• Over leven na de moord - De gevolgen van moord en doodslag voor de nabestaanden van de slachtoffers en de ondersteuning door Slachtofferhulp Nederland

      Wijk, A. van; Leiden, I. van; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2013)
      Het doel van de voorziening voor nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten van Slachtofferhulp Nederland is het verbeteren van de dienstverlening aan nabestaanden van slachtoffers van moord en doodslag. Het onderzoek bestaat uit twee delen. In het eerste onderzoeksdeel wordt de projectorganisatie geëvalueerd (Zie link bij: Meer informatie). Dit tweede onderzoeksdeel gaat inhoudelijk in op de behoeften en problemen van de nabestaanden, de ontwikkelingen daarin over de tijd gezien en de wijze waarop de casemanagers hulp en ondersteuning hebben geboden.
    • Scholieren over mishandeling - Resultaten van een landelijk onderzoek naar de omvang van kindermishandeling onder leerlingen van het voortgezet onderwijs

      Lamers-Winkelman, F.; Slot, N.W.; Bijl, B.; Vijlbrief, A.C. (WODC, 2007)
      Hoeveel kinderen in ons land het slachtoffer worden van mishandeling is niet bekend. Daarom is er is behoefte aan cijfermateriaal over de aard en omvang van de problematiek. De volgende vragen worden in dit onderzoek beantwoordt: In welke mate hebben jongeren uit de eerste vier klassen van het voortgezet onderwijs kindermishandeling ervaren? Hangt het vóórkomen van de onderscheiden categorieën van kindermishandeling onderling samen? Welke relatie is er tussen de incidentie van kindermishandeling en andere vormen van victimisatie? Op welke kenmerken onderscheiden jongeren die geen kindermishandeling hebben meegemaakt zich van jongeren die veelvuldig aan kindermishandeling hebben blootgestaan?
    • Scholierenonderzoek kindermishandeling 2016

      Schellingerhout, R.; Ramakers, C. (Radboud Universiteit - ITS, 2017)
      In het Actieplan aanpak kindermishandeling 2012-2016 ‘Kinderen veilig’ (bijlage bij Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2011-2012, 31015 nr. 69) is aangekondigd dat in 2015 een derde prevalentiestudie kindermishandeling wordt voorzien (zie ook de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan de Tweede Kamer van 10 juli 2014; Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2013-2014, dossier 33750 XVI (aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties), nr. 109). De ministeries van VWS en VenJ willen meer inzicht verkrijgen in de samenloop in gezinnen van kindermishandeling en andere vormen van huiselijk geweld. Het doel van het scholieronderzoek kindermishandeling is om te onderzoeken hoe vaak kindermishandeling voorkomt anno 2016 onder scholieren in de eerste vier jaar van het voortgezet onderwijs, welke scholieren onder welke omstandigheden het meeste risico lopen en welke scholieren daadwerkelijk slachtoffer zijn of zijn geweest in het verleden van een of meerdere vormen van kindermishandeling. Het scholierenonderzoek maakt deel uit van een breder onderzoekprogramma dat als doel heeft de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland te bepalen. Na het huidige scholierenonderzoek volgt nog een informantenstudie. In deze informantenstudie worden professionals bevraagd naar het voorkomen van kindermishandeling. De uitkomsten van beide studies tezamen zullen uiteindelijk leiden tot een schatting van de prevalentie van kindermishandeling in Nederland. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kindermishandeling in Nederland 3. Methode en opzet scholierenonderzoek 4. Representativiteit en vergelijkbaarheid 5. Prevalentie van kindermishandeling 2016 6. Samenhang en risicofactoren 7. Trends in de tijd 8. Kindermishandeling en geweld tussen ouders 9. Hulpzoekgedrag en disclosure 10. Uitkomsten en vervolg
    • Slachtoffers en aansprakelijkheid - een onderzoek naar behoeften, verwachtingen en ervaringen van slachtoffers en hun naasten met betrekking tot het civiele aansprakelijkheidsrecht - Deel II : affectieschade

      Akkermans, A.J.; Hulst, J.E.; Claassen, E.A.M.; Boom, A. ten; Elbers, N.A.; Wees, K.A.P.C. van; Bruinvels, D.J. (WODC, 2008)
      Het onderzoek moet antwoord geven op de vraag van de Eerste Kamer of er onder naasten van slachtoffers die zijn overleden of ernstig letsel hebben opgelopen als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is (verder naasten/nabestaanden te noemen), een behoefte bestaat aan (het recht op) vergoeding van affectieschade zoals voorgesteld in het wetsvoorstel Affectieschade.
    • Slachtoffers en aansprakelijkheid - Een onderzoek naar behoeften, verwachtingen en ervaringen van slachtoffers en hun naasten met betrekking tot het civiele aansprakelijkheidsrecht - Deel 1: terreinverkenning

      Huver, R.M.E.; Wees, K.A.P.C. van; Akkermans, A.J.; Elbers, N.A. (WODC, 2007)
      Bij herzieningen van het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht wordt er vaak veronderstellende wijze vanuit gegaan hoe slachtoffers en hun nabestaanden over een dergelijke herziening denken en in hoeverre het aan hun behoeftes tegemoet komt. Het zijn echter vaak niet meer dan hypotheses op basis waarvan nieuwe wetgeving mede vorm wordt gegeven. Hetzelfde geldt voor literatuur waarin kritiek op deze wetgeving wordt geuit. Doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de behoeften, verwachtingen en ervaringen van slachtoffers en hun naasten met betrekking tot het aansprakelijkheidsrecht.