• De Handleiding strafrechtelijke aanpak schoolverzuim - Een procesevaluatie

      Lubberman, J.; Rens, C. van; Mommers, A.; Koster, T. (Radboud Universiteit Nijmegen - ITS, 2015)
      In 2011 is, op initiatief van het OM, samen met Ingrado, de Handleiding Strafrechtelijke aanpak schoolverzuim tot stand gebracht. In 2012 is de handleiding geactualiseerd (registratienummer 2012H002) en in oktober 2012 is deze in werking getreden. Doel van de handleiding is om landelijk een meer eenduidig handhavings- en vervolgingsbeleid tot stand te brengen ten aanzien van de verschillende vormen van schoolverzuim. Voor het voorkomen en bestrijden van schoolverzuim en –uitval is een adequate, snelle en eenduidige aanpak nodig van alle organisaties en professionals die betrokken zijn bij dit fenomeen. Er zijn evenwel signalen dat de aanpak van schoolverzuim niet overal in Nederland even goed van de grond komt. Ook stellen het OM en Ingrado vast dat de partijen in de keten niet overal conform de handleiding werken. Er lijkt geen sprake van een uniforme aanpak. In deze procesevaluatie wordt onderzocht hoe het handhavings- en vervolgingsbeleid in gemeenten wordt vorm gegeven, in hoeverre dit conform de handleiding is en welke verbeteringen in de handleiding mogelijk zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond strafrechtelijke aanpak schoolverzuim 3. Signaalverzuim 4. Luxe verzuim 5. Absoluut verzuim 6. Het proces-verbaal 7. Ketenpartners en de handleiding 8. Conclusies en aanbevelingen
    • De rol van herstelbemiddeling in het strafrecht - Eindrapportage onderzoek pilots Herstelbemiddeling

      Cleven, I.; Lens, K.M.E.; Pemberton, A. (WODC, 2015)
      Het onderzoek beschrijft de ervaringen met de pilots over herstelbemiddeling die door het ministerie van Veiligheid en Justitie zijn gefinancierd. Het ministerie heeft in 2013 aan diverse actoren in het veld gevraagd projectplannen in te dienen voor pilots op het gebied van herstelbemiddeling. Vijf pilots zijn uiteindelijk ontwikkeld. Deze zijn in te delen aan de hand van het strafproces: - Twee pilots na het vonnis (i.e. Locatie en Contactverbod en EKC), waarbij de bemiddeling complementair is aan het strafproces en hierop dus geen invloed heeft. - Twee pilots in de politiefase (i.e. Politiepilot Spijkenisse en Vreedzame Wijk Utrecht), waarbij de bemiddeling een alternatief kan zijn voor een strafproces; - Één pilot in de officiers- en rechtersfase (i.e. de OM/ZM pilot), waarbij de bemiddeling onderdeel is van het strafproces. De doelstelling van het onderzoek is een bijdrage leveren aan het beleidskader Herstelbemiddeling in het strafrecht, door het bieden van inzicht in de lessen die te leren zijn uit de pilots herstelbemiddeling over de mogelijkheden, de onmogelijkheden en de noodzakelijke voorwaarden voor herstelbemiddeling. In dit rapport maken we een onderscheid tussen de termen herstelbemiddeling en mediation in het strafrecht. De eerste term hanteren we voor alle vormen van begeleide ontmoetingen tussen slachtoffers en verdachten/daders van strafrechtelijke feiten. Met de tweede term bedoelen we specifiek die vormen van herstelbemiddeling waarin het beoogde resultaat van deze ontmoeting een juridische overeenkomst is en/of waarvan de uitkomst meegewogen kan worden bij beslissingen in de strafprocedure. INHOUD: 1. Inleiding 2. Opzet en methoden van onderzoek 3. Het oordeel van betrokken professionals over het verloop van de pilots 4. Voormeting: kwantitatieve survey 5. Een eertste terugblik: na een maand 6. Een tweede terugblik: na een half jaar 7. Een eerste schets van de kosten en baten van herstelbemiddeling 8. Conclusie en aanbevelingen
    • Handhaving Leerplichtwet 1969

      Laemers, M.; Vermeulen, B.; Kuijk, J. van; Kessel, N. van (Katholieke Universiteit Nijmegen - Instituut voor toegepaste sociale wetenschappen, 1997)
      Dit onderzoek is verricht voor de Commissie bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke handhaving (Commissie Michiels). Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het juridisch systeem van de Leerplichtwet. Hoofdstuk 3 geeft de belangrijkste resultaten uit een literatuuronderzoek, gevoerde gesprekken met deskundigen en met name relevante gegevens uit recent verricht empirisch onderzoek. Hoofdstuk 4 is gewijd aan een beschrijving van zes cases. Hoofdstuk 5 bevat een samenvatting, conclusies en aanbevelingen.
    • Invoering jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland - Een verkenning naar een jeugdstrafrechtmonitor

      Doekhie, J.V.O.R.; Liefaard, T.; Bak, R. den; Jeltes, M.; Marchena-Slot, A.; Nieuw, R.; Mooren, F. van der; Zee, S. van der (medew.); Werf, F. van der (medew.) (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2020)
      In tegenstelling tot Europees-Nederland is er momenteel geen apart jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland. De Nederlandse overheid streeft ernaar om in 2020 een apart jeugdstrafrecht in te voeren in Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES). De implementatie van het jeugdstrafrecht zal plaatsvinden door het toevoegen van een titel in het huidige wetboek van Strafrecht BES met bijzondere bepalingen betreffende jeugd. De introductie van het jeugdstrafrecht heeft tot gevolg dat er jeugddetentie wordt ingevoerd en geeft bovendien een wettelijke grondslag aan de reeds bestaande buitengerechtelijke afdoening. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil de doeltreffendheid en doelmatigheid van de invoering van een jeugdstrafrecht beter kunnen bepalen en heeft daartoe onderhavig onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van een kwantitatieve en kwalitatieve monitor. De probleemstellingen van het onderzoek luiden:Wat is de 0-situatie als het gaat om de kwalitatieve en kwantitatieve instroom van jeugdigen van 12-18 jaar in 20184 die met politie en justitie in Caribisch Nederland in aanraking zijn gekomen, op welke wijze zijn deze zaken in de jeugdstrafrechtketen afgedaan en wat is hierover geregistreerd?In hoeverre is een kwantitatieve dan wel kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht haalbaar in Caribisch Nederland om periodiek inzicht te hebben in de toepassing van het jeugdstrafrecht en de mate van recidive onder jeugdigen? Aan welke voorwaarden, zoals eisen aan de betrouwbaarheid en validiteit van de registraties van de verschillende instellingen in de jeugdstrafrechtketen, zou deze jeugdmonitor moeten voldoen en hoe zou deze er dan uit kunnen zien? INHOUD: 1. Invoering jeugdstrafrecht Caribisch Nederland - onderzoek naar implementatie en monitoring 2. Het oude en het nieuwe jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland 3. 0-situatie daders en zaken 4. Registraties 5. Ervaringen van sleutelpersonen in de (jeugd)strafrechtketen 6. Inrichting kwantitatieve en/of kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht 7. Terugblik en slotoverwegingen
    • Spijbelaars en drop-outs

      Storimans. Th.; Herweijer, L.; Weerman, F.M.; Laan, P.H. van der; Craane, L.; Teijl, R.; Plukker, M.; Beer, A. de; Schravesande, M.L.; Veen, A.F.D. van (WODC, 2006)
      ARTIKELEN: 1. Th. Storimans - Geschiedenis en achtergronden van de wettelijke leerplicht 2. L. Herwijer - Voortijdig schoolverlaten; aantallen, knelpunten en risicogroepen 3. F.M. Weerman en P.H. van der Laan - Het verband tussen spijbelen, voortijdig schoolverlaten en criminaliteit 4. R. Teijl - Strafrechtelijk optreden bij schoolverzuim 5. L. Craane, M. Plukker en A. de Beer - De leerplichtambtenaar 6. M.L. Schravesande - Leeromgeving, leerloopbanen en schooluitval; een nieuwe visie 7. A.F.D. van Veen - De brede school; pleidooi voor een integraal onderwijs- en jeugdbeleid 8. Internetsites SAMENVATTING: Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten vormen in Nederland een vrij omvangrijk probleem. In 2004/2005 werden 57.000 nieuwe voortijdige schoolverlaters geteld (van wie overigens een deel opnieuw geplaatst wordt op een opleiding). Dropouts zijn kwetsbaar en hebben weinig kansen op de arbeidsmarkt. Duidelijk is dat er niet zoiets bestaat als een standaardinterventie, maar dat scholen, leerplichtambtenaren, OvJ's en 'spijbelrechters' moeten beschikken over een arsenaal van reacties op spijbelen, dat soms een voorbode is van voortijdig schoolverlaten. Aan de handhaving van de leerplichtwet wordt dan ook ruim aandacht besteed in dit themanummer.