• Modernisering van het staatsnoodrecht - Quick scan

      Apeldoorn, L.C.J. van; Daniëls, S.; Schaik, B.M. van; Doomen, J.; Passchier, R. (Open Universiteit - Faculteit Rechtswetenschappen, 2021-12-15)
      Het staatsnoodrecht regelt het handelen van de overheid in noodsituaties. Het biedt de grondslag voor de verschillende noodmaatregelen die door het bestuur kunnen worden ingezet om (dreigende) crises te bezweren. Daarbij kan het gaan om ‘grote’ crises, zoals de coronapandemie, of ‘kleinere’ noodsituaties, zoals een voetbalwedstrijd die uit de hand dreigt te lopen. Het staatsnoodrecht bestaat uit een veelheid aan wet- en regelgeving die op sommige punten aan herziening toe is. Op 3 juli 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Tweede Kamer (hierna: Kamerbrief) namens het kabinet het voornemen geuit om het staatsnoodrecht te moderniseren. Daartoe doet het kabinet in de Kamerbrief op hoofdlijnen vijf voorstellen. In dit rapport wordt bij wijze van een quick scan bezien of deze voorstellen aanpassingen en/of aanvullingen behoeven in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s uit 2020, indachtig de volgende probleemstelling: In hoeverre behoeven de voorstellen voor modernisering van het staatsnoodrecht die het kabinet in 2018 in een brief aan de Tweede Kamer heeft aangekondigd, aanpassing en/of aanvulling in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s uit 2020? Het betreft de toepassing van het staatsnoodrecht in zowel Europees als Caribisch Nederland. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Staatsnoodrecht, 3. Introductie begrip 'crisisomstandigheden', 4. Vereenvoudiging separate inwerkingstelling, 5. Instandhouding bestaande procedures van de Cwu, 6. Modernisering van noodbevoegdheden en verzamelwet, 7. Actualisering vol rijksheren, 8. Digitalisering, vernetwerking en staatsnoodrecht, 9. Conclusie.
    • Nood breekt wet? - Terroristische dreiging, noodtoestand en maatschappelijke effecten

      Noordegraaf, M.; Schiffelers, M.-J.; Douglas, S.; Rossem, J.W. van; Terpstra, N.; Graaf, B. de; Kummeling, H. (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO Advies), 2017)
      Dit onderzoek analyseert de ervaringen van Westerse en vooral West-Europese landen (Frankrijk, België en Duitsland) met het uitroepen van de noodtoestand naar aanleiding van terroristische dreigingen. Dit gebeurt met het oog op relevante lessen die daaraan voor Nederland te ontlenen zijn. De hoofdvraag luidt: “Wat zijn de politieke en maatschappelijke gevolgen van het uitroepen van de noodtoestand door overheden, in het bijzonder als gevolg van terroristische dreigingen?” INHOUD: 1. Introductie 2. Analysekader 3. Onderzoeksopzet 4. Historische context (tussen 2000 en 2015) 5. Casus Frankrijk 6. Casus België 6. Casus Duitsland 7. Conclusies en implicaties
    • Orde in de openbare orde

      Jong, M.A.D.W. de; Woude, W. van der; Zorg, W.S.; Broeksteeg, J.L.W.; Nehmelman, R.; Tappeiner, I.U.; Kummeling, H.R.B.M. (Universtiteit Utrecht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid afdeling SBR, 2016)
      De afgelopen decennia is het aantal openbare-ordebevoegdheden van de burgemeester sterk gegroeid. De burgemeester is daarmee een factor van grote betekenis geworden in de keten van rechtshandhaving in de publieke ruimte. Dit onderzoek betreft het in kaart brengen van de mogelijkheden om de overzichtelijkheid en toepasbaarheid van het openbare-orderecht te verbeteren. Gelet op de hierboven gegeven schets van de achtergrond van dit onderzoek, springt een aantal nadere onderzoeksthema’s in het oog. Deze kunnen worden verdeeld in drie hoofdcategorieën. Het betreft: 1. de bevoegdheden zelf; 2. de drager(s) van de bevoegdheden; en 3. de juridische inbedding daarvan. Het eerste deelonderzoek betreft de openbare-ordebevoegdheden zelf. Ten aanzien van deze bevoegdheden is in kaart gebracht hoe deze in de praktijk functioneren en welke juridische en praktische knelpunten zich daarbij voordoen. Dit betreft de ‘klassieke’ openbare-ordebevoegdheden, zoals deze zijn opgenomen in de Gemeentewet, de Wet veiligheidsregio’s (voor wat betreft het opperbevel bij brand) en de Wet openbare manifestaties. Het tweede deelonderzoek betreft de dragers van de bevoegdheden. Gelet op zijn grote bevoegdhedenarsenaal staat de burgemeester daarin centraal. Het derde deelonderzoek betreft een meer wetssystematisch onderzoek naar de vraag welke de juridische gevolgen zijn van het op een andere manier systematiseren van de betreffende bevoegdheden, bijvoorbeeld door deze onder te brengen in een afzonderlijke wet. INHOUD: Deelonderzoek I: Openbare-ordebevoegdheden burgemeester 1. Inleiding 2. Artikel 172 Gemeentewet (taak en bevelsbevoegdheid) 3. Artikel 172a en 172b Gemeentewet (voetbalvandalisme en ernstige overlast) 4. Artikel 174 Gemeentewet (in het bijzonder het tweede lid) 5. Artikel 175 en 176 Gemeentewet (noodbevel en noodverordening) 6. Artikel 154a en 176a Gemeentewet (bestuurlijke ophouding) 7. Artikel 151b (aanwijzing veiligheidsrisicogebied) en artikel 174b (spoedfouillering) 8. Artikel 151c Gemeentewet (cameratoezicht) 9. Artikel 174a Gemeentewet (woningsluiting) 10. Artikel 13b Opiumwet (bestuursdwang) 11. Concept-artikel 151d Gemeentewet (gedragsaanwijzing) 12. Artikel 509hh Wetboek van Sv (gedragsaanwijzing door OvJ) 13. Artikel 540-550 Wetboek van Sv (rechterlijke bevelen ter handhaving openbare orde) 14. Artikel 2 Wet tijdelijk huisverbod (huisverbod) 15. Artikel 507 jo. artikel 2 Wet openbare manifestaties 16. Artikel 4 Wvr (bevoegdheid bij brand en ongevallen) en andere aspecten van de Wvr 17. Slotbeschouwing - Deelonderzoek II: De ontwikkeling van het ambt van burgemeester en zijn verhouding tot andere gemeentelijke ambten 1. Inleiding 2. Ontwikkelingen 3. Competentie in het openbare-orderecht; verhouding tussen de ambten 4. Tot slot - Deelonderzoek III: Scenario's ter verbetering van inzichtelijkheid en toepasbaarheid van het openbare-orderecht 1. Inleiding 2. Probleemanalyse 3. Algemene observaties 4. Varianten van herstructurering 5. Conclusie
    • Tussenevaluatie - Handhaving van coronagedragsregels in de periode maart tot en met november 2020

      Bouwmeester, J.; Doeschot, F. ten; Noort, L. van; Straaten, G. van; Vlaanderen, A. (I&O Research, 2021-05)
      Sinds het uitbreken van de coronacrisis heeft de Nederlandse overheid maatregelen ingevoerd om de verspreiding van het Covid-19 virus tegen te gaan. Naast dringende adviezen om geen handen meer te schudden en zoveel mogelijk thuis werken, werden er gedragsregels ingesteld die gevolgen hadden voor de persoonlijke vrijheden van de Nederlanders, zoals verplicht 1,5 meter afstand houden tot elkaar en een verbod op groepsvorming in de openbare ruimte. Sommige maatregelen werden zonder veel commotie opgenomen in het maatschappelijk verkeer. Over andere maatregelen werd een maatschappelijke discussie gevoerd. Ook was sprake van overtreding van de gedragsregels. Politieagenten en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) hadden er, in het handhaven van de coronagedragsregels, vanaf maart 2020 ineens een taak bij. De minister van Justitie en Veiligheid verzocht een tussentijdse evaluatie uit te voeren van de handhaving van de coronagedragsregels in de eerste negen maanden na het van kracht worden van die gedragsregels. Het onderzoek gaat in op het handhavingsbeleid, de aansturing en uitvoering van de handhaving, de praktijkervaringen van handhavers, de naleving door burgers, en het draagvlak bij burgers voor handhaving en de eigen ervaringen die zij met handhavend optreden hadden. In het kader van het onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: deskresearch naar handhavingsbeleid en oriënterende interviews, analyse van geregistreerde bekeuringen en waarschuwingen voor overtreding van de coronagedragsregels, en een empirisch deel bestaande uit enquêtes onder 955 handhavers en 1.637 burgers, analyse van reeds uitgevoerde en lopende nalevingsonderzoeken en een media-analyse. INHOUD: 1. Inleiding 2. Handhavingsbeleid 3. Uitvoering handhaving 4. Ervaringen van handhavers 5. Ervaringen van burgers.