• Achtergronden en recidive onder daders van high impact crimes veroordeeld in 2002-2015

      Blokdijk, D.; Beijersbergen, K.A.; Weijters, G. (WODC, 2019)
      Het WODC voert sinds medio 2016 een vijfjarig onderzoeksprogramma uit naar de recidive van HIC-daders (Basisprogramma recidiveonderzoek high impact crimes 2016-2021). Eén van de onderdelen van het programma is het periodiek berekenen van de recidive onder alle veroordeelde HIC-daders in Nederland. De eerste recidivemeting binnen dit programma is in 2018 verschenen en had betrekking op HIC-daders veroordeeld in 2002-2013 (K.A. Beijersbergen, D. Blokdijk en G. Weijters, Recidive na high impact crimes: recidive onder daders van high impact crimes veroordeeld in de periode 2002-2013, 2018) - zie link bij: Meer informatie. In dit rapport staan de achtergronden en recidive centraal van daders van woninginbraak, straatroof en overvallen die in de periode 2002 tot en met 2015 onherroepelijk zijn veroordeeld voor een dergelijk delict. De volgende onderzoeksvragen zijn beantwoord: Wat zijn de achtergrondkenmerken van de veroordeelde HIC-daders? Hoe verhouden de achtergrondkenmerken van deze groepen zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders? Wat is het recidivebeeld bij de veroordeelde HIC-daders: welk percentage van de HIC-daders kwam binnen twee jaar na de HIC-strafzaak opnieuw in aanraking met justitie (recidiveprevalentie)? Hoe verhoudt de recidiveprevalentie van deze groepen zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders? Wat is de ontwikkeling van de recidive bij de veroordeelde HIC-daders door de jaren heen, rekening houdend met verschuivingen in de achtergrondkenmerken van de daders over de tijd? Wat is de recidive onder veroordeelde HIC-daders uitgesplitst naar arrondissement, rekening houdend met verschillen in de achtergrond-kenmerken van de daders tussen arrondissementen?
    • Achtergronden en recidive onder daders van high impact crimes veroordeeld in 2002-2016

      Blokdijk, D.; Beijersbergen, K.A. (WODC, 2020)
      Sinds enkele jaren wordt in Nederland de term ‘high impact crimes’ (HIC) gebruikt om delicten aan te duiden die een grote impact op het slachtoffer, diens directe omgeving en het veiligheidsgevoel in de maatschappij hebben. Onder de klassieke HIC-delicten worden (gewelddadige) vermogensdelicten geschaard, om precies te zijn woninginbraak, straatroof en overvallen. Sinds medio 2016 voert het WODC een vijfjarig onderzoeksprogramma uit naar de recidive van HIC-daders. Eén van de onderdelen van het programma is het periodiek berekenen van de recidive onder alle veroordeelde HIC-daders in Nederland. Er zijn twee eerdere recidivemetingen uitgevoerd. Deze hadden betrekking op HIC-daders veroordeeld in 2002-2013 en HIC-daders veroordeeld in 2002-2015 (zie links bij: Meer informatie).In dit rapport staan de achtergronden en recidive centraal van daders van woning-inbraak, straatroof en overvallen die in de periode 2002 tot en met 2016 onherroepelijk zijn veroordeeld voor een dergelijk delict. De volgende onderzoeksvragen zijn beantwoord: Wat zijn de achtergrondkenmerken van de veroordeelde HIC-daders? Hoe verhouden de achtergrondkenmerken van deze groepen zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders? Wat is het recidivebeeld bij de veroordeelde HIC-daders: welk percentage van de HIC-daders kwam binnen twee jaar na de HIC-strafzaak opnieuw in aanraking met justitie (recidiveprevalentie)? Hoe verhoudt de recidive van deze groepen zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders? Wat is de ontwikkeling van de recidive bij de veroordeelde HIC-daders door de jaren heen, rekening houdend met verschuivingen in de achtergrondkenmerken van de daders over de tijd? Wat is de recidive onder veroordeelde HIC-daders uitgesplitst naar de rechtbank waar de zaak is afgedaan, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen de rechtbanken in de achtergrondkenmerken van de daders die er zijn berecht?
    • Achtergronden en recidive onder daders van high impact crimes veroordeeld in 2002-2017

      Kros, M.; Beijersbergen, K.A. (WODC, 2021-06)
      Als onderdeel van een vijfjarig onderzoeksprogramma naar de recidive onder HIC-daders (2016-2021) wordt jaarlijks verslag gedaan van de achtergronden en reci-dive van daders van woninginbraak, straatroof en overvallen die zijn veroordeeld voor een dergelijk delict. De huidige studie betreft een vervolg op drie eerdere recidivemetingen onder alle veroordeelde HIC-daders in Nederland in 2002-2013, 2002-2015, en 2002-2016, en de haalbaarheidsstudie naar regionale recidivecijfers onder veroordeelde HIC-daders. De volgende onderzoeksvragen zijn beantwoord: 1 Wat zijn de achtergrondkenmerken van de veroordeelde HIC-daders in 2017 in Nederland? Hoe verhouden de achtergrondkenmerken van deze groepen zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders in 2017? 2 Welk percentage van de HIC-daders veroordeeld in 2017 kwam binnen twee jaar na de HIC-strafzaak opnieuw in aanraking met justitie (recidiveprevalentie)? Hoe verhoudt de recidive van HIC-daders zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders in 2017? 3 Wat is de ontwikkeling van de recidive bij de veroordeelde HIC-daders in 2008 tot en met 2017, rekening houdend met verschuivingen in de achtergrondkenmerken van de daders over de tijd? 4 Wat is de recidive onder veroordeelde HIC-daders in 2015 tot en met 2017 uitgesplitst naar de rechtbank waar de zaak is afgedaan, rekening houdend met verschillen tussen de rechtbanken in de achtergrondkenmerken van de daders die er zijn berecht?
    • Crime and Justice in the City

      Dijk, J.J.M. van; Kesteren, J. van; Ekblom, P.; Limbergen, K. van; Faget, J.; Wyvekens, A.; Kaplan, C.D.; Leuw, Ed.; Blad, J.R.; Bunyan, T.; et al. (WODC, 1996)
      ARTICLES: 1. Editiorial 2. J.J.M. van Dijk and J. van Kesteren - Criminal victimization in European cities; some results of the international Crime Victim Survey 3. P. Ekblom - Safer cities and residential burglary; a summary of evaluation results 4. K. van Limbergen - Belgian security policy prior to and after November 23, 1991 5. J. Faget and A. Wyvekens - Urban policy and proximity justice in France 6. C.D. Kaplan and E. Leuw - A tale of two cities; drug policy instruments and city networks in the European Union 7. J.R. Blad - Neighbourhood-centred conflict mediation; the San Francisco example 8. T. Bunyan - Statewatch on the Europol Convention 9. Continuity and change; Dutch drug policy in the years to come 10. Organized crime finances in Eastern Europe; a comment on vol. 3, nr. 4, 1995 by N. Ridley Crime institute profile: the Swedish National Council for Crime Prevention
    • Crime environments and situational prevention

      Brantingham, P.; Tilley, N.; Titus, R.M.; Cromwell, P.; Dunham, R.; Akers, R.; Lanza-Kaduce, L.; Mattson, M.; Rengert, G.; Hesseling, R.; et al. (WODC, 1995)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. P. Brantingham and P. Brantingham - Criminality of place: crime generators and crime attractors 3. N. Tilley - Seeing off the danger: threat, surveillance and modes of protection 4. R.M. Titus - Activity theory and the victim 5. P. Cromwell, R. Dunham, R. Akers and L. Lanza-Kaduce - Routine activities and social control in the aftermath of a natural catastrophe 6. M. Mattson and G. Rengert - Danger, distance, and desirabiliby: perceptions of inner city neighbourhoods 7. R. Hesseling - Theft from cars: reduced or displaced? 8. A. Hirschfield, K.J. Bowers and P.J.B. Brown - Exploring relations between- crime and disadvantage on Merseyside 9. T. Bennett - Identifying, explaining, and targeting burglary 'hot spots' 10. V. Jammers - Commercial robbery in the Netherlands: crime analysis in practice 11. M. Natarajan, R.V. Clarke and B.D. Johnson - Telephones as facilitators of drug dealing: a research agenda 12. Crime institute profile: Institute of Criminology, Faculty of Law in Llubljana, Slovenia
    • Criminele carrières van daders van high impact crimes

      Piersma, T.W.; Kros, M.; Beijersbergen, K.A. (WODC, 2021-08-24)
      In de huidige studie, waarin crimineel gedrag van vroege adolescentie tot volwassenheid is bestudeerd, krijgen we inzicht in de kenmerken van criminele carrières van HIC-daders in Nederland, welke patronen van crimineel gedrag te ontwaren zijn, en in hoeverre het type delict en de leeftijd ten tijde van de eerste strafzaak van invloed zijn op de duur en omvang van de criminele carrière. Het onderzoek kan dan ook waardevol zijn in het bepalen van het type dader waar beleidsmaatregelen zich op moeten richten om het aantal HIC-daders met een lange en actieve criminele carrière terug te dringen. Onderzoeksvragen: 1 Wat zijn de kenmerken van de criminele carrière van HIC- en niet-HIC-daders in termen van de startleeftijd, eindleeftijd, duur, frequentie en specialisatie? 2a Welke dadertrajecten zijn er in termen van strafzaakfrequentie te ontwaren gedurende de criminele carrière onder de drie typen HIC-daders, en verschillen deze trajecten ten opzichte van niet-HIC-daders? 2b Zijn er verschillende dadertrajecten in termen van strafzaakfrequentie te ontwaren onder de drie typen HIC-daders aan de hand van de leeftijd waarop zij hun eerste strafzaak hebben? 3a Is het type delict in de eerste strafzaak gerelateerd aan de daaropvolgende strafzaakfrequentie? 3b Is de relatie tussen het type delict in de eerste strafzaak en daaropvolgende strafzaakfrequentie gerelateerd aan de leeftijd ten tijde van de eerste strafzaak?
    • Daders aan het woord

      Unknown author (WODC, 1991)
      Recentelijk lijkt er opnieuw een tendens te zijn in criminologisch onderzoek om daders te ondervragen. Deze keer gaat het niet zozeer om 'grote' criminologische theorievorming a la de Chicagoschool, maar veeleer om een beleidsmatig gestuurde belangstelling. Daders beschikken immers over informatie die interessant kan zijn om criminaliteit te voorkomen: waar, wanneer en hoe komen zij tot crimineel gedrag en waarom eigenlijk? In een dergelijke benadering wordt verondersteld dat criminele gebeurtenissen het resultaat zijn van min of meer rationele overwegingen die via vraaggesprekken te achterhalen zijn en uiteindelijk kunnen leiden tot preventieve maatregelen. Over een dergelijk 'preventief verhoor' van daders gaat het laatste nummer van deze jaargang van Justitiele Verkenningen.
    • De recidive onder daders van high impact crimes veroordeeld tussen 2002 en 2013

      Beijersbergen, K.A.; Blokdijk, D.; Weijters, G. (2018)
      Woninginbraken, straatroven en overvallen zijn delicten die veel impact hebben op het slachtoffer, zijn of haar directe omgeving en het veiligheidsge-voel van burgers in Nederland. Om deze reden worden deze delicten sinds enkele jaren ‘high impact crimes’ (HIC) genoemd. De Nederlandse overheid heeft de afgelopen jaren sterk ingezet om dit type delicten aan te pakken.Het WODC voert een vijfjarig onderzoeksprogramma uit naar de recidive van daders van HIC-delicten. Er is sprake van recidive als een dader opnieuw wordt veroordeeld voor een delict. In deze factsheet worden de belangrijkste resultaten uit het eerste onderzoek van het programma beschreven. In dit onderzoek is gekeken naar de aantallen, achtergrondkenmerken en recidive van daders van woninginbraak, straatroof en overvallen die tussen 2002 en 2013 hiervoor zijn veroordeeld.De beschrijving van het volledige onderzoek is te lezen in Beijersbergen, Blokdijk en Weijters (Cahier, 2018-3) - zie link bij: Meer informatie.
    • De strafvordering en straftoemeting in gevallen van zware criminaliteit - Een overzicht van de jaren 1973-1976 en een analyse van de beslissingen van officieren van justitie

      Zoomer, O.J. (WODC, 1981)
      De volgende delicten werden in dit onderzoek bekeken: inbraak, diefstal met geweld, afpersing; moord en doodslag, en verkrachting. Het rapport omvat in feite drie duidelijk te onderscheiden gedeelten: (a) een statistisch overzicht van de straftoemeting in gevallen van zware criminaliteit in de jaren 1973-1976, en (b) een analyse van de samenhangen tussen kenmerken van daad en dader, zoals vermeld in de strafdossiers, en de geëiste straffen, en een analyse van de antwoorden op de vragenlijsten.
    • De uitvoering van (verscherpt) reclasseringstoezicht bij overvallers en de samenhang met recidive

      Beijersbergen, K.A.; Verweij, S. (WODC, 2020)
      In het huidige onderzoek is nagegaan hoe het reclasseringstoezicht van overvallers er in de praktijk uit ziet, wat het recidivepercentage onder overvallers met toezicht is en in hoeverre de maatregelen in het kader van verscherpt toezicht samenhangen met de recidive onder overvallers na afloop van het toezicht. De onderzoeksgroep bestond uit alle veroordeelde overvallers in Nederland, waarbij reclasseringstoezicht onderdeel was van de afdoening, het toezicht niet voor 2012 was gestart en het toezicht was afgerond in de periode 2013 tot en met 2016. De studie maakt deel uit van het vijfjarige onderzoeksprogramma naar de recidive onder daders van high impact crimes (HIC; ofwel overvallers, straatrovers en woninginbrekers).
    • Deuren op slot

      Dijk, J.J.M. van (WODC, 2012)
      LEZING: J.J.M. van Dijk - Deuren op slot; naar een verklaring voor de internationale daling van criminaliteit. SAMENVATTING: Deze aflevering is geheel gewijd aan een bijzonder gebeurtenis die afgelopen juni in Stockholm plaatsvond. De criminoloog en victimoloog Jan van Dijk ontving als eerste Nederlander de Stockholm Prize in Criminology uit handen van de Zweedse koningin Silvia. Bij de aanvaarding van deze prijs heeft Van Dijk een interessante lezing gehouden waarin hij - op basis van een analyse van de data van de International Crime Victims Survey (ICVS) - zowel een verklaring geeft voor de stijging van de criminaliteit in westerse landen tot circa 2000, alsmede voor de dalende trend sindsdien. Hij laat zien dat slachtofferenquêtes kunnen worden beschouwd als de empirische aanvulling op de gelegenheidstheorie.
    • Effecten van preventie - Een compacte literatuursynthese

      Snippe, J.; Muijnck, J.A. de; Kamperman, M.; Pieper, R. (Breuer & Intraval, 2021-04)
      Het doel van het literatuuronderzoek is om op basis van sleutelpublicaties en overzichtsartikelen een beeld te schetsen van wat over de effecten van criminaliteitspreventie op kernthema’s bekend is. Om dit te onderzoeken is de volgende probleemstelling geformuleerd: Welke conclusies kunnen op basis van bestaande (nationale en internationale) overzichtsartikelen of sleutelpublicaties getrokken worden over de effecten van preventie? Secundair aan deze probleemstelling is gekeken of er inzicht verkregen kan worden in de financiële kosten en baten van preventie. Voor vier thema’s zijn de uitkomsten van de aangetroffen internationale onderzoeken vertaald naar de Nederlandse beleidscontext. Deze vier thema’s zijn: woninginbraken, betrekken van burgers bij preventie (met hierbinnen: jeugdcriminaliteit), uitgaansgeweld en georganiseerde criminaliteit. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Thema's criminaliteitspreventie, 3. Thema's literatuursynthese, 4. Conclusies.
    • Forensisch assistenten - inzet, resultaten en ervaringen

      Kleuver, J. de; Soomeren, P. van (DSP-groep, 2013)
      In de periode van 2008-2011 werden in totaal 500 extra forensisch assistenten (foa’s) aangesteld als onderdeel van de forenische opsporing naar aanleiding van de Schiedammer Parkmoord.  Het doel van dit onderzoek is het geven van een overzicht van het aantal foa's dat aan het werk is en van de manier waarop zij worden ingezet. Verder werpt het onderzoek licht op de vraag in hoeverre de inzet van foa's bijdraagt aan de kwaliteit en efficiency van het forensisch-technisch plaats delict-onderzoek en in het bijzonder aan het oplossen van inbraken in woningen en bedrijven. INHOUD: 1. Onderzoeksaanpak 2. Beleidsreconstructie en -logica 3. Aantallen forensisch assistenten en taken 4. Meerwaarde forensisch assistenten 5. Aandachtspunten inzet forensisch assistenten 6. Conclusies
    • Goed gemerkt - Een nieuwe manier van inbraakpreventie?

      Roëll, A.; Linckens, P.J. (WODC, 1984)
      Het WODC is door het landelijk bureau Voorkoming Misdrijven verzocht het Goed Gemerktproject in Deventer en omgeving te evalueren waarbij men van het WODC antwoorden op de volgende vragen wenste: 1) Op welke wijze kan men het beste deelnemers werven voor Goed Gemerkt; welke bevolkingsgroepen bereikt men wel en welke niet; wat doen de deelnemers met de graveerset die zij ontvangen? 2) Hoe denkt men binnen het politieapparaat dat deze actie moet uitvoeren, over Goed Gemerkt? Is Goed Gemerkt effectief in het bereiken van de voornaamste ermee beoogde doeleinden?
    • "Goed gemerkt" - Een actie ter bestrijding van inbraak en diefstal; een eerste evaluatie

      Roëll, A. (WODC, 1983)
      In dit rapport worden de resultaten van de eerste bevolkingsenquete gepresenteerd. Dat wil zeggen dat er slechts antwoord gegeven kan worden op vragen over werving van deelnemers, verschillen tussen deelnemers en niet-deelnemers, en over eventuele problemen bij het graveren.
    • Haalbaarheid recidivemeting inzake woninginbraak en gewelddadige vermogensmisdrijven - Verslag van een voorstudie naar de uitvoerbaarheid van metingen op basis van de OBJD

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Wartna, B.S.J. (WODC, 2014)
      Het huidige onderzoek heeft als doel vast te stellen of op basis van de Onderzoek- en Beleidssdatabase Justitiële Documentatie (OBJD) een volledig dan wel representatief beeld geschetst kan worden van de strafrechtelijke carrières van op OM-niveau verdachte woninginbrekers en gewelddadige overvallers. In dit onderzoek zal onder meer worden gekeken of de gevonden aantallen voldoen voor statistische analyses. Ook zal in de discussie gekeken worden hoe de gevonden aantallen zich verhouden ten opzichte van andere bronnen over dezelfde materie.
    • Haalbaarheidsstudie regionalisering recidivecijfers high impact crimes

      Beijersbergen, K.A.; Blokdijk, D.; Tollenaar, N.; Weijters, G. (WODC, 2019)
      In de afgelopen jaren is door de overheid sterk ingezet op de bestrijding van zogenaamde high impact crimes (HIC). Onder de klassieke HIC-delicten vallen woninginbraak, straatroof en overval. Eerder onderzoek heeft laten zien dat deze HIC-delicten niet in elke regio evenveel voorkomen. Bovendien blijken regio’s uiteenlopende aanpakken en werkwijzen te hebben ontwikkeld om de HIC-problematiek terug te dringen. Gezien de regionale verschillen, zowel in het voorkomen van HIC-delicten als de aanpak van HIC-daders, is in de onderhavige haalbaarheidsstudie onderzocht of en naar welke regio het mogelijk is om de recidive onder HIC-daders uit te splitsen en, indien dit mogelijk is, wat de recidivecijfers per regio dan zijn.
    • In Enschede verdacht - De werking van een prioriteitenprocedure bij politie en justitie

      Linckens, P.J.; Spickenheuer, J.L.P. (WODC, 1989)
      In dit rapport worden de resultaten weergegeven van een dossieronderzoek naar de werking van een prioriteitenprocedure bij justitie en politie in de gemeente Enschede. Deze procedure vormt onderdeel van een groter scala van activiteiten dat op basis van het Beleidsplan Criminaliteitsbeheersing Enschede is ontwikkeld. Dit plan kent prioriteit toe aan vier misdrijfcategorieën. Er wordt door politie, justitie en gemeentebestuur extra aandacht geschonken aan geweld tegen personen, geweld tegen goederen, woninginbraken en diefstal en heling van fietsen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. De tenlastelegging door de politie 4. Geweld tegen personen 5. Geweld tegen goederen 6. Woninginbraken 7. Diefstal en heling van fietsen 8. Enkele daderkenmerken 9. De opsporingsfase 10. De justitiële afdoening 11. De P-procedure nader bezien
    • Inbraak

      Unknown author (WODC, 1984)
      Dit themanummer van Justitiele Verkennirigen is geheel gewijd aan het onderwerp Inbraak. Geopend wordt met een inleidend artikel van drs. A. Roe11 die zich de vraag stelt: Inbraken: Wat weten we ervan?'. De auteur zet aan de hand van onderzoeken in Nederland, V.S. en Engeland een aantal gegevens op'een rijtje met betrekking tot het fenomeen inbraak.
    • Incidenten en misdrijven door COA-bewoners 2017-2021

      Noyon, S.M.; Latenko, A.; Vink, M.E.; Braak, S.W. van den (WODC, 2022-06-22)
      Tot en met 2020 werd deze publicatie verzorgd door de Analyse-proeftuin Migratieketen (APM) van de directie Regie Migratieketen, onderdeel van het Directoraat-Generaal Migratie (DGM) van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het onderhavige rapport is het eerste dat onder WODC-vlag verschijnt. Vanaf deze editie zal het WODC de rapportage jaarlijks uitbrengen. In de komende jaren zal dit product bovendien verder verfijnd worden. Bij dit rapport dient opgemerkt te worden dat het nadrukkelijk het karakter van een monitor heeft. Een monitor kenmerkt zich door een beschrijvend karakter, waarmee een algemeen beeld wordt geschetst. Door over de jaren eenzelfde opzet aan te houden, kunnen opeenvolgende publicaties vergeleken worden. Aanvullende analyses zullen onderwerp zijn van (toekomstige) verdiepende studies en vallen buiten de scope van dit rapport. Het doel van de onderhavige rapportage is tweeledig. Ten eerste worden incidenten op COA-locaties (in relatie tot de totale groep COA-bewoners) beschreven en wordt daarmee een algemeen beeld geschetst van de situatie op COA-locaties. Daarnaast geeft het een overzicht van de misdrijven waarvan bewoners tijdens hun verblijf op COA-locaties verdacht werden. Om deze cijfers in perspectief te kunnen plaatsen, worden waar mogelijk vergelijkingen gemaakt met criminaliteitscijfers over de algemene Nederlandse bevolking. Door een rapportageperiode van vijf jaar aan te houden, kunnen bovendien ontwikkelingen over de tijd in kaart gebracht worden. Hoewel deze en toekomstige edities vergelijkbaar zullen zijn van jaar tot jaar, heeft het WODC een andere werkwijze gehanteerd dan APM. Dit betekent dat de hier gerapporteerde cijfers en trends niet zonder meer vergelijkbaar zijn met die uit eerdere edities. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Beleidscontext, 3. Vreemdelingen op COA-locaties, 4. Incidenten waarbij COA-bewoners zijn betrokken, 5. Misdrijven waarvan COA-bewoners worden verdacht, 6. Conclusie en discussie.