• Casemanagement levensdelicten - Een evaluatie van het project 'Voorzieningen voor nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten' van Slachtofferhulp Nederland over de periode 2008 to 2010

      Wijk, A. van; Leiden, I. van; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2012)
      De ‘voorziening nabestaanden’ is vooralsnog een project voor drie jaar met als doel het verbeteren van de dienstverlening van Slachtofferhulp Nederland (SHN) aan nabestaanden van slachtoffers van moord en doodslag. Het project betreft het instellen van casemanagers voor nabestaanden van slachtoffers van moord en doodslag bij SHN. De casemanager draagt zorg voor de begeleiding, de zaakwaarneming en de juridische advisering van nabestaanden van slachtoffers van moord en doodslag. Sinds kort zijn in drie van de zes regio’s van SHN casemanagers werkzaam (het betreft de SHN-regio’s Drente/Friesland/Groningen, Haaglanden en West Brabant/Zeeland/Rotterdam). Het onderzoek bestaat uit twee delen. In dit onderzoeksdeel wordt de projectorganisatie geëvalueerd. Het andere deel gaat inhoudelijk in op de behoeften en problemen van de nabestaanden, de ontwikkelingen daarin over de tijd gezien en de wijze waarop de casemanagers hulp en ondersteuning hebben geboden (Zie link bij: Meer informatie).
    • De regeling en rechtsgevolgen van vermissing in rechtsvergelijkend perspectief

      Schrama, W.; Jonker, M.; Jeppesen-de Boer, C. (Universiteit Utrecht - Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF), 2017)
      Er bestaat een samenstel van wettelijke en praktische maatregelen om tegemoet te komen aan de problematiek van de achterblijvers van vermiste personen. De centrale vraagstelling van dit onderzoek is: Welke beleids- en wettelijke maatregelen bestaan er voor (achterblijvers van) vermiste personen in Nederland, België, Denemarken, Duitsland en Engeland & Wales en kunnen deze maatregelen een oplossing bieden voor de gesignaleerde knelpunten (van achterblijvers) in Nederland? Zijn er eventueel andere mogelijkheden om deze knelpunten op te lossen? INHOUD: 1. Inleiding 2. De rechtspositie van vermisten in rechtsvergelijkende perspectief - Nederland, - België, - Denemarken, - Duitsland, - Engeland & Wales 3. Rechtsvergelijking 4. Rechtsvergelijkende synthese en analyse 5. Gesignaleerde oplossingen 6. Conclusies
    • Een regeling voor personenschade door rampen

      Engelhard, E.F.D.; Rijnhout, R. (Utrecht Centre for Accoutability and Liability, 2015)
      Uit eerder onderzoek blijkt dat er mogelijkheden zijn om personenschade op te nemen in de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) (Personenschade en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen, SEO Economisch Onderzoek / INTERVICT, Amsterdam, 2013). Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt met één forfaitair bedrag en een andere mogelijkheid is een systeem gebaseerd op werkelijk geleden schade en gemaakte kosten. Er zijn echter ook tussenvormen denkbaar, zoals een eerste forfaitair bedrag en daarna voor de bijzondere gevallen een mogelijkheid om additionele tegemoetkomingen te verstrekken. Een andere vorm is om met meerdere forfaitaire bedragen te werken en afhankelijk van de categorieën van de schade en kosten forfaitaire bedragen bij elkaar op te tellen. Ook kan voor een categorie een oplopende schaal van forfaitaire bedragen vergoed worden. De centrale vraag van dit rapport is hoe de eventuele uitbreiding van de Wts naar onverzekerbare personenschade kan worden geregeld. Uiteraard rekening houdend met dit specifieke karakter van de Wts. Deze vraag laat zich omzetten naar twee onderzoekpijlers: welke gedupeerden kunnen een tegemoetkoming krijgen en voor welke schades én hoe zou de schade moeten worden gewaardeerd? INHOUD: 1. Inleiding 2. Om welke gedupeerden en vormen van personenschade gaat het? 3. Belangenafweging voor de kring van gerechtigden en de schadevormen 4. Belangenafweging voor de methoden van schadewaardering 5. Effecten op gedupeerden 6. Conclusies en aanbevelingen
    • Evaluatie nationale crisisbeheersingsorganisatie vlucht MH17

      Torenvlied, R.; Giebels, E.; Wessel, R.A.; Gutteling, J.M.; Moorkamp, M.; Broekema, W.G. (Universiteit Twente, 2015)
      Dit onderzoek dient duidelijk te maken hoe de nationale crisisbeheersingsorganisatie heeft gefunctioneerd na de ramp met vlucht MH17 en in hoeverre dat heeft bijgedragen aan het beheersen van de crisis. Daarnaast dient het onderzoek in kaart te brengen hoe de communicatie is verlopen van de Rijksoverheid met nabestaanden, samenleving, Tweede Kamer en media. De evaluatie bestaat uit drie deelonderzoeken. In de eerste plaats is gekeken naar de interdepartementale crisisbeheersing. Hierin is de rol van de verschillende actoren onderzocht en hun onderlinge samenwerking. Ook is gekeken in hoeverre de internationale politieke dynamiek van het Oekraïneconflict de besluitvorming en het functioneren van de crisisorganisatie heeft beïnvloed. Het tweede deelonderzoek gaat nader in op de communicatie met en nazorg aan nabestaanden. Het derde deelonderzoek gaat over de vraag hoe de informatievoorziening is verlopen richting de Tweede Kamer, de media en de samenleving als geheel. De uitkomsten van het evaluatieonderzoek zijn bedoeld om lessen te trekken voor het functioneren van de nationale crisisbeheersingsorganisatie bij toekomstige crises. INHOUD: 1. Opdracht, probleemstelling en werkwijze 2. Analysekader en methodologische verantwoording 3. Onmiddellijke crisisrespons (17 en 18 juli 2014) 4. De eerste dagen ( 18 juli tot en met 23 juli 2014) 5. Periode rond de eerste missie (24 juli - 8 september 2014) 6. Adequaatheid van de crisisbeheersing rond vlucht MH17 7. Analyse vanuit een internationaalrechtelijk perspectief 8. Communicatie met en nazorg aan nabestaanden 9. Informatievoorziening naar Tweede Kamer, media en samenleving 10. Conclusies
    • Informatieverstrekking aan slachtoffers van misdrijven - evaluatie van het proces van informatieverstrekking aan slachtoffers over de executiefase van tbs en jeugd

      Tromp, E.; Osenbruggen, A. van; Homburg, G. (WODC, 2009)
      In 2004 is een start gemaakt met het verbeteren van de informatie_verstrekking over het strafverloop aan slachtoffers. Drie deelterreinen zijn daarbij afgebakend; vanuit TBS, over jeugdigen en vanuit het gevangenis_wezen voor volwassen. De informatieverstrekking vanuit het gevangeniswezen staat nog in de kinderschoenen. De volgende drie hoofdvragen komen in dit onderzoek aan de orde: Hoe verloopt de informatieverstrekking en welke knelpunten doen zich voor?In hoeverre voldoet de informatieverstrekking aan de verwachtingen van de slachtoffers en nabestaanden.Welke mogelijkheden zijn er om de informatieverstrekking te verbeteren?
    • Meningen van de bevolking over de verdeling van nalatenschappen onder het abintestaat erfrecht

      Cozijn, C. (WODC, 1978)
      INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van materiaalverzameling en steekproef 3. Kennis en evaluatie van het huidige abintestaat erfrecht 4. De alternatieven voor een nieuw verdelingsmechanisme in het erfrecht bij versterf 5. De voor- en tegenstanders van alternatief C-nieuw 6. Slotbeschouwing SAMENVATTING: Op 20 maart 1974 werd aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden het wetsontwerp Partiele wijziging van de regeling van het erfrecht, vooruitlopende op de invoering van Boek 4 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, (Kamerstuk 12 863, nr. 2). Dit wetsontwerp is bekend geworden onder naam voortrein. Voornaamste doel van dit wetsontwerp is dat nu reeds, d.w.z. voordat Boek 4 NBW tot geldend recht wordt, bepaalde nieuwe regels betreffende de erfopvolging bij versterf van kracht kunnen worden. Het gaat hierbij dus om wijziging van de regels van de erfopvolging die gelden indien de overledene geen testament heeft opgemaakt. Meer in het bijzonder gaat het hierbij om een nieuwe regeling van de rechten van de echtgenoot of echtgenote van de overledene. Het onderzoek naar de opvattingen omtrent een abintestaat erfrecht, in verband met een voorgenomen wetswijziging, dient zich te richten op de beantwoording van twee hoofdvragen. Te weten de vraag naar de wenselijkheid van een wijziging van de bestaande regeling en (indien die wenselijkheid mocht blijken) de vraag naar de materiele inhoud van die wijziging.
    • Nooit meer dezelfde - gevolgen van misdrijven voor slachtoffers

      Lamet, W.; Wittebrood, K. (WODC, 2009)
      Dit onderzoek heeft als doel meer inzicht te krijgen in de gevolgen van misdrijven voor slachtoffers en hun nabestaanden. De volgende onderzoeksvragen worden in dit rapport beantwoord:  Welke gevolgen van misdrijven ondervinden slachtoffers en hun nabestaanden?Op welke termijn doen die gevolgen zich voor?Hoe groot is de groep slachtoffers met ernstige gevolgen?
    • Over leven na de moord - De gevolgen van moord en doodslag voor de nabestaanden van de slachtoffers en de ondersteuning door Slachtofferhulp Nederland

      Wijk, A. van; Leiden, I. van; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2013)
      Het doel van de voorziening voor nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten van Slachtofferhulp Nederland is het verbeteren van de dienstverlening aan nabestaanden van slachtoffers van moord en doodslag. Het onderzoek bestaat uit twee delen. In het eerste onderzoeksdeel wordt de projectorganisatie geëvalueerd (Zie link bij: Meer informatie). Dit tweede onderzoeksdeel gaat inhoudelijk in op de behoeften en problemen van de nabestaanden, de ontwikkelingen daarin over de tijd gezien en de wijze waarop de casemanagers hulp en ondersteuning hebben geboden.
    • Slachtoffers en aansprakelijkheid - een onderzoek naar behoeften, verwachtingen en ervaringen van slachtoffers en hun naasten met betrekking tot het civiele aansprakelijkheidsrecht - Deel II : affectieschade

      Akkermans, A.J.; Hulst, J.E.; Claassen, E.A.M.; Boom, A. ten; Elbers, N.A.; Wees, K.A.P.C. van; Bruinvels, D.J. (WODC, 2008)
      Het onderzoek moet antwoord geven op de vraag van de Eerste Kamer of er onder naasten van slachtoffers die zijn overleden of ernstig letsel hebben opgelopen als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is (verder naasten/nabestaanden te noemen), een behoefte bestaat aan (het recht op) vergoeding van affectieschade zoals voorgesteld in het wetsvoorstel Affectieschade.
    • Victa vincit veritas? - Evaluatie Wet hervorming herziening ten voordele

      Nan, J.S.; Holvast, N.L.; Lestrade, S.M.A.; Mevis, P.A.M.; Mascini, P. (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2018)
      De Wet hervorming herziening ten voordele is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Het doel van de wet is om de rechtsbescherming van burgers die ten onrechte zijn veroordeeld op enkele punten te moderniseren, met behoud van het uitzonderingskarakter van de herzieningsregeling en het novumbegrip als leidend principe. Dit naar aanleiding van enkele geruchtmakende gerechtelijke dwalingen. De herzieningsgrond inzake het novum is verruimd om beter rekening te kunnen houden met nieuwe deskundigeninzichten. En de wettelijke mogelijkheden om – voorafgaand aan de indiening van een herzieningsaanvraag – een onderzoek te doen naar een novum zijn verruimd. Bij dat onderzoek kan de hulp worden ingeroepen van de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS), die de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad adviseert over de vraag of er aanleiding is een onderzoek in te stellen naar een mogelijk novum.In dit onderzoek is gewerkt vanuit de volgende probleemstelling: In welke opzichten en in welke mate is de Wet hervorming herziening ten voordele doeltreffend en wat zijn de eventuele neveneffecten van de wet? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergronden, juridisch kader en doelstellingen van de Wet hervorming herziening ten voordele 3. Verzoeken tot een nader onderzoek 4. Herzieningsaanvragen: het (nieuwe) novum en ander gronden 5. Overige onderdelen van de wetswijziging 6. Conclusies
    • What works - Psychosociale dienstverlening Slachtofferhulp Nederland

      Kragting, M.; Elbers, N.A.; Mooren, T.; Spoelstra, M.; Bijleveld, C. (Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), 2022-03-31)
      Het doel van dit onderzoek is drieledig. Ten eerste een inventarisatie maken van de beleidstheorie van het huidige slachtofferbeleid met focus op beleid dat gericht is op de psychische gezondheid van slachtoffers. Ten tweede inzicht verkrijgen in het emotionele/psychische hulpaanbod vanuit Slachtofferhulp Nederland (SHN) aan slachtoffers van ernstige geweld- en zedendelicten (EGZ), inclusief doorverwijzing naar bijvoorbeeld psychologische zorgverlening. Tenslotte is het doel te inventariseren wat in de wetenschappelijke literatuur bekend is over het type behandeling- gericht op psychische klachten- dat effectief is voor EGZ-slachtoffers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Deskresearch 3. Interviews professionals 4 Dossieronderzoek 5. Vragenlijst 6. Interviews met slachtoffers en nabestaanden 7 Literatuurreview 8. Conclusies en aanbevelingen.