• Een meewerkverplichting bij grootschalig DNA-onderzoek in strafzaken?

      Kempen, P.H.P.H.M.C. van; Staak, M.G.J.M. van der (Radboud Universiteit Nijmegen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2013)
      Indien bij een opsporingsonderzoek naar een ernstig misdrijf onvoldoende aanwijzingen zijn die leiden naar een (of meerdere) individuele verdachte(n), maar wel vermoedens bestaan dat de mogelijke dader(s) tot een bepaalde groep behoort, kan justitie een grootschalig DNA-onderzoek opstarten. Dit onderzoek betreft de vraag of aan burgers een meewerkverplichting in het kader van een grootschalig DNA-onderzoek kan worden opgelegd. Om tot een onderbouwde en genuanceerde beantwoording daarvan te komen, worden ter vergelijking zeven uiteenlopende andersoortige meewerkplichten voor burgers op verschillende terreinen van het recht in Nederland, België, Duitsland en Engeland & Wales besproken. Ook wordt de meewerkplicht bij grootschalig DNA-onderzoek getoetst aan verschillende fundamentele rechten. Daarnaast wordt de uitvoeringspraktijk van grootschalig DNA-onderzoek in genoemde landen beschreven en komt de meewerkplicht vanuit verschillende sociaalwetenschappelijke theorieën aan de orde. INHOUD: 1. Inleiding 2. Grootschalig DNA-onderzoek en de positie van de weigeraar 3. Algemene identificatieplicht 4. Preventief fouilleren 5. Ademanalyse 6. Doorzoeking in de woning van derden 7. Meewerkverplichtingen bij de bestrijding van infectieziekten 8. Meewerkverplichtingen in het fiscale recht 9. Toetsing aan fundamentele rechten en beginselen uit het EVRM 10. Uitvoeringspraktijk bij grootschalig DNA-onderzoek: de relatie tussen de politie en burgers 11. Slotbeschouwing
    • Gezondheidsrisicogedrag onder mannelijke gedetineerden - tatoeages, piercings, boegroes, seks & injecteren van drugs en anabolen

      Wouters, M.; Doekhie, J.; Korf, D.J.; Benschop, A. (Universiteit van Amsterdam - Criminologisch Instituut Bonger, 2010)
      In de Nederlandse gevangenissen komen gedragingen voor die een riscio vormen voor de gezondheid van gedetineerden en voor anderen (bewakers, de maatschappij buiten detentie).  Er is nog weinig kennis over gezondheidsrisicogedrag onder gedetineerden in Nederlandse gevangenissen. Een quick scan uit 2007 wees uit dat risicogedrag zoals onbeschermd seksueel contact, tatoeëren en piercen regelmatig voorkomt. Dit onderzoek sluit daarop aan en inventariseert welke vormen van risicogedrag er zijn, in welke mate ze voorkomen en welke gedragingen het meest risicovol zijn. Het onderzoek focust op infectieziekten. Deze worden gedefinieerd als ziekten die worden veroorzaakt door een overdraagbare ziekteverwekker zoals een bacterie, virus, schimmel of prion. Infectieziekten zijn per definitie besmettelijk. Voorbeelden zijn SOA’s, Hiv, Hepatitis B en C, tuberculose. Ook wordt een antwoord gegeven op de vraag welke preventieve maatregelen de voorkeur verdienen en naar verwachting het best zullen worden toegepast en opgevolgd door de gedetineerden.
    • State of the art crisisbeheersing - fase 2

      Lakerveld, J. van; Wolbers, J.; Zonneveld, A.; Matthys, J.; Akerboom, M. (Universiteit Leiden - Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), 2020-12-30)
      De NCTV laat state of the art onderzoeken uitvoeren op het gebied van cybersecurity, (contra) terrorisme en extremisme op het gebied van crisisbeheersing. Deze states of the arts zijn onderdeel van een programma dat zich richt op het realiseren van een NCTV-brede onderzoekagenda. PLATO en ISGA hebben in deze state of the art onderzoeken de eerste fase van het overkoepelende onderzoek naar crisisbeheersing uitgevoerd. In dit rapport staat het tweede fase onderzoek centraal waarin is voortgebouwd op de kennis en literatuurbestanden van het eerste fase onderzoek. Op grond van de conclusies van het eerste fase onderzoek is de volgende probleemstelling geformuleerd: Wat is volgens de wetenschappelijk literatuur de laatste stand van zaken met betrekking tot het domein crisisbeheersing voortbouwend op de resultaten van het onderzoek state of the art crisisbeheersing fase 1 (Lakerveld & Matthys, 2019). Aan de hand van deze probleemstelling zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd. 1. Welke trends in soorten risico’s en crises en de omgang daarmee in het kader van crisisbeheersing kunnen worden vastgesteld? 2. Welke factoren bevorderen op meso-(organisatie) en micro-(individueel) niveau de effectiviteit en tijdigheid van crisisbeheersing? Op welke wijze zijn deze factoren te beïnvloeden? Wat betekent dit concreet voor de besluitvorming tijdens crisisbeheersing in de Nederlandse context? 3. Op welke wijze zijn factoren die bijdragen aan effectiviteit zo te beïnvloeden dat daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit (doelmatigheid en doeltreffendheid) van de crisisbeheersing/rampenbestrijding? INHOUD: 1. Samenvatting, 2. Inleiding, 3. Opzet van het onderzoek, 4. Het analyseren van crisismanagement, 5. Onderzoeksresultaten, 6. Conclusies, 7. Conclusies bezien in het licht van de Covid-19 crisis, 8. Literatuur, 9. Bijlagen, 10. Executive summary
    • Verkenning drugsbeleid in Nederland - Feiten, opinies en scenario's

      Schnabel, P. (voorz.); Schreuder, R.F. (red.); Broex, V.M.F. (red.) (Stichting Toekomstscenario's Gezondheidszorg (STG), 1998)
      Deze verkenning heeft tot doel inzicht te verschaffen in:de omvang van het drugsgebruik, het aantal drugsverslaafden. de door hen gepleegde criminaliteit en de door hen veroorzaakte overlastde omvang en de effectiviteit van het zorgaanbod, de preventieactiviteiten en de maatregelen met betrekking tot de bestrijding van de overlast en criminaliteitde huidige en te verwachten maatschappelijke kosten van drugsgebruikhet identificeren van omgevingsfactoren en autonome ontwikkelingen, die van invloed kunnen zijn op de drugsproblematiek in de toekomst.