• Evaluatie Competentiegrensverhoging 2011 - rapportage voormeting

      Eshuis, R.J.J.; Dalm, S.J.P.J.; Jong, P.O. de (WODC, 2014)
      Er ligt een wetsvoorstel om de behandeling van handelszaken met een financieel belang van € 5.000 tot € 25.000, alle consumentenkoopzaken, en zaken met betrekking tot consumptief krediet per 1 juli 2011 te verschuiven van de civiele rechter naar de kantonrechter. Doel van de competentiewijziging is om kantonrechtspraak – als toegankelijke, snelle, goedkope manier van rechtspraak - in meer zaken dan thans voor de burger beschikbaar te maken. Deze rapportage betreft de voormeting (van de oude situatie, voor 1 juli 2011) ten behoeve van de evaluatie van de competentiegrensverhoging. De rapportage dient primair het vastleggen en toegankelijk maken van de gegevens van de voormeting. Een analyse van de effecten kan pas plaatsvinden als ook de nameting (van de na 1 juli 2011 ontstane situatie) is verricht. Dit zal in 2014 gebeuren. INHOUD: 1. Het doel van de competentiegrensverhoging en de aanpak van het evaluatieonderzoek 2. Het verloop van de procedure in zaken met een financieel belang tussen € 5.000 en € 25.000 (voormeting) 3. De kwaliteit van de dienstverlening door advocaten 4. De naleving van vonnissen en schikkingsafspraken (voormeting) 5. De eigenheid van de kantonrechtspraak 6. Instroom en beleid 7. Slotbeschouwing
    • Lagere drempels voor rechtzoekenden - Evaluatie van de Verhoging van de Competentiegrens in 2011

      Eshuis, R.J.J.; Geurts, T. (WODC, 2016)
      Op 1 juli 2011 werden enkele belangrijke veranderingen van kracht in de competentieverdeling tussen de sectoren kanton en civiel van de rechtbanken in eerste aanleg. Voor civiele handelszaken werd de financiële grens voor behandeling door de kantonrechter opgetrokken van € 5.000 naar € 25.000. Voor consumentengeschillen ging de grens nog verder omhoog, naar € 40.000. Het directe resultaat is dat een deel van de zaken die voorheen door de civiele sector van de rechtbank werd behandeld, onder de hoede van de kantonrechter kwam. Doel van de competentiewijziging is om kantonrechtspraak – als toegankelijke, snelle, goedkope manier van rechtspraak - in meer zaken dan thans voor de burger beschikbaar te maken. Ten behoeve van de evaluatie van de competentiegrensverhoging heeft er een voormeting plaatsgevonden (Evaluatie Competentiegrensverhoging 2011: rapportage voormeting - zie link bij: Meer informatie). Het voorliggende rapport doet verslag van een onderzoek dat die competentiegrensverhoging evalueert. Die evaluatie omvat een voor- en nameting en inzet van uiteenlopende onderzoeksmethoden en –instrumenten om de verschillende aspecten van de competentiegrensverhoging te onderzoeken. Bijzonder is de aandacht die is geschonken aan het meten van de kwaliteit van de dienstverlening aan rechtzoekenden door verschillende soorten gemachtigden, zoals advocaten, deurwaarders en rechtsbijstandsverzekeraars. De kwaliteit van inleidende processtukken en het optreden van gemachtigden ter zitting is beoordeeld via zogenoemde peer ratings, waarbij de juridische professionals het werk van beroepsgenoten beoordelen. Parallel werden oordelen van de rechtzoekenden verzameld, over hun tevredenheid met de dienstverlening en de ervaren rechtvaardigheid van de procedure. INHOUD: 1. Inleiding 2. De instroom van zaken in het competentiegrenssegment 3. De gerechtelijke procedure voor- en na de competentiegrensverhoging 4. Kwaliteit van rechtshulp en ervaringen van rechtzoekenden 5. Andere onderwerpen 6. Conclusies en discussie
    • Ontslagvergoedingen - Regelingen, opvattingen en praktijk

      Beltzer, R.M.; Knegt, R.; Rijs, A.D.M. van (Universiteit van Amsterdam - Hugo Sinzheimer Instituut, 1998)
      Het Nederlandse ontslagrecht is sinds 20 jaar voorwerp van politiek debat, wetenschappelijke productiviteit, onderwerp van vele rechterlijke uitspraken en aanleiding voor seminars en andere educatieve activiteiten. Bij de gelegenheid van de behandeling van het wetsvoorstel Flexibiliteit en zekerheid in de Tweede kamer in november 1997 kwamen ook weer verschillende empirische vragen aan de orde. Dit onderzoek valt uiteen in twee delen. Een eerste deel waarin voornamelijk via de methode van de enquete aan verschillende groepen een oordeel is gevraagd over de aan de orde zijnde vragen (toepassing door kantonrechters van een vastgelegde formule; hoogte van de vergoedingen; recht op vergoedingen), en een tweede deel waarin vooral dossieronderzoek centraal staat. Het eerste deel van het onderzoek over ontslagvergoedingen, met name de werkwijze en de opvattingen van de praktijk, is in dit rapport opgenomen.
    • Tabellenrapport verkeerszaken

      Coenen, A.W.M.; Essers, J.J.A. (WODC, 1976)
      Ten behoeve van dit onderzoek werd aan de kantongerechten gevraagd de 10 eerste en de 10 laatste eenvoudige verkeerszaken op de rol te selekteren en een aantal vragen (nader aangeduid in de Inleiding) op een schema in te vullen. Vervolgens werden 2 soorten zaken onderscheiden, namelijk zaken waarbij een schikkingsvoorstel werd gedaan en zaken waarbij geen schikkingsvoorstel werd gedaan. Voor alle zaken werd het tijdsverloop tussen de datum van het feit en alle verschillende data in de berechtingsprocedure berekend en uitgezet tegen respectievelijk arrondissement, aard van het feit en de manier van behandeling van de zaken.
    • Toezicht op het bewind van ouders en voogden over het vermogen van minderjarigen - Onderzoek naar toezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen en vier overige, aanverwante onderwerpen

      Haar, J.H.M. ter; Kolkman, W.D.; Schrama, W.M.; Verstappen, L.C.A. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2016)
      Dit onderzoek heeft betrekking op de regelgeving rondom toezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen. De relatie van dit toezicht tot het nieuwe erfrecht neemt daarbij een belangrijke rol in. In dit onderzoek is door middel van bestudering van literatuur en rechtspraak, internationale normen, buitenlandse rechtssystemen en interviews met juridische professionals in Nederland en in het buitenland fundamenteel gekeken naar het systeem van toezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen in zijn geheel. In Deel I van dit rapport is verslag gedaan van dit onderzoek.In Deel II van dit rapport zijn vier verschillende andere onderwerpen nader onderzocht, waarbij vermogensrechtelijke belangen van minderjarigen onder de loep genomen worden. Het betreft de regeling van het ouderlijk vruchtgenot, testamentair bewind bij minderjarigen, de som ineens als alimentatie-aanspraak voor een kind in het erfrecht en de werking van verjarings- en vervaltermijnen in ons recht bij minderjarigen. INHOUD: Deel I: Toezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen 1. Het internationale kader 2. Onderzoek wetgeving, literatuur en jurisprudentie 3. Toezicht volgens Nederlandse professionals 4. Regelingen en ervaringen in het buitenland 5. Mogelijke verbeteringen 6. Conclusie deel I - Deel II: Overige onderwerpen 1. Vier afzonderlijke onderwerpen 5. Conclusie deel II