• Vervangende taakstraf bij het niet betalen van een geldboete - Pre-evaluatie

      Boone, M.; NIeuwbeerta, P.; Rap, S.; Schuyt, P.; Liefaard, T.; Franken, J. (medew.); Gier, N. de (medew.); Holterman, R. (medew.) (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2021-07-07)
      In dit onderzoek stond de volgende probleemstelling centraal: Wat is de verwachte uitwerking van het wettelijk invoeren van de mogelijkheid om na niet-betaling van een strafrechtelijke geldboete een vervangende taakstraf te laten verrichten op de betrokken justitiabelen en de maatschappij als geheel? Welke positieve en welke negatieve gevolgen zijn te verwachten en waar zijn die verwachtingen op gebaseerd? De probleemstelling wordt in dit rapport beantwoord aan de hand van de volgende onderzoeksvragen: 1. Heeft de wetgever zich eerder uitgelaten over het al dan niet invoeren van een vervangende taakstraf voor volwassenen en, zo ja, wat waren toen de overwegingen het niet te doen? 2. Wat is over een eventuele vervangende taakstraf bij volwassenen te leren uit ervaringen met vervangende taakstraffen bij jeugdigen in Nederland en uit ervaringen met een dergelijke modaliteit in het buitenland? 3. Wat is de relatie tussen kenmerken van het boetevonnis (bijvoorbeeld de hoogte van de strafrechtelijke boete en het type delict waarvoor het is opgelegd) en het uitzitten van de vervangende hechtenis – versus het betalen ervan? (Bijvoorbeeld: worden lagere boetes substantieel vaker betaald dan hogere?) 4. Wat zijn de karakteristieken van de vervangende hechtenis (bijvoorbeeld de duur van de hechtenis, het boetebedrag en het gepleegd delict en van de uitgezeten vervangende hechtenis na niet-betaling van de strafrechtelijke geldboete? 5. Welke kenmerken hebben boetevonnissen die als vervangende hechtenis zijn afgedaan (na niet-betaling strafrechtelijke geldboete), in vergelijking met de boetevonnissen die wel zijn betaald (en geïnd door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)? 6. Welke kenmerken hebben de mensen die in vervangende hechtenis worden genomen na niet-betaling strafrechtelijke geldboete, in vergelijking met de mensen die een stafrechtelijke boete wel betalen? (Het gaat hier uitsluitend om kenmerken die iets kunnen zeggen over het willen of kunnen betalen van een boete, niet om algemene persoonskenmerken. Denk bijvoorbeeld aan het hebben van schulden.) 7. Wat weten we uit de literatuur over de mate waarin vervangende hechtenis leidt tot de in de motie veronderstelde nadelige gevolgen (verlies woning en werk) en, zo ja, in welke mate? 8. Wat zijn volgens de literatuur en (praktijk)deskundigen de oorzaken en/of motieven van betrokkenen voor niet-betaling van een strafrechtelijke geldboete? 9. Is het aannemelijk dat de veroordeelden die hun geldboetes niet betalen, gelet op kenmerken en motieven, gebruik zullen maken van de mogelijkheid een vervangende taakstraf te verrichten om zo vervangende hechtenis te voorkomen en, zo ja, in welke mate? 10. In hoeverre draagt de invoering van een vervangende taakstraf naar verwachting bij aan het wegnemen van de in de motie veronderstelde gevolgen (verlies woning en werk) en de vermindering van de kans op recidive? 11. Wat is te zeggen over de financiële kosten en opbrengsten van de huidige praktijk voor de Staat? Zouden die naar verwachting toe- of afnemen met de invoering van een vervangende taakstraf? INHOUD: 1. Inleiding en Onderzoeksopzet, 2. Van veroordeling naar vervangende hechtenis, 3. De omzetting van de geldboete naar een taakstraf in het jeugdstrafrecht, 4. Taakstraf in plaats van vervangende hechtenis in het buitenland: Duitsland en Noorwegen, 5. Kwantitatieve analyse van afdoeningen van boetevonnissen, 6. Kenmerken van gedetineerden die vervangende hechtenis ondergaan, 7. Verwachte gevolgen van een vervangende taakstraf, 8. Samenvatting en conclusie