• Alternatieve sancties en andere strafrechtelijke afdoeningsvormen voor jeugdigen - Een vergelijkend onderzoek naar alternatieve sancties en andere afdoeningsvormen voor strafrechtelijk minderjarigen - 3e rapport

      Laan, P.H. van der; Hecke, Th.A.G. van; Klifman, J.H. (medew.); Lindt, H.M.A.J. van (medew.) (WODC, 1985)
      Dit derde rapport gaat nader in op de alternatieve sancties en haar kenmerken door de groep alternatief gestrafte jongeren te vergelijken met jongeren van wie in dezelfde periode de zaak is afgedaan met een onvoorwaardelijk sepot en met jongeren die in die periode een traditionele, reeds langer bestaande sanctie hebben gekregen. Tevens wordt nagegaan of door het introduceren van alternatieve sancties meer jongeren dan voorheen in het justitiele circuit terecht zijn gekomen. Deze vergelijkingen hebben tot doel vast to stellen of er van de alternatieve sancties een 'aanzuigende working' of, zoals het ook wel wordt genoemd, 'net-widening' uitgaat. INHOUD: 1. Inleiding 2. De CBS-gegevens 3. Het vergelijkend dossieronderzoek 4. Samenvatting en discussie
    • Amerikaanse toestanden

      Unknown author (WODC, 1995)
      Ook in justitiele kringen wordt vaak gewaarschuwd voor 'Amerikaanse toestanden'. De realiteit in de Verenigde Staten geeft daartoe alle aanleiding: vrije wapenverkoop, drive by shootings, serial killers, buitensporige media-aandacht voor moord en doodslag, de verkoop van true crime stories en tijdschriften als Murder Can Be Fun, de aasgier-advocatuur en show-processen, en de grimmige war on drugs. Amerikaanse politici lijken vastberaden het kwaad van de misdaad uit te roeien: ze hameren op het principe van het 'verdiende loon' en overbieden elkaar met strengere strafmaatregelen. De strafbepaling die bekend is onder de baseball frase 'Three Strikes and You're Out' toont aan dat Amerikaanse strijd tegen misdaad draconische vormen heeft aangenomen. samenleving - bijna de helft van de gevangenispopulatie bestaat uit zwarten - in snel tempo te vergroten. Het contrast met Europese aanpak van het misdaadprobleem is dan ook, ondanks punitievere tendenzen, bijzonder groot. Maar is dat niet een zelfgenoegzame bevestiging van het eigen gelijk? En doen de Amerikaanse ontwikkelingen - vaak zonder dat we het willen - zich ook niet in Europa voor? Uiteenlopende Amerikaanse praktijken, zoals opsporingsmethoden, de introductie van meldpunten, de stijl van procederen (grote rol van experts; hoge schadevergoedingen) en alternatieve vormen van conflictbeslechting vinden immers ook in Europa ingang.
    • Dalende jeugdcriminaliteit

      Berghuis, A.C.; Waard, J. de; Laan, A.M. van der; Beerthuizen, M.G.C.J.; Goudriaan, H.; Jennissen, R.; Weerman, F.; Looze, M. de; Koning, I.; Marie, O.; et al. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. A.C. Berghuis en J. de Waard - Verdampende jeugdcriminaliteit: Verklaringen van de internationale daling 2. A.M. van der Laan, M.G.C.J. Beerthuizen en H. Goudriaan - Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015 3. R. Jennissen - Trends in de overrepresentatie van jongens en jongemannen met een Marokkaanse achtergrond in de verdachtenstatistiek 4. F. Weerman - Social media en smartphones als verklaring voor de daling in jeugdcriminaliteit? 5. M. De Looze en I. Koning - Alcoholgebruik bij jongeren in Nederland: Van zuipschuit van Europa tot het braafste kind van de klas 6. O. Marie en T. Paulovic - Jongeren op school houden, helpt dat tegen criminaliteit? 7. H. Ferwerda en T. van Ham - Lessen uit de aanpak van jeugdgroepen 8. S. van Grinsven en A. Verwest - Vijf jaar Aanpak Top600: Waar staan we nu? SAMENVATTING: De jeugdcriminaliteit is in de afgelopen tien jaar fors afgenomen. Het aantal geregistreerde minderjarige verdachten van een misdrijf daalde met zo’n 60%. Niet alleen de officiële registraties door politie en justitie laten een daling zien. Zelfrapportagecijfers over daderschap bevestigen dit beeld en deze trend stemt overeen met de afname in slachtofferschap in Nederland. Opmerkelijk is dat in de meeste andere westerse landen dezelfde tendens waar te nemen is. Deze ontwikkeling en de duiding daarvan hebben relatief nog weinig aandacht gekregen. Met dit themanummer van Justitiële verkenningen wordt beoogd in die leemte te voorzien.Gezien het internationale karakter ervan is het niet voor de hand liggend om de dalende trend in (jeugd)criminaliteit (uitsluitend) te beschouwen als het resultaat van succesvol criminaliteits- en jeugdbeleid, aangezien dat beleid per land behoorlijk verschilt. In dit themanummer gaan we daarom in de eerste plaats op zoek naar gemeenschappelijke culturele verklaringen, waarin bijvoorbeeld een link wordt gelegd met technologische ontwikkelingen die de tijdsbesteding en belevingswereld van jongeren drastisch veranderd hebben, zoals de opkomst van de smartphone en de populariteit van sociale media en allerlei computer en online games. Ook de tevredenheid met het eigen leven van de generatie ‘Gezond en gelukkig’[1] zou een criminaliteit dempende factor kunnen zijn.Naast deze culturele benadering is er aandacht voor de effecten van overheidsbeleid. Dat hoeft niet direct gericht te zijn op criminaliteitsbestrijding om toch indirect uiteindelijk gevolgen te hebben voor de ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit. In dit nummer besteden we bijvoorbeeld aandacht aan campagnes tegen alcoholgebruik door jongeren en aan de maatregel die jongeren verplicht tot hun 18e onderwijs te volgen als zij nog geen startkwalificatie (minimaal mbo-2) hebben behaald. De aanpak van problematische jeugdgroepen en de grootschalige Amsterdamse Top600-aanpak komen eveneens aan bod als voorbeelden van beleid ter bestrijding van jeugdcriminaliteit.Dit themanummer beoogt mede een bijdrage te leveren aan de discussie over de inzet van justitie- en politiemiddelen en de toekomstige ontwikkeling van de criminaliteit. De jeugdstrafsector krimpt al jaren, met alle consequenties voor de werklast en benodigde capaciteit. En hoewel niet iedere crimineel al in zijn of haar jeugdjaren de eerste stappen richting misdaad zette, is het voorstelbaar dat de sterke vermindering van het aantal jeugdige delinquenten in de toekomst zal leiden tot minder aanwas van volwassen justitiabelen. [1] Zie: www.scp.nl/Nieuws/Hoe_staat_het_met_de_Nederlandse_jeugd
    • De pakkans vergroot - evaluatie van de pilot gepercipieerde pakkans jongeren in Tilburg

      Schreijenberg, A.; Schijndel, A. van; Vaan, K. de; Homburg, G. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2011)
      Dit rapport bevat de resultaten van de evaluatie van de pilot Verhogen Pakkans zoals die in Tilburg vorm heeft gekregen. Het doel van dit onderzoek is te achterhalen hoe de in Tilburg ingezette maatregelen bijdragen aan een verhoging van de (gepercipieerde) pakkans onder overlastgevende en criminele jongeren en of dat is gelukt. Tevens beoogt het onderzoek waardevolle kennis op te leveren voor de jongerenaanpak in andere gemeenten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aanpak jeugdgroepen in Tilburg 3. Planevaluatie 4. Procesevaluatie 5. Conclusie
    • Duiding van problematisch jeugdgroepgedrag - Een theoretische verkenning en een praktische handreiking voor het veld

      Ham, T. van; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2017)
      Het onderzoek kent een probleemstelling met twee elementen. Daarbinnen kunnen meerdere onderzoeksvragen worden onderscheiden. De probleemstelling en de daarbij behorende vragen luiden als volgt: Op welke manier kunnen lokale partners (gemeente, OM en politie) uniforme duiding geven aan: het (niveau van) problematisch groepsgedrag (overlast, criminaliteit); de relatie met de omgeving (impact op de wijk, relatie met andere problematiek); het gedrag van de jongeren binnen de groep (groepsdynamiek, risico’s voor afglijden en recidive).Op welke manier kan de duiding bijdragen aan de afstemming tussen de ketenpartners over de taken en verantwoordelijkheden bij de aanpak van een groep en de individuen in de groep? Als bijlage is een 'Handreiking duiding problematisch jeugdgroepgedrag voor gemeentelijk (proces)regisseur en zijn/haar ketenpartners' opgenomen. Sinds 2015 wordt niet langer gebruikgemaakt van de shortlistmethodiek om problematische jeugdgroepen in beeld te brengen. Dit betekent dat ook de daarbij behorende indeling om groepen (hinderlijk, overlastgevend, crimineel) te prioriteren, aan te pakken en monitoren is losgelaten. Deze handreiking is ontstaan vanuit de behoefte om bij de uitvoering van het werkproces integrale aanpak problematische jeugdgroepen – het zogenaamde 7-stappen model – een problematische jeugdgroep of fluïde netwerk te kunnen duiden.
    • Evaluatie aanpak criminele jeugdgroepen

      Burik, A.E. van; Hoogeveen, C.; Jong, B.J. de; Vogelvang, B.; Addink, A.; Steege, M. van der (Van Montfoort, 2013)
      De minister van Veiligheid en Justitie heeft de aanpak van problematische jeugdgroepen begin 2011 tot één van de belangrijkste prioriteiten gemaakt en daarbij sterk de focus gelegd op de aanpak van de criminele jeugdgroepen. Dit evaluatieonderzoek bestaat uit drie delen: Beschrijving van de ontwikkeling van aantallen problematische jeugdgroepen 2009-2011. Beschrijving en evaluatie specifiek van de aanpak van criminele jeugdgroepen 2010-2011. Literatuurstudie naar de kenmerken en de effectieve aanpak van criminele jeugdgroepen. INHOUD: 1. Samenvatting en conclusies 2. Inleiding 3. Onderzoeksverantwoording 4. Ontwikkeling aantallen problematische jeugdgroepen 5. Eerste globale analyse plannen van aanpak 6. Resultaten analyse plannen van aanpak 7. De aanpakken: signaleren, analyseren en prioriteren 8. De aanpakken: inzet interventies 9. De aanpakken: regie en samenwerking 10. De aanpakken: resultaten en bevorderende & belemmerende factoren 11. Beoordeling gedragsinterventies 12. Onderzoeksvragen en opzet literatuuronderzoek 13. Criminele jeugdgroepen: overeenkomsten en verschillen tussen Nederland en het buitenland 14. Deelname aan verschillende jeugdgroepen 15. Ontstaan en verdwijnen van criminele jeugdgroepen 16. De aanpak van criminele jeugdgroepen 17. Samenvatting en overwegingen 18. Literatuur
    • In de greep van de groep - Een onderzoek naar een Marokkaanse problematische jeugdgroep

      Gemert, F. van; Fleisher, M.S. (WODC (subsidie), 2002)
      Onderzoek uitgevoerd met subsidie van het WODC en het programma Politie en Wetenschap. Etnografisch onderzoek passend in internationaal vergelijkend onderzoek naar jeugdbendes (Eurogang).
    • Jeugdcriminaliteit in groepsverband ontrafeld - Tussen rondhangen en bendevorming

      Beke, B.M.W.A.; Wijk, A.Ph. van; Ferwerda, H.B. (Bureau Beke, 2000)
      Het doel van het onderzoek is inzicht te geven in diverse typen jeugdgroepen en daarnaast het ontwikkelen van een meetinstrument dat ingezet kan worden om de aard en de omvang van problematische jeugdgroepen in beeld te brengen. Er worden, in navolging van eerder onderzoek, drie soorten jeugdgroepen onderscheiden, die alle in de vijf steden voorkomen, in 'zwaarte' oplopend van hinderlijk (44 groepen), via overlastgevend (51 groepen) tot crimineel (18 groepen). Tussen de groepen worden drie scheidslijnen gesignaleerd. De hinderlijke groepen blijken vooral een probleem te vormen voor de openbare orde (waarbij de groep primair platform is voor sociale activiteiten). De overlastgevende groepen overstijgen dit niveau. Deze categorie is primair platform voor criminele activiteiten en vormt een opsporingsprobleem. In termen van actieradius blijkt dat hinderlijke jeugdgroepen vaker wijkgebonden zijn, terwijl overlastgevende en criminele groepen stadsgebonden zijn (soms zelfs regionaal opereren). In hinderlijke groepen lijkt een corrigerende werking uit te gaan van de groep op subgroepen die zich met criminaliteit bezighouden; de rest van de groep zal deze activiteiten niet snel accepteren. In criminele groepen treedt geen corrigerende werking op. De netwerkanalyses bevestigen dat er vaak sprake is van subgroepen, waarbij 'linking-pin'-personen bestaan die met diverse personen uit andere subgroepen criminele activiteiten plegen. Ook zijn er jongeren die deel uitmaken van verschillende jeugdgroepen. Er bestaat een samenhang tussen groepsdynamiek en het plegen van criminaliteit, in die zin dat jeugdgroepen die een hecht georganiseerde en hiërarchisch gesloten structuur hebben, een zwaarder criminaliteitspatroon vertonen. In het onderzoek is een 'shortlist groepscriminaliteit' ontwikkeld die kan worden gebruikt door politiefunctionarissen om jeugdgroepen in kaart te brengen. De onderzoekers concluderen overigens dat voor het in kaart brengen van problematische jeugdgroepen meer bronnen nodig zijn: de betreffende politiefunctionaris, diens collega's, jongerenwerkers en politiedatasystemen als BPS en/of HKS.
    • Kijk op jeugdcriminaliteit - Handvatten voor het opstellen van een periodieke trendrapportage jeugd- en jongerencriminaliteit en een overzicht van veelbelovende aanpakken

      Ferwerda, H.; Ham, T. van; Jager, D. (Beke, 2016)
      In dit rapport worden de resultaten van een onderzoek beschreven dat uitmondt in een voorstel om te komen tot een trendrapportage jeugd- en jongerencriminaliteit. Het voorstel bestaat uit drie onderdelen. Allereerst wordt een overzicht gegeven van beschikbare en noodzakelijke indicatoren die een beeld geven van risicofactoren voor jeugdcriminaliteit, de aard en omvang van jeugdcriminaliteit en de wijze waarop de (justitiële) afhandeling plaatsvindt. Daarnaast wordt een voorstel gedaan voor het interpreteren van de indicatoren door een groep onafhankelijke deskundigen. Tot slot wordt een werkwijze geschetst om aanpakken en interventies te inventariseren en presenteren. INHOUD: 1. Achtergrond van en aanleiding voor het onderzoek 2. Onderzoeksmethoden 3. Risico- en criminele jeugd 4. Trendrapportage: indicatoren en werkwijze 5. De aanpak van jeugd- en jongerencriminaliteit 6. Conclusies en samenvatting
    • Kostbare vriendschappen - Wat problematische jeugdgroepen de maatschappij kosten: Exploratieve studie in een grote gemeente

      Leerdam, J. van; Timmermans, M. (medew.); Witvliet, M. (medew.) (Cebeon - Centrum Beleidsadviserend Onderzoek, 2016)
      Centraal in het onderzoek staat de vraag: welke maatschappelijke kosten veroorzaken (verschillende typen) problematische jeugdgroepen in één gemeente en in hoeverre zijn de geschatte kosten betrouwbaar en valide? Deze vraagstelling is geoperationaliseerd in de volgende onderzoeksvragen: Wat is de aard en omvang van de problematische jeugdgroepen in de experimentgemeente? Welke maatschappelijke gevolgen hebben deze typen problematische jeugdgroepen? In hoeverre zijn deze gevolgen in kosten (euro’s) uit te drukken? Op welke wijze vinden de berekeningen plaats? 5. hoe betrouwbaar en valide zijn de berekeningen? Welke kosten veroorzaken problematische jeugdgroepen naar schatting in de experimentgemeente? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Problematische jeugdgroepen 4. Identificatie van maatschappelijke effecten 5. Kwantificering van maatschappelijke effecten 6. Maatschappelijke kosten 7. Conclusies
    • Monitor Jeugdcriminaliteit 2017 - Ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de jaren 2000 tot 2017

      Laan, A.M. van der (red.); Beerthuizen, M.G.C.J. (red.); Goudriaan, H.; Vissers, W.; Sprangers, A.; Jong, L. de; Sleutjes, B.; Rokven, J. (WODC, 2018)
      In deze nieuwste Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) zijn de ontwikkelingen in de door politie en justitie geregistreerde jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot 2017 beschreven. De doelstelling van de huidige MJC is een ‘zo breed mogelijk’ overzicht te geven van de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit en deze ontwikkelingen in samenhang te bespreken. Er wordt hierbij gebruikgemaakt van verschillende bronnen: politieregistraties van jeugdige verdachten, veroordelingsregistraties van jeugdige strafrechtelijke daders en ook internationale bronnen voor de ontwik-kelingen in het buitenland. In de vorige meting van de MJC is ook gebruikgemaakt van een andere bron dan politie en justitie registratiegegevens, namelijk zelfrapportage van daderschap welke eens in de vijf jaar wordt gemeten onder een representatieve steekproef van Nederlandse jongeren. Jeugd heeft betrekking op 12- tot 23-jarigen. Naast de standaarddoelstelling van de MJC om de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit te beschrijven, zijn toegevoegd een beschrijving van de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in zogeheten hot spots en bij jeugdige groepsplegers en een vergelijking van de ontwikkelingen in Nederland met die in omringende landen. INHOUD: 1. Inleiding - André van der Laan en Marinus Beerthuizen (WODC) 2. Jeugdige verdachten - Heike Goudriaan, Wim Vissers, Arno Sprangers en Lisanne de Jong (CBS) 3. Jeugdige strafrechtelijke daders - Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) 4. Sancties opgelegd aan jeugdigen - Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) 5. Hot spots en jeugdige groepsplegers - Bart Sleutjes (CBS) en Marinus Beerthuizen (WODC) 6. Internationale ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit - Josja Rokven, Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) 7. Ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot 2017: samenvatting, discussie en conclusie - Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) . Zie ook link naar: Youtube-filmpje MJC 2017 animatie
    • Schijnwerpers op straat - Over de lessen van de aanpak van de Van Wougroep en andere criminele jeugdgroepen

      Peeters, T.; Dongen, T. van; Koster, N. (medew.) (Verwey-Jonker Instituut, 2022-05-04)
      In dit onderzoek hebben we de integrale aanpak van de Van Wougroep uit de Amsterdamse Diamantbuurt bestudeerd. Daarnaast hebben we – om de keuzes die binnen de Van Wou-aanpak zijn gemaakt in een breder perspectief te kunnen plaatsen – gekeken naar twee andere integrale aanpakken van criminele jeugdgroepen, te weten de Utrechtse Kopstukkenaanpak en de Tilburgse aanpak Mate(n) van de straat. We deden dit met in het achterhoofd dat criminele jeugdgroepen een belangrijke kweekvijver zijn voor de georganiseerde misdaad. En met de verwachting dat ons onderzoek ten goede zou kunnen komen aan aanpakken van criminele jeugdgroepen in de toekomst. De vraag die centraal heeft gestaan is: Welke lessen volgen uit de toepassing in de afgelopen tien à vijftien jaar van integrale aanpakken van criminele jeugdgroepen, en in het bijzonder de aanpak van de Van Wougroep, en wat betekenen deze lessen voor de huidige en toekomstige aanpak? INHOUD: 1. Introductie 2. Stoppen met criminaliteit 3. De Van Wougroep 4. De Van Wou-aanpak 5. De uitvoering 6. Een voormalig Van Woujongere aan het woord 7. De resultaten van de aanpak 8. De lessen van de aanpak
    • Vernieuwende onderzoeksmethoden

      Custers, B.H.M.; Leeuw, H.B.M.; C.C.J.H. Bijleveld; Roks, R.A.; Gelder, J.L. van; Kogel, C.H. de; Cornet, L.J.M.; Vanderveen, G.; Andriessen, D.G. (WODC, 2016)
      ARTIKELEN: 1. B.H.M. Custers - Big Data in wetenschappelijk onderzoek 2. H.B.M. Leeuw - De evaluatie van digitaal beleid: Een Big Data case study 3. C.C.J.H. Bijleveld - Analysemethoden en technieken voor criminologisch onderzoek: Oude trends en nieuwe ontwikkelingen 4. R.A. Roks - In de h200d: Een eigentijdse etnografie 5. J.L. van Gelder - CRIME Lab: Pleidooi voor een nieuwe en vernieuwende criminologie 6. C.H. de Kogel en L.J.M. Cornet - Toepassingsmogelijkheden van Quantified Self-data: Enkele voorbeelden uit de forensisch psychiatrische praktijk 7. G. Vanderveen - Zal ik je eens wat laten zien? Over visuele onderzoeksmethoden 8. D.G. Andriessen - Via een andere methodologie naar een grotere relevantie van onderzoek SAMENVATTING: De sociale wetenschappen zijn decennialang gegijzeld door de tegenstelling tussen onderzoekers die kwantitatieve methoden gebruiken en zij die kwalitatief te werk gaan. Hoewel de discussie daarover wel zal voortduren, lijken toch de scherpe kantjes van dit debat wat afgesleten. Er lijkt een zekere mate van consensus te groeien dat beide benaderingen elkaar aanvullen en nodig hebben. Zoals een van de auteurs in dit themanummer het formuleert: ‘ Waar kwantitatieve methoden hard bewijs kunnen leveren, in die zin dat (...) getoetst kan worden of relaties als ‘niet toevallig’ mogen worden beschouwd, zijn kwalitatieve methoden veel beter in staat dan kwantitatieve methoden om de ‘waarom’-vraag te stellen’ (zie de bijdrage van Catrien Bijleveld). Een andere reden waarom de ‘kwanti-kwali-discussie’ wat lijkt uitgewoed, is de opkomst van allerlei nieuwe technologieën die veel meer variëteit hebben gebracht in methoden van wetenschappelijk onderzoek. En stuk voor stuk brengen die nieuwe methoden weer hun eigen dilemma’s en beperkingen met zich mee die niet goed passen in de aloude kwanti-kwali-discussie. Te denken valt aan toepassingen van Big Data, Google Trends, smartwatches, smartphones, internet, sociale media en virtual reality. Zo stuiten onderzoekers die gebruik maken van Big Data op het probleem dat er veel teveel (onverwachte) verbanden worden gevonden tussen variabelen. Hoe maak je onderscheid tussen verbanden die nieuwe inzichten bieden en correlaties die triviaal zijn? Verrassend genoeg blijkt menselijke intuïtie nog altijd onmisbaar (zie de bijdrage van Bart Custers). De auteurs in dit themanummer over vernieuwende onderzoeksmethoden is gevraagd om niet alleen de mogelijkheden en voordelen van deze methoden te beschrijven, maar ook stil te staan bij beperkingen en (ethische) dilemma’s.