• Criminele beïnvloeding van het lokale openbaar bestuur

      Winter, H.; Woestenburg, N.; Struiksma, N.; Akerboom, C.; Boxum, C. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2017)
      De laatste jaren is er in de media dus de nodige aandacht voor het omkopen van lokale bestuurders en voor de wijze waarop criminelen lokale besluitvorming(sprocessen) proberen te beïnvloeden door middel van bedreiging of infiltratie. Die was echter vooral gestoeld op individuele gevallen en op impressies. Er is in Nederland nog geen diepgravend onderzoek gedaan naar de aard en omvang van de beïnvloeding door criminelen van het lokale openbaar bestuur. In dit onderzoek is daaraan gevolg gegeven door een grootschalig enquêteonderzoek uit te voeren onder bestuurders, raadsleden en ambtenaren in het lokale openbaar bestuur, aangevuld met verdiepende interviews.De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek is als volgt:Wat is de aard en omvang van de beïnvloeding van het lokale openbaar bestuur met een crimineel oogmerk, welke kwetsbaarheden kunnen hierbij aangewezen worden, in hoeverre heeft de beïnvloeding impact op besluitvorming(sprocessen) en de nati-onale veiligheid en welke maatregelen kunnen worden ontwikkeld of aangescherpt om beïnvloeding tegen te gaan?
    • Cybersecurity - A state-of-the-art review

      Silfversten, E.; Frinking, E.; Ryan, N.; Favaro, M. (RAND Europe, 2019)
      The NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid – ‘National Coordinator for Security and Counterterrorism’) partners with government, science and business in order to both protect the Netherlands against threats that can disrupt society, and ensure that Dutch vital infrastructure is – and remains – safe. Digital transformation has reshaped our world and will continue to disrupt the status quo. While technology is a key driver for realising societal and economic benefits, it also brings about new security challenges. The government of the Netherlands, Dutch businesses, civil society and individuals currently face a range of prominent, emerging and resurgent cybersecurity risks and threats. As concluded in the Cyber Security Assessment Netherlands (CSAN) from the NCTV the country’s digital resilience continues to lag behind the growing cyber threat.RAND Europe examined the current state-of-the-art in cybersecurity. In this context, state-of-the-art refers to a snapshot overview of prominent risks, threats or policy issues in the field of cybersecurity, as well as issue areas that are perceived to be overlooked by the NCTV or the scientific community. The cybersecurity state-of-the-art review is divided into two phases:Phase 1 aims to perform an initial scan of the cybersecurity field in order to highlight prominent or underexposed issues that are perceived to warrant further attention from the NCTV;Phase 2 aims to investigate the research questions identified in Phase 1, and will be carried out through a separate study.The study only covers Phase 1 of this process. The overarching aim of this study is therefore to explore which current cybersecurity topics are relevant to be explored further through additional research in Phase 2. CONTENT: 1. Introduction 2. Methodology 3. Key findings from the state-of-the-art review 4. Cybersecurity topics and research questions for the NCTV’s consideration 5. Concluding reflections
    • Cybersecurity - a state-of-the-art-review - Fase 2

      Silfversten, E.; Jordan, V.; Martin, K.; Dascalu, D.; Frinking, E. (Rand Europe, 2020-12)
      Er zijn vier thema’s geïdentificeerd als de meest urgente en relevante onderwerpen voor de NCTV: 1. Cybersecurity-governance vanuit het perspectief van de nationale veiligheid; 2. Vertrouwen in informatie en data; 3. De beveiliging van vitale infrastructuur; en 4. Veiligheid van de supply chain. De NCTV heeft twee van deze vier thema’s geselecteerd voor verder onderzoek in Fase 2, te weten: 1. Cybersecurity-governance vanuit het perspectief van de nationale veiligheid; en 2. De beveiliging van vitale infrastructuur. INHOUD: Preface, Summary, Figures, Tables, Boxes, Abbriviations, Acknowledgements, 1. Introduction, 2. Cybersecurity governance in the Netherlands, 3. Managing cybersecurity capabilities and skills required for national security, 4. Measuring performance for cybersecurity policymaking, 5. Recommendations for the NCTV to improve cybersecurity governance, 6. Critical infrastructure and technology, 7. Critical infrastructure and cybersecurity maturity, 8. Critical infrastructure and improving cybersecurity, 9. Recommendations for the NCTV to improve critical infrastructure protection and cybersecurity, 10. Summary and conclusions, References, Annexes
    • De toekomst verkennen en voorspellen

      Meijnders, M.; Gooijer, L.; Duijnhoven, H.; Braak, S. van den; Choenni, S.; Pruyt, E.; Joseph, R.; Kuijt, J. van de; Luijk, D. van; Wiegman, A.; et al. (WODC, 2019)
      ARTIKELEN: 1. Minke Meijnders, Leendert Gooijer en Hanneke Duijnhoven - Toekomstige risico’s voor de nationale veiligheid 2. Susan van den Braak en Sunil Choenni - Voorspellen met big-datamodellen. Over de valkuilen voor beleidsmakers 3. Erik Pruyt - Systeemmodelleren in het justitie- en veiligheidsdomein 4. Regina Joseph, Marieke Klaver, Judith van de Kuijt en Diederik van Luijk - Over Cyber Forecasting-toernooien. Naar een effectiever gebruik van gekwantificeerde voorspellingen 5. Andrea Wiegman - Netwerk-trendwatchen als verkenningstool voor nieuwe vormen van financiële misdaad 6. Boekrecensie: Met de kennis van morgen - Bob van der Vecht over Met de kennis van morgen – Toekomstverkennen voor de Nederlandse overheid van Patrick van der Duin & Dhoya Snijders (red.) SAMENVATTING: Het verkennen of voorspellen van de toekomst in enigerlei vorm is bij veel overheidsorganisaties steeds vaker een onderdeel van het proces van beleidsvorming. Strategic Foresight is het vakgebied waarbinnen de verschillende technieken om tot voorspellingen te voorkomen zijn ontwikkeld. Zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden worden ingezet. In dit themanummer van Justitiële verkenningen kijken we vanuit verschillende invalshoeken naar het raakvlak van toekomstverkenningen met justitie en veiligheid. Daarbij ligt de nadruk op verkenningen voor de iets langere termijn. In een aantal bijdragen komen concrete toekomstverkenningen aan bod en worden toegepaste methoden beschreven. Andere gaan in op wetenschappelijke ontwikkelingen, of zijn meer beschouwend.
    • Evaluatie van de opbouw en meetbaarheid van de Nederlandse Cybersecurity Agenda

      Brennenraedts, R.; Hanswijk, M.; Jansen, R.; Kats, J.; Sahebali, W.; Hermanussen, L. (Dialogic innovatie interactie, 2021-06-10)
      Veiligheid in het digitale domein is voor het kabinet een topprioriteit, en zodoende is door verschillende departementen in samenwerking met publieke en private partijen en de wetenschap in 2018 de Nederlandse Cyber Security Agenda (NCSA) geschreven. Met de NCSA heeft het kabinet de koers voor de aanpak van cybersecurity in de komende jaren uitgezet. Er bestaat dan ook grote behoefte om zicht te krijgen op de uitvoering en het effect van de NCSA. Het onderhavige onderzoek is één van de stappen die worden gezet om dit te bereiken en betreft een planevaluatie van de beleidsmaatregelen. Het onderzoek dient onder meer als voorbereiding op een mogelijke proces- en effectevaluatie. De onderzoeksvragen van dit onderzoek zijn als volgt: A. Opbouw NCSA - 1. Wat waren de doelen van de Nederlandse Cyber Security Agenda (NCSA)? 2. Welke beleidsmaatregelen vallen onder de NCSA? 3. Wat kan voor iedere beleidsmaatregel – op beknopte wijze - worden gezegd over: a) De onderbouwing van (de keuze voor) de maatregel? b) De vooraf verwachte bijdrage van de maatregel aan de realisatie van de strategiedoelen? c) De doelen van de maatregel? d) De vooraf veronderstelde wijze waarop de doelen gerealiseerd moeten worden? e) De beleidsinstrumenten die onder de maatregel vallen? f) De bij de maatregel betrokken organisaties? B. Meetbaarheid NCSA -4. Bij welke beleidsmaatregelen is het meten van het doelbereik al dan niet ‘kansrijk’? Welke aspecten bemoeilijken het meten van het doelbereik? 5. Welke beleidsmaatregelen zijn – uitgaande van de antwoorden op bovenstaande onderzoeksvragen – mogelijk geschikt om bij het eventuele vervolgonderzoek te betrekken? Om welke redenen zijn deze mogelijk geschikt? En (voor zover mogelijk): waarom zijn de andere maatregelen niet geschikt om bij het eventuele vervolgonderzoek te betrekken?
    • Evaluatie wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid

      Marseille, A.T.; Bex-Reimert, V.M.; Winter, P. de; Wever, M.; Winter, H.B. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit rechtsgeleerdheid, 2020)
      Op 1 maart 2017 is een aantal anti-terrorismewetten in werking getreden, waaronder de wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) in het belang van de nationale veiligheid. Door de toevoeging van artikel 14, vierde lid, aan deze wet, kreeg de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) de daarop volgende vijf jaar de bevoegdheid om het Nederlanderschap te ontnemen van uitreizigers die zich vrijwillig hebben aangesloten bij een terroristische organisatie die een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. Het gaat hierbij om een preventieve maatregel waartoe de minister zonder voorafgaande strafrechtelijke veroordeling kan beslissen. De legale terugkeer van Nederlandse leden van buitenlandse, jihadistische organisaties naar ons land wordt op deze manier verhinderd door middel van intrekking van hun Nederlanderschap. Met dit onderzoek wordt invulling gegeven aan de toezegging aan de leden van de Eerste Kamer om de wet drie jaar na haar inwerkingtreding te evalueren (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2015-2016, 34.356 (R2064), nr. 26). Het betreft een plan- en procesevaluatie.Tijdens de behandeling van de wetswijziging in de Eerste Kamer heeft de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie toegezegd dat artikel 14 lid 4 RWN drie jaar na inwerkingtreding zou worden geëvalueerd om vast te stellen of de bepaling na de vervaldatum (1 maart 2022) zal worden gehandhaafd, al dan niet in gewijzigde vorm. In het evaluatieonderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal: In hoeverre heeft de invoering van artikel 14 lid 4 RWN de legale terugkeer van Nederlandse leden van buitenlandse, jihadistische organisaties naar Nederland door middel van intrekking van hun Nederlanderschap weten te verhinderen? Ter beantwoording van die vraag is een planevaluatie en een procesevaluatie uitgevoerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Vraagstelling en onderzoeksmethode 3. Ontneming Nederlanderschap op grond van artikel 14 lid 4 RWN 4. Planevaluatie 5. Procesevaluatie 6. Conclusies
    • Informatie-uitwisseling landelijk dekkend stelsel cybersecurity

      Brennenraedts, R.; Bekkers, R.; Kats, J.; Hanswijk, M.; Bakhyshov, R.; Sahebali, W.; Jansen, R. (Dialogic Innovatie en Interactie, 2020)
      In dit onderzoek hanteren we het volgende uitgangspunt met betrekking tot het landelijk dekkend stelsel van cybersecuritysamenwerkingsverbanden: het ideaal van een landelijk dekkend stelsel is gerealiseerd als elke partij in Nederland wordt ‘bereikt’ en toegang heeft tot de cybersecurity-informatie waar hij behoefte aan heeft. Partijen worden door het stelsel ‘bereikt’ indien ze weten waar ze terecht kunnen in geval van vragen over of problemen met cybersecurity.Het onderliggend onderzoek beoogt inzichten op te leveren voor het zojuist gestelde probleem, en heeft de volgende overkoepelende onderzoeksvraag: Welke doelgroepen met betrekking tot de niet-vitale partijen worden nu nog niet bereikt, op welke wijze - en via welke vakdepartementen - zou dat wel lukken en wat moet daar concreet voor gebeuren?In dit onderzoek is ook gekeken naar het cybersecuritystelsel in Engeland, Frankrijk en Duitsland. INHOUD: 1. Inleiding 2. Betekenis van cybersecurity, en de kaders en doelen van het Nederlands cybersecuritystelsel 3. Het Nederlands stelsel en de (on)mogelijkheden bij informatie-uitwisseling 4. Maatregelen, informatiebehoeften en het bereik van het Nederlandse stelsel 5. Oplossingsrichtingen voor het bereiken van alle partijen 6. Conclusies
    • Inlichtingendiensten

      Fijnaut, C.; Wijk, R. de; Graaff, B. de; Wiebes, C.; Abels, P.H.A.M.; Willemse, R.; Hoekstra, F.; Schans, W. van der; Timmerman, E.; Wifferen, L. van; et al. (WODC, 2004)
      ARTIKELEN: 1. C. Fijnaut - Inlichtingendiensten in Europa en in Amerika; de heroriëntatie sinds de val van de Muur en 11 september 2001 2. R. de Wijk - Het gevaar van succes in de strijd tegen terrorisme; portret van de nieuwe vijand 3. B. de Graaff - Wie wint de 'war on terrorism'? 4. C. Wiebes - De problemen rond de internationale intelligence liaison 5. P.H.A.M. Abels en R. Willemse - Veiligheidsdienst in verandering; de BVD/AIVD sinds het einde van de Koude oorlog 6. F. Hoekstra - Infiltratie in de praktijk; BVD en CPN tijdens de Koude Oorlog 7. W. van der Schans en E. Timmerman - De AIVD en de burger; ervaringen van actievoerders en vreemdelingen 8. B. Hoogenboom - Inlichtingenwerk en ethiek; een wildernis van spiegels 9. L. van Wifferen - Het gebruik van AIVD-informatie in het strafproces 10. A. Slotboom en C. Wiebrens - Storm in de badkuip SAMENVATTING: Het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat de roep om ruimere bevoegdheden voor inlichtingendiensten ook in Nederland zal klinken. Op dit moment is het gebruik van AIVD-informatie in het strafproces al een punt van discussie. Door de terroristische dreiging is het maatschappelijk klimaat voor honorering van dergelijke verlangens gunstig, maar het is de vraag hoever een open democratische samenleving kan gaan in haar streven naar veiligheid.
    • Relationships between the economy and national security - Analysis and considerations for economic security policy in the Netherlands

      Retter, L.; Frinking, E.; Hoorens, S.; Lynch, A.; Nederveen, F.; Phillips, W. (RAND Europe, 2019)
      The analysis of this report is focused on those specific aspects of national security that relate to the protection of critical infrastructure, sectors and processes that are important for the sustainable functioning of [Dutch] society. Critical infrastructure, sectors and processes are focal areas when it comes to national security policy, in the Netherlands and beyond. This report addresses five research questions: How can national security be defined and what does the international literature suggest about its main components? What can be learned from the (academic) literature about the relation between the economy of a country and the various aspects of national security? Which factors, mechanisms and underlying causal mechanisms can be identified? What is the impact of contextual, country-specific characteristics and factors on this relationship? What do the answers to research questions 2) and 3) tell us about the factors and characteristics that have an impact on the interlinkages between the Dutch economy and its national security?How does the Netherlands perform with regard to these economic factors, which trends or developments can we identify, and what do they mean for the national security of the Netherlands? CONTENT: 1. Introduction and context 2. A historical perspective on definitions of national security 3. Interconnections between national security and the economy 4. The connections between economy and national security in the Netherlands 5. Conclusion
    • State-of-the-art onderzoek Statelijke Dreigingen - Eindrapport

      Frerks, G.; Eckeveld, M. van; Koeleman, S.; Kool, M.; Palm, T.; Sanders, D.; Vane, E. (War Studies Research Center – Faculteit Militaire Wetenschappen, Nederlandse Defensie Academie, 2021-10-14)
      De doelstelling van het onderhavige onderzoek is om een eerste literatuurscan te maken van het wetenschappelijke onderzoeksveld van statelijke dreigingen, de onderwerpen die daarbinnen aan de orde komen, de onderbelichte onderwerpen waarvan wordt gesuggereerd dat zij meer aandacht verdienen en de status van de literatuur (omvang en zo mogelijk kwaliteit). In dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Welke onderwerpen op het gebied van statelijke dreigingen zijn volgens de onderzoekers in welke mate van belang, in welke mate onderzocht, en met welke kwaliteit? 2. Vallen deze onderwerpen binnen het aandachtsgebied van de NCTV? 3. Hoe kunnen deze onderwerpen in fase 2 worden onderzocht? 4. Welke onderzoeksvragen voor fase 2 komen naar voren? Het onderzoek in uitgevoerd in drie stappen: selectie, screening en analyse van de literatuur. In totaal zijn 2905 wetenschappelijke artikelen afkomstig uit 19 tijdschriften en 29 special issues gescreend hetgeen 1000 artikelen opleverde die relevante informatie over statelijke dreigingen bevatten. Deze artikelen zijn verder geanalyseerd op dreigingssubject, -object en -mechanisme. INHOUD: 1. Inleiding, probleemstelling en onderzoeksvragen 2. Methode van onderzoek en werkwijze 3. Hoofdbevindingen 4. Beantwoording van de onderzoeksvragen 5. Deelstudies Dreigingsmechanismen
    • Van collectief ongenoegen tot ordeverstoringen

      Postmes, T.; Bezouw, M. van; Kutlaca, M. (Rijksuniversiteit Groningen - Sociale psychologie, 2014)
      Dit betreft een theoretisch en empirisch onderzoek naar de rol van maatschappelijke onderstromen, sociale media en trigger events bij het ontstaan van maatschappelijke onrust, afnemend vertrouwen in de overheid en publieke geweldsuitingen. De grootschalige rellen in London (augustus 2011) en de Project X-rellen in Haren (september 2012) waren opvallende publieke geweldsuitingen. Meer recent (mei/juni 2013) is er onrust en geweld geweest in bijvoorbeeld Istanbul. Wereldwijd is sinds 2010 een sterke stijging van het aantal massale protesten en grootschalige rellen zichtbaar. In veel gevallen heeft dit gevolgen voor de nationale veiligheid, met name voor de sociale en politieke stabiliteit. In Nederland is deze toename minder acuut merkbaar. Toch is ook in ons land sprake van ongenoegen en heerst een zekere mate van angst voor onrust. In dit rapport is een analyse gemaakt van uitingen van collectief ongenoegen aan de hand van vier vragen: Hoe leidt ongenoegen tot grootschalige publieke conflictgedragingen? Welke factoren bepalen de omvang van dergelijke conflictgedragingen en hun nasleep? Wat zijn de aanknopingspunten voor de overheid om vormen van ongenoegen en publieke conflictgedragingen te dempen c.q. tegen te gaan? Welke vormen van maatschappelijk ongenoegen en van grootschalige publieke conflictgedragingen raken de nationale veiligheid van Nederland? INHOUD: 1. Collectief ongenoegen 2. Collectieve reacties op ongenoegen 3. Preventie en de-escalatie 4. Conclusies
    • Verkenning brede evaluatie NCSA - Verkenning van mogelijkheden voor de evaluatie van de volledigheid, realisatie en impact van de Nederlandse Cybersecurity Agenda op de digitale weerbaarheid van Nederland

      Hulsebosch, B.; Vos, H. de; Jong, K. de (InnoValor, 2020)
      De steeds verdere digitalisering van de wereld brengt veel economische en maatschappelijke kansen, maar brengt aan de andere kant ook kwetsbaarheden en bedreigingen in zowel het digitale als fysieke domein met zich mee. Een goed nationaal beleid op het gebied van digitale weerbaarheid is daarom belangrijk. De Nederlandse Cybersecurity Agenda (NCSA) beschrijft de ambities van de Nederlandse regering op het gebied van digitale weerbaarheid voor de komende jaren. De NCSA bestaat uit zeven ambities met daaronder meerdere doelstellingen en maatregelen. Dit onderzoeksrapport presenteert een raamwerk dat de essentiële facetten van digitale weerbaarheid combineert en operationaliseert om de NCSA in brede zin en op systematische en effectieve wijze te kunnen evalueren. Drie evaluatiemethoden en strategieën om de volledigheid, realisatie en impact van de NCSA op de Nederlandse digitale weerbaarheid te evalueren aan de hand van het raamwerk worden geschetst. Tot slot geeft het aanbevelingen voor toekomstige strategische agenda’s op het terrein van cybersecurity en de evaluatie ervan. INHOUD: 1. Inleiding 2. NCSA: achtergrond en analyse 3. Digitale weerbaarheid 4. NCSA evaluatieraamwerk 5. Evaluatiemogelijkheden NCSA 6. Samenvatting en conclusies
    • Vitale vennootschappen in veilige handen

      Bulten, C.; Jong, B. de; Breukink, E.-J.; Jettinghof, A. (Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, 2017)
      Het komt geregeld voor dat buitenlandse investeerders belangrijke aandeelhoudersrechten in Nederlandse ondernemingen verwerven of trachten te verwerven. Buitenlandse investeringen leveren een materiële bijdrage aan de Nederlandse welvaart. Niettemin komt in de huidige geopolitieke context de vraag op of buitenlands aandeelhouderschap tevens een bedreiging kan vormen voor Nederlandse (publieke) belangen. De vraag is 'wat zijn de risico’s van (buitenlands) aandeelhouderschap voor de nationale veiligheid'? In dit onderzoek staat de vraag centraal hoe aandeelhouderschap in een Nederlandse naamloze of besloten vennootschap (mogelijke) toegang tot (vertrouwelijke) informatie en invloed op beslissingen biedt en op welke wijze dit gevolgen kan hebben voor de nationale veiligheid. Het onderzoek bevat een theoretisch en een empirisch gedeelte. De juridisch-theoretische methodologie bestond uit een studie van Nederlandse en buitenlandse regelgeving, rechtspraak en rechtsgeleerde literatuur. Het empirisch onderzoek vond plaats door middel van het houden van interviews.De volgende vitale sectoren komen aan bod: energie, ICT/Telecom, drinkwater en water, transport, chemie, de nucleaire sector, de financiële sector, de digitale overheid en defensie. Tevens is een analyse van in andere landen voorkomende regels die de nationale veiligheid tegen ongewenste buitenlandse investeringen pogen te beschermen, opgenomen. De onderzoekers bekeken achtereenvolgens het systeem in de Verenigde Staten van Amerika, in Duitsland, in Frankrijk, in het Verenigd Koninkrijk, in Noorwegen, in Zweden en in Zwitserland. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kernbegrippen 3. Rechten van aandeelhouders 4. Analyse van vitale sectoren 5. Internationaal perspectief 6. Bevindingen, synthese en aanbevelingen 7. Summary