• De (blijvende) gevolgen van de coronacrisis

      Kruisbergen, E.; Haas, M.; Es, L. van; Snijders, J.; Coomans, A.; Deuren, S. van; Dijk, M. van; Weijer, S. van de; Blokland, A.; Baak, C.; et al. (WODC, 2021-09-29)
      ARTIKELEN: 1. Edwin Kruisbergen, Marco Haas, Lisa van Es en Joanieke Snijders - De pandemie als criminologisch experiment. De ontwikkeling van de criminaliteit tijdens een jaar coronamaatregelen 2. Anne Coomans, Sjoukje van Deuren, Meintje van Dijk, Steve van de Weijer, Arjan Blokland, Carlijn van Baak, David Kühling, Rosanne Bombeld en Veroni Eichelsheim - Stay home, stay safe? De gevolgen van COVID-19-maatregelen op huiselijk geweld in Nederland 3. Joska Appelman, Kiki Bijleveld, Peter Ejbye-Ernst, Evelien Hoeben, Lasse Liebst, Cees Snoek, Dennis Koelma en Marie Rosenkrantz Lindegaard - Naleving van gedragsmaatregelen tijdens de COVID-19-pandemie 4. Peter Klerks - Misleiding tijdens de coronapandemie. Over nepnieuws, complotdenken en maatschappelijke ontvankelijkheid 5. Eddy Bauw, Yasemin Glasgow, Anne Janssen en Marc Simon Thomas - Rechtspleging in jeugdbeschermingszaken tijdens de coronacrisis. Een verslag van lopend onderzoek 6. Roos de Wildt - Sekswerk ten tijde van corona. De impact van de lockdown op sekswerkers SAMENVATTING: Anderhalf jaar na het begin van de coronapandemie in Nederland staat Justitiële verkenningen stil bij de gevolgen van deze crisis. De pandemie heeft bovenal veel persoonlijk leed veroorzaakt, zowel bij direct getroffenen als hun naasten. Het virus, en dan vooral de maatregelen die ter bestrijding ervan wereldwijd zijn ingevoerd, heeft echter een veel bredere uitwerking. De regering trof maatregelen die sinds de Tweede Wereldoorlog ongekend zijn. Onderwijsinstellingen gingen dicht. Bedrijven sloten hun deuren. Het onderling contact tussen mensen werd ingeperkt en voor zover het plaatsvond moesten verschillende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. Binnen Justitie kreeg de politie ondermeer te maken met de handhaving van de anderhalvemetermaatregel en de avondklok. Wat is de invloed geweest van de ingevoerde maatregelen op het werkterrein van justitie? Wat valt er te leren uit de afgelopen periode? Zijn er ook blijvende gevolgen van de coronacrisis? En hoe die gevolgen te beoordelen? Dergelijke vragen staan centraal in dit themanummer van Justitiële verkenningen, waarin de resultaten van verschillende (doorlopende) onderzoeken worden besproken.
    • De inzet van familienetwerkberaden in de jeugdbescherming

      Dijkstra, S.; Creemers, H.E.; Asscher, J.J.; Stams, G.J.J.M. (Universiteit van Amsterdam - Forensische orthopedagogiek, 2016)
      In het afgelopen decennium worden familienetwerkberaden, zoals Eigen Kracht conferenties (EK-C) en familienetwerkberaden ontwikkeld vanuit de Sociale Netwerk Strategieën (SoNeStra) in toenemende mate ingezet als besluitvormingsmodel in de jeugdzorg en jeugdbescherming in Nederland. Waar doorgaans de jeugdhulpverlener of de gezinsvoogdijwerker de leiding neemt bij het opstellen van een plan om de (opvoedings)problemen in het gezin aan te pakken, wordt binnen het model van familienetwerkberaden de verantwoordelijkheid voor het plan neergelegd bij het gezin. Het doel van familienetwerkberaden is om het gezin met haar netwerk, onder leiding van een al dan niet onafhankelijke coördinator, zelf een plan (familiegroepsplan) te laten maken voor de aanpak van problemen op een manier dat zelf regie gehouden wordt, maar onder voorwaarde dat de veiligheid van de in het gezin aanwezige kinderen gewaarborgd is. Sinds 1 januari 2015 is in de Jeugdwet vastgelegd dat de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling ouders als eerste de mogelijkheid moet bieden om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen (Jeugdwet, artikel 4.1.2). Dit geldt voor zowel de (vrijwillige) jeugdhulp als voor de (gedwongen) jeugdbescherming. Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd om antwoord te geven op de vraag Zorgt de inzet van familienetwerkberaden voor een betere bescherming van kinderen en jongeren die onder toezicht gesteld zijn en door welke kenmerken wordt dit beïnvloed? INHOUD: Deelstudie I - Een systematische review en meta-analyse van de uitkomsten van studies naar de effectiviteit van familienetwerkberaden. Deelstudie II - Een kwalitatief onderzoek naar de praktijkervaringen van familienetwerkberaden bij gezinnen in de jeugdbescherming. Deelstudie III - Een kwalitatief onderzoek naar de inhoud van familiegroepsplannen. Deelstudie IV - Een kwantitatief onderzoek naar de korte termijn resultaten van familienetwerkberaden in de jeugdbescherming. Deelstudie V - Een kwantitatief onderzoek naar de lange termijn resultaten van familienetwerkberaden in de jeugdbescherming
    • Feiten op een rij: een tussenstand - Tussenevaluatie Actieplan feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen

      Abraham, M.; Dijk, B. van; Hofstra, D. (DSP-groep, 2020)
      Het Actieplan verbetering feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen; Respect voor kind, ouder en professional, 2018-2021, heeft tot doel te komen tot goed feitenonderzoek en onderbouwde besluiten in de jeugdbeschermingsketen, met betrokkenheid van kinderen en ouders. Het Actieplan is aangeboden aan de Tweede Kamer in 2018 en de uitvoering van het plan loop van 2019 tot en met 2021. De minister heeft bij de aanbieding van het plan aan de Tweede Kamer toegezegd na twee jaar de balans te willen opmaken.De probleemstelling van het onderzoek is vervat in de volgende hoofdvragen: A. Kunnen met het Actieplan de gestelde doelen worden bereikt? B. Wat zijn de (tussentijdse) resultaten van het Actieplan? C. In hoeverre ontwikkelen deze zich in de richting van de nagestreefde doelen? D. Zijn aanpassingen/verbeteringen ten aanzien van het Actieplan mogelijk/wenselijk? Zo ja, welke?De probleemstelling is vertaald naar verschillende onderzoeksvragen, waarin wordt gekeken naar achtereenvolgens het potentieel doelbereik, de uitvoering en eerste resultaten van de verschillende acties, hoe verder en het betrekken van kinderen en ouders bij eindevaluatie.
    • Registratie van LVB-problematiek in het justitiële domein - Onderzoek naar de haalbaarheid van en mogelijkheden voor het schatten van de prevalentie van LVB binnen het justitiële domein op basis van bestaande registraties

      Kaal, H.; Jong, B. de (Hogeschool Leiden, 2017)
      Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zijn vermoedelijk oververtegenwoordigd in het justitiële domein, maar exacte aantallen ontbreken, omdat dit niet systematisch wordt bijgehouden. Er is wel behoefte aan (meer) exacte gegevens hierover. Als de groep LVB’ers werkelijk zo groot is als verondersteld, versterkt dat bijvoorbeeld de urgentie om extra aandacht te besteden aan deze doelgroep. Onderhavig onderzoek is vormgegeven op basis van een tweeledige probleemstelling: In hoeverre is onderzoek naar de prevalentie van LVB op basis van de op dit moment beschikbare registraties in het justitiële domein mogelijk? Wat is er nodig om in de toekomst tot een betrouwbare en valide inschatting van de prevalentie van LVB in het justitiële domein te komen op basis van registratiegegevens? INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Onderzoeksverantwoording 3. Huidige situatie 4. Toekomst vastleggen LVB-kenmerken 5. Slotbeschouwing
    • Screening van de LVB in de jeugdstrafrechtketen - Evaluatie van de pilot SCIL 14-17

      Smit, W.; Wichgers, L.; Timmermans, M. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2017)
      Gedurende de periode januari tot en met april 2017 werd in de jeugdstrafrechtketen een pilot uitgevoerd met betrekking tot de screening van LVB (licht verstandelijke beperking) onder jeugdige justitiabelen. Het doel van de pilot was om ervaring op te doen met de afname van het screeningsinstrument SCIL 14-17 en de signalering van LVB-problematiek en bejegening van jeugdige justitiabelen met een LVB te verbeteren. Daarnaast werd beoogd om bij een geconstateerde vermoedelijke LVB zo mogelijk en nodig de advisering en begeleiding van jongeren aan te passen. De pilot ging gepaard met evaluatieonderzoek. De evaluatie had betrekking op de uitvoering van de pilot, de ervaring van ketenpartners met de afname van de SCIL, de mate waarin de uitkomsten van de SCIL hebben geleid tot aanpassingen in bejegening, advisering en begeleiding en de waardering van de SCIL door betrokken medewerkers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beoogde opzet en uitvoering pilot 3. Ervaring met afname SCIL 14-17 4. Resultaat SCIL-afname en waardering 5. Samenvatting en conclusie