• Een regeling voor personenschade door rampen

      Engelhard, E.F.D.; Rijnhout, R. (Utrecht Centre for Accoutability and Liability, 2015)
      Uit eerder onderzoek blijkt dat er mogelijkheden zijn om personenschade op te nemen in de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) (Personenschade en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen, SEO Economisch Onderzoek / INTERVICT, Amsterdam, 2013). Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt met één forfaitair bedrag en een andere mogelijkheid is een systeem gebaseerd op werkelijk geleden schade en gemaakte kosten. Er zijn echter ook tussenvormen denkbaar, zoals een eerste forfaitair bedrag en daarna voor de bijzondere gevallen een mogelijkheid om additionele tegemoetkomingen te verstrekken. Een andere vorm is om met meerdere forfaitaire bedragen te werken en afhankelijk van de categorieën van de schade en kosten forfaitaire bedragen bij elkaar op te tellen. Ook kan voor een categorie een oplopende schaal van forfaitaire bedragen vergoed worden. De centrale vraag van dit rapport is hoe de eventuele uitbreiding van de Wts naar onverzekerbare personenschade kan worden geregeld. Uiteraard rekening houdend met dit specifieke karakter van de Wts. Deze vraag laat zich omzetten naar twee onderzoekpijlers: welke gedupeerden kunnen een tegemoetkoming krijgen en voor welke schades én hoe zou de schade moeten worden gewaardeerd? INHOUD: 1. Inleiding 2. Om welke gedupeerden en vormen van personenschade gaat het? 3. Belangenafweging voor de kring van gerechtigden en de schadevormen 4. Belangenafweging voor de methoden van schadewaardering 5. Effecten op gedupeerden 6. Conclusies en aanbevelingen
    • Individueel of collectief procederen bij massaschade? - experimenten naar het effect van opt-in-modellen en opt-out-modellen op het procesgedrag van benadeelden

      Dijck, G. van; Doorn, C.J.M. van; Tzankova, I.N. (WODC, 2010)
      Directe aanleiding voor het onderzoek vormt de taakstelling binnen de rechtshulp en de vraag of, in het kader van het programma Rechtsbijstand en geschiloplossing (het vervolg op het programma Duurzame en toegankelijke rechtsbijstand), collectief procederen vanuit dat oogpunt moet worden gestimuleerd (dit is echter vanzelfsprekend geen onderzoeksvraag). Meer algemeen kan dit onderzoek relevant zijn om inzicht te krijgen in de werking van verschillende vormen van collectief procederen/collectieve actie en het keuzegedrag van betrokkenen. Er worden bij collectief procederen in Nederland verschillende vormen onderscheiden: de regeling voor massaal bezwaar in fiscale zaken, de WECAM/Wet collectieve afhandeling van massaschade, het traditionele proefproces, prejudiciële vragen aan de HR etc. In dit soort gevallen kan de behandeling van een groot aantal geschillen 'gebundeld' plaatsvinden. De werkwijze zoals die nu al door de Belastingdienst wordt gehanteerd zou daartoe als voorbeeld kunnen dienen. Deze werkwijze houdt in dat wanneer tegen een besluit massaal bezwaar wordt aangetekend, in één zaak een (beroeps)procedure wordt gevoerd om uitspraak te krijgen op de juridische vraag die aan alle zaken ten grondslag ligt. Zolang deze zaak dient, worden alle andere, vergelijkbare zaken niet in behandeling genomen of aangehouden. Na de uitspraak worden vervolgens alle ingediende bezwaren in de geest van die uitspraak afgehandeld. Met deze werkwijze kan worden voorkomen dat onnodige toevoegingen worden afgegeven of dat (toegevoegde) advocaten onnodige (proces)handelingen verrichten, of dat tegenstrijdige uitspraken worden gedaan in sterk vergelijkbare gevallen. INHOUD: 1. Inleiding en verantwoording 2. Collectieve acties in het recht 3. Analyse van bestaand empirisch onderzoek op het gebied van massaschade 4. Onderzoek naar geschilgedrag 5. Experimenten 6. Conclusies en implicaties
    • Personenschade en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen

      Bisschop, P.E.; Mulder, J.D.W.E.; Middelburg, M.J.; Letschert, R.M. (SEO economisch onderzoek, 2013)
      Het onderzoek dient inzicht te bieden in hoe de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) in de praktijk voldoet. Slachtoffes van (natuur)rampen raken vaak niet alleen materiële bezittingen kwijt, maar zien zichzelf ook geconfronteerd met pijn, verdriet en andersoortige personenschade. De Wts voorziet nu alleen in een tegemoetkoming van zaakschade. Hoe daaraan personenschade kan worden toegevoegd bij een mogelijke herziening van de Wts is de hoofdvraag van dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Huidige praktijk Wts 3. Personenschade en de Wts 4. Hoe kan personenschade gewaardeerd worden? 5. Waardering van personenschade door overheden 6. Synthese
    • Schadevoorziening bij brand- en bouwveiligheid - een evenwichtig systeem?

      Hof, B.; Rosenboom, N. (SEO economisch onderzoek, 2013)
      Hoofdvraag van dit rapport is wie er opdraait voor de schade van bouwongevallen en van brand. Van belang is welke prikkels er van de schadeverdeling uitgaan: prikkels om schade te voorkomen, de gevolgen van schade te beperken en om schade af te dekken (bijv. middels verzekeringen). Een achterliggende vraag is voor welke (ongedekte) schade de overheid opdraait en of dat in relatie tot de andere partijen een evenwichtige verdeling inhoudt. INHOUD: 1. Inleiding 2. Schade en verdeling van de schadelast 3. Verzekeringen 4. Prikkels en beperkingen 5. Verbeteringen 6. Conclusies 7. Samenvatting
    • The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law - aspecten van internationaal privaatrecht in de WCAM

      Lith, H. van (Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2010)
      This report analyses the relationship between private international law and collective settlements concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). The principal object of the research was to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. CONTENT: 1. Introduction 2. International jurisdiction and 'collective settlements' under the WCAM 3. Notification of foreign interested parties 4. Representation of foreign interested parties 5. International recognition 6. Applicable law 7. Conclusions and recommendations