• Criminogene en beschermende factoren bij jongeren die een basisonderzoek ondergaan - een verkennende inventarisatie van de mate van zorg en van risico- en beschermende factoren gesignaleerd door raadsonderzoekers

      Laan, A.M. van der; Schans, C.A. van der; Bogaerts, S.; Doreleijers, Th.A.H. (WODC, 2009)
      De volgende onderzoeksvragen worden in deze rapportage beantwoord:In welke mate signaleren raadsonderzoekers aanwijzingen voor mogelijke psychosociale problemen bij jongeren die een basisraadsonderzoek ondergaan omdat ze door de politie verdacht worden van een strafbaar feit?Welke specifieke risico- en beschermende factoren komen voor bij jongeren die een basisraadsonderzoek ondergaan omdat ze door de politie verdacht worden van een strafbaar feit?Welke aanwijzingen zijn er voor mogelijke psychosociale problemen en risico- en beschermende factoren bij jongeren die een basisraadsonderzoek ondergaan vanwege een overtreding van de Leerplichtwet? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch perspectief 3. Methode van onderzoek 5. De mate van zorg 6. Risico- en beschermende componenten 7. Spijbelaars bij de Raad 8. Slot
    • De daling van het aantal opleggingen van de PIJ-maatregel nader beschouwd

      Knoop, J. van der; Elzinga, H. (medew.) (Rijksuniversiteit Groningen - Dutch Group - Decide, 2011)
      Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe de daling van het aantal jongeren dat een PIJ-maatregel kijgt opgelegd, kan worden verklaard. Meer specifiek richt het onderzoek zich op de vraag welke rol (een verandering in) het besluitvormingsproces hierbij een rol speelt dat aan de eventuele oplegging van de PIJ-maatregel vooraf gaat.
    • Evaluatie Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd

      Buysse, W.; Komen, M.; Nauta, O.; Dijk, B. van (medew.); Maarschalkerweerd, A. (medew.); Groot, M. de (medew.) (WODC, 2009)
      Forensische diagnostiek is diagnostiek ten behoeve van een justitiële beslissing, waarvan de uitkomst op de een of andere manier ter toetsing van een rechterlijke instantie kan komen. Forensische diagnostiek kan psychologisch en/of psychiatrisch van aard zijn. Bij minderjarigen kan forensische diagnostiek zowel ten behoeve van een strafrechtelijk als een civielrechtelijk verzoek plaatsvinden. De uitvoering van forensische diagnostiek gaf in het verleden regelmatig aanleiding tot kritiek. Sinds 1 januari 2005 geldt voor het laten uitvoeren van forensische diagnostiek bij minderjarigen een landelijk vastgestelde werkwijze. De centrale vraagstelling van dit onderzoek is: In welke mate en op welke wijze werken betrokken partijen met het Landelijk Kader, welke knelpunten doen zich daarbij voor en hoe verhoudt zich dit tot de in het verleden geconstateerde problemen?
    • Evaluatie van het adolescentenstrafrecht - Een multicriteria evaluatie

      Laan, A.M. van der; Zeijlmans, K.; Beerthuizen, M.G.J.C.; Prop, L.J.C. (medew.) (WODC, 2021-05-25)
      Zeven jaar na implementatie op 1 april 2014 is in deze overkoepelende studie van het WODC-onderzoeksprogramma Monitoren en Evalueren Adolescentenstrafrecht de werking van het adolescentenstrafrecht geëvalueerd. De focus ligt op de toe-passing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassen daders (18 tot 23 jaar) van een misdrijf. Is er evidentie voor de beleidslogica van het adolescentenstrafrecht? Hoe werkt het adolescentenstrafrecht in de praktijk voor deze doelgroep? Welke afwegingen vinden plaats in de selectie van jongvolwassenen? Is de aanpak in de praktijk effectief? Welke knelpunten zijn er? Om deze en andere vragen te beant-woorden zijn in de jaren 2015 tot en met 2020 deelstudies uitgevoerd vanuit het onderzoeksprogramma monitoren en evalueren adolescentenstrafrecht. Om de werking van het adolescentenstrafrecht overkoepelend te evalueren zijn meerdere evaluatiecriteria afkomstig uit de public policy evaluation gebruikt. Omdat het adolescentenstrafrecht ingrijpt bij jongvolwassenen die nog volop in ontwikkeling zijn, zijn ook enkele aan mensenrechten gerelateerde aspecten als transparantie en gelijkwaardigheid in de strafrechtelijke aanpak van jongvolwassenen aan de orde gekomen. Drie vragen stonden centraal in deze overkoepelende evaluatie: 1. Hoe werkt de aparte bejegening van jongvolwassenen volgens het jeugdstrafrecht in Nederland en hoe doeltreffend is deze aparte bejegening? 2. Wat zijn de mogelijkheden en knelpunten van de invoering van het adolescenten-strafrecht en in het bijzonder de toepassing van 77c Sr. bij 18- tot 23-jarigen? 3. Wat zijn de mogelijkheden voor de toekomst in de aanpak van jongvolwassen daders van een misdrijf?
    • Jeugd(beschermings)recht en vreemdelingenrecht - Een juridisch-empirische analyse

      Nissen, L.L.M.; Sportel, I.D.A.; Huijer, J.; Terlouw, A.B.; Zwaan, K.; Butter, T.; Glasgow, Y. (Radboud Universiteit Nijmegen - Centrum voor Migratierecht (CMR), 2021-10-13)
      Aanleiding voor dit onderzoek vormden spanningen die kunnen bestaan tussen het (jeugd)beschermingsrecht en het vreemdelingenrecht, zoals deze bijvoorbeeld naar voren zijn gekomen in de gebeurtenissen omtrent de casus van de Armeense kinderen.1 Het onderzoek bestond uit twee delen 1) de algemene wettelijke kaders en beleidskaders; 2) de knelpunten in de praktijk, met een nadere uitwerking van wettelijke en beleidsnormen in (een selectie van) deze knelpunten. Het onderzoek had als doel inzicht te bieden in (de combinatie van) het jeugd(beschermings)recht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen. Er is onderzocht waar spanningen of knelpunten tussen beide rechtsgebieden optreden, zowel op het niveau van wet- en regelgeving als in de uitvoeringspraktijk. Daarbij is onder meer bekeken of, en zo ja in hoeverre, rechtsnormen uit het ene rechtsgebied prevaleren over rechtsnormen uit het andere rechtsgebied. Waar het prevaleren van rechtsnormen niet op heldere wijze uit de wet- en regelgeving voortvloeit, zijn andere (praktijkgerichte) oplossingsrichtingen verkend. De probleemstelling van het onderzoek luidt: Welke zijn de (potentieel) conflicterende en/of spanningsvolle onderdelen of aspecten in de wet- en regelgeving voor het jeugdbeschermingsrecht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen, zowel op het niveau van de wet- en regelgeving als voor de uitvoering in de praktijk en in hoeverre blijkt uit de wet- en regelgeving welk recht prevaleert? Hoe kunnen de (ervaren) spanningen en conflicten worden opgelost in situaties waarin niet uit de wet- en regelgeving blijkt welk recht prevaleert en wat is hiervoor nodig? INHOUD: 1. Introductie 2. Jeugd(beschermings)recht: relevante regelgeving en de rol van jeugdrechtelijke instanties 3. De positie van het kind in het vreemdelingenrecht 4. Kernbevoegdheden en taken van gecertificeerde instellingen, RvdK, IND en DT&V 5. Tussenconclusies en beantwoording van deelvragen 6. De uiteenlopende juridische posities van kinderen die wel, en kinderen die niet onder toezicht zijn gesteld 7. Duurzame oplossingen voor uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige vreemdelingen: adequate opvang, buitenschuld en de rolverdeling tussen de betrokken actoren 8. Conclusies
    • Jeugd-varianummer

      Unknown author (WODC, 1986)
      Dit Jeugd-varianummer van Justitiele Verkenningen wordt geopend met een bijdrage — gebaseerd op een reisverslag — van drs. P.H. van der Laan. Reeds in 1983 werd een themanummer gewijd aan alternatieve sancties voor minderjarigen waarin onder meer aandacht werd besteed aan de leerprojecten. Het artikel kan als een soort vervolg daarop beschouwd worden. Het artikel in bewerkte te vorm van G. Zwier en G.M. Vaughan behandelt drie ideologische benaderingen in het onderzoek naar schoolvandalisme. De bewerking van het artikel van Blagg gaat over genoegdoening in de vorm van schadevergoeding, excuses of werkzaamheden ten behoeve van het slachtoffer. In het laatste artikel doen dr. C.H.C. van Nijnatten en B.J. van Ommeren verslag van een experiment waarbij binnen kinderbeschermings- en residentiele jeugdhulpverleningsinstellingen wordt gewerkt met een nieuwe wijze van rapporteren, het zogenaamde Werkplan.
    • Nulmeting forensische diagnostiek jeugd - Een onderzoek naar de inwerkingtreding van het landelijk kader in de arrondissementen Arnhem, Breda, Groningen en Haarlem

      Erftemeyer, L.; Braak, J. van den; Elderman, E. (WODC, 2006)
      Het doel van het landelijk kader forensische diagnostiek jeugd (FDJ) is bij te dragen aan de verbetering van de doelmatigheid, de kwaliteit, de tijdigheid en de financiering van forensische diagnostische rapportages voor jeugdigen. Daartoe geeft het kader een afbakening van forensische diagnostiek aan en zijn er criteria opgesteld waaraan het proces, de actoren en de producten van de FDJ dienen te voldoen. Verder is bepaald hoe forensische diagnostiek voor jeugdigen is georganiseerd, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe een en ander aangestuurd wordt. Het doel van het onderzoek is inzichten te krijgen in de doelmatigheid, kwaliteit, tijdigheid en financiering van forensische diagnostische rapportages voor jeugdigen. Het onderzoek bestaat uit: Een landelijke inventarisatie van aantallen forensisch onderzoek in 2002 en 2003 en de ermee gemoeide kosten. Een dossieronderzoek naar de kwaliteit en bruikbaarheid van de onderzoeksrapportages uit 2002 en 2003. Een beschrijving van de 'forensische stand van zaken' in vier arrondissementen, vóór de invoering van het landelijk kader.
    • Op koers of kansen gemist?

      Woestenburg, N.; Geertsema, B.; Roest, S.; Struiksma, N.; Struijk, S. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2021-11-19)
      Het programma Koers en Kansen is gestart in 2015 met een toekomstverkenning voor de sanctie-uitvoering met als doel een visie voor deze uitvoering in brede zin, waarbij de doelen van vergelding en resocialisatie centraal staan. Het overkoepelend doel van het programma Koers en Kansen is om tot effectieve sancties te komen, nu en in de toekomst. Binnen het programma Koers en Kansen voldoen vijf projecten aan deze definitie en daarom worden in deze procesevaluatie de volgende projecten meegenomen: I Wijkrechtbank Eindhoven, II Vonnisvoorstel en versnelde rechterlijke interventie. III Verbinding Proeftuin Ruwaard, IV Omgevingsadvies Jeugd, V Toezichtrechter OM. Het project Toezichtrechter bleek bij de uitvoering van dit onderzoek nog niet gestart en kon om die reden niet mee worden genomen. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Wat zijn op lokaal, regionaal en landelijk niveau de ervaringen van ketenpartners inzake de projecten binnen Koers en Kansen die zijn gericht op de behandeling en afdoening van strafzaken? Wat beschouwen de betrokken ketenpartners als de werkzame elementen en mechanismen van de projecten en welke impact ervaren zij hiervan?