• Godsdienst en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1990)
      Dit thema, dat overigens voor de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse criminologie (o.a. Bonger en Kempe) sterk bezighield, is met name interessant vanuit de vraag of de sterk gestegen criminaliteit te maken heeft met de ontzuiling Van de Nederlandse samenleving. In het verlengde daarvan ligt de vraag of religieuze bewegingen in deze tijd (nog) een bijdrage (kunnen) leveren aan het criminaliteitsprobleem. Hoewel sprake is van een voortgaande ontkerkelijking lijkt het zinvol om vast te stellen dat nog ongeveer twee derde van de bevolking zich wel rekent tot een kerkelijke gezindte. In de tweede plaats is door de komst van immigranten de varieteit van religieuze stromingen toegenomen. Het hoofdstuk religie valt in de Nederlandse samenleving anno 1990 niet langer samen met het hoofdstuk christendom. Het seculariseringsproces is dus op zijn minst minder eenduidig dan wel wordt aangenomen.
    • Integratie

      Unknown author (WODC, 1997)
      Wat betekent integratie? Een greep uit de omschrijvingen die momenteel veel gebruikt worden — assimilatie, aanpassing, participatie — leert dat nieuwkomers hun levenswijze op de onze moeten afstemmen. Begrippen als gastvrijheid en acceptatie lijken momenteel minder in zwang. Kennelijk zijn velen van mening dat minderheden te weinig integreren. Dat is ook niet zo verwonderlijk omdat de cijfers over werkloosheid, schooluitval en criminaliteit onder allochtone groepen niet gerust stellen. Het is daarom interessant te weten hoe moslims en andere allochtone gemeenschappen zelf denken over hun toekomstperspectief in Nederland. Welke visies hebben zij op integratie? Hoe kan integratie worden bevorderd? Bestaat er angst cultureel te vervreemden? Is daarom versterking van de eigen identiteit de aangewezen manier om te integreren (islamitische zuilvorming)? Wat zijn de risico's daarvan? Maakt men zich wel voldoende de Nederlandse taal eigen? Kan bescherming en cultivering van eigen identiteit samengaan met openheid? De redactie hecht zoveel belang aan dit vraagstuk dat een aanzienlijk aantal auteurs is uitgenodigd hun visie te vertolken. Uit de zeer uiteenlopende bijdragen is een trend te signaleren dat het huidige beleid te eenzijdig leunt op sociaal-economische doelstellingen. Er lijkt behoefte te zijn aan een heroriëntatie op de sociaal-culturele factoren van integratie zoals identiteitsvorming. De dertien bijdragen zijn gegroepeerd in drie delen. In het tweede en derde gedeelte worden respectievelijk de sociaal-culturele wegen naar integratie en de spanningen tussen de islam en een pluralistische samenleving belicht. Maar eerst volgt een meer beschrijvend gedeelte over integratiepatronen en -processen. Wat zijn de belangrijkste obstakels gebleken voor integratie? En ter contrast: wat zijn de kenmerken van een geslaagd integratieproces? Want Indonesiërs en Zuid-Europese immigranten hebben uiteindelijk zonder veel problemen ingang gevonden in de Nederlandse samenleving.
    • Salafisme in Nederland - aard, omvang en dreiging

      Roex, I.; Stiphout, S. van; Tillie, J. (WODC, 2010)
      De beschikbare informatie over het salafisme in Nederland is vooral dreigingsgerelateerd. Over de wijze waarop salafisten hun dagelijkse leven invullen en de consequenties voor hun deelname aan de Nederlandse samenleving is maar weinig bekend. Ook over de omvang van het aantal salafisten in Nederland is vrijwel niks bekend. De centrale onderzoeksvraag is: Wat is de aard, omvang en dreiging van het salafisme in Nederland. Daarbij komen drie aandachtsvelden aan de orde: (a) de ideologie die de organisaties uitdragen, (b) de praktijk van de ideologie onder de gelovigen, (c) de relatie tussen salafisme en democratie, met name de mate van dreiging die uitgaat van het salafisme. INHOUD: 1. Salafisme van binnenuit 2. Netwerkanalyse van salafistische organisaties 3. Orthodoxie onder Turken en Marokkanen 4. Samenvatting en conclusies
    • Salafistische moskeeorganisaties in Nederland - Markt en competitieve voordelen nader onderzocht

      Nassau, C.S. van (WODC, 2017)
      De manifestatie van het salafisme zorgt voor een aanhoudend maatschappelijk en politiek debat, in Nederland en daarbuiten. Het kabinet heeft daarbij haar zorg uit-gesproken ‘over die personen en die organisaties die vanuit bepaalde salafistische leerstellingen aanzetten tot haat, onverdraagzaamheid en afzondering en die de vrijheid van anderen proberen in te perken.’ Hoewel niet bekend is hoeveel salafis-ten (en salafistische moskeeën) Nederland telt, wijzen verschillende bronnen op een groeiende invloed van het salafisme.Doel van dit onderzoek is nader inzicht te bieden in de wijze waarop salafistische moskeeorganisaties groeiende bezoekersaantallen in de hand werken. Hiertoe is van een viertal factoren onderzocht of ze salafistische moskeeorganisaties een com-petitief voordeel bieden. Deze factoren volgen uit de sociologische en economische (marktgeoriënteerde) literatuur die verschillende verklaringen biedt voor de groei van religieuze organisaties.Het onderzoek bouwt voort op het eerder door de Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uitgevoerde onderzoek 'Salafisme in Nederland. Aard, omvang en dreiging' (Roex et al., 2010). INHOUD: 1. Inleiding 2. Religieuze markt en competitieve voordelen 3. Nederlandse markt voor islamitische geloofsinvullingen 4. Opzet onderzoek 5. Competitieve voordelen salafistische moskeeorganisaties 6. Conclusie
    • Sharia in Nederland - een studie naar islamitische advisering en geschilbeslechting bij moslims in Nederland

      Bakker, L.G.H.; Gehring, A.J.; Mourik, K. van; Claessen, M.M.; Harmsen, C.; Harmsen, E. (WODC, 2010)
      De meerderheid van de Tweede Kamer is bezorgd en heeft vragen gesteld over het mogelijke vóórkomen van rechtspraak volgens de regels van de sharia in Nederland. De zorg van de Kamer betreft het mogelijke ontstaan van een rechtssysteem parallel aan het systeem van het Nederlands recht, met elementen die strijdig zouden zijn met de beginselen van de Nederlandse rechtsorde. In antwoord op de vragen van de leden Wilders en Fritsma (Kenmerk 2009Z12804, ingezonden op 30 juni 2009 en beantwoord op 2 juli 2009) is toegezegd dat naar het voorkomen van shariarechtbanken onderzoek zal worden gedaan. Daarnaast zal het ook informatie opleveren voor de beantwoording van de vragen die de commissie voor WWI op 6 juli 2009 heeft gesteld aan de Ministers van Justitie en van Wonen Wijken en Integratie in reactie op de beantwoording van 2 juli 2009. Het doel van dit onderzoek is te komen tot een inventarisatie van geschilbeslechting op basis van sharia in Nederland. De hoofdvraag is: Komt geschilbeslechting of een andere vorm van het uitleggen van regels op basis van sharia voor in Nederland, in welke mate en met betrekking tot welke vragen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethoden en onderzoeksgroep 3. De betekenissen van het begrip sharia 4. Advisering 5. Geschilbeslechting 6. Internet en televisie 7. Conclusie
    • Toelating van vreemdelingen voor verblijf bij religieuze organisaties - Beleid en praktijk in Nederland voor en na de Vreemdelingenwet 2000

      Hendrickx, I.; Lange, T. de (WODC, 2004)
      In dit onderzoek is een inventarisatie gemaakt van gegevens omtrent eerdere aanvragen om toelating tot Nederland van personen van religieuze of levensbeschouwelijke organisaties. Bezien wordt om welke redenen de aanvragen precies werden ingediend en waarom deze aanvragen werden ingewilligd dan wel afgewezen. Voorts wordt aandacht besteed aan de verblijfssituatie van de toegelaten personen en hun activiteiten voor de betreffende organisaties. Tevens wordt nagegaan hoe de religieuze of levensbeschouwelijke organisaties zouden functioneren zonder de hulp van hun buitenlandse gasten.