; Meurs, C. van (NIPO Consult, 2000)
      De ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben opdracht gegeven een 'Monitor Bedrijven en Instellingen' (MBI) te ontwikkelen. Dit rapport bevat de resultaten van de pilotmeting voor de sector cultuur, recreatie en overige dienstverlening. Binnen deze worden drie categorieën of branches onderscheiden:sport;cultuur;overige dienstverlening.Aan de orde komen o.a. het registreren van criminaliteit, preventiemaatregelen, vernielingen, meldings- en aangiftegedrag per delicttype, advisering over criminaliteit en veiligheid en participatie in projecten.
    • Monitor Rechtsbijstand en Geschiloplossing - nulmeting: periode 2000-2009

      Croes, M.T.; Geurts, T.; Voert, M.J. ter; Zwenk, F. (WODC, 2010)
      De uitgaven aan gesubsidieerde rechtsbijstand zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. Deze monitor behoort bij het Programma Rechtsbijstand en Geschiloplossing, een programma van het Ministerie van Justitie dat gericht is op het realiseren van zowel verbeteringen in de kwaliteit van de dienstverlening door de overheid binnen het justitiedomein als structurele besparingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand en de rechtspraak. Naast de maatregelen zelf bespreekt deze nulmeting ook de terreinen waarop deze maatregelen betrekking hebben. Dit betreft met name de aantallen toevoegingen die zijn vastgesteld, de aantallen rechtszaken die zijn gestart of gevoerd en de uitgaven die aan deze toevoegingen en rechtszaken zijn gedaan over de periode 2000-2009. INHOUD: 1. Inleiding 2. Algemene maatregelen 3. Bestuursrecht 4. Familierecht 5. Strafrecht 6. Consumentenrecht
    • Monitoring drugsoverlast Venlo - aanvullend onderzoek

      Snippe, J.; Bieleman, B.; Bezema, M.; Griesheimer, L.; Kruize, A.; Merkelijn, B. (Intraval, 2002)
      In januari 2001 is de gemeente Venlo gestart met het drugsoverlastproject Hektor. Om tot een substantiële reductie van de (soft)drugscriminaliteit en drugsgerelateerde overlast te komen, in het plan van aanpak wordt gesproken over een vermindering van 35 procent, is een driesporenbeleid ontwikkeld. Het eerste spoor is het handhavingstraject, gericht op de aanpak van drugsgerelateerde overlast en criminaliteit. Het tweede spoor bestaat uit het vastgoedtraject en is gericht op de behersing en controle van onroerend goed dat in handen is van malafide eigenaren. Het laatste spoor betreft aanpassingen in het coffeeshopbeleid, waarbij vooral wordt gedacht aan de uitbreiding van het aantal coffeshops in de periferie van de gemeente Venlo. Door de Venlose aanpak en de eventuele uitbreiding van coffeshops bestaat er overigens een kans op verplaatsing van de problematiek naar omliggende gemeenten. Het ministerie van Justitie, dat het project subsidieert, heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven indicatoren te ontwikkelen die de drugsoverlast in Venlo kunnen monitoren en daarmee ontwikkelingen in de drugsoverlast kunnen volgen. Het gaat hierbij zowel om het handhavingstraject, waarbij door een gezamenlijke inspanning van opstporingsbevoegde instanties en door het inzetten van alle beschikbare instrumenten de (soft)drugsoverlast dient te worden verminderd, als om het vastgoed- en coffeeshopbeleid. Tevens is INTRAVAL gevraagd een nulmeting van de indicatoren te verrichten.
    • De Nederlandse seksbranche - Een onderzoek naar de omvang, aard, beleid, toezicht en handhaving

      Bleeker, Y.; Braak, G. van den; Korf, W. (medew.); Leemans, A. (medew.) (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-12-30)
      In Nederland zijn gemeenten sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 verantwoordelijk voor het formuleren van prostitutiebeleid. Dat leidt tot verschillen tussen gemeenten. De mogelijk aankomende Wet regulering sekswerk (Wrs) beoogt, in grote lijnen, om toezicht en handhaving in gemeenten te uniformeren en beleidsverschillen tussen gemeenten te verkleinen. Om later de effecten van deze wetswijziging te kunnen achterhalen, is Regioplan gevraagd om een nulmeting uit te voeren. In dit onderzoek keken we ten eerste naar de omvang en aard van (delen van) de vergunde en onvergunde seksbranche. Ten tweede onderzochten we gemeentelijk beleid. Ten derde richtten we ons op de organisatie en resultaten van toezicht en handhaving. INHOUD: 1. Inleiding 2. Omvang en aard 3. Prostitutiebeleid 4. Toezicht en handhaving 5. Conclusies
    • Nieuwe meting modernisering kansspelbeleid

      Kruize, A.; Snippe, J.; Muijnck, J. de (Breuer & Intraval, 2021-12)
      De wet Kansspelen op afstand (Wet Koa) is op 1 april 2021 in werking getreden. Een half jaar na de inwerkingtreding van de wet, op 1 oktober 2021, gaat de onlinemarkt open. De doelstellingen van het kansspelbeleid zijn onveranderd, het gaat nog steeds om: voorkomen van kansspelverslaving, het tegengaan van fraude, witwassen en overige criminaliteit en het beschermen van consumenten. Met de invoering van de Wet Koa zijn aan het toegestane aanbod strikte(re) regels en voorwaarden gesteld – met name ten aanzien van kansspelverslaving -, terwijl op de naleving daarvan effectief toezicht kan worden gehouden. Spelers dienen zo veel mogelijk naar dit gereguleerde aanbod te worden geleid (kanalisatie). De komende jaren wil het kabinet de gevolgen van de openstelling van de onlinemarkt voor de doelstellingen van het kansspelbeleid evalueren. De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: ‘Wat is in 2020 de omvang van de deelname aan (legale en illegale) kansspelen in Nederland en de stand van de indicatoren voor de drie beleidsdoelen, in totaal (de gehele Nederlandse bevolking) en voor specifieke groepen daarbinnen?’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Deelname en speelgedrag 3. Vergunninghouders casinospelen 4 Vergunninghouders speelautomaten 5. Loterijen en sportweddenschappen 6. Kansspelen op afstand 7. Doelrealisatie kansspelbeleid