• Evaluatie van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties en geschillenbeslechting

      Cock Buning, M. de; Bijl, P. de; Voorn, R.-J.; Sluijs, J.; Hommema, I. (Universiteit Utrecht - Faculteit Recht, Economie Bestuur en Organisatie (REBO), 2016)
      Op 1 juli 2013 is de Wet tot verbreding en versterking van het toezicht op collectieve beheersorganisaties (CBO’s) in werking getreden (Wet Toezicht 2013). Evenals in de voorgaande wet is het College van Toezicht Auteursrechten (CvTA) aangewezen als toezichthouder op de collectieve inning, het zorgvuldig beheer en de tijdige en juiste verdeling van gelden door collectieve beheersorganisaties (CBO’s). Deze organisaties innen gelden bij gebruikers en/of verdelen gelden aan auteurs- en nabuurrechthebbenden voor hun beschermde prestaties. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is afgesproken om deze wet na drie jaar te evalueren. De probleemstelling luidt als volgt: Heeft het CvTA zijn wettelijke taken doelmatig en doeltreffend vervuld en zijn bevoegdheden op een doelmatige en doeltreffende wijze uitgeoefend? Anders gesteld, heeft de aanscherping van het toezicht haar doel bereikt, namelijk om voldoende waarborgen te kunnen bieden voor transparant en effectief functioneren van CBO's ten gunste van betalingsplichtigen en rechthebbenden? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Praktijkwerking 4. Onderzoeksbevindingen 5. Financiering van CvTA 6. Conclusies
    • Evaluatie Wet Auteurscontractenrecht

      Gompel, S.J. van; Hugenholtz, P.B.; Poort, J.P.; Schumacher, L.D.; Visser, D.J.G. (Universiteit van Amsterdam - Instituut voor Informatierecht, 2020)
      De Wet Auteurscontractenrecht (Wet ACR), die op 1 juli 2015 in werking is getreden, heeft ten doel de contractuele positie van auteurs en uitvoerende kunstenaars ten opzichte van de exploitanten van hun werk te verstevigen. Een nevendoel, dat vooral tot uitdrukking komt in de door de wet toegekende vergoedingsrechten, is het versterken van de verdienmogelijkheden van zelfstandige makers en uitvoerend kunstenaars wanneer werken succesvol worden geëxploiteerd. Bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel is door de regering toegezegd dat de wet vijf jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd.De algemene onderzoeksvraag van deze evaluatie is derhalve: Wat zijn tot op heden de effecten van de invoering van de Wet ACR op de contractpraktijk, en welke knelpunten en onduidelijkheden hebben zich bij de toepassing van de wet tot op heden voorgedaan? INHOUD: 1. Inleiding 2. Wet Auteurscontractenrecht 3. Afzonderlijke wetsbepalingen 4. Collectieve regeling 5. Samenvatting en conclusies
    • Internationaal onderzoek naar muziekauteursrechten - Eindrapport (tweede versie)

      Frinking, E.; Dorp, L. van; Kahan, J. (RAND Europe, 1997)
      Verslag wordt gedaan van een internationaal vergelijkend onderzoek naar verschillende bestaande systemen van muziekauteursrechtelijke bescherming in vijf Europese landen. De volgende vragen komen aan de orde:Hoe worden in deze landen de vergoedingen voor muziekgebruik geind?Aan de hand van welke parameters worden de tarieven vastgesteld?Wat is de hoogte van deze tarieven?Hoe is het toezicht op de desbetreffende organisaties geregeld.In het onderdeel over Nederland komen de organisaties BUMA, STEMRA en SENA aan de orde.
    • Muziek in het ziekenhuis - Auteurs- en nabuurrechtelijke aspecten

      Mom, G.J.H.M. (Universiteit van Amsterdam - Instituut voor Informatierecht, 2000)
      Centraal in het onderzoek staat de vraag of auteurs en naburig rechthebbenden (zoals uitvoerende kunstenaars en fonogramproducenten) in beginsel op enigerlei wijze zeggenschap hebben over het laten horen van muziek door of in ziekenhuizen. Deze kernvraag is te vertalen in de vraag of het ten gehore brengen op grond van de (inter)nationale regelgeving kan worden beschouwd als een rechtens relevante, afzonderlijke wijze van (immateriële) - openbaarmaking. Het rapport is gesplitst in twee delen. Het eerste deel van het rapport is volledig gewijd aan de Nederlandse situatie. In het tweede deel wordt ingegaan op de situatie in zes EU-lidstaten: België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Denemarken en Frankrijk. Om te kunnen spreken over een - openbaarmaking - van een auteursrechtelijk beschermd muziekwerk moet het werk op enigerlei wijze ter beschikking van een publiek worden gesteld. In vrijwel alle gevallen blijkt dat ziekenhuizen als - openbaarmaker - van de muziek te kwalificeren zijn. Door zijn publiek (patiënten, personeel, leveranciers en bezoekers) in de gelegenheid te stellen naar (achtergrond)muziek te luisteren verricht het ziekenhuis zelf een openbaarmakingshandeling ten aanzien waarvan de betrokken rechthebbenden een zekere zeggenschap toekomt. In alle onderzochte EU-landen vindt, met uitzondering van Denemarken, op collectieve basis een incasso plaats van vergoedingen voor het muziekgebruik in ziekenhuizen. Na afhouding van een zeker percentage worden eenmaal geïncasseerde gelden aan de betrokken rechthebbenden.