• Inbeslagneming en confiscatie van crimineel vermogen - Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de samenwerking inzake beslag en confiscatie in Duitsland, Engeland, Ierland en Italië

      Buisman, S.S.; Kooijmans, T.; Haenen, I.E.M.M.; Ouwerkerk, J.W.; Spapens, A.C.M. (Tilburg University - Tilburg Law School, 2017)
      De doelstelling van het onderzoek betreft het verschaffen van inzicht in de tweeledige vraag: Welke werkwijzen Duitsland, Engeland (en Wales), Ierland en Italië (naast Nederland) hanteren voor het in beslag nemen en confisqueren van vermogen met een vermoedelijk criminele herkomst in situaties zonder vervolgbare of veroordeelde dader; Tegen welke belemmeringen de Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten in de genoemde landen aanlopen in geval van grensoverschrijdende samenwerking in dergelijke gevallen. Specifieke aandacht gaat hierbij vervolgens uit naar beslag en confiscatie van i) criminele opbrengsten onder zogenoemde ‘windhappers’ (zijnde personen die geen (of nauwelijks) geregistreerd inkomen hebben, maar wel veel geld te besteden hebben), ii) erfenissen die (geheel of ten dele) bestaan uit de opbrengsten van (vermoede) strafbare activiteiten van de erflater, iii) tegoeden die zijn aangetroffen op onbeheerde bankrekeningen, en iv) (grote) hoeveelheden cash geld dat is aangetroffen zonder dat een relatie tot een bepaalde persoon valt aan te wijzen. INHOUD: 1. Inleiding, probleemstelling en plan van aanpak 2. Inbeslagneming en confiscatie in Duitsland 3. Inbeslagneming en confiscatie in Engeland (en Wales) 4. Inbeslagneming en confiscatie in Ierland 5. Inbeslagneming en confiscatie in Italië 6. Knelpunten in de internationale samenwerking bij beslag en confiscatie vanuit Nederlands perspectief 7. Knelpunten in de internationale samenwerking bij beslag en confiscatie vanuit buitenlands perspectief 8. Conclusie: denkbare aandachtspunten voor Nederlandse inbreng bij internationaal overleg inzake wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van confiscatiebeslissingen
    • Meningen van de bevolking over de verdeling van nalatenschappen onder het abintestaat erfrecht

      Cozijn, C. (WODC, 1978)
      INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van materiaalverzameling en steekproef 3. Kennis en evaluatie van het huidige abintestaat erfrecht 4. De alternatieven voor een nieuw verdelingsmechanisme in het erfrecht bij versterf 5. De voor- en tegenstanders van alternatief C-nieuw 6. Slotbeschouwing SAMENVATTING: Op 20 maart 1974 werd aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden het wetsontwerp Partiele wijziging van de regeling van het erfrecht, vooruitlopende op de invoering van Boek 4 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, (Kamerstuk 12 863, nr. 2). Dit wetsontwerp is bekend geworden onder naam voortrein. Voornaamste doel van dit wetsontwerp is dat nu reeds, d.w.z. voordat Boek 4 NBW tot geldend recht wordt, bepaalde nieuwe regels betreffende de erfopvolging bij versterf van kracht kunnen worden. Het gaat hierbij dus om wijziging van de regels van de erfopvolging die gelden indien de overledene geen testament heeft opgemaakt. Meer in het bijzonder gaat het hierbij om een nieuwe regeling van de rechten van de echtgenoot of echtgenote van de overledene. Het onderzoek naar de opvattingen omtrent een abintestaat erfrecht, in verband met een voorgenomen wetswijziging, dient zich te richten op de beantwoording van twee hoofdvragen. Te weten de vraag naar de wenselijkheid van een wijziging van de bestaande regeling en (indien die wenselijkheid mocht blijken) de vraag naar de materiele inhoud van die wijziging.