• Buitengerechtelijke procedures civiel en bestuur 2016

      Klein Haarhuis, C.M. (WODC, 2018)
      Veel problemen en geschillen in het civiel- en bestuursrechtelijke domein worden niet door de rechter, maar (eerst) door buitengerechtelijke instanties behandeld. Dit factsheet beschrijft, over de periode 2005-2016, eerst de instroom bij een aantal kenmerkende procedures in het civielrecht. Vervolgens komt het aantal afgehandelde bezwaarschriften door zes landelijke bestuursorganen aan bod. Dit wordt gevolgd door een tweetal overige procedures en, als laatste, met een beeld van de kosten in termen van tarieven en gemiddelde doorlooptijden (geldend in 2016). Al met al is sprake van een wisselend beeld zonder eenduidige trend; dit weerspiegelt het gevarieerde karakter van de procedures.
    • Doorlooptijden asielprocedures Vreemdelingenwet 2000

      Wilkinson, E.C.; Blom, M.; Jongebreur-Telgen, H.L.; Karssen, B. (WODC, 2006)
      Dit onderzoek maakt deel uit van de 'Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 - De asielprocedure' van de Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet 2000. De doelstelling van dit onderzoek is om na te gaan: in welke mate verschillende routes in de asieprocedure voorkomen;hoe lang een individuele asielprocedure duurt onder de Vw 2000; of de wettelijke termijnen worden gehaald; welke factoren invloed hebben op de doorlooptijd van een individuele asielprocedure.
    • Het overlegmodel in de asielprocedure - Een onderzoek naar de werking van het overlegmodel in het aanmeldcentrum Schiphol en de onderzoeks- en opvangcentra Oisterwijk en Schalkhaar

      Doornbos, N.; Sellies, J.P.P. (Katholieke Universiteit Nijmegen - Instituut voor Rechtssociologie, 1997)
      In de hoofdstukken 2 t/m 4 staat de werkwijze in het aanmeldcentrum Schiphol centraal. Daarna wordt in de hoofdstukken 5 t/m 8 ingegaan op de experimentele centra Oisterwijk en Schalkhaar. In het onderzoek staat de vraag centraal welke invloed het overlegmodel heeft op: verhouding tussen de voornaamste participanten in de besluitvoerming; de kwaliteit van de besluitvorming; de snelheid van de procedure; het gebruik van rechtsmiddelen. Zijdelings wordt nagegaan of het overlegmodel ook op andere gebieden veranderingen heeft gebracht. De methoden van dataverzameling worden in bijlage I toegelicht.
    • Jeugd(beschermings)recht en vreemdelingenrecht - Een juridisch-empirische analyse

      Nissen, L.L.M.; Sportel, I.D.A.; Huijer, J.; Terlouw, A.B.; Zwaan, K.; Butter, T.; Glasgow, Y. (Radboud Universiteit Nijmegen - Centrum voor Migratierecht (CMR), 2021-10-13)
      Aanleiding voor dit onderzoek vormden spanningen die kunnen bestaan tussen het (jeugd)beschermingsrecht en het vreemdelingenrecht, zoals deze bijvoorbeeld naar voren zijn gekomen in de gebeurtenissen omtrent de casus van de Armeense kinderen.1 Het onderzoek bestond uit twee delen 1) de algemene wettelijke kaders en beleidskaders; 2) de knelpunten in de praktijk, met een nadere uitwerking van wettelijke en beleidsnormen in (een selectie van) deze knelpunten. Het onderzoek had als doel inzicht te bieden in (de combinatie van) het jeugd(beschermings)recht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen. Er is onderzocht waar spanningen of knelpunten tussen beide rechtsgebieden optreden, zowel op het niveau van wet- en regelgeving als in de uitvoeringspraktijk. Daarbij is onder meer bekeken of, en zo ja in hoeverre, rechtsnormen uit het ene rechtsgebied prevaleren over rechtsnormen uit het andere rechtsgebied. Waar het prevaleren van rechtsnormen niet op heldere wijze uit de wet- en regelgeving voortvloeit, zijn andere (praktijkgerichte) oplossingsrichtingen verkend. De probleemstelling van het onderzoek luidt: Welke zijn de (potentieel) conflicterende en/of spanningsvolle onderdelen of aspecten in de wet- en regelgeving voor het jeugdbeschermingsrecht en het vreemdelingenrecht ten aanzien van minderjarigen, zowel op het niveau van de wet- en regelgeving als voor de uitvoering in de praktijk en in hoeverre blijkt uit de wet- en regelgeving welk recht prevaleert? Hoe kunnen de (ervaren) spanningen en conflicten worden opgelost in situaties waarin niet uit de wet- en regelgeving blijkt welk recht prevaleert en wat is hiervoor nodig? INHOUD: 1. Introductie 2. Jeugd(beschermings)recht: relevante regelgeving en de rol van jeugdrechtelijke instanties 3. De positie van het kind in het vreemdelingenrecht 4. Kernbevoegdheden en taken van gecertificeerde instellingen, RvdK, IND en DT&V 5. Tussenconclusies en beantwoording van deelvragen 6. De uiteenlopende juridische posities van kinderen die wel, en kinderen die niet onder toezicht zijn gesteld 7. Duurzame oplossingen voor uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige vreemdelingen: adequate opvang, buitenschuld en de rolverdeling tussen de betrokken actoren 8. Conclusies
    • Mensenhandel en -smokkel

      Unknown author (WODC, 1996)
      Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie heeft de handel in vrouwen uit Oost-Europa zich de laatste jaren in Nederland verdrievoudigd. De marechaussee wijst er op dat Nederland zich meer en meer tot een aantreldcelijk `transitoland' ontwilckelt omdat smokkelaars hier relatief weinig risico lopen. Handel en smoklcel worden vaak met elkaar verward. Dat is met verwonderlijk gezien de raalcvlaldcen met andere vraagstuldcen zoals armoede, migratie en werving voor (informele) arbeid. De auteurs in dit nwnmer doen ons inziens geslaagde pogingen begripsmatige helderheid te verschaffen. Hun defmities kunnen alsvolgt worden verwoord. Van mensensmokkel is sprake wanneer men mensen uit winstbejag behulpzaam is bij het wederrechtelijk verschaffen van toegang tot of verblijf in Nederland. Van mensenhandel is spralce wanneer mensen onder dwang (of door misleiding) in de macht van andere personen belanden. Hoewel mensenhandel van oudsher gereserveerd wordt voor het domein van prostitutie (vrouwenhandel), ligt het meer in de rede alle vormen van gedwongen arbeid zoals huishoudelijke arbeid of werk in de horeca er onder te laten vallen. Een ander verschil is het volgende. Bij bestrijding van mensenhandel gaat het om bescherming van de verhandelde persoon. Bij de bestrijding van mensensmoldcel gaat het echter niet om bescherming van de illegale vreemdeling tegen malafide pralctijken maar om bescherrning van de staat tegen deze vreemdeling.
    • Productiviteitsontwikkeling in het justitieveld - Een verkenning van de mogelijkheden

      Moolenaar, D.E.G. (WODC, 2019)
      Het doel van het onderzoek is een verkenning naar de mogelijkheden om voor de taakorganisaties van het ministerie van Justitie en Veiligheid (minJenV) tot een eenduidige maatstaf van productiviteitsontwikkeling te komen ter ondersteuning van de taken van de financiële afdeling. Veel organisaties berekenen zelf een vorm van (arbeid)productiviteit. Echter de wijze van berekenen is niet altijd helder en al zeker niet uniform. Vanwege het verkennende karakter is het niet de bedoeling van dit onderzoek om organisaties met elkaar te vergelijken. Het is vooral een inventarisatie van de mogelijkheden om per organisatie invulling te geven aan een uniforme maatstaf voor productiviteitsontwikkeling. De hoofdvragen van het onderzoek luiden: Is het mogelijk om de (arbeids)productiviteitontwikkeling van de taakorganisaties van minJenV in de periode 2013-2017 te berekenen? Zijn hiervoor genoeg data beschikbaar en welke data zijn idealiter nodig? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodiek 3. Voorbeelden uit de praktijk 4. Conclusie en aanbevelingen
    • Verboden huwelijken - Onderzoek naar de werking van de Wet tegengaan huwelijksdwang in de praktijk

      Rutten, S.; Smits van Waesberghe, E.; Blauwhoff, R.; Eijk, E. van; Kruiniger, P.; Reches, L.; Ramakers, E.; Rook, I. (Maastricht University - Faculty of Law, 2019)
      Op 5 december 2015 is de Wet tegengaan huwelijksdwang (verder te noemen: de Wet) in werking getreden. Vanaf juni 2019 tot november 2019 is onderzocht hoe de Wet in de praktijk werkt. De Wet beoogt huwelijksdwang in Nederland verder te beteugelen en de erkenning van in het buitenland gesloten huwelijken te beperken tot huwelijken die overeenstemmen met het in Nederland algemeen geaccepteerde karakter van het huwelijk. In het Nederlandse huwelijksrecht is de mogelijkheid afgeschaft om beneden de leeftijd van achttien jaar te trouwen, zijn strengere eisen gesteld aan huwelijken tussen verwanten in de derde en vierde graad, en zijn de voorzieningen uitgebreid om iets te ondernemen tegen gedwongen huwelijken, kindhuwelijken en polygame huwelijken. Verder regelt de Wet dat buitenlandse huwelijken die onder dwang zijn aangegaan, buitenlandse kindhuwelijken en polygame huwelijken die een band met Nederland hebben, in Nederland niet meer kunnen worden erkend. Er worden twee categorieën onderzoeksvragen onderscheiden: (kwantitatieve) onderzoeksvragen naar aantallen en kenmerken van huwelijkssituaties die onder het toepassingsbereik van de Wet vallen, en (kwalitatieve) onderzoeksvragen over het gebruik en de toepassing van de Wet. Bij de laatste categorie gaat het om de toepassing van de Wet door degenen die de Wet moeten uitvoeren (rechters, ambtenaren burgerlijke stand en IND-ambtenaren), en om het gebruik van de Wet, en de factoren die van invloed zijn op dit gebruik, door de doelgroepen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wet tegengaan huwelijksdwang 3. Aantallen en kenmerken 4. Toepassing van de Wet 5. Gebruik van de Wet 6. Conclusie
    • Vreemdelingen in de strafrechtsketen

      Veenkamp, T.G. (voorz.) (Stuurgroep Vreemdelingen in de Strafrechtsketen, 1999)
      De doelstelling van het project is te onderzoeken op welke wijze er een bijdrage kan worden geleverd aan het terugdringen van de overlast veroorzaakt door legale en illegale vreemdelingen die stelselmatig strafbare feiten plegen. Er wordt nagegaan in hoeverre de betrokken organisaties beter in staat zijn deze groep vreemdelingrechtelijk en strafrechtelijk aan te pakken door de informatie-uitwisseling en de samenwerlcing tussen de betrokken instanties te optimaliseren. De tweede doelstelling van het project is het inzichtelijk maken van de grenzen van het beleid en de wetgeving ten aanzien van de aanpak van de overlast die ontstaat uit het veelvuldig plegen van criminaliteit door legale en illegale vreemdelingen.