• De Monitor Nazorg Ex-gedetineerden - Ontwikkeling en eerste resultaten

      Weijters, G.; More, P.A. (WODC, 2010)
      Met het interdepartementale programma ‘Veiligheid begint bij Voorkomen (VbbV)’, stelt het kabinet zich ten doel om de criminaliteit in de periode 2002-2010 met 25 procent te laten dalen. Daarnaast stelt het kabinet zich ten doel de recidive na detentie bij volwassenen met 10%-punt te verminderen (TK 2007-2008, 28 684 nr 119), dit moet tevens bijdragen aan de daling van de criminaliteit. Het ministerie van Justitie geeft met het programma VbbV nader invulling aan de realisering van de gestelde doelen door een aantal maatregelen en projecten te implementeren. Eén van deze programma’s is het realiseren van een aansluiting van nazorg aan volwassen gedetineerden. Het Programma Sluitende Aanpak Nazorg bestaat uit twee delen, een project Verbetering Uitvoering Nazorg, dat met name gericht is op de nazorg/doorzorg tijdens detentie en het benaderen van gemeenten, en het project Bestuurlijke Interdepartementale Samenwerking, dat zich richt op de continuering van nazorg na detentie, het politiek-bestuurlijk verankeren van afspraken over nazorg en het beslechten van barrières op het gebied van beleid en regelgeving. De volgende onderzoeksvragen komen in deze monitor aan de orde: - In welke mate hebben gedetineerden een identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en contact met een zorginstelling direct voor detentie, direct na detentie, en zes maanden na detentie? - In welke mate is er sprake van verandering in deproblematiek op de verschillende leefgebieden tussen de situatie direct voor, direct na en zes maanden na detentie? - Welke sociaal-demografische kenmerken en kenmerken van de detentie hangen samen met problemen op verschillende leeftijden, en met verandering in de problematiek op de verschillende leeftijden? INHOUD: 1. Achtergrond monitor nazorg ex-gedetineerden 2. Methode 3. Resultaten 4. Conclusie en slotbeschouwing
    • Derde meting van de monitor nazorg ex-gedetineerden

      Noordhuizen, S.; Weijters, G. (WODC, 2012)
      In de derde monitor nazorg ex-gedetineerden ligt de nadruk op de situatie na detentie, omdat er wordt gekeken in hoeverre problemen op de vijf leefgebieden (i.e., identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg) tijdens detentie zijn ontstaan of juist zijn opgelost. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit onderzoek: In hoeverre verandert de situatie met betrekking tot de vijf leefgebieden identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorgcontact tijdens detentie en zes maanden na detentie?In hoeverre verschillen gedetineerden die in de tweede helft van 2010 zijn vrijgekomen uit een PI van gedetineerden die in de tweede helft van 2008 en 2009 zijn vrijgekomen in de mate waarin men beschikt over een identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en contact met een zorginstelling direct voor, direct na en zes maanden na detentie? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Resultaten 4. Het justitieel profiel van (ex-)gedetineerden en problematiek op de leefgebieden 5. Conclusie en slotbeschouwing
    • Het functioneren van de WUID in de praktijk - Evaluatie van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht

      Everwijn, H.; Jongebreur, W.; Lolkema, P. (Significant, 2009)
      Op 1 januari 2005 is de Wet op de uitgebreide identificatieplicht in werking getreden. Deze wetswijziging strekte ertoe politie, buitengewoon opsporingsambtenaren en toezichthouders in het kader van hun taakuitoefening de bevoegdheid toe te kennen burgers om inzage in het identiteitsbewijs te vragen. Het doel van deze nieuwe wetgeving is het verschaffen van een instrument om de handhaving en het toezicht door de overheid over de gehele linie te ondersteunen en te versterken. De centrale probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: In welke mate draagt de in de wet neergelegde identificatieplicht bij aan een versterking van de rechtshandhaving en het toezicht in openbare ruimtes door ondersteuning van de taakuitoefening van opsporingsambtenaren en toezichthouders?
    • Identiteitsfraude: een afbakening - Een internationale begripsvergelijking en analyse van nationale strafbepalingen

      Vries, U.R.M.Th. de; Tigchelaar, H.; Linden, M. van der; Hol, A.M. (Universiteit Utrecht - Departement Rechtsgeleerdheid, Disciplinegroep Rechtstheorie, 2007)
      De probleemstelling van dit onderzoek luidt: Wat is de werkbare afbakening van het begrip identiteitsfraude', gelet op nationaal en internationaal gehanteerde begrippen en bestaande delictsomschrijvingen? Op grond van de probleemstelling is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd met betrekking tot een inventarisatie en analyse van de begripsvorming omtrent identiteitsfraude en de strafbaarheid van identiteitsfraude in Nederland, België, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
    • Identiteitsmanagement in de vreemdelingenketen - WODC onderzoek naar de grondslag en de praktijk van identiteitsvaststelling en vastlegging in de burger- en in de vreemdelingenketen

      Brouwer, E.; Middelkoop, L. (Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2013)
      De volgende drie vragen vormen het uitgangspunt van dit onderzoek: Wat zijn de (juridische) grondslagen, uitgangspunten en de wijze van identiteitsvaststelling en registratie van personen in de vreemdelingen- en in de burgerketen? Welke verschillen zijn er tussen vreemdelingen- en burgerketen met betrekking tot de volgende onderwerpen: wettelijke basis, opname van gegevens, doelbinding, decentrale/centrale opslag, toepassing van biometrie? Zijn de eventuele verschillen, zoals hierboven bedoeld, gerechtvaardigd in het licht van Europese grondrechten (8 EVRM, bescherming van persoonsgegevens en non-discriminatie)? INHOUD: 1. Inleiding 2. Identiteitsvaststelling in de burgerketen 3. Identiteitsvaststelling in de vreemdelingenketen 4. Identiteitsvaststelling in de burger- en vreemdelingenketen: verschillen en knelpunten 5. Conclusies en aanbevelingen
    • Ik zal eens even vragen naar zijn naam - Voor- en nadelen van een legitimatieplicht

      Veerman, G.J.; Paulides, G.; Hofstee, E.J. (WODC, 1989)
      In dit onderzoek is gepoogd een indruk te krijgen van de praktische voordelenen nadelen die samenhangen met een invoering van een identificatie- of legitimatieplicht. Onder identificatie- of legitimatieplicht wordt in dit verslag verstaan: de plicht desgevraagd gegevens over de eigen identiteit (zoals naam, geboortedatum, geboorteplaats) kenbaar te maken door het tonen van een legitimatiebewijs, waarin de gevraagde identiteitsgegevens en een pasfoto van de drager zijn opgenomen.
    • Monitor nazorg (ex-)gedetineerden - meting 5 - Beschrijving van de problematiek van ex-gedetineerden en de relatie met recidive

      Weijters, G.; Rokven, J.J.; Verweij, S. (WODC, 2018)
      Om de relatief hoge recidive onder (ex-)gedetineerden terug te dringen, wordt al tijdens detentie gewerkt aan re-integratie. Een belangrijk onderdeel van het re-integratiebeleid is het werken aan vijf basisvoorwaarden, te weten: identiteitsbewijs, werk en inkomen, huisvesting, schulden en zorg. Het doel van het werken aan deze basisvoorwaarden is om gedetineerden zo goed mogelijk te laten terugkeren in de maatschappij en te voorkomen dat zij opnieuw de fout in gaan. Met de door het WODC ontwikkelde monitor nazorg (ex-)gedetineerden wordt tweejaarlijks de stand van zaken op de vijf basisvoorwaarden op verschillende momenten in de tijd beschreven: direct voor detentie, direct na detentie, zes maanden na detentie en twaalf maanden na detentie.De eerste twee onderzoeksvragen van de monitor nazorg (ex-)gedetineerden komen in iedere meting van de monitor terug: - 1.1 In welke mate kennen (ex-)gedetineerden problemen wat betreft identiteits-bewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg direct voor detentie, direct na detentie, zes maanden na detentie en twaalf maanden na detentie? - 1.2 In welke mate verandert de problematiek van (ex-)gedetineerden wat betreft identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg tijdens detentie en in de eerste maanden na detentie?Omdat in deze vijfde meting ook ingegaan wordt op de samenhang van de proble-men op de basisvoorwaarden met recidive van ex-gedetineerden, zijn de volgende twee onderzoeksvragen toegevoegd: - 2.1 In hoeverre hangt de problematiek van (ex-)gedetineerden wat betreft identi-teitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg samen met recidive? - 2.2 In hoeverre hangt de verandering in problematiek van (ex-)gedetineerden wat betreft identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg samen met recidive? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Problematiek nazorgkandidaten voor en na detentie 4. Individuele veranderingen in problematiek tijdens en na detentie 5. Recidive nazorgkandidaten en de samenhang met problematiek op de basisvoorwaarden 6. Conclusie en discussie
    • Monitor nazorg ex-gedetineerden - 6e meting - Problemen op de basisvoorwaarden voor re-integratie en de relatie met recidive

      Boschman, S.; Teerlink, M.; Weijters, G. (WODC, 2020-12-30)
      In de jaren 2013 tot en met 2016 keerden jaarlijks ongeveer 20 duizend mensen na een detentie van meer dan twee weken terug in de Nederlandse maatschappij. Basisvoordwaarden voor succesvolle re-integratie zijn het bezit van een identiteitsbewijs, dagbesteding, inkomen en huisvesting hebben en geen schulden open hebben staan. Bij een deel van de ex-gedetineerden is dit niet op orde. Bij uitstroom uit detentie heeft 14% geen geldig identiteitsbewijs. In de maand na detentie heeft 85% geen dagbesteding in de vorm van werk of een opleiding en een derde geen inkomen uit werk, een uitkering of pensioen. Bijna een kwart staat na detentie niet ingeschreven op een adres. Meer dan een kwart van de re-integratiekandidaten staat (in het jaar na detentie) geregistreerd als wanbetaler van hun zorgverzekering, een indicatie dat zij (problematische) schulden hebben. Er zijn weinig verschillen tussen de uitstroomcohorten; re-integratiekandidaten die uitstromen in 2016 hebben de basisvoorwaarden niet beter (of minder) op orde ex-gedetineerden die in eerdere jaren zijn uitgestroomd. Het doel van het re-integratiebeleid is om tijdens detentie problemen die er zijn met de basisvoorwaarden op te lossen om re-integratie in de maatschappij te bevorderen en recidive te voorkomen. Dit onderzoek laat zien dat dit deels gebeurt: mensen die dat eerder niet hadden verkrijgen tijdens detentie een identiteitsbewijs, werk of een adres en mensen die voor detentie schulden bij hun zorgverzekeraar hadden, hebben die na detentie niet meer. Aan de andere kant zijn er ook veel mensen die hun woning of werk juist verliezen na een detentieperiode, of bij wie juist schulden ontstaan. Bijna de helft van de re-integratiekandidaten recidiveert binnen twee jaar. Mensen van wie de basisvoorwaarden voor re-integratie (identiteitsbewijs, dagbesteding, inkomen, huisvesting en geen schulden) op orde zijn hebben een significant kleinere recidivekans. Een identiteitsbewijs, werk, een uitkering, het volgen van een opleiding en huisvesting (met name bij een partner, ouders of anderen) hangen samen met een kleinere kans op recidive, ook wanneer rekening wordt gehouden met kenmerken zoals geslacht, leeftijd en strafrechtelijk verleden. Vooral werkende re-integratiekandidaten die langere tijd dezelfde baan behouden recidiveren minder. Verder hebben re-integratiekandidaten een grotere kans om te recidiveren in de maanden dat zij adresloos zijn dan in andere maanden. De basisvoorwaarden hebben ook weer invloed op elkaar. Het onderzoek laat zien dat een geldig identiteitsbewijs, een startkwalificatie en huisvesting (met name het wonen bij een partner, ouders of anderen) samenhangen met een grotere kans om na detentie werk te hebben. Aangezien vooral werk samenhangt met minder recidive, kan het op orde krijgen van de basisvoorwaarden huisvesting en identiteitsbewijs, via het vergroten van de kans op werk, dus mogelijk recidive voorkomen. Het onderzoek toont aan dat het van belang is om te blijven inzetten op het op orde krijgen van de basisvoorwaarden. Met name het stimuleren van dagbesteding (werken, een opleiding volgen, mogelijk ook andere dagbesteding zoals vrijwilligerswerk) en het organiseren van stabiele huisvesting kunnen bijdragen aan een succesvolle re-integratie. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Theorie en eerder onderzoek naar basisvoorwaarden voor succesvolle re-integratie, 3. Methoden, 4. Beschrijvende resultaten: situatie op de basisvoorwaarden, 5. Samenhang tussen situatie op basisvoorwaarden onderling en met recidive, 6. Conclusie en discussie
    • Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden

      Weijters, G.; More, P.A.; Alma, S.M. (WODC, 2010)
      Deze Factsheet geeft inzicht in de aard en omvang van de problematiek op de nazorggebieden en de recidive voor gedetineerden met een detentieduur korter dan een maand ten opzichte van gedetineerden die langer dan een maand vastzitten.
    • Preventieve maatregelen horizontale fraude

      Tromp, N.; Snippe, J.; Bieleman, B.; Bie, E. de (INTRAVAL - Bureau voor onderzoek & advies, 2010)
      De doelstelling van dit onderzoek is het verschaffen van informatie over verschillende fraudevormen waarmee het Nederlandse bedrijfsleven te maken heeft, welke preventieve maatregelen reeds tegen deze fraudevormen worden genomen en welke preventieve maatregelen in de toekomst nog genomen zouden kunnen worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Horizontale fraude 3. Faillissementsfraude 4. Verzekeringsfraude 5. Identiteitsfraude 6. Preventiemogelijkheden volgens experts 7. Samenvatting en conclusies
    • Tweede meting van de monitor nazorg ex-gedetineerden - resultaten en vergelijking tussen twee metingen in de tijd

      More, P.A.; Weijters, G. (WODC, 2011)
      Om de stand van de reïntegratie van ex-gedetineerden op de leefgebieden identiteitsbewijs, huisvesting, inkomen, schulden en contact met zorginstelling te bekijken, is de monitor nazorg ex-gedetineerden door het WODC ontwikkeld (Weijters en More, 2010). In april 2010 is over de eerste meting van de monitor gerapporteerd. In deze eerste rapportage is de situatie op de vijf leefgebieden- id-bewijs, inkomen, huisvesting, schulden, zorg - beschreven van ex-gedetineerden die in de periode 1 juli 2008 tot en met 31 december 2008 zijn vrijgekomen uit een penitentiaire inrichting (PI). De tweede meting van de monitor nazorg ex-gedetineerden richt zich op de gedetineerden die in de periode 1 juli 2009 tot en met 31 december 2009 zijn vrijgekomen uit een PI. Voor de tweede meting zijn meer gemeenten benaderd met de vraag of zij informatie over de situatie zes maanden na detentie van gedetineerden die terugkeren naar hun gemeente beschikbaar hebben. De gemeenten Amsterdam, Assen, Eindhoven, Oss e.o., Purmerend en Spijkenisse hebben informatie aangeleverde over de situatie op de leefgebieden van ex-gedetineerden zes maanden na detentie.
    • Van binnen naar buiten - Een behoefteonderzoek naar de aard en omvang van nazorg voor gedetineerden

      Kuppens, J.; Ferwerda, H. (WODC, 2008)
      Jaarlijks worden circa 40.000 mensen uit detentie ontslagen. Bij hun terugkeer in de maatschappij ondervinden veel gedetineerden problemen op het gebied van huisvesting, werk en inkomen, zorg, verzekeringen en identiteitsbewijs. Dergelijke problemen vergroten de kans op overlast en recidive. Het doel van dit onderzoek was om informatie te verzamelen over de aard en omvang van de behoefte aan nazorg die gedetineerden hebben nadat zij uit detentie zijn ontslagen, zodat de gemeenten die met de nazorg belast zijn zich kunnen voorbereiden op hun taak op dit gebied en deze zo goed mogelijk kunnen uitvoeren.
    • Vierde meting van de monitor nazorg ex-gedetineerden

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Beijersbergen, K.A.; Noordhuizen, S.; Weijters, G. (WODC, 2015)
      Om de relatief hoge recidive onder ex-gedetineerden te verminderen, wordt in het kader van re-integratie al tijdens detentie begonnen met het werken aan de problematiek van gedetineerden. Re-integratie kent een vijftal basisvoorwaarden: het realiseren van een geldig identiteitsbewijs, inkomen en onderdak, het in kaart brengen en terugdringen van schulden en het bieden van passende (psychische of lichamelijke) zorg. De Monitor Nazorg Ex-gedetineerden kijkt hoe het met deze basisvoorwaarden gesteld is aan het begin van detentie, aan het eind van detentie en zes maanden na vrijlating. Het huidig rapport betreft de vierde meting van deze monitor en richt zich op gedetineerden die uitstroomden in het tweede semester van 2011 en 2012.
    • Vrijheid blijheid? - Een plan- en procesevaluatie van tien Koers en kansenpilots die zijn gericht op de re-integratie van ex-gedetineerden

      Jacobs, M.J.G.; Reijden, L.S. van der; Moors, J.A. (EMMA, 2021-06-15)
      In 2015 startte het ministerie van Justitie en Veiligheid het programma Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering. Met het programma wil het ministerie de sanctie-uitvoering robuust én flexibel maken. Maar bovenal gaat het erom de recidive van ex-gedetineerden omlaag te krijgen. Het programma wil vernieuwende projecten uit de lokale praktijk stimuleren, leerervaringen verzamelen, en de succesvolle projecten of onderdelen daarvan benoemen, behouden en verder implementeren. In het kader van het programma is een plan- en een procesevaluatie gedaan van in totaal tien pilotprojecten. Deze tien projecten zijn specifiek gericht op re-integratie en daarmee op het voorkomen van recidive van ex-gedetineerden. In dit rapport wordt verslag gedaan van deze plan- en procesevaluatie. Het doel van het onderzoek is: Inzicht krijgen in de ervaringen met en de ervaren impact van een selectie van projecten/interventies die in het programma Koers en kansen zijn opgenomen, gericht op (i) de re-integratie van (ex-) gedetineerden en (ii) de samenwerking tussen gemeenten, zorg en de overige netwerkpartners in het justitiedomein. INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Re-integratie en recidivebeperking: effectieve interventies 3. Programmalogica van tien Koers en kansen-pilotprojecten 4. Planevaluatie van de pilotprojecten 5. Planevaluatie: beantwoording onderzoeksvragen 6. Procesevaluatie: inleiding en werkwijze 7. De uitvoeringspraktijken in de onderzochte pilots 8. Procesevaluatie: beantwoording onderzoeksvragen