• Criminal victimization in seventeen industrialized countries - Key findings from the 2000 International Crime Victims Survey

      Kesteren, J. van; Mayhew, P.; Nieuwbeerta, P. (NSCR, 2000)
      The International Crime Victimisation Survey (ICVS) is the most far-reaching programma of fully standardised sample surveys looking at householders’ experience of crime in different countries. The first ICVS took place in 1989, the second in 1992, the third in 1996 and the fourth in 2000. Surveys have been carried out in 24 industrialised countries since 1989, and in 46 cities in developing countries and countries in transition. This report deals with seventeen industrialised countries which took part in the 2000 ICVS. The results in this report relate mainly to respondents’ experience of crime in 1999, the year prior to the 2000 survey. Those interviewed were asked about crimes they had experienced, whether or not reported to the police. CONTENT: 1. Introduction 2. Victimisation rates 3. Individual risk factors 4. Reporting crime and the police 5. Attitudes to crime 6. Conclusions
    • De Nederlandse onteigeningswet in rechtsvergelijkend perspectief

      Unknown author (T.M.C. Asser Instituut, 2000)
      Doel van het onderzoek was een vergelijking te maken tussen de onteigeningswetgeving en procedures van Canada, Duitsland, Frankrijk, Japan en het Verenigd Koninkrijk, aan de hand van de driedeling systeem, procedure en specifieke onderwerpen. Uit het onderzoek blijkt dat de onderzochte buitenlandse onteigeningsprocedures hun grondslag vinden in verdragregels, grondwettelijke regels en nationale wetgeving (Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk), terwijl andere onteigeningsprocedures slechts een Nationaal wettelijke basis hebben (Canada). Verder kennen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk een onteigeningsprocedure die is opgesplitst in een administratiefrechtelijke en een civielrechtelijke fase, terwijl de overige landen voornamelijk een administratiefrechtelijke procedure toepassen. Bij alle procedures van onteigening dient het algemeen belang aantoonbaar te zijn en dient schadevergoeding aan de onteigende persoon te worden toegekend. Alle betrokken rechtsstelsels (met uitzondering van Japan) vereisen tussenkomst van de rechter met betrekking tot de vaststelling van de schadevergoeding. Hoewel er altijd ruimte bestaat voor partijen om een regeling in den minne te schikken. Mogelijkheden van bezwaar en beroep kent een diversiteit van regels en beroepsmogelijkheden. Ook ten aanzien van regelgeving met betrekking tot de aard en de inhoud van de procedure is een grote variëteit aangetroffen. Wel is het duidelijk geworden dat aan de regelgeving met betrekking tot onteigening altijd een evenwichtige afweging van belangen is vereist. Voor specifieke beleidsonderwerpen en vormen van eigendomsbeperking gaan de onderzoekers bijvoorbeeld in op zelfrealisatie en het ondergronds bouwen.
    • Flexibele bruggenbouwer zoekt stevig fundament - Wat werkt bij de inzet van vrijwilligers binnen de reclassering?

      Höing, M.; Heemskerk, I. (Höing & Heemskerk, 2019)
      Binnen de reclasseringsorganisaties wordt al op beperkte schaal gewerkt met vrijwilligers (Bureau Buitenland, COSA en een aantal lokale projecten). Er wordt daarnaast in het kader van stimuleringsprogramma’s als ‘Ruim baan’ en ‘Koers en Kansen’ geëxperimenteerd met enkele pilots. Momenteel ontbreekt het nog aan een visie met betrekking tot doelen van de inzet van vrijwilligers bij reclasseringstaken, kennis over mogelijke modellen voor de organisatie van de vrijwillige inzet, en modellen voor de taken van vrijwilligers en de samenwerking met beroepskrachten. In verschillende andere landen is hiermee veel ervaring opgedaan, die mogelijk van betekenis kan zijn voor de ontwikkeling van een visie, en van beleid en werkwijzen in Nederland. Hiertoe zijn praktijken in Ierland, Engeland, Zweden, Oostenrijk en Japan onderzocht. Door deze keuze van landen konden diverse modellen voor de inzet van vrijwilligers worden vergeleken. De probleemstelling is in drie deelvragen verdeeld: Hoe is in de geselecteerde landen en projecten de inzet van vrijwilligers bij reclasseringstaken georganiseerd, onder welke randvoorwaarden werken zij, welke taken voeren zij uit en hoe verhoudt het werk van de vrijwilligers zich tot het werk van betaalde reclasseringswerkers? Wat zijn in de onderzochte landen werkzame mechanismen voor de inzet van vrijwilligers met betrekking tot werving en selectie, training en begeleiding, binding aan de organisatie, samenwerking met betaalde reclasseringswerkers en wat is bekend over het resultaat van de inzet van vrijwilligers? In hoeverre zijn de onderzochte voorbeelden bruikbaar voor het reclasseringswerk in Nederland? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. de organisatie van de inzet van vrijwilligers 4. De inzet van vrijwilligers 5. Betekenis voor de Nederlandse context 6. Conclusies en discussie 7. Referenties