• Adolescentenstrafrecht - Effecten van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen op resocialisatie en recidive

      Prop, L.J.C.; Beerthuizen, M.G.C.J.; Laan, A.M. van der (WODC, 2021-05-25)
      Op 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht in Nederland in werking getreden. Met het adolescentenstrafrecht wordt door de wetgever een flexibele toepassing van het jeugd- en volwassenenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen beoogd. Het adolescenten-strafrecht is geen apart type strafrecht maar bestaat uit een aantal wijzigingen in het wetboek van Strafrecht en wetboek van Strafvordering. De nadruk ligt daarbij op de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen (artikel 77c Sr.) en de advisering ten behoeve van de berechting. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in het effect van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen op recidive en resocialisatie. Dit onderzoek is zowel beschrijvend als evaluerend van aard. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: 1 a Wat zijn de kenmerken van opleiding, woonsituatie en werk (resocialisatie) van jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht? b Welke veranderingen doen zich voor in resocialisatie bij jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht na afronding van de sanctie in vergelijking met de situatie bij instroom bij het OM? c Wat is de recidive van jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht? d Wat is de relatie tussen veranderingen in resocialisatie en recidive? e Wat is de relatie tussen verschillende jeugdsancties (voorwaardelijke en onvoorwaardelijke jeugddetenties en taakstraffen) en recidive? 2 a Wat is het effect van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen op de recidive twee jaar na afronding van de opgelegde sanctie? b Wat is het effect van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen op veranderingen in opleiding, woonsituatie en werk (als indicatoren van resocialisatie)?
    • Being inside - An explorative study into emotional reactions of juvenile offenders to custody

      Laan, A.M. van der; Vervoorn, L.; Schans, A. van der; Bogaerts, S. (WODC, 2008)
      The central question of this study is: What is the relation between custody and the emotional reactions of juvenile inmates? And, based on the literature, what can be said about the effects of emotional reactions of juveniles during custody on criminal recidivism? CONTENT: 1. Introduction 2. Method 3. Custody and emotional reactions 4. Individual characteristics 5. Characteristics of the custody 6. The social environment and emotions 7. Conclusions
    • Capaciteitsbehoefte Justitiële Jeugdinrichtingen in verandering - trends, ketenontwikkelingen en achtergronden

      Sonnenschein, A.; Moolenaar, D.E.G.; Smit, P.R.; Laan, A.M. van der (WODC, 2010)
      De afgelopen twee decennia groeide de capaciteitsbehoefte van de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s) aanzienlijk. Tussen 1991 en 2007 verdrievoudigde het totale aantal benodigde plaatsen. Deze continue trend was de resultante van een simultane instroom van jongeren met strafrechtelijk én civielrechtelijk opgelegde sancties. Door een wijziging van de Wet op de jeugdzorg worden jongeren die in een gesloten omgeving behandeling en supervisie nodig hebben vanaf 2010 niet langer op civielrechtelijke titel in JJI’s geplaatst. Dat de instroom én bezetting van de JJI’s daardoor tussen 1 januari 2008 en 1 januari 2010 fors zou dalen, was ketenbreed voorzien. Maar niet voorzien, en ook in ontoereikende mate eerder gesignaleerd, was een ontwikkeling die zich al vanaf 2006 voordeed en tot op heden voortduurt: een abrupte en flinke afname van het aantal JJI-plaatsen dat door jongeren met een strafrechtelijke verblijfstitel wordt bezet. Vooral door déze onverwachte ontwikkeling kampt de sector JJI nu met een overschot aan capaciteit. De zojuist geschetste trendbreuk in de strafrechtelijke bezetting van de JJI’s roept verschillende strategische vragen op over de toekomst van de sector. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is, mede daarom, eind december 2009 door de Directie Justitieel Jeugdbeleid (DJJ) gevraagd meer inzicht te verschaffen in de aard van de oorzaken en/of achtergronden hiervan. Het betrof een verzoek om met meer diepgang een vervolg te geven aan een eerder in oktober 2009 door het WODC verrichte probleemverkenning. Dit heeft in een kort tijdsbestek geleid tot de analyse die nu voorligt. INHOUD: 1. Een trendbreuk in vogelvlucht 2. Enkele relevante ontwikkelingen betreffende gesloten instellingen voor jongeren met ernstige gedragsproblemen 3. Preventie, signalering en opsporing van jeugdcriminaliteit 4. Jeugdstrafzaken in het vervolgingstraject 5. Van (kinder)rechter tot tenuitvoerlegging
    • De ontwikkeling van jongens na verblijf in een justitiële inrichting met een PIJ-maatregel of een detentiestraf - De mogelijkheden van follow-up onderzoek

      Domburgh, L. van; Ruiter, C. de; Doreleijers, Th.A.H.; Vreugdenhil, C. (WODC (subsidie), 2002)
      Om de ontwikkeling van delinquente jeugdigen adequaat tot in de volwaasenheid in kaart te brengen is prospectief follow-up onderzoek nodig waarbij niet alleen wordt onderzocht of en in hoeverre er sprake is van recidive, maar waarbij ook het beloop in algemeen functioneren en de psychosociale ontwikkeling van deze jeugdige tijdens en na het verblijf in een JJI in kaart worden gebracht. Met financiering van het WODC is dit vooronderzoek uitgevoerd. De mogelijkheden van een prospectief follow-up onderzoek zijn hierin nader uitgewerkt aan de hand van literatuur, methodologische aspecten en haalbaarheid van een dergelijk onderzoek.
    • Delictkenmerken PIJ-populatie 2006-2010

      Weijters, G.; Blom, M. (WODC, 2012)
      In 2010 is door het WODC gerapporteerd over de (delict)kenmerken van jongeren die in de periode 1996-2005 een PIJ-maatregel opgelegd hebben gekregen (zie link bij: Meer informatie). De vraag is nu of nieuwe ontwikkelingen ertoe hebben geleid dat de populatie Pij'ers er in de periode 2006-2010 anders uit is gaan zien wat betreft achtergrondkenmerken en delictkenmerken dan de Pij-populatie in de periode 1996-2005.
    • Delictkenmerken van de PIJ-populatie 1996-2005 - ontwikkeling en vergelijking met jongeren met jeugddetentie, voorlopige hechtenis en OTS

      Weijters, G. (WODC, 2010)
      De PIJ-maatregel (Plaatsing in Inrichting voor Jeugdigen) is de zwaarste sanctie die via het jeugdstrafrecht opgelegd kan worden als een jongere een zeer ernstig delict heeft gepleegd. In dit onderzoek zijn de kenmerken onderzocht van jongeren die in de periode 1995-2005 een PIJ-maatregel opgelegd hebben gekregen. Er is gekeken naar sociaaldemografische kenmerken, kenmerken van het delict waarvoor de jongere is veroordeeld en kenmerken van de strafrechtelijke geschiedenis. De kenmerken van PIJ-ers zijn vergeleken met de kenmerken van jongeren die in dezelfde periode op een andere titel in een justitiële jeugdinrichting verbleven.
    • Evaluatie van het adolescentenstrafrecht - Een multicriteria evaluatie

      Laan, A.M. van der; Zeijlmans, K.; Beerthuizen, M.G.J.C.; Prop, L.J.C. (medew.) (WODC, 2021-05-25)
      Zeven jaar na implementatie op 1 april 2014 is in deze overkoepelende studie van het WODC-onderzoeksprogramma Monitoren en Evalueren Adolescentenstrafrecht de werking van het adolescentenstrafrecht geëvalueerd. De focus ligt op de toe-passing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassen daders (18 tot 23 jaar) van een misdrijf. Is er evidentie voor de beleidslogica van het adolescentenstrafrecht? Hoe werkt het adolescentenstrafrecht in de praktijk voor deze doelgroep? Welke afwegingen vinden plaats in de selectie van jongvolwassenen? Is de aanpak in de praktijk effectief? Welke knelpunten zijn er? Om deze en andere vragen te beant-woorden zijn in de jaren 2015 tot en met 2020 deelstudies uitgevoerd vanuit het onderzoeksprogramma monitoren en evalueren adolescentenstrafrecht. Om de werking van het adolescentenstrafrecht overkoepelend te evalueren zijn meerdere evaluatiecriteria afkomstig uit de public policy evaluation gebruikt. Omdat het adolescentenstrafrecht ingrijpt bij jongvolwassenen die nog volop in ontwikkeling zijn, zijn ook enkele aan mensenrechten gerelateerde aspecten als transparantie en gelijkwaardigheid in de strafrechtelijke aanpak van jongvolwassenen aan de orde gekomen. Drie vragen stonden centraal in deze overkoepelende evaluatie: 1. Hoe werkt de aparte bejegening van jongvolwassenen volgens het jeugdstrafrecht in Nederland en hoe doeltreffend is deze aparte bejegening? 2. Wat zijn de mogelijkheden en knelpunten van de invoering van het adolescenten-strafrecht en in het bijzonder de toepassing van 77c Sr. bij 18- tot 23-jarigen? 3. Wat zijn de mogelijkheden voor de toekomst in de aanpak van jongvolwassen daders van een misdrijf?
    • Ik zit vast - Een exploratieve studie naar emotionele verwerking van justitiële vrijheidsbeneming door jongeren

      Laan, A.M. van der; Vervoorn, L.; Schans, C.A. van der; Bogaerts, S. (WODC, 2008)
      De probleemstelling van dit onderzoek luidt: Wat is de relatie tussen justitiële vrijheidsbeneming en de emotionele verwerking daarvan door gedetineerde jeugdigen? En wat kan op basis van de literatuur gezegd worden over de effecten, van emoties ervaren door jeugdigen tijdens een vrijheidsbeneming, op recidive na detentie. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethode 3. Vrijheidsbeneming en emotionele verwerking 4. Individuele kenmerken van jongeren 5. Kenmerken van vrijheidsbeneming 6. Sociale omgeving 7. Slot
    • Invoering jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland - Een verkenning naar een jeugdstrafrechtmonitor

      Doekhie, J.V.O.R.; Liefaard, T.; Bak, R. den; Jeltes, M.; Marchena-Slot, A.; Nieuw, R.; Mooren, F. van der; Zee, S. van der (medew.); Werf, F. van der (medew.) (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2020)
      In tegenstelling tot Europees-Nederland is er momenteel geen apart jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland. De Nederlandse overheid streeft ernaar om in 2020 een apart jeugdstrafrecht in te voeren in Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES). De implementatie van het jeugdstrafrecht zal plaatsvinden door het toevoegen van een titel in het huidige wetboek van Strafrecht BES met bijzondere bepalingen betreffende jeugd. De introductie van het jeugdstrafrecht heeft tot gevolg dat er jeugddetentie wordt ingevoerd en geeft bovendien een wettelijke grondslag aan de reeds bestaande buitengerechtelijke afdoening. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil de doeltreffendheid en doelmatigheid van de invoering van een jeugdstrafrecht beter kunnen bepalen en heeft daartoe onderhavig onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van een kwantitatieve en kwalitatieve monitor. De probleemstellingen van het onderzoek luiden:Wat is de 0-situatie als het gaat om de kwalitatieve en kwantitatieve instroom van jeugdigen van 12-18 jaar in 20184 die met politie en justitie in Caribisch Nederland in aanraking zijn gekomen, op welke wijze zijn deze zaken in de jeugdstrafrechtketen afgedaan en wat is hierover geregistreerd?In hoeverre is een kwantitatieve dan wel kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht haalbaar in Caribisch Nederland om periodiek inzicht te hebben in de toepassing van het jeugdstrafrecht en de mate van recidive onder jeugdigen? Aan welke voorwaarden, zoals eisen aan de betrouwbaarheid en validiteit van de registraties van de verschillende instellingen in de jeugdstrafrechtketen, zou deze jeugdmonitor moeten voldoen en hoe zou deze er dan uit kunnen zien? INHOUD: 1. Invoering jeugdstrafrecht Caribisch Nederland - onderzoek naar implementatie en monitoring 2. Het oude en het nieuwe jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland 3. 0-situatie daders en zaken 4. Registraties 5. Ervaringen van sleutelpersonen in de (jeugd)strafrechtketen 6. Inrichting kwantitatieve en/of kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht 7. Terugblik en slotoverwegingen
    • Jongeren en vrijheidsbeneming - een studie naar de wijze waarop jongeren in Justitiële Jeugdinrichtingen omgaan met vrijheidsbeneming

      Eichelsheim, V.I.; Laan, A.M. van der (WODC, 2011)
      Het WODC heeft op verzoek van DJJ in 2007-2008 een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de verwerking van justitiële vrijheidsbeneming door jongeren (Van der Laan e.a., 2008). Die studie betrof een literatuurstudie en interviews met experts werkzaam in jeugdinrichtingen. Uit het onderzoek bleek dat er in Nederland nauwelijks empirische kennis is over de wijze waarop jongeren die worden gedetineerd verschillende aspecten van vrijheidsbeneming ervaren, welke relatie er is met gedrag in de inrichting en welke individuele verschillen er zijn tussen jongeren. In de brief aan de Tweede Kamer (TK 2007-2008 24 587 nr. 289) heeft de minister van Justitie toegezegd nader onderzoek te laten doen naar de wijze waarop jeugdigen hun vrijheidsbeneming ervaren en de individuele verschillen die daarbij optreden. Dit onderzoek betreft zowel een kwantitatief en kwalitatief onderzoek waarin naast de wijze waarop jeugdigen hun vrijheidsbeneming ervaren ook nader wordt ingegaan op de relatie tussen de ervaren vrijheidsbeneming, criminogene opvattingen en gedrag in de inrichting. De volgende drie probleemstellingen worden onderscheiden: Hoe ervaren jongeren die op basis van een voorlopige hechtenis of jeugddetentie in een justitiële jeugdinrichting zitten verschillende praktische, sociale en psychosociale aspecten van vrijheidsbeneming? Hoe zien de relaties tussen import- en deprivatiekenmerken enerzijds, en het omgaan met vrijheidsbeneming anderzijds eruit? Wat is de relatie tussen de houding jegens het plegen van delicten, het omgaan met vrijheidsbeneming en kenmerken van de vrijheidsbeneming? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Omgaan met vrijheidsbeneming: een beschrijving van de data 4. Ervaren veiligheid 5. Autonomie en gebrek aan controle 6. Ervaren welbevinden en stress 7. Psychosociaal functioneren 8. Gedrag in detentie 9. Houding jegens van het plegen van delicten, het gepleegde delict en de detentie 10. Slot
    • Misdrijven in kinderschoenen - Een onderzoek naar de aanpak van 12- en 13-jarige misdrijfverdachten binnen en buiten het strafrecht

      Kuppens, J.; Boer, H. de; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2021-05)
      In 2017 heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming het advies gegeven om de strafrechtelijke minimumleeftijd te verhogen van 12 naar 14 jaar (Raad voor de Strafrechtstoepassing, 2017). De minister voor Rechtsbescherming heeft aangeven aan de Tweede Kamer dat de strafrechtelijke minimumleeftijd niet verhoogd wordt, maar dat hij, indien noodzakelijk, bereid is om verder te investeren in de aanpak van 12- en 13-jarigen buiten het strafrecht. De aanname hierbij was, dat zaken van 12- en 13-jarige misdrijfverdachten in de meeste gevallen al buiten het strafrecht worden afgedaan. Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de behoefte bij het ministerie van Justitie en Veiligheid om meer inzicht te krijgen in de aanpak voor deze doelgroep. De wens vertaalt zich in de volgende centrale onderzoeksvragen: Welke strafrechtelijke en niet-strafrechtelijke1 aanpakken voor 12- en 13-jarige misdrijfverdachten bestonden er in 2017 en 2018 en hoe vaak werd voor elke aanpak gekozen? Waarom werd voor een bepaalde aanpak gekozen? Wat hielden de verschillende aanpakken in de praktijk in? Hoe effectief menen betrokken organisaties dat de verschillende aanpakken waren om recidive te voorkomen? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Bevindingen uit de literatuur, 3. Analyse van misdrijven en aanpakken, 4. Effectiviteit en werkzame bestanddelen, 5. Alternatieve (niet-)strafrechtelijke aanpakken, 6. Aandachtspunten in de aanpak, 7. Beantwoording onderzoeksvragen en beschouwing.
    • Ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit - Periode 1980-1988

      Junger-Tas, J.; Kruissink, M. (WODC, 1990)
      In dit rapport is de jeugdcriminaliteit bezien vanuit dubbel perspectief. In de eerste plaats zijn verschillende statistische bronnen - zoals de politiestatistiek en de justitiele statistiek - geanalyseerd, zodat meer inzicht verkregen kon worden in de bekend geworden jeugdcriminaliteit en de reacties daarop van de justitiele autoriteiten. Tevens is een vergelijking opgenomen van de straftoemeting in 1985 en 1987 door de kinderrechters. In de tweede plaats werd, evenals twee jaar geleden, een self-reportonderzoek uitgevoerd onder de Nederlandse jeugd van 12 tot 18 jaar, waarbij een representatieve steekproef werd getrokken. Naast aard en omvang van de jeugdcriminaliteit wordt ook ingegaan op het verband tussen delinquentie en een aantal sociaal-demografische kenmerken (sekse, leeftijd, opleidingsniveau, urbanisatiegraad en mobiliteit). Tevens wordt het verband tussen delinquentie en 'probleemgedrag' (alcohol- en druggebruik, schoolverzuim) en het verband tussen delinquentie en sportbeoefening belicht.
    • Ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit

      Junger-Tas, J.; Kruissink, M. (WODC, 1987)
      Dit rapport is het eerste van een reeks waarin het WODC inzicht wil bieden in de ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit. Hiertoe zullen steeds twee bronnen geraadpleegd worden: politiele en justitiele statistische gegevens enerzijds en -report onderzoek onder een landelijke representatieve groep jongeren anderzijds. Hiermee beogen de auteurs zowel het beleid -op nationaal en op lokaal niveau- als het veld van de jeugdstrafrechtstoepassing en van de jeugdbescherming betere informatie te bieden over de omvang, de aard en enkele achtergrondgegevens van de jeugdcriminaliteit, gezien in de tijd.
    • Strafmaat en strafdoelen in ernstige jeugd- en adolescentenstrafzaken - Opvattingen van magistraten over de sanctionering van 16- tot 23-jarige daders van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven

      Huls, E.; Asscher, J.; Brink, Y. van den; Creemers, H.; Liefaard, T.; Rap, S. (Vrije Universiteit, 2022-08-15)
      De centrale vraagstelling in dit onderzoek is: “In hoeverre ervaren magistraten, zowel staand als zittend, dat het huidige wettelijke jeugdsanctiestelsel het mogelijk maakt om bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven gepleegd door 16- tot 23-jarigen een sanctie op te leggen die is afgestemd op de ernst van het misdrijf (vergelding) en op de overige in acht te nemen factoren en strafdoelen, maken deze ervaringen aanpassing van het wettelijke kader wenselijk, en zo ja, op welke wijze?” Deze onderzoeksvraag is beantwoord aan de hand van zes deelvragen. Voor de beantwoording hiervan is, naast juridisch-theoretisch onderzoek, gebruik gemaakt van twee empirische onderzoeksmethoden (1) een survey-onderzoek onder leden van het Openbaar Ministerie (OM) en de rechterlijke macht (ZM) die (jeugd)strafzaken en strafzaken tegen adolescenten behandelen, gevolgd door (2) verdiepende interviews. De bevindingen zijn vervolgens tijdens een focusgroep-bijeenkomst met vertegenwoordigers van het OM en de ZM uitgebreid besproken. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Sanctioneren in het (jeugd)strafrecht, 3. Ervaringen van magistraten - een surveyonderzoek, 4. Ervaringen van magistraten - een interviewstudie, 5. Conclusies, implicaties en aandachtspunten.
    • De strafmaat voor jeugdige daders van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven in internationaal perspectief

      Asscher, J.J.; Brink, Y.N. van den; Creemers, H.E.; Huls, E.; Logchem, E.K. van; Lynch, N.; Rap, S.E. (Universiteit Utrecht, 2020-12-30)
      In dit rapport worden de bevindingen gepresenteerd van onderzoek dat is verricht vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines naar de sanctionering van jeugdige daders van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven. Dit onderzoek is uitgevoerd tegen de achtergrond van de huidige politieke discussie over de maximale jeugddetentieduur in Nederland. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verschaffen in de sanctietoemeting voor jeugdigen in verschillende Europese jurisdicties, alsook te verkennen in hoeverre de bevindingen aanleiding geven tot aanpassing van de Nederlandse strafrechtelijke aanpak van jeugdigen die worden veroordeeld voor een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf. In dit onderzoek is een inventarisatie gemaakt van de wettelijke kaders en praktijken in Nederland en vijf andere Europese landen, namelijk België (Vlaanderen), Duitsland, Engeland en Wales, Ierland en Zweden, met betrekking tot de sanctionering van jeugdige daders (12-23 jaar) van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven. Daarnaast is een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd naar effecten van sancties bij jeugdige daders van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven en is getracht om voor de geselecteerde landen inzicht te krijgen in de effectiviteit van opgelegde sancties, in het bijzonder met betrekking tot recidive. De centrale vraagstelling in dit onderzoek is: Welke sancties hanteren Nederland en andere Europese landen voor jeugdigen van 12 tot 23 jaar die een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf hebben gepleegd, wat is de effectiviteit hiervan en hoe verhouden deze sancties zich tot internationale en Europese kinder- en mensenrechtenstandaarden? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Het internationale en Europese kinder- en mensenrechtenkader, 3. Jeugdsanctierecht in vergelijking: grondslagen en wettelijke kaders in zes Europese landen, 4. Jeugdsanctietoemeting bij ernstige misdrijven in de praktijk vanuit rechtsvergelijkend perspectief, 5. Wat is er bekend over de effectiviteit van opgelegde sancties aan jeugdige daders van ernstige gewelds- en/of zedenmisdrijven, in het bijzonder met betrekking tot recidive? 6. Conclusies, implicaties en aandachtspunten
    • Vrijheidsbeneming op maat - Opzet en haalbaarheid monitor

      Buysse, W.; Piepers, N.; Pluijm, M. (medew.); Dijk, B. van (medew.) (DSP-groep, 2021-12-30)
      Met Vrijheidsbeneming op Maat (VOM) wordt beoogd dat het verblijf in detentie – de vrijheidsbeneming – beter aansluit op de behoeften van jongeren door het bieden van een passende behandeling, beveiliging en nazorg tijdens detentie. Meer maatwerk moet leiden tot een vermindering van de recidive. Hiervoor worden drie bouwstenen ingezet: 1. Een efficiënt en effectief proces van plaatsing en screening, en diagnostiek (maatwerk in zorg en beveiliging) dat gericht is op het opstellen van een integraal plan van aanpak voor de jongere. 2. Kleinschalige voorzieningen justitiële jeugd (KVJJ’s): lokale en/of regionale plaatsen waar jongeren zo dicht mogelijk bij het eigen leefsysteem verblijven tijdens een periode van vrijheidsbeneming met een laag beveiligingsniveau. 3. Forensische Zorgcentra (FCJ’s): een hoog beveiligde setting waarin jongeren met een specifiek zorgprofiel specialistische zorg en beveiliging krijgen. De probleemstelling van het onderzoek was: Op welke wijze kan de stelselwijziging Vrijheidsbeneming Justitiële Jeugd worden gemonitord? Wat is de uitgangspositie ten aanzien van de stelselwijziging in 2020? De probleemstelling van het onderzoek is vertaald in onderzoeksvragen die in te delen zijn naar drie onderdelen: 1. opstellen van de beleidslogica achter de onderdelen van de stelselwijziging of met andere woorden van de vrijheidsbeneming op maat; 2. opstellen van indicatoren ten behoeve van monitoring; 3. haalbaarheidsonderzoek en 0-meting van de indicatoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidslogica 3. Empirische onderbouwing beleidslogica 4. Indicatoren en haalbaarheidsonderzoek 5. Implementatie en stand van zaken VOM 6. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
    • Wegwijs in het jeugdsanctierecht - onderzoek naar het juridisch kader voor de zwaarste jeugdsancties in theorie en praktijk

      Bruning, M.R.; Jong, M.P. de; Liefaard, T.; Schuyt, P.M.; Doek, J.E.; Doreleijers, Th.A.H. (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2011)
      De probleemstelling waar dit onderzoek op focust, luidt als volgt: Worden de jeugdsancties voor de zwaarste groep jongeren die ernstig delinquent gedrag vertonen (PIJ-maatregel, jeugddetentie en GBM) in de praktijk toegepast zoals dit is bedoeld door de wetgever, zodat sprake is van een optimale PIJ-instroom, en indien dit niet het geval is, is dan aanscherping nodig van het normatief afwegingskader van deze jeugdsancties en zo ja op welke wijze? INHOUD: 1. Inleiding tot het onderzoek 2. Juridische analyse wettelijk kader 3. Het afwegingskader in de praktijk 4. Conclusies en aanbevelingen