• Blauwdruk evaluatie wet nationale politie

      Jacobs, G. (Erasmus University Rotterdam - Rotterdam School of Management (RSM), 2014)
      Erasmus Universiteit Rotterdam heeft een ontwerp opgesteld voor de evaluatie van de Politiewet 2012. Het ontwerp beschrijft een reconstructie van de beleidstheorie die ten grondslag ligt aan de politiewet. Hierbij wordt een plan van aanpak gepresenteerd voor de evaluatie van de nationale politie, inclusief een evaluatieontwerp met meetbare indicatoren. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de periode februari tot en met september 2014 en is uitgevoerd onder begeleiding van de Commissie Rinnooy Kan. Aan hand van de reconstructie van de beleidstheorie zijn relevante constructen en bijhorende indicatoren geïdentificeerd waarbij er een splitsing is gemaakt tussen de implementatiemeting, de effectmeting en de procesmeting. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. Reconstructie en toetsing (Stap A, vragen 1-3) 4. Identificatie van indicatoren (Stap B, vragen 4-7) 5. Evalutatieontwerp (Stap C, vragen 8 en 9)
    • De toekomstbestendigheid van de politie

      Landman, W.; Kop, N.; Klerks, P.; Koning, B. de; Schuilenburg, M.B.; Besseling, B.; Uitendaal, F.; Meurs, T.; Kreulen, B.J.; Devroe, E.; et al. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. W. Landman - Tussen zorg en hoop: De ontwikkeling van de nationale politieorganisatie 2. N. Kop en P. Klerks - Aanzetten tot verbetering van de opsporing: ‘Handelen naar Waarheid’ een jaar later 3. B. de Koning - Opheldering verzocht? Over de drastische daling van het aantal opgehelderde misdrijven 4. M.B. Schuilenburg, B. Besseling en F. Uitendaal - Vertrouwen in de politie: Empirisch onderzoek naar de beleving van vertrouwen in de Rotterdamse wijk Bloemhof 5. T. Meurs en B.J. Kreulen - De uitdagingen voor gebiedsgebonden politiezorg: Ambigue ontwikkelingen, platgetreden paden en nieuwe wegen 6. E. Devroe - Over toekomstbestendige policing: De dilemma’s van veiligheidsregimes in grote steden 7. G. Meershoek - Een insidersanalyse van de Franse politieorganisatie (Boekrecensie: Sécurité. Ce qu’on vous cache) SAMENVATTING: Het is vijf jaar geleden dat Justitiële verkenningen een themanummer wijdde aan de politie. Dat was aan de vooravond van de omvorming naar een Nationale Politie per ingang van 1 januari 2013. Naast twijfels en kritische geluiden over deze megaoperatie, waren er ook hooggespannen verwachtingen, zoals hogere ophelderingspercentages, sterk in de wijken verankerde basisteams en goed functionerende ICT. Het is niet overdreven om te stellen dat dit reorganisatieproces behoorlijk rampzalig is verlopen. Op allerlei fronten functioneert de politie niet naar behoren. De ophelderingscijfers van misdrijven zijn gedaald, op terreinen als cybercrime heeft de politie niet de juiste expertise in huis en blijven de prestaties achter, integriteitskwesties doen zich de laatste tijd vaker voor en daarnaast is er regelmatig kritiek op etnische profilering en de wijze van bejegening van burgers. Het gebrek aan diversiteit van het personeelsbestand is tevens een nijpend probleem, inmiddels onderschreven door korpschef Erik Akerboom. Het duurzaam betrekken van hogeropgeleiden bij de politie stokt en de interne informatiehuishouding is niet op orde. Een nieuw fenomeen is dat de politieleiding nu – blijkens een eerder dit jaar uitgelekte notitie die bedoeld is voor het nieuwe kabinet – zelf stelt het zicht en de grip op criminaliteit te verliezen en te kampen met een handhavings-, opsporings- en vervolgingstekort. De centrale vraag in dit themanummer is hoe het politieapparaat een toekomstbestendige organisatie kan worden. Een politie die doelgericht opereert in een complexe samenleving, waarin moet worden samengewerkt met andere publieke organisaties en private partijen in veiligheidshandhaving, criminaliteitspreventie en opsporing. Een politie die het vertrouwen geniet van een ‘superdiverse’ bevolking en die erin slaagt de benodigde expertise binnen te halen en aan zich te binden om oude en nieuwe vormen van criminaliteit succesvol te kunnen bestrijden.
    • Evaluatie Politiewet 2012 - Doorontwikkelen en verbeteren

      Kuijken, W.J. (voorz.) (Commissie Evaluatie Politiewet 2012, 2017)
      Op 1 januari 2013 trad de Politiewet 2012 in werking. Artikel 74 van de wet bepaalt dat de Minister van Justitie en Veiligheid binnen vijf jaar na inwerkingtreding een evaluatie van die wet aan de Staten-Generaal moet sturen over doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk. De voorzitter en de leden van de Commissie Evaluatie Politiewet 2012 hebben in de afgelopen vier jaar diverse gesprekken gevoerd en werkbezoeken afgelegd aan alle eenheden van de nationale politie. Tijdens die werkbezoeken is met politiemensen en met de gezagsdragers van de politie gesproken over hun ervaringen met het nieuwe politiebestel. In opdracht van de commissie hebben onderzoekers van universiteiten en onderzoeksbureaus wetenschappelijk onderzoek verricht naar diverse aspecten van de Politiewet 2012. De resultaten van die vijf deelrapporten zijn tegelijk met dit rapport digitaal beschikbaar (zie: pdf-bijlagen). INHOUD: A. Deel 1: Conclusies en Aanbevelingen van de Commissie Evaluatie Politiewet 2012 B. Deel 2: Eindrapport van de commissie: bevindingen 1. Inleiding en verantwoording 2. De Politiewet 2012 3. De juridische status en formele sturing van de nationale politie 4. Bedrijfsvoering; organisatie in verbouwing, organisatie op koers? 5. Governance 6. Prestaties
    • Evaluatie Politiewet 2012 in de Eenheid Oost-Nederland en landelijke thema's

      Jacobs, G.; Bayerl, P.S.; Brein, E.; Flory, M.; Bunt, H. van de; Haas, N.; Prins, R. (Commissie Evaluatie Politiewet 2012, 2015)
      Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam heeft op verzoek van de commissie Evaluatie Politiewet 2012 een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de werking van de nationale politie in de Eenheid Oost-Nederland. Daarnaast heeft de minister toezeggingen gedaan om deze evaluatie te koppelen aan de landelijke thema’s ‘rol van de korpschef’, ‘het gebruik van de aanwijzingsbevoegdheid’ en ‘de constructie van de politie als aparte rechtspersoon’, hetgeen eveneens in deze rapportage is opgenomen. Het evaluatieonderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de gevolgen van de invoering van de nationale politie bij de Eenheid Oost-Nederland. De hoofdvraag die aan het onderzoek ten grondslag ligt is: Wat is de stand van zaken omtrent de invoering van de nationale politie in Oost-Nederland? Het antwoord op deze vraag moet uitwijzen of het nieuwe politiebestel lijkt te werken voor alle betrokken partijen zoals de wetgever het heeft beoogd. INHOUD: 1. Doel van het document 2. Achtergrond evaluatieonderzoek Eenheid Oost-Nederland 3. Onderzoeksvragen en onderwerpen in de evaluatie 4. Aanpak van het onderzoek 5. Bevindingen per thema 6. Conclusie
    • Evaluatie van de Wet herziening gerechtelijke kaart - Samenwerking in de strafrechtketen

      Kristen, F.G.H.; Sikkema, E.; Lindeman, J.M.W.; Schiffelers, M.J.W.A.; Vorm, B. van der; Weerd, A. van der; Schmidt, E.; Vries, A.J. de (Universiteit Utrecht - Montaigne Centrum, 2017)
      Met de inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Wet HGK) per 1 januari 2013 is het aantal ressorten en arrondissementen verminderd. Deze nieuwe schaalgrootte moet de rechterlijke macht in staat stellen om zaken tijdig, met voldoende kwaliteit en tegen redelijke kosten te kunnen afhandelen, doordat de afzonderlijke gerechten en parketten kunnen beschikken over voldoende personeel en over voldoende aanbod van zaken. Tevens krijgt de rechtspraak meer ruimte om zich op specifieke terreinen binnen de nieuwe rechtbanken te specialiseren. De herziening introduceert verder een nieuwe inrichting van het gerechtsbestuur.Het onderhavige onderzoek richt zich op de samenwerking in de strafrechtketen in de eerste lijn. Het onderzoek strekt tot voorlichting van de Commissie Evaluatie Wet herziening gerechtelijke kaart (voorzitter: prof. mr. dr. H.R.B.M. Kummeling) die de Wet herziening gerechtelijke kaart en de Splitsingswet moet evalueren. Het doel van het onderzoek is om te vast te stellen wat de werking van de Wet herziening gerechtelijke kaart en de Splitsingswet is (geweest) voor wat betreft de samenwerking in de strafrechtketen in de eerste lijn en hoe deze werking kan worden verklaard. Het antwoord hierop biedt de mogelijkheid te beoordelen of de herziening van de gerechtelijke kaart heeft bijgedragen aan een effectievere en efficiëntere samenwerking in de strafrechtketen. INHOUD: 1. Aanleiding voor en opzet van het onderzoek 2. Theoretisch kader 3. Analyse van de doelen van de Wet herziening gerechtelijke kaart en de Splitsingswet 4. Beschrijving en empirische analyse 5. Bevindingen 6. Samenvatting 7. Lijst van aangehaalde literatuur 8. Bijlagen
    • Evaluatie van prestaties van de politie - Deel 2 van de evaluatie van de Politiewet 2012

      Zanten, P. van; Boer, A. de; Hoppe, Th.; Rosmalen, F. van; Gemke, P.; Bruijn, H. de (Berenschot, 2017)
      Op 1 januari 2013 trad de Politiewet 2012 in werking. Artikel 74 van de wet bepaalt dat de Minister van Justitie en Veiligheid binnen vijf jaar na inwerkingtreding een evaluatie van die wet aan de Staten-Generaal moet sturen over doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk. De centrale vraag van het onderzoek ‘prestaties’ is of de keuze voor één politie met één beheerder tot betere prestaties van de politie heeft geleid. Wat is de bijdrage van de Politiewet 2012 aan het doelmatiger en slagvaardiger werken en beter presteren van de nationale politie? Dit is deelonderzoek 2 ten behoeven van het eindrapport Evaluatie Politiewet 2012 (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoekskader en -methoden 3. Besparing 230 miljoen 4. Professionele organisatie 5. Betere taakuitvoering 6. Groter vertrouwen van de burger 7. Conclusies
    • Het sturingsvraagstuk Nationale Politie - verhoudingen met de minister van Veiligheid en Justitie - Eindrapportage Leeronderzoek

      Ridder, J. de; Winter, H.B.; Hollander, M. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2015)
      Het doel van het onderzoek is om theoretische en praktijkkennis op te doen die bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van de relatie tussen het ministerie van VenJ en de Nationale Politie. Naast een rapport met bevindingen wordt er een stappenplan ontwikkeld waarmee medewerkers van VenJ en de Nationale Politie gericht op werkbezoek kunnen gaan bij grote bedrijven en instellingen. De gedachte hierbij is om, vanuit een gemeenschappelijk en we-tenschappelijk onderbouwd kader, samen te leren van andere organisaties en die ervarin-gen te vertalen naar de situatie van de minister van VenJ en de politieorganisatie. Het slot van deze rapportage bevat een set vragen die gebruikt kunnen worden bij de af te leggen werkbezoeken. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kaders voor sturing 3. Sturing in organisaties 4. Mogelijke modellen voor sturing van de nationale politie
    • Politie anno 2012

      Meershoek, A.J.J.; Hoogenboom, A.B.; Kort, J.; Oerlemans, J.J.; Koops, B.J.; Berghuis, A.C.; Waard, J. de; Wiarda, J.; Vrolijk, J.; Kansil, T.; et al. (WODC, 2012)
      ARTIKELEN: 1. A.J.J. Meershoek en A.B. Hoogenboom - Drieënvijftig tinten grijs; afnemende verantwoording van een controle op hybride politiewerk 2. J. Kort - Uitwisseling van opsporingsinformatie; over technische en vooral organisatorische knelpunten binnen de politie 3. J.J. Oerlemans en B.J. Koops - Surveilleren en opsporen in een internetomgeving 4. A.C. Berghuis en J. de Waard - De valkuilen van de probleemgerichte politiezorg 5. J. Wiarda en J. Vrolijk - Het democratische gat in het politiebestel en de legitimiteit van de politie; een opinie en een voorstel voor een Raad voor de Politie 6. T. Kansil - De poort van het gevoel; over publiek debat en politie 7. G. van Oenen - Geslaagde emancipatie als probleem voor de politie 8. J. Janssen - Gekleurde ideeën; gedachten achter het streven naar diversiteit bij de Nederlandse politie 9. J. van Buuren - Pionieren en formaliseren; de internationale vervlechting van het politiewerk 10. Internetsites. SAMENVATTING: Op 1 januari 2013 wordt alle burgerlijke politie in Nederland samengevoegd in één korps Nationale Politie, beheerd door één korpschef. De politie is een uitvoerende organisatie. Deze ingrijpende reorganisatie dreigt ook in de komende tijd de aandacht af te leiden van waar het bij de politie werkelijk om gaat: de rechtsorde te handhaven en hulp te verlenen in noodsituaties. Dit themanummer heeft dan ook zonder uitzondering betrekking op vraagstukken die deze nieuwe Nationale Politie tegenkomt wanneer zij zich hernieuwd op de samenleving gaat oriënteren.
    • Politiebestel in balans? - Politiek-bestuurlijke sturing, democratische verantwoording, samenwerking en maatschappelijke inbedding in een nationaal politiebestel

      Bekkers, V.; Devroe, E.; Sluis, A. van der; Prins, R.; Cachet, L.; Akerboom, M.; Nuij, W.; Waltheer, J. (Erasmus Universiteit Rotterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2017)
      Op 1 januari 2013 trad de Politiewet 2012 in werking. Artikel 74 van de wet bepaalt dat de Minister van Justitie en Veiligheid binnen vijf jaar na inwerkingtreding een evaluatie van die wet aan de Staten-Generaal moet sturen over doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk.In dit rapport staat de vraag centraal hoe de Politiewet 2012 in de praktijk is geïmplementeerd en welke consequenties zich voordoen voor de politieorganisatie en voor de verschillende externe partijen die bij het politiewerk betrokken zijn. De hoofdvraag die aan dit onderzoek ten grondslag ligt, luidt: Hoe kan de werking van de Politiewet 2012 inzake de thema’s (1) politiek bestuurlijke sturing en politiek-democratische verantwoording, (2) samenwerking en (3) maatschappelijke inbedding, worden geëvalueerd?Dit is deelonderzoek 4 ten behoeven van het eindrapport Evaluatie Politiewet 2012 (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Resultaten van breedte- en diepteonderzoeken 2. Conclusies en reflectie - politiebestel in balans? 3. Literatuuronderzoek 4. Inhoudsanalyse van vakbladen en kranten 5. Landelijke enquête 6. Casus Zeeland en West-Brabant 7. De Eenheid Den Haag 8. Samenwerking 9. Maatschappelijke inbedding
    • Politiebestel in ontwikkeling - Institutionele verandering en onderzoek (1989-2016)

      Schaap, D.; Terpstra, J.; Stokkum, B. van (Radboud Universiteit Nijmegen - Faculteit der rechtsgeleerdheid, 2017)
      Op 1 januari 2013 trad de Politiewet 2012 in werking. Artikel 74 van de wet bepaalt dat de Minister van Justitie en Veiligheid binnen vijf jaar na inwerkingtreding een evaluatie van die wet aan de Staten-Generaal moet sturen over doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk.De vraagstelling van deze studie valt uiteen in twee deelvragen. a. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in het Nederlandse politiebestel over de afgelopen decennia? b. Hoe heeft in de afgelopen decennia het Nederlands politiebestel ten aanzien van een aantal hoofdonderwerpen en op uiteenlopende momenten feitelijk gefunctioneerd?Daarnaast zou een derde deelvraag kunnen worden onderscheiden in dit onderzoek. Het gaat hier om de vraag wat de belangrijkste uitkomsten zijn van empirisch onderzoek naar het functioneren van het Nederlandse politiebestel op verschillende momenten. Er wordt echter vanuit gegaan dat met de beantwoording van de twee voorgaande deelvragen ook een antwoord wordt verkregen op deze derde vraag. Dit is deelonderzoek 5 ten behoeven van het eindrapport Evaluatie Politiewet 2012 (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Invoering van het regionaal politiebestel (1989-1994) 3. De beginjaren van het regionaal besteld (1994-1998) 4. Sluipende centralisatie (1998-2004/2005) 5. Verdere druk tot nationalisatie en eenheid (2005-2010) 6. Komst en invoering van de Nationale Politie (2010-2016) 7. Kernthema's uit het politiebestel 8. Slot
    • Politieproductiviteit - Triangulatie voor valide en betrouwbare productiviteitsmeting bij de politie

      Zouridis, S.; Bouckaert, G.; Roy, P. van; Stroobants, J.; Crompvoets, V.; Janssen, L.; Peeters, R. (Tilburg University, 2014)
      Met de vorming van de Nationale Politie is ook de behoefte ontstaan om op uniforme wijze de productie en prestaties van de politie vast te stellen. Tegen deze achtergrond wordt in dit rapport verslag gedaan van een onderzoek naar productiviteitsmeting bij de politie. De probleemstelling voor dit onderzoek is als volgt geformuleerd: Welke van de denkbare en thans in politieorganisaties in binnen- en buitenland (in het bijzonder België) gehanteerde methode(n) voor productiviteitsmeting zijn geschikt voor de Nederlandse politie, bezien vanuit validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid in het licht van de doelstellingen van productiviteitsmeting? Productiviteit staat in deze studie voor de productie per eenheid ingezet productiemiddel. INHOUD: 1. Inleiding 2. Productiviteitsmeting bij de politie: een compositie van de literatuur 3. Productiviteitsmeting bij de Nederlandse politie 4. Productiviteitsmeting bij de Belgische politie 5. Lessen voor productiviteitsmeting bij de Nationale Politie
    • Raamwerk voor de vaststelling van de landelijke prioriteiten van de politie

      Knoop, J.J. van der (Decide - Rijksuniversiteit Groningen, 2013)
      De aanleiding voor het onderhavige onderzoek is dat de minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer heeft toegezegd dat na inwerkingtreding van de nieuwe Wet nationale politie, verantwoording plaats zal vinden volgens de in de nieuwe wet vastgelegde methodiek voor het stellen van landelijke prioriteiten (Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 29 628, nr. 256). Dit onderzoek betreft de wijze waarop de besluitvorming plaatsvindt over de vaststelling en uitwerking van de landelijke prioriteiten voor de politie. De centrale doelstelling is het opzetten van een raamwerk voor het besluitvormingsproces dat leidt tot vaststelling van de landelijke doelstellingen en de daarmee samenhangende regionale doelstellingen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aanleiding en beleidscontext 3. Onderzoeksvragen 4. Aanpak 5. Wettelijk kader 6. Reconstructie en evaluatie van het overleg over de vorige lp 7. Soortgelijke besluitvormingsprocessen in andere sectoren 8. Evaluatie 9. Opzet van een raamwerk
    • Rapportage evaluatie Politiewet 2012 - Deelonderzoek Bedrijfsvoering

      Veldhuisen, A. van; Niessen, I.; Genderen, R. van; Hommema, I. (Andersson Elffers Felix (AEF), 2017)
      Op 1 januari 2013 trad de Politiewet 2012 in werking. Artikel 74 van de wet bepaalt dat de Minister van Justitie en Veiligheid binnen vijf jaar na inwerkingtreding een evaluatie van die wet aan de Staten-Generaal moet sturen over doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk. Doelstelling: Beschrijven van de bedrijfsvoering van de nieuwe politieorganisatie zoals geregeld op basis van de Politiewet en de stand van de implementatie en voorlopige effecten beoordelen.De opdracht draagt in zich dat niet alleen onderzocht dient te worden of de wet feitelijk is geïmplementeerd, maar ook hoe deze wet wordt geïnterpreteerd en toegepast in de dagelijkse praktijk.Dit is deelonderzoek 3 ten behoeven van het eindrapport Evaluatie Politiewet 2012 (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Implementatie 3. Voorlopige effecten 4. Reflecties bij de stand van zaken
    • Risicomanagement 2.0: van risico-bewust naar risico-gestuurd in een politiek bestuurlijke omgeving - Onderzoek naar risicomanagement bij het Directoraat-Generaal Politie, Ministerie van Veiligheid en Justitie

      Molen, I. van der (Universiteit Twente - Kenniscentrum risicomanagement en veiligheid, 2015)
      Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de standaarden en raamwerken die momenteel voor risicomanagement voorhanden zijn, welke toegepast kunnen worden door het Directoraat-Generaal Politie (DGPol), die recht doen aan de taken, kenmerken en specifieke behoeften van DGPol. Hieronder valt zowel het ‘harde’ risicomanagement, met aandacht voor planning, controle, systemen en beheersbaarheid, als de ‘zachte kant’ van risicomanagement, namelijk risicogestuurd werken waarbij meer nadruk ligt op mens, cultuur, flexibiliteit, leren, aanpassingsvermogen en de realiteit van beperkte maakbaarheid van organisaties (Van Staveren, 2015, p. 81). De volgende vragen komen daarbij aan de orde: Wat is de best passende standaard of raamwerk (of combinatie daarvan) voor risicomanagement, die DGPol kan toepassen en recht doet aan de specifieke taken en kenmerken van DGPolitie en aan de specifieke behoeften met betrekking tot risicomanagement, in het bijzonder de relatie met de politiek-bestuurlijke context waarbinnen ze opereert? Hoe kan de gekozen standaard of raamwerk ingebed worden in de structuur, werkprocessen en rapportages van het DGPol zodat het recht doet aan de specifieke taken en kenmerken van DGPol, en aan de specifieke behoeften met betrekking tot risicomanagement, in het bijzonder de relatie met de politiek-bestuurlijke context waarbinnen ze opereert? INHOUD: 1. Inleiding en onderzoeksopzet 2. Conceptueel raamwerk 3. Het wetenschappelijk debat 4. Standaarden en raamwerken 5. Risicomanagement - de praktijk 6. Risicomanagement - ontwerp 7. Eindconclusies
    • Spanningen tussen Rijk en gemeenten

      Raijmakers, L.; Staring, R.; Terpstra, J.; Stokkom, B. van; Ooyen-Houben, M. van; Mein, A. (WODC, 2015)
      ARTIKELEN: 1. L. Raijmakers - Motieven voor decentralisatie; schipperen tussen normativiteit en pragmatiek 2. R. Staring - Niemand slaapt bij ons op straat? Over de noodopvang van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen en het steekspel tussen centrale overheid en gemeenten 3. J. Terpstra en B. van Stokkom - Politie in tweevoud: centraal en decentraal; een analyse van enkele achtergronden en spanningen 4. M. van Ooyen-Houben en A. Mein - Wie heeft hier de regie? Coffeeshops tussen lokaal, nationaal en internationaal drugsbeleid SAMENVATTING: Op meerdere beleidsterreinen gaapt er een kloof tussen 'de Haagse werkelijkheid' en gemeenten, zo laat dit themanummer van Justitiële verkenningen zien met artikelen over de noodopvang voor vluchtelingen, de politie en het drugsbeleid, aangevuld met een historisch getinte bijdrage. Het beeld dat blijft hangen, is dat wetten en maatregelen op nationaal niveau genomen niet goed aansluiten op maatschappelijke problemen zoals deze daadwerkelijk op lokaal niveau tot uiting komen. Het beleidsvormingsproces op nationaal niveau wordt sterk bepaald door compromissen tussen de kopstukken van politieke partijen en de debatten zijn soms ook meer ideologisch, principieel van aard. De gemeenten daarentegen staan 'met hun voeten in de modder' en hebben doorgaans een meer pragmatische benadering van maatschappelijke problemen. Ook krijgen het gemeentelijk beleid en beleidsuitvoering vaak vorm in direct overleg met allerhande maatschappelijke organisaties, private partijen en burgers. In de literatuur wordt deze op samenwerking gerichte stijl van besturen wel aangeduid als governance, dit in tegenstelling tot het meer verticale, dirigistische government Tot op zekere hoogte is dat governancemodel ook van toepassing op het nationale etgevingsproces, maar dan toch meer in het voortraject wanneer informatie wordt ingewonnen bij stakeholders.In de laatste fase (de coalitiestrijd, de onderhandelingen met de 'constructieve oppositie', de definitieve formulering van wetsvoorstellen en de behandeling in het parlement) lijkt 'de samenleving' buiten spel te staan en domineren soms andere belangen, zoals doorregeren en politiek wisselgeld op een ander beleidsdossier, die weinig te maken hebben met de inhoud of uitvoerbaarheid.