• Civiele rechtspraak

      Eshuis, R.J.J.; Diephuis, B.J. (WODC, 2018)
      Dit factsheet heeft de civiele rechtspraak als onderwerp. Het is een geactualiseerde versie van het vierde hoofdstuk uit de publicatie ‘Rechtspleging Civiel en Bestuur’, dat in 2013 voor het laatst in druk verscheen. De gepresenteerde gegevens omvatten in- en uitstroomgegevens, doorlooptijden en gegevens over het soort geschil en het financieel belang.
    • Civielrechtelijke verkenningen in cijfers

      Unknown author (WODC, 1987)
      Dat het terrein van het civiele recht kwantitatief zo ondoorzichtig is, heeft mede te maken met de aard van het recht tussen particulieren. Vooraleer een rechter zich met hun problematiek inlaat, hebben zij een lange weg kunnen bewandelen — via advocatuur, consumenten-organisaties enzovoort — die zich aan het oog van de statistiek onttrekt. In dit themanummer van JV is een aantal artikelen opgenomen waarin vooral kwantitatieve gegevens worden verschaft met betrekking tot de civiele rechtspraak.
    • De civiele procedure bij de kantonrechter - Evaluatie van een vernieuwing

      Klijn, A.; Cozijn, C.; Paulides, G. (WODC, 1994)
      Doel: Op 30 december 1991 werd een wijziging van de civiele kantongerechtsprocedure van kracht. Deze houdt in een wijziging van de dagvaardingsprocedure (nu, naast dagvaarding via een deurwaarder, ook mogelijk via een door de eiser in te vullen formulier), en het creëren van een door de kantonrechter te treffen voorlopige voorziening (te vergelijken met het kort geding bij de rechtbank). Het onderzoek zal inzicht moeten geven in enerzijds de mate waarin van de nieuwe procedure gebruik gemaakt wordt binnen de diverse soorten zaken (geldvorderingen, huurzaken, arbeidszaken), en anderzijds de overwegingen die aan de keuze voor de ene dan wel de andere procedure ten grondslag liggen. Deze vragen zijn van belang omdat de nieuwe procedure zowel gericht is op vergroting van de efficiency bij de kantongerechten als op vergroting van de toegankelijkheid. De volgende drie vragen worden in dit onderzoek beantwoord: 1) In welke frequentie en onder welke omstandigheden wordt thans gebruik gemaakt van de nieuwe procesfaciliteiten? 2) In hoeverre kan men stellen dat de huidige praktijk voldoet aan de in het vooruitzicht gestelde verwachtingen? 3) Welke factoren zijn ter verklaring van de gerealiseerde situatie aan te voeren? Opzet: Ten behoeve van dit onderzoek zal dossiermateriaal verzameld worden bij kantongerechten. Daarnaast wordt getracht worden via interviews inzicht te krijgen in de beweegredenen van eisers.
    • De rechter op afstand - Een verkennend onderzoek naar de relatie tussen reisafstand en het gebruik van rechtspraak

      Eshuis, R. (WODC, 2017)
      De voorliggende rapportage doet verslag van een studie ten behoeve van de Commissie Evaluatie Wet herziening gerechtelijk kaart. De centrale vraag in deze verkenning luidt: ‘Heeft het opheffen van rechtspraak-locaties (c.q. toename van reisafstanden voor rechtzoekenden) consequenties voor het gebruik van rechtspraak?’.Bij ‘gebruik’ wordt onderscheid gemaakt tussen eisers en gedaagden. Eisers zijn de partijen die zaken aanbrengen. Minder gebruik betekent dat zij minder geneigd zijn hun geschil voor de rechter te brengen (met minder instroom van zaken als resultaat). Voor gedaagden zullen we onder ‘gebruik’ verstaan het voeren van verweer. Hogere drempels zouden ertoe kunnen leiden dat gedaagden vaker afzien van verweer, en zaken bij verstek worden afgedaan. Het onderzoek wordt uitgevoerd voor een specifiek type zaken: civiele handelszaken die onder de competentie van de kantonrechter vallen.In de factsheet ‘Schaalgrootte rechtspraak in eerste aanleg’ (Factsheet, 2017-4), eveneens vervaardigd ten behoeve van de Commissie Evaluatie Wet herziening gerechtelijk kaart, werd beschreven welke veranderingen rond de herziening van de gerechtelijke kaart optraden in de schaalgrootte van de rechtspraak. Daarbij werd vooral gekeken naar de eerste aanleg, en daarbinnen naar de locaties waar kantonrechtspraak plaatsvindt. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksvraag en conclusie 3. Het arrondissement Limburg 4. Het arrondissement Noord-Holland 5. Regressieanalyse
    • Doorlooptijden in de civiele rechtspraak

      Wemmers, J.-A. (WODC, 1995)
      In december 1994 heeft het WODC gegevens verzameld van 995 zaken verspreid over de rechtbanken Den Haag, Breda, Rotterdam, Alkmaar en Arnhem. Het onderzoek is beperkt tot dagvaardingszaken in de handelssector; kortgedingszaken zijn derhalve niet in de steekproef opgenomen.
    • Evaluatie Competentiegrensverhoging 2011 - rapportage voormeting

      Eshuis, R.J.J.; Dalm, S.J.P.J.; Jong, P.O. de (WODC, 2014)
      Er ligt een wetsvoorstel om de behandeling van handelszaken met een financieel belang van € 5.000 tot € 25.000, alle consumentenkoopzaken, en zaken met betrekking tot consumptief krediet per 1 juli 2011 te verschuiven van de civiele rechter naar de kantonrechter. Doel van de competentiewijziging is om kantonrechtspraak – als toegankelijke, snelle, goedkope manier van rechtspraak - in meer zaken dan thans voor de burger beschikbaar te maken. Deze rapportage betreft de voormeting (van de oude situatie, voor 1 juli 2011) ten behoeve van de evaluatie van de competentiegrensverhoging. De rapportage dient primair het vastleggen en toegankelijk maken van de gegevens van de voormeting. Een analyse van de effecten kan pas plaatsvinden als ook de nameting (van de na 1 juli 2011 ontstane situatie) is verricht. Dit zal in 2014 gebeuren. INHOUD: 1. Het doel van de competentiegrensverhoging en de aanpak van het evaluatieonderzoek 2. Het verloop van de procedure in zaken met een financieel belang tussen € 5.000 en € 25.000 (voormeting) 3. De kwaliteit van de dienstverlening door advocaten 4. De naleving van vonnissen en schikkingsafspraken (voormeting) 5. De eigenheid van de kantonrechtspraak 6. Instroom en beleid 7. Slotbeschouwing
    • Incassoprocedures - Opzet voor een Nederlandse incassoprocedure met empirische en rechtsvergelijkende aantekeningen

      Freudenthal, M. (Rijksuniversiteit Utrecht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 1996)
      De studie valt uiteen in twee delen. In de eerste plaats in een deel waarin naast een historisch overzicht van de Nederlandse incassoprocedures een beschrijving van de huidige procedures voor de inning van geldvorderingen wordt gegeven. In dit deel van het onderzoek valt ook de rechtsvergelijkende beschrijving van het Duitse en Oostenrijkse Mahnverfahren, de Belgische summiere rechtspleging om betaling te bevelen en de Franse injonction de payer en het référé-provision. In de tweede plaats bevat de studie een empirische dimensie, waarin de toepassing van de gerechtelijke procedures en de buitengerechtelijke incasso in Nederland onderzocht worden. Het onderzoek wordt afgesloten met de beantwoording van de vraag of in Nederland de wenselijkheid bestaat voor een incassoprocedure en zo ja, hoe een dergelijke procedure zou moeten worden ingericht.
    • Lagere drempels voor rechtzoekenden - Evaluatie van de Verhoging van de Competentiegrens in 2011

      Eshuis, R.J.J.; Geurts, T. (WODC, 2016)
      Op 1 juli 2011 werden enkele belangrijke veranderingen van kracht in de competentieverdeling tussen de sectoren kanton en civiel van de rechtbanken in eerste aanleg. Voor civiele handelszaken werd de financiële grens voor behandeling door de kantonrechter opgetrokken van € 5.000 naar € 25.000. Voor consumentengeschillen ging de grens nog verder omhoog, naar € 40.000. Het directe resultaat is dat een deel van de zaken die voorheen door de civiele sector van de rechtbank werd behandeld, onder de hoede van de kantonrechter kwam. Doel van de competentiewijziging is om kantonrechtspraak – als toegankelijke, snelle, goedkope manier van rechtspraak - in meer zaken dan thans voor de burger beschikbaar te maken. Ten behoeve van de evaluatie van de competentiegrensverhoging heeft er een voormeting plaatsgevonden (Evaluatie Competentiegrensverhoging 2011: rapportage voormeting - zie link bij: Meer informatie). Het voorliggende rapport doet verslag van een onderzoek dat die competentiegrensverhoging evalueert. Die evaluatie omvat een voor- en nameting en inzet van uiteenlopende onderzoeksmethoden en –instrumenten om de verschillende aspecten van de competentiegrensverhoging te onderzoeken. Bijzonder is de aandacht die is geschonken aan het meten van de kwaliteit van de dienstverlening aan rechtzoekenden door verschillende soorten gemachtigden, zoals advocaten, deurwaarders en rechtsbijstandsverzekeraars. De kwaliteit van inleidende processtukken en het optreden van gemachtigden ter zitting is beoordeeld via zogenoemde peer ratings, waarbij de juridische professionals het werk van beroepsgenoten beoordelen. Parallel werden oordelen van de rechtzoekenden verzameld, over hun tevredenheid met de dienstverlening en de ervaren rechtvaardigheid van de procedure. INHOUD: 1. Inleiding 2. De instroom van zaken in het competentiegrenssegment 3. De gerechtelijke procedure voor- en na de competentiegrensverhoging 4. Kwaliteit van rechtshulp en ervaringen van rechtzoekenden 5. Andere onderwerpen 6. Conclusies en discussie
    • Naar een nabijheidsrechter? - Een onderzoek naar de inpasbaarheid van de vrederechter in België en Frankrijk in het Nederlandse rechtsbestel

      Bauw, E.; Voet, S.; Dongen, E.G.D. van; Mourik, J. van; Simon Thomas, M.A.; Mak, E. (medew.) (Universiteit Utrecht - Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging, 2019)
      Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar de inpasbaarheid van de vrederechter in België en Frankrijk in het Nederlandse rechtsbestel. De centrale vragen zijn hoe de vrederechter in de genoemde landen in de praktijk functioneert en of en hoe een dergelijk instituut in ons land vorm zou kunnen krijgen. Het onderzoek is ingegeven door de politieke belangstelling voor de figuur van de vrederechter en de wens van zowel de Rechtspraak als de minister van Rechtsbescherming om te komen tot ‘maatschappelijk effectieve rechtspraak’. In verband met dat laatste wordt in Nederland al enige jaren geëxperimenteerd met vormen van toegankelijke en laagdrempelige rechtspraak (‘buurtrechters’). Deze experimenten zullen op een later moment worden geëvalueerd en zijn dan ook in dit onderzoek beschreven zonder dat de resultaten ervan konden worden meegenomen. De beschrijving is gebaseerd op deskresearch, interviews met bij de experimenten betrokkenen en een expertmeeting. INHOUD: 1. Inleiding 2. De vrederechter in Frankrijk 3. De vrederechter in België 4. Alternatieven voor inpassing van de vrederechter: experimenten en pilots van de rechtspraak 5. Inpasbaarheid van de vrederechter 6. Conclusies
    • Ontslagvergoedingen - Regelingen, opvattingen en praktijk

      Beltzer, R.M.; Knegt, R.; Rijs, A.D.M. van (Universiteit van Amsterdam - Hugo Sinzheimer Instituut, 1998)
      Het Nederlandse ontslagrecht is sinds 20 jaar voorwerp van politiek debat, wetenschappelijke productiviteit, onderwerp van vele rechterlijke uitspraken en aanleiding voor seminars en andere educatieve activiteiten. Bij de gelegenheid van de behandeling van het wetsvoorstel Flexibiliteit en zekerheid in de Tweede kamer in november 1997 kwamen ook weer verschillende empirische vragen aan de orde. Dit onderzoek valt uiteen in twee delen. Een eerste deel waarin voornamelijk via de methode van de enquete aan verschillende groepen een oordeel is gevraagd over de aan de orde zijnde vragen (toepassing door kantonrechters van een vastgelegde formule; hoogte van de vergoedingen; recht op vergoedingen), en een tweede deel waarin vooral dossieronderzoek centraal staat. Het eerste deel van het onderzoek over ontslagvergoedingen, met name de werkwijze en de opvattingen van de praktijk, is in dit rapport opgenomen.
    • Reistijd en gebruik van Rechtspraak in Noord-Nederland

      Eshuis, R.J.J. (WODC, 2018)
      In dit memorandum staat de relatie tussen reisafstanden naar rechtspraaklocaties, en het gebruik van rechtspraak centraal. De herziening van de gerechtelijke kaart – waarbij onder invloed van de sluiting van rechtspraaklocaties voor een deel van rechtzoekenden de reisafstanden toenamen, en voor andere rechtzoekenden deze niet veranderden – was aanleiding tot dit onderzoek. Het onderzoek richt zich op de grootste zaakstroom in eerste aanleg, de procedure in civiele handelszaken bij de kantonrechter. INHOUD: 1. Inleiding 2. De ontwikkeling van instroom en verstek in Noord-Nederland, opgeheven locaties versus gebleven locaties 3. Correlatie- en regressieanalyse 4. Conclusies
    • Schaalgrootte rechtspraak in eerste aanleg - Veranderingen in de grootte van rechtspraaklocaties onder invloed van de Herziening van de Gerechtelijke Kaart in 2013

      Eshuis, R. (WODC, 2017)
      In 2013 werd de ‘Gerechtelijke Kaart’ van Nederland ingrijpend herzien. Het aantal arrondissementen en locaties waar kantonrechters zitting houden werd aanmerkelijk kleiner. Dat leidt tot schaalvergroting bij de resterende arrondissementen en locaties. Deze factsheet beschrijft die ontwikkeling.Zie ook het bijbehorende onderzoeksrapport De rechter op afstand (Cahier, 2017-4) (zie link bij: Meer informatie).
    • Schadeverhaal na een strafbaar feit via de kantonrechter - Een verkennend dossieronderzoek

      Kool, R.S.B.; Hebly, M.R.; Orvini, L.; Loeve, C.R.R.; Giesen, I. (Universiteit Utrecht - Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall), 2014)
      De centrale vraag binnen dit onderzoek luidt: Hoeveel procent van de kantonprocedures die na 1 juli 2011 zijn getypeerd als 'Verbintenissenrecht, overig verbintenissenrecht' betrof naar schatting een vordering tot schadevergoeding naar aanleiding van een strafbaar feit? Dit onderzoek kan gezien worden als een vervolgonderzoek op het onderzoek van Schrama en Geurts (2012) naar civiel schadeverhaal bij de civiele rechter en het onderzoek van Van Dongen e.a. (2013) naar de ervaringen van slachtoffers met het verhalen van hun schade. INHOUD: 1. Inleiding 2. De kantonrechter als route voor civiel schadeverhaal 3. Zaakstypering in het systeem van de rechtbanken 4. Dossieronderzoek: verantwoording en resultaten 5. Conclusie
    • Situeren met beleid - Een onderzoek naar het nevenlocatiebeleid van rechtbanken

      Struiksma, N.; Edzes, A.J.E.; Winter, H.B.; Herweijer, M.; Vermeer, F.R. (Rijksuniversiteit Groningen - Vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, 2000)
      In dit onderzoek stond de doelmatigheid en bereikbaarheid van de gerechten centraal. De optimale schaal voor gerechten bestaat volgens de respondenten uit vijftig à zeventig rechters. Voor een objectieve beoordeling moet deze constatering volgens de onderzoekers nog wel nader worden onderzocht. De respondenten geven tevens aan dat kleine gerechten (minder dan dertig rechters) kwetsbaar zijn; zij hebben te weinig mogelijkheden tot specialisatie en kunnen snel in de problemen komen wat de ondersteuning betreft. Een belangrijke aanbeveling is om experimenten te starten waarbij kleinere arrondissementen gaan samenwerken. In het nevenlocatiebeleid van de rechtbanken dient tot uitdrukking te komen dat een nevenlocatie in principe de vorm krijgt van een nevenzittingsplaats; letterlijk alleen een ruimte waar zittingen worden gehouden.
    • Tabellenrapport verkeerszaken

      Coenen, A.W.M.; Essers, J.J.A. (WODC, 1976)
      Ten behoeve van dit onderzoek werd aan de kantongerechten gevraagd de 10 eerste en de 10 laatste eenvoudige verkeerszaken op de rol te selekteren en een aantal vragen (nader aangeduid in de Inleiding) op een schema in te vullen. Vervolgens werden 2 soorten zaken onderscheiden, namelijk zaken waarbij een schikkingsvoorstel werd gedaan en zaken waarbij geen schikkingsvoorstel werd gedaan. Voor alle zaken werd het tijdsverloop tussen de datum van het feit en alle verschillende data in de berechtingsprocedure berekend en uitgezet tegen respectievelijk arrondissement, aard van het feit en de manier van behandeling van de zaken.
    • Van rechtbank naar kanton - Evaluatie van de competentiegrensverhoging voor civiele handelszaken in 1999

      Eshuis, R.J.J.; Paulides, G. (WODC, 2002)
      Dit onderzoek brengt in kaart wat de gevolgen zijn van de verschuiving van de competentiegrens van fl. 5000,- naar fl. 10.000 per 1-1-1999. In algemene zin kan de competentiegrensverschuiving als 'effectief' worden beschouwd, in de zin dat partijen inderdaad op grote schaal andere juridische dienstverleners dan advocaten inschakelen. Gedaagden zijn bovendien op grote schaal zonder juridische bijstand gaan procederen. De keuzevrijheid met betrekking tot het inschakelen van juridische dienstverleners wordt benut en de kosten die partijen daarvoor maken zijn gedaald. Ook de kortere en minder gecompliceerde procedures onder het regime van kantonrechters dragen bij aan de kostenbesparing voor rechtszoekenden, evenals de lagere griffierechten. De meest in het oog springende bijwerking van de maatregel is de streke stijging van het aantal zaken in het verschoven zaaksegment. Een andere bijwerking betreft de kwalitatieve veranderingen in de wijze waarop zaken worden behandeld en afgedaan. Tot slot is er sprake van een aantal organisatorische effecten met betrekking tot capaciteit en werklast, zowel bij de rechtbanken (waar zaken verdwenen) als bij de kantongerechten (waar zaken bijkwamen). INHOUD: 1. Vraagstelling en methode van onderzoek 2. Verschoven zaken: aantal en aard 3. Juridische bijstand 4. Procedureverloop 5. Slotbeschouwing
    • Verschuiving in tal en last? - Over mogelijke verschuivingen in werklast ten gevolge van wijziging van de competentiegrens ; ten behoeve van de Commissie Herijking omvang verplichte procesvertegenwoordiging

      Cozijn, C.; Werff, C. van der; Klijn, A. (WODC, 1997)
      Door de secretaris van de Commissie Herijking omvang verplichte procesvertegenwoordiging is het WODC om advies gevraagd inzake twee vragen die verband houden met de door de commissie voorgestane keuze om de competentiegrens stapsgewijs te wijzigen van 5.000 gulden tot maximaal 25.000 gulden, waarbij de competentiegrens van de kantonrechter overeenkomstig verhoogd wordt. De eerste vraag betreft een schatting van de omvang van de dientengevolge te verwachten verschuiving van zaken van de arrondissementsrechtbank naar het kantongerecht en de daaruit voortvloeiende werklast. Inzicht in de omvang van dit gevolg is uiteraard van belang gezien de daaruit voortvloeiende personele en materiële consequenties voor de betreffende rechtsprekende instanties. De tweede vraag ziet op eventuele onder invloed van de opheffing van de verplichte procesvertegenwoordiging te verwachten veranderingen in het procesgedrag van partijen die vooral daarop zouden neerkomen dat eerder dan thans het geval is, partijen tot een beroep op de rechter zouden besluiten dan wel door hun optreden in persoon tot meer werklast zouden leiden. Valt een dergelijk gevolg te verwachten en op welke wijze zou een eventueel optreden ervan langs de weg van empirisch onderzoek in kaart gebracht kunnen worden?
    • Verstekgangers en verweervoerders in handelszaken - Onderzoek naar demografische en sociaal-economische kenmerken van verstekgangers en verweervoerders in handelszaken 2018

      Ebenau, E.; Goudriaan, H.; Leeuwen, L. van; Meijers, L.; Rosmalen, M. van (CBS, 2021-12-15)
      Veel gedaagden laten verstek gaan bij door de kantonrechter behandelde handelszaken. Uit eerder onderzoek naar de reisafstand tussen het woonadres van de gedaagde en de kantonlocatie blijkt dat de reisafstand geen rol speelt in het wel of niet verweer voeren. Om meer inzichten te krijgen in wie de verstekgangers zijn, heeft het WODC het CBS gevraagd om een statistisch onderzoek uit te voeren naar de sociaal-economische kenmerken van gedaagden bij door de kantonrechter behandelde handelszaken, met een focus op eventuele verschillen tussen gedaagden die verstek laten gaan en gedaagden die wel verweer voeren. De onderzoeksvraag luidt als volgt: wie zijn de verstekgangers en wat zijn hun sociaal-economische kenmerken in vergelijking met verschenen gedaagden? Naast het beantwoorden van deze vraag worden de kenmerken van zowel verstekgangers als verweervoerders ook vergeleken met de kenmerken van de Nederlandse bevolking. INHOUD: 1. Inleiding 2. Afbakening populatie 3. Kenmerken gedaagden 4. Conclusies en aanbevelingen voor vervolgonderzoek