• Criminele gebouwen - De faciliterende rol van woningen en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland en vier EU-landen

      Kruize, P.; Gruter, P.; Suchtelen, T. van (medew.) (Ateno, 2020-12-31)
      Aanleiding voor dit onderzoek is een Kamermotie waarin de regering wordt gevraagd te bezien langs welke weg particuliere eigenaren en woningcorporaties kunnen worden gewaarschuwd voor criminele intenties van potentiële gebruikers/huurders van hun onroerend goed bezit. Het streven is gemeenten, woningbouwcorporaties en bonafide private partijen instrumenten ter hand te stellen voor de preventie en aanpak van ondermijnende criminele activiteiten. Met dit doel voor ogen is er een toenemende behoefte aan meer kennis over en inzicht in de aard en omvang van de criminaliteit faciliterende functie van woon- en bedrijfsruimten in Nederland, en inzicht in welke instrumenten hiervoor worden ingezet in andere EU-landen. Deze doelstelling is vertaald in acht onderzoeksvragen. Nederlandse situatie: 1. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in Nederland? 2. Wat is (naar schatting) de omvang van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? 3. In welke mate bestaan er verschillen in aard en omvang hiervan tussen regio’s in Nederland? 4. Welke in de literatuur genoemde indicatoren wijzen op de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? En zijn dezelfde indicatoren van toepassing binnen stedelijke en landelijke regio’s? Internationale vergelijking: 5. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in met Nederland vergelijkbare landen en welke indicatoren hiervoor zijn in die landen bekend? 6. Welke instrumenten, zowel preventief als repressief, worden in de bij dit onderzoek betrokken landen ingezet bij het tegengaan hiervan en wat is het juridisch kader waarbinnen deze instrumenten worden ingezet? 7. Wat zijn, in de bij dit onderzoek betrokken landen, de positieve en negatieve ervaringen bij de bestrijding van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit en welke voor- en nadelen worden bij de inzet van de verschillende instrumenten ervaren? 8. Welke instrumenten, uit de bij dit onderzoek betrokken landen, zouden nader bestudeerd kunnen worden voor de aanpak (zowel preventief als repressief) van dit fenomeen in Nederland? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit, 3. Geregistreerde en geschatte omvang, 4. Preventieve, repressieve en criminogene indicatoren, 5. De faciliterende rol van onroerend goed bij ondermijnende criminaliteit in vier EU-landen, 6. Conclusie
    • Georganiseerde criminaliteit en rechtshandhaving op St. Maarten

      Verhoeven, M.A.; Bokhorst, R.J.; Leeuw, F.L.; Bogaerts, S.; Schotborgh - Van de Ven, P.C.M.; Allen, R.M. (medew.); Leeuwen, B. van (medew.) (WODC, 2007)
      Dit is een onderzoek naar het vóórkomen van georganiseerde criminaliteit op St. Maarten en de mate waarin de rechtshandhaving voor de bestrijding van georganiseerde criminaliteit is toegerust. Aan de orde komen o.a. drugshandel, financieel-economische criminaliteit en mensensmokkel. Verder wordt de samenwerking tussen verschillende rechtshandhavingsinstanties, het kennis en expertise niveau en de capaciteit van de betrokken instanties belicht. INHOUD: 1. Inleiding 2. Karakteristieken van St. Maarten 3. Van migratie naar mensensmokkel 4. Mensenhandel 5. Drugscriminaliteit 6. Financiële criminaliteit 7. Illegale wapenhandel en terrorisme 8. Rechtshandhaving gericht op de bestrijding van georganiseerde criminaliteit 9. Conclusies en aanbevelingen
    • Illegale vuurwapens in Nederland - Gebruik, bezit en handel in de periode 2001-2003

      Bruinsma, M.Y.; Moors, J.A.; Haaf, J. van (medew.); Poppel, J.W.M.J. van (medew.); Veenma, K.S. (medew.); Bergh, M.Y.W. von (medew.) (WODC, 2005)
      Het onderzoek heeft als doel om inzicht te geven in de ontwikkelingen omtrent de aard en omvang van vuurwapencriminaliteit in Nederland in de periode 2001-2003.
    • Illegale wapenhandel

      Fijnaut, C.J.C.F.; Slijper, F.; Boekhout van Solinge, T.; Huisman, W.; Siegel, D.; Spapens, A.C.M.; Vries, M.S. de; Beijaard, F.; Eu-beleid (WODC, 2008)
      ARTIKELEN: 1. C.J.C.F. Fijnaut - De bestrijding van de illegale vuurwapenhandel; het beleid van de Verenigde Naties en de Europese Unie 2. F. Slijper - Nederland in de internationale wapenhandel; koopman en dominee 3. T. Boekhout van Solinge, W. Huisman en D. Siegel - Wapenhandel en exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in West-Afrika 4. A.C.M. Spapens - De logistiek en aanpak van illegale vuurwapenhandel binnen de EU-landen 5. M.S. de Vries - De Nederlandse aanpak van illegale vuurwapenhandel 6. F. Beijaard - Toegestane steekwapens binnenkort verboden handelswaar 7. internetsites SAMENVATTING: Illegale wapenhandel is big business; de enige logica die erachter zit, is die van geld verdienen. Dit commerciële aspect kleeft overigens - naast strategische, diplomatieke en mensenrechtelijke overwegingen - ook aan de legale wapenhandel. In dit themanummer wordt onder meer aandacht besteed aan verschillende vormen van regulering van wapenhandel, zoals vergunningsstelsels, gedragscodes en embargo's en het omvangrijke grijze gebied tussen legale en illegale wapenhandel. Ook de logistieke aspecten van de illegale wapenhandel (van vervaardiging tot afzet) komen aan de orde, evenals de rol van de Nederlandse politie bij de bestrijding van wapenhandel. Verder is er aandacht voor de handel in slag-, stoot- en steekwapens in Nederland.
    • Smokkel van handvuurwapens vanuit voormalige Oostbloklanden naar Nederland

      Spapens , A.C.; Bruinsma, M.Y. (IVA Tilburg, 2002)
      Bij degenen die zich in Nederland politiek en beleidsmatig met de problematiek van vuurwapencriminaliteit bezig houden alsook bij de politie, bestaat het vermoeden dat in ons land de laatste jaren een toenemend aantal handvuurwapens uit voormalige Oostbloklanden wordt binnengesmokkeld. Feitelijk gezien neemt in Nederland het aantal inbeslagnames toe van illegale handvuurwapens die afkomstig zijn uit een voormalig Oostblokland. Dit blijkt uit registratiegegevens van de politie. De mogelijkheden tot smokkel worden voorts bevorderd door de 'gelegenheidsstructuur' in sommige vormalige Oostbloklanden. Het vermoeden dat handvuurwapens die afkomstig zijn uit voormalige Oostbloklanden een belangrijke rol spelen in het Nederlandse illegale circuit vormde de aanleiding tot nader onderzoek naar 'Illegale wapentransporten vanuit voormalige Oostbloklanden naar Nederland'. Dit onderzoek is uitgevoerd door IVA-Tilburg, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum, op verzoek van de Directie Opsporingsbeleid van het Directoraat-Generaal Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie.
    • Verwevenheid georganiseerde misdaad en terrorisme bij verwerving van vuurwapens - Verkenning met behulp van SNA

      Slot, B.; Wanrooij, N. van; Bruinsma, M.; Sapulete, S. (Ecorys, 2017)
      Naar aanleiding van de toename van het gebruik van zware wapens bij liquidaties in Nederland en bij (dreiging van) jihadistische aanslagen is er verscherpte aandacht voor de opsporing daarvan. Volgens de minister van VenJ zijn Europese afspraken onontbeerlijk voor een effectieve aanpak van de handel in illegale vuurwapens. De minister heeft met zijn Europese collega’s afgesproken om met prioriteit maatregelen betreffende ontmanteling en deactivering te ontwikkelen. Bovendien wordt ingezet op intensivering van de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten, bijvoorbeeld via Europol (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2014-2015, 29754, nr. 307 en Eerste Kamerstukken, Vergaderjaar 2015-2016, 34416 nr. A). In december 2015 heeft de Europese Commissie een actieplan gemaakt om het voor criminelen en terroristen nog lastiger te maken wapens en explosieven in handen te krijgen en te gebruiken, door de controle op illegaal bezit en illegale invoer in de Europese Unie (EU) te verscherpen. Op 18 november 2015 heeft de EU Commissie een voorstel gedaan tot wijziging van de Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving van en het voorhanden hebben van wapens. Het doel van voornoemde Richtlijn is de goede werking van de interne EU-markt in vuurwapens te verzekeren en de EU-burgers tegelijk een hoog niveau van veiligheid te garanderen. Dit onderzoek dient inzicht te verkrijgen op de verwevenheid van de georganiseerde criminaliteit en terroristische (jihadistische) groeperingen bij de verwerving van illegale vuurwapens. Het gaat o.a. in op de markt van illegale vuurwapens en het verwervingsproces van vuurwapens. INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuur 3. SNA als methode 4. Meerwaarde-verkenning SNA op dit thema 5. Illustratie aan de hand van casusanalyse 6. Beantwoording onderzoeksvragen 7. Bijlage I: Geraadpleegde literatuur en media 8. Bijlage II: Overzicht gesprekken 9. Bijlage III: Stappenplan SNA politie-systemen 10. Bijlage IV: SNA maten per subcomponent 11. Bijlage V: Samenstelling begeleidingscommissie
    • Vuurwapens gezocht - Vuurwapengebruik, -bezit en -handel in Nederland 1998 - 2000

      Spapens , A.C.; Bruinsma, M.Y. (WODC, 2002)
      De doelstelling van het onderzoek is als volgt geformuleerd: Bieden van inzicht in de (ontwikkeling van) aard en omvang van de vuurwapencriminaliteit in Nederland voor de periode 1998-2000, waarbij zowel het bezit en het gebruik van vuurwapens, alsmede de binnenlandse handel in kaart gebracht moeten worden. De volgende vragen dienen te worden beantwoord: 1. Wat is de (geschatte) omvang van het illegale vuurwapengebruik in Nederland? Wie zijn de gebruikers en waarvoor gebruikt men de wapens? 2. Wat is de (geschatte) omvang van het illegale vuurwapenbezit in Nederland? Wie zijn de bezitters (achtergronden) en hoe verkregen zij het wapen? 3. Wat is de (geschatte) omvang van de illegale vuurwapenhandel in Nederland? Wie zijn de handelaars en hoe verhandelt men de wapens? Het onderzoek valt aan de hand van deze vraagstelling uiteen in twee delen. In het eerste deel komen kwantitatieve vragen aan de orde, namelijk naar de omvang van het gebruik- en het bezit van vuurwapens en naar de mate waarin vuurwapens worden verhandeld. In het tweede deel van het onderzoek dienen kwalitatieve vragen te worden beantwoord, namelijk naar de achtergronden van de vuurwapengebruikers en -bezitters.