• Draagvlak voor afsteken vuurwerk

      Klein Kranenburg, L.; Kanne, P. (I&O Research, 2019)
      De Tweede Kamer heeft de regering in een motie (Tweede Kamerstukken, vergaderjaar 2017–2018, 28 684, nr. 532) opgeroepen om een onafhankelijke evaluatie uit te voeren naar de effecten van de nieuw ingevoerde maatregelen, met expliciete aandacht voor het maatschappelijke draagvlak. I&O Research voert sinds 2014 elk jaar – in november/december – een onderzoek uit naar het draagvlak voor vuurwerk en alternatieven voor het afsteken van vuurwerk door particulieren. Dit longitudinale onderzoek biedt een uitstekende basis om de ontwikkeling van het draagvlak voor vuurwerk (en eventuele alternatieven) onder de Nederlandse bevolking in kaart te brengen. Het WODC heeft I&O Research gevraagd een secundaire analyse uit te voeren op de data van 2014 tot en met 2018. Deze samenvatting zet de belangrijkste uitkomsten van de secundaire analyse op een rij.De analyse geeft inzicht in de mate waarin Nederlanders van 18 jaar en ouder:zelf weleens vuurwerk afsteken, dat van plan zijn binnenkort te doen en zich houden aan de beperkingen (wat betreft afsteektijden, locatie en type vuurwerk)overlast van vuurwerk ervaren en zich kunnen vinden in maatregelen om de overlast van vuurwerk te beperken (strengere handhaving van afsteektijden, vuurwerkvrije zones en het verbod op illegaal vuurwerk)voor- of tegenstander zijn van een particulier vuurwerkverbod (in verschillende varianten) en hoe zij staan tegenover alternatieven voor het afsteken van vuurwerk door particulieren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Afsteekgedrag 3. Overlast en handhaving 4. Draagvlak
    • Evaluatie supersnelrecht

      Weerden, M. van; Benschop, A.; Liebregts, N.; Blom, T.; Korf, D.J. (Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Bonger Instituut, 2016)
      Dit onderzoek betreft een evaluatie van supersnelrechtprocedures in Nederland. Van supersnelrecht is sprake indien een zaak binnen de termijn van de inverzekeringstelling (maximaal 3 dagen) inhoudelijk ter zitting wordt behandeld. Het uitgangspunt is daarbij dat voorlopige hechtenis wordt bevolen en indien een vrijheidsstraf wordt opgelegd, deze aansluitend wordt uitgezeten. De voorwaarde is dat de verdachte afstand doet van de geldende dagvaardingstermijn voor politierechterzaken van 3 dagen. De centrale vraagstelling van het onderzoek is: Hoe functioneert het instrument supersnelrecht in de verschillende arrondissementen in Nederland en welke mogelijkheden zijn er voor de verbetering van de toepassing ervan?
    • Ontwikkelingen in bestuurlijke criminaliteitspreventie

      Unknown author (WODC, 1987)
      Sinds 1960 is sprake van een vertienvoudiging van de geregistreerde criminaliteit. Het gaat hierbij met name om delicten als inbraak, winkeldiefstal, autokraken en dergelijke. In dat kader werd in 1983 de Commissie Kleine Criminaliteit geinstalleerd. In de aanbevelingen van deze commissie Roethof werd gepleit voor een veelvuldiger beroep op niet-justitiele instanties om deze stijging te doen keren. Er zou meer aandacht besteed moeten worden aan de preventie van deze vormen van veel voorkomende criminaliteit, waarbij het lokale bestuur een vooraanstaande rol dient te spelen. In de kabinetsnota Samenleving en criminaliteit werden deze aanbevelingen overgenomen en werd geld beschikbaar gesteld voor experimenten op het vlak van `bestuurlijke preventie'. In 1986 is een start gemaakt met dit nieuwe initiatief in de bestrijding van criminaliteit. Er was geld beschikbaar voor interessante gemeentelijke preventieprojecten, evaluatieonderzoeken werden gestart en het kwartaalblad SEC (Samenleving en criminaliteit) verscheen. In het begin van dit jaar deed het kabinet opnieuw een nota verschijnen, het zogenaamde Actieplan, waarin nieuwe plannen ter bestrijding van de veel voorkomende criminaliteit werden aangekondigd. Deze ontwikkelingen waren aanleiding voor de Stuurgroep Bestuurlijke Preventie en het WODC om een symposium te organiseren over de stand van zaken in de bestuurlijke criminaliteitspreventie. De studiedag vond plaats op 26 maart van dit jaar op het Ministerie van Justitie. In deze aflevering van Justitiele Verkenningen worden de lezingen ervan gepubliceerd.
    • Terugblikken op de jaarwisseling - Een quickscan openbare orde en veiligheid op gemeentelijk niveau

      Klein Haneveld, L.; Wijk, A. van; Ferwerda, H. (medew.); Ham, T. van (medew.) (Bureau Beke, 2019)
      Tweede Kamerstukken, vergaderjaar 2017–2018, 28684, nr. 532 De impact van de maatschappelijke schade van de jaarwisseling is mede terug te zien in het terugkerend karakter van dit onderwerp in de Tweede Kamer. Meer in het bijzonder is een motie van de leden Den Boer en Dik-Faber (Tweede Kamerstukken, vergaderjaar 2017–2018, 28684, nr. 532) in deze noemenswaardig. Een uitvloeisel van deze motie is om in beeld te brengen hoe de jaarwisseling 2018-2019 is voorbereid, welke lokale maatregelen en initiatieven zijn genomen en met welk resultaat. Het voorgaande leidt tot de volgende probleemstelling: ‘Hoe heeft de voorbereiding van de laatste nieuwjaarsviering plaatsgevonden, welke initiatieven en maatregelen zijn er genomen en hoe pakten deze uit? Zijn er juridische, praktische of andersoortige belemmeringen die een optimale organi-satie van de nieuwjaarsviering in de weg staan en wat kunnen andere gemeenten leren van de aanpak van andere gemeenten?’