• Allochtonen en justitie

      Unknown author (WODC, 1990)
      Of men het nu leuk vindt of niet, Nederland is in twintig jaar tijd een multi-culturele samenleving geworden. En deze ontwikkeling zal zich de komende jaren zonder enige twijfel doorzetten. Langzaam breekt het inzicht door dat in de plaats van een 'vreemde eenden in de bijt'-beleid het allochtonen-vraagstuk moet worden gezien in termen van multi-etniciteit. Behalve met rangen en standen heeft Nederland nu ook te maken met een skala aan etnische identiteiten, die met elkaar dienen te verkeren. In dit nummer wordt een poging gedaan de gevolgen van deze multi-etniciteit na te gaan voor het terrein van justitie. Het samengaan van verschillende culturele groepen creeert nieuwe problemen en nieuwe inzichten in de mogelijkheden van justitie om een bijdrage te leveren aan een leefbare samenleving. Op een aantal in het oog springende onderwerpen zal worden ingegaan. Er wordt in het themadeel aandacht besteed aan problemen op het gebied van criminaliteit, discriminatie, illegaliteit en de onderlinge communicatie.
    • De Nederlandse migratiekaart - achtergronden en ontwikkelingen van verschillende internationale migratietypen

      Jennissen, R.P.W. (red.); Nicolaas, H.; Verschuren, S.; Wijkhuijs, V.; Fouarge, D.; Thor, J. van; Liu, J.; Boer, S. de; Kromhout, M.; Wubs, H.; et al. (WODC, 2011)
      De Migratiekaart beoogt een periodiek overzicht te geven van de cijfermatige trends in migratiestromen, o.a. arbeidsmigratie, gezinsmigratie, studiemigratie, asielmigratie en illegale migratie. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de achtergronden van en verklaringen voor deze trends en aan te verwachten toekomstige ontwikkelingen. Dit is de eerste volledige versie van de Migratiekaart. Een eerste proeve die in 2009 (Cahier, 2009-3) werd opgeleverd, spitste zich toe op arbeidsmigratie en asielmigratie. Deze publicatie is bedoeld om onderzoekers, beleidsmakers en andere belangstellenden te voorzien van theoretische en empirische achtergrondinformatie over recente migratiestromen in het bijzonder in de periode vanaf het jaar 2000. Dit boek bevat een aantal thematische hoofdstukken waarin specifieke migratietypen worden behandeld. Het gaat om achtereenvolgens: arbeidsmigratie, studiemigratie, gezinsmigratie, asielzoekers, postkoloniale migratie, emigratie uit Nederland en illegale migranten. INHOUD: 1. Inleiding: definities, theorieën en leeswijzer - R. Jennissen 2. Internationale migratie naar en vanuit Nederland: algemene trends - R. Jennissen 3. Arbeidsmigratie - H. Nicolaas, S. Verschuren, V. Wijkhuijs en R. Jennissen 4. Studiemigratie - D. Fouarge en J. van Thor 5. Gezinsmigratie - H. Nicolaas, J. Liu en S. de Boer 6. Asielzoekers - V. Wijkhuijs, M. Kromhout, R. Jennissen en H. Wubs 7. Postkoloniale migratie - G. Oostindie en J. Schoorl 8. Emigratie uit Nederland - H. Nicolaas en R. Jennissen 9. Illegale migranten - J. de Boom, A. Leerkes en G. Engbersen 10. Conclusie en discussie - R. Jennissen
    • De Nederlandse Migratiekaart 2013 - Achtergronden en ontwikkelingen in internationale migratiestromen in de periode vanaf 2000

      Jennissen, R. (red.); Nicolaas, H. (red.); Ooijevaar, J.; Liu, J.; Thor, J. van; Fouarge, D.; Chotkowski, M.; Sprangers, A.; Boersema, E.; Winter, J. de; et al. (WODC, 2014)
      Deze publicaties maakt deel uit van een reeks die beoogt de verdere ontwikkelingen in de verschillende migratietypen naar en van Nederland te monitoren. De eerste volledige versie van de Migratiekaart werd gepubliceerd in 2011 (zie link bij: Meer informatie).  De migratiekaart is bedoeld om onderzoekers, beleidsmakers en andere belangstellenden te voorzien van empirische achtergrondinformatie over recente migratiestromen. In deze update, waarin de nadruk ligt op de periode vanaf 2000 en die deels reikt tot 2013 en deels tot 2012, is voor de belangrijkste migratietypen een overzicht gemaakt van de omvang, de verdeling over de herkomst- en bestemmingslanden en de demografische samenstelling. Elk van de hoofdstukken behandelt een bepaald migratietype. Het gaat hierbij om: arbeids-, gezins-, studie-, asiel- en intra-EU-migratie. INHOUD: 1. Inleiding en algemene migratietrends - R. Jennissen (WODC) 2. Arbeidsmigratie - R. Jennissen (WODC), J. Ooijevaar (CBS) en H. Nicolaas (CBS) 3. Gezinsmigratie - M. Chotkowski (WODC), J. Liu (IND) en H. Nicolaas (CBS) 4. Studiemigratie - D. Fouarge (ROA) en J. van Thor (ROA) 5. Asielmigratie - M. Chotkowski (WODC), A. Sprangers (CBS), H. Nicolaas (CBS), E. Boersema (WODC), J. de Winter (CBS) en R. Jennissen (WODC) 6. Intra-EU-migratie - R. Jennissen, J. Ooijevaar (CBS) en V. Wijkhuijs (Instituut Fysieke veiligheid; voorheen WODC) 7. Conclusie en voorzichtige blik op de toekomst - R. Jennissen (WODC) en H. Nicolaas (CBS)
    • Documentanalyse B9 regeling mensenhandel

      Wijers, M. (WODC, 2004)
      Deze documentanalyse richt zich op de uitvoering van de bestaande regeling voor slachtoffers van mensenhandel, zoals vastgelegd in de vreemdelingencirculaire hoofdstuk B9 (Vc B9)2. Klachten over tekortkomingen in de regeling zelf zijn buiten beschouwing gelaten, tenzij deze direct relevant waren voor de uitvoering van de huidige regeling. Na een bespreking van de problemen rondom de toepasselijkheid van de regeling op zich, volgt het rapport in grote lijnen de diverse fasen van de B9 regeling. Onder elk kopje wordt steeds eerst kort de inhoud van de regeling aangegeven. Aparte aandacht wordt besteed aan de voorlichting en opvang van slachtoffers van mensenhandel. Afgesloten wordt met een korte analyse van de gesignaleerde knelpunten in de uitvoering.
    • Een schatting van het aantal in Nederland verblijvende illegale vreemdelingen in 2005

      Heijden, P.G.M. van der; Gils, G. van; Cruijff, M.; Hessen, D. (WODC, 2006)
      In dit rapport wordt een schatting gepresenteerd van het aantal illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen, in de periode april 2005 - april 2006. Voor de schatting is gebruikt gemaakt van gegevens over illegale vreemdelingen uit het registratiesysteem PSH-V dat door de Taakorganisatie Vreemdelingenzorg van Politie Nederland wordt beheerd.
    • Eén jaar 'Koppelingswet' in de praktijk - Tussenrapportage over de implementatie en het eerste uitvoeringsjaar

      Etman, O.; Korpel, J. (WODC, 1999)
      Het accent in dit eerste deel van de evaluatie is gelegd op de implementatie van de Koppelingswet. Het voorliggende tussenverslag is daarmee een beschrijving van de implementatie en een inventarisatie van ervaringen en meningen van `uitvoerders' met betrelcking tot de (eenjarige) implementatie van de wet. Deze tussenrapportage geeft gem antwoord op vragen naar bijvoorbeeld de effectiviteit of de legitimiteit van de wet. Daar zal het eindrapport van de evaluatie in 2001 uitsluitsel over dienen te geven. INHOUD: 1. Inleiding 2. De Koppelingswet 3. De evaluatie van de koppelingswet 4. Ministerie van Justitie 5. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 6. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 7. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 8. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer 9. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
    • Ethnic Diversification and Crime

      Junger-Tas, J.J.; Muus, Ph.; Engbersen , G.; Leun, J. van der; Miller, J.; bland, N.; Quinton, P.; Rice, G.; Thomas, T. (WODC, 2001)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Josine Junger-Tas - Ethnic Minorities, Social Integration and Crime 3. Philip Muus - International Migration and the European Union: Trends and Consequences 4. Godfried Engbersen and Joanne van der Leun - The Social Construction of Illegality and Criminality 5. Joel Miller, Nick Bland and Paul Quinton - A Challenge for Police-Community Relations: Rethinking Stop and Search in England and Wales 6. Gerry Rice and Terry Thomas - Current Issues: Tackling Drugs Together: The Possibilities for a Confidential Drug Service
    • Evaluatie van de Koppelingswet - Een onderzoek naar de effectiviteit, efficiëntie en legitimiteit van de Koppelingswet

      Fahrenfort, M.; Geerlof, J.; Gelderloos, W.; Gier, M. de; Groeneveld, K.; Jansen, W.; Kock, K.; Kolar, C.; Sipkes, L.; Straathof, R. (B&A Groep, 2001)
      Drie jaar na de inwerkingtreding van de Koppelingswet heeft een grootschalige evaluatie van die wet plaatsgevonden. De resultaten daarvan worden in dit verslag weergegeven. Dit betreft de beleidsterreinen Justitie, Onderwijs, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Volksgezondheid en Volkshuisvesting. Het onderzoek heeft bestaan uit zes deelstudies: I: het illegale circuit in kaart; II: Instantie-onderzoek; III: Juridische analyse; IV: Cijfermateriaal illegaliteit/migratie; V: Verzamelen van feitelijke/cijfermatige indicaties voor effectiviteit en efficiency per beleidsterrein; VI: Surveys effectiviteit, efficiency en legitimiteit. De inhoud van het rapport is als volgt: 1) Inleiding, vraagsteling en verantwoording; 2) Werking van de wet in de praktijk; 3) Draagvlak voor de wet; 4) Uitvoerbaarheid van de Koppelingswet; 5) Effecten van de wet; 6) De Koppelingswet geëvalueerd.
    • Evaluatie van de Wet toelating en uitzetting BES

      Winter, H.; Beukers, M.; Blekkenhorst, G.; Struiksma, N. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2018)
      De staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden is sinds 10 oktober 2010 (10- 10-‘10) gewijzigd, waarbij Curaçao en Sint Maarten zelfstandige landen binnen het Koninkrijk zijn geworden en het land Nederlandse Antillen is opgeheven. Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn als openbare lichamen deel gaan uitmaken van Nederland. De drie laatstgenoemde eilanden worden ook wel gezamenlijk aangeduid als Caribisch Nederland. Het vreemdelingenrecht van de Nederlandse Antillen was vastgelegd in de Landsverordening toelating en uitzetting en het bijbehorende Toelatingsbesluit. De LTU vormde de basis voor de nieuwe Wet toelating en uitzetting BES (WTU-BES), die per 10 oktober 2010 in werking trad. De WTU-BES is tevens op onderdelen aangepast aan de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Hoe functioneert de WTU-BES gelet op de rond 10-10-‘10 geformuleerde uitgangspunten, welke knelpunten zijn te onderscheiden en hoe kunnen die worden opgelost? INHOUD: 1. Inleiding 2. Caribisch Nederland in het Nederlandse staatsbestel 3. Doelen, uitgangspunten en instrumentarium WTU-BES 4. Kwantitatieve gegevens 5. Uitvoering en ervaringen WTU-BES 6. Wet arbeid vreemdelingen BES 7. Beantwoording onderzoeksvragen
    • Experiment Perspectief aanpak voormalig alleenstaande minderjarige vreemdelingen - analyse van de resultaten

      Grund, J.-P.C.; Breeksema, J.J.; Braam, R.; Bruin, D. de (Centrum voor Verslavingsonderzoek (CVO), 2011)
      Het experiment op basis van de Perspectiefaanpak ex-amv’s is gericht op het realiseren van daadwerkelijk vertrek (terugkeer) van ex-amv’s, het terugdringen van het vertrek met onbekende bestemming (MOB) en het terugdringen van illegaliteit. Voor het onderzoek zijn de volgende ‘resultaten’ van belang: (begeleide) terugkeer naar land van herkomstverkrijgen van een (tijdelijke) verblijfsvergunning nog in begeleiding met onbekende bestemming (MOB) vertrokkendoormigratie  Het doel van dit onderzoek is om de resultaten van de bij het experiment betrokken steunpunten onderling te vergelijken, aan de hand van onderscheidende kenmerken van deze steunpunten. De volgende probleemstelling is daarbij aan de orde: Hoe zien de organisatievormen en werkwijzen van de lokale steunpunten Perspectief er uit? Welke deelnemers en resultaten hebben ze? Hoe hangen de resultaten samen met overeenkomsten en verschillen in de gehanteerde organisatievormen en werkwijzen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethoden 3. De perspectief aanpak: organisatorisch spectrum 4. De deelnemers aan het experiment Perspectief: voormalig Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen 5. De Perspectief aanpak: een methodische regenboog 6. De Perspectief aanpak: resultaten 7. Relatie tussen organisatievormen, werkwijze & kenmerken van ex-AMV's en de behaalde resultaten
    • Gebruik van passagiersgegevens voor grenscontrole - Evaluatie van de uitvoering van de API-richtlijn

      Brummelkamp, G.; Vogels, R. (Panteia, 2018)
      In de Europese Unie bestaat sinds 2004 een Advance Passenger Information (API)-richtlijn gericht op de verbetering van grenscontroles en de bestrijding van illegale immigratie. Lidstaten mogen volgens de richtlijn (2004/82 EC) bepalingen opnemen in hun nationale wetgeving die het mogelijk maken om luchtvaartmaatschappijen te verplichten om gevalideerde passagiersgegevens voorafgaand aan de vlucht door te geven aan de grensautoriteiten in de betreffende lidstaat. De richtlijn laat het echter aan de lidstaten zelf over om van deze mogelijkheid daadwerkelijk gebruik te maken. Onder andere hierdoor bestaat binnen de EU momenteel een grote variëteit wat betreft het gebruik van API-gegevens. In Nederland is de API-richtlijn in 2007 geïmplementeerd, met als algemeen beleidsdoel de verbetering van de grenscontrole en de bestrijding van illegale immigratie.Met dit onderzoek is het gebruik van API-gegevens in Nederland geëvalueerd. Het onderzoek is een vervolg op de eerste evaluatie van API in 2014. Op grond van dit eerste evaluatieonderzoek heeft de minister van Justitie en Veiligheid de Tweede Kamer toegezegd een tweede evaluatiestudie te laten uitvoeren als onder andere het systeem verder is uitontwikkeld. Voor deze tweede evaluatie zijn twee centrale onderzoeksvragen geformuleerd: Wat kan gezegd worden over het gebruik en de effectiviteit van APIgegevens ten behoeve van grenscontrole en het tegengaan van illegale immigratie en op welke wijze is gevolg gegeven aan eerdere aanbevelingen ten aanzien van API? In hoeverre kunnen recente relevante Europese ontwikkelingen gevolgen hebben voor de wijze waarop API-gegevens in Nederland gebruikt worden? INHOUD: 1. Inleiding 2. API-richtlijn en actuele ontwikkelingen 3. API in de praktijk 4. Evaluatie van de meerwaarde en verbetermogelijkheden 5. Conclusies
    • Gedeelde zorgen, Gebrekkige samenwerking - Diasporaorganisaties, de Nederlandse overheid en de migratiepraktijk

      San, M. van (Erasmus Universiteit Rotterdam - Risbo Research-Training-Consultancy, 2016)
      In verschillende landen delen overheidsorganisaties een belangrijke rol toe aan diasporaorganisaties en nemen zij maatregelen om hun engagement te faciliteren. Ook in Nederland worden diasporaorganisaties al jaren als belangrijke actoren gezien bij de migratiepraktijk. In dit rapport wordt in eerste instantie ingegaan op de rol die diasporaorganisaties spelen bij de migratiepraktijk in Nederland – in termen van het bevorderen van integratie, het voorkomen van irreguliere immigratie en het stimuleren van vrijwillige terugkeer – op welke wijze zij dat doen en hoe dat door Nederlandse overheidsmedewerkers wordt geëvalueerd. Vervolgens wordt ingegaan op de barrières enerzijds en kansen anderzijds in de samenwerking tussen diasporaorganisaties en de Nederlandse overheid 1bij de uitvoering van de migratiepraktijk.
    • Het lot van het inreisverbod - Een onderzoek naar de uitvoeringspraktijk en gepercipieerde effecten van de Terugkeerrichtlijn in Nederland

      Leerkes, A.; Boersema, E.; Chotkowski, M. (medew.) (WODC, 2014)
      In verband met de implementatie van de Europese terugkeerrichtlijn (nr. 2008/115/EG) heeft Nederland eind 2011 het zogeheten inreisverbod ingevoerd. Het inreisverbod is bedoeld om uitzetbare migranten in grotere mate zelfstandig te laten terugkeren naar het land van herkomst. De voormalige Minister van Immigratie en Asiel heeft in 2011 aan de Eerste Kamer toegezegd om drie jaar na de invoering van het zogeheten inreisverbod onderzoek te doen naar de uitvoeringspraktijk en werking van de maatregel (Handelingen Eerste Kamer, Vergaderjaar 2011-2012, 32420, nr. 10, p. 78-98). In dit onderzoek staat ten eerste de vraag centraal hoe relevante partijen in de Vreemdelingenketen (IND, vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee) en Strafrechtsketen (CJIB, OM en strafrechters) gebruik maken van de mogelijkheid om terugkeerbesluiten uit te vaardigen, inreisverboden op te leggen en de eventuele overtreding van inreisverboden te bestraffen. Ten tweede is nagegaan wat volgens de sleutelinformanten de effecten zijn van de Terugkeerrichtlijn en met name het inreisverbod. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodologische verantwoording 3. Beschrijvende statististische analyses 4. Kwalitatief deel: bevindingen focusgroepen 5. Samenvatting en conclusie
    • Illegaal verblijf in Nederland - Een literatuuronderzoek

      Kromhout, M.H.C.; Wubs, H.; Beenakkers, E.M.Th. (WODC, 2008)
      De onderzoeksvragen bij dit project luiden: Wat is uit de literatuur bekend over overlast en criminaliteit door illegalen in Nederland?Wat is uit de literatuur bekend over problemen die illegalen in Nederland hebben en de risico’s die zij lopen? (in het bijzonder de problemen van ex-AMV’s en illegale minderjarigen, illegalen met ernstige psychiatrische of medische problemen en slachtoffers van mensenhandel)Wat is uit de literatuur bekend over de achtergronden van deze illegalen? Dit betreft fase 1 van een onderzoek naar illegaliteit, het literatuuronderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aantallen en achtergrondkenmerken 3. Huisvesting 4. Arbeid 5. Prostitutie 6. Gezondheid 7. Onderwijs en jeugdzorg 8. Criminaliteit en leefbaarheid 9. Samenvatting en conclusies
    • Illegale vreemdelingen in Nederland - Omvang, overkomst, verblijf en uitzetting

      Engbersen, G.; Staring, R.; Leun, J. van der; Boom, J. de; Heijden, P. van der; Cruijff, M. (WODC, 2002)
      In Nederland bevinden zich ‘illegale vreemdelingen’, d.w.z. mensen die geen geldige verblijfstitel in Nederland hebben. Een deel van hen heeft in het verleden een geldige verblijfsvergunning gehad, van een deel is het asielverzoek afgewezen en een deel is zonder geldige verblijfstitel binnengekomen. De onbekendheid van/ met deze groep en de marginale positie ervan werken speculaties in de hand over criminaliteit door illegalen. Ook wordt een relatie verondersteld tussen illegale binnenkomst en mensensmokkel. Voor de kwantitatieve analyse is gebruik gemaakt van politieregistraties van illegale vreemdelingen die werden staandegehouden in de periode 1997-2000. De gegevens werden aangeleverd door de 25 politieregio’s en zijn de beste beschikbare bron. Deze cijfers zijn ook de basis voor de schatting van het totaal aantal illegale vreemdelingen in Nederland. Voor het kwalitatief onderzoek werd gesproken met 156 illegale vreemdelingen uit acht belangrijke herkomstlanden van arbeids- en/ of asielmigranten: China, Iran, Marokko, Somalië, Sri Lanka, Turkije, voormalig Joegoslavië en voormalige Sovjet Unie. Nieuwe groepen illegale vreemdelingen, die niet kunnen terugvallen op legale landgenoten in Nederland, verkeren in een zeer kwetsbare positie op de huisvestings- en arbeidsmarkt. Zij lijken daardoor vatbaarder voor vormen van ‘overlevingscriminaliteit’. In deze studie worden geen definitieve gegevens gepresenteerd omtrent aard en omvang van illegale vreemdelingen in Nederland. Wel vindt men onderbouwde schattingen over aantallen illegale vreemdelingen, evenals relevante gegevens over de problematiek van uitzetting en over het vraagstuk van illegaliteit en criminaliteit. Ook worden kwalitatieve analyses gegeven van strategiën van overkomst en verblijf.
    • Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod

      Goderie, M.; Spierings, F.; Woerds, S. ter (Verwey-Jonker Instituut, 2002)
      Dit rapport betreft het deelonderzoek naar prostituees in moeilijk toegankelijke sectoren, zoals straatprostitutie, thuisprostitutie, escort, 06-prostitutie. Verder richt het deelonderzoek zich op de volgende aspecten: illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid. Het doel van het deelonderzoek is inzicht te krijgen in de aard en omvang van onvrijwillige prostitutie, prostitutie doorminderjarigen en illegale prostitutie en de mogelijke verschuivingseffecten ten gevolge van de opheffing van het bordeelverbod voor deze drie aspecten. Wanneer in dit rapport het begrip illegaliteit gebruikt wordt, wordt hiermee bedoeld het verschijnsel dat buitenlanders (vrouwen en soms ook mannen) werkzaamheden verrichten in de prostitutie zonder verblijfstitel waarmee het verrichten van arbeid is toegestaan.
    • Immigratie; tussen beleid en werkelijkheid

      Lucassen, L.; Overbeek, H.W.; Doomerik, J.; Roodenburg, H.; Ours, J. van; Ficq, B.J.P.M.; Wijn-Maatman, T.; Engbersen, G.; Leun, J. van der; Valk, I. van der (WODC, 2001)
      ARTIKELEN: 1. L. Lucassen - Een spel met valse kaarten; migratiebeleid in historisch perspectief 2. H.W. Overbeek - Migratie als 'global affair'; wereldarbeidsmarkt en transnationale regulering van personenverkeer 3. J. Doomerik - De mythe van het restrictieve immigratiebeleid 4. Het Süssmuth-rapport - Migratie vormgeven - integratie bevorderen; een samenvatting 5. H. Roodenburg - Arbeidsmigratie; winnaars, verliezers en onbetaalde rekeningen 6. J. van Ours - Arbeidsmigratie; goed voor ons? 7. B.J.P.M. Ficq - De nieuwe vreemdelingenwet; eerste ervaringen in de asiel-advocatuur 8. T. Wijn-Maatman - Falend terugkeerbeleid; de problematiek van uitgeprocedeerde asielzoekers 9. G. Engbersen en J. van der Leun - Uitsluiting van illegale immigranten; risico's van het restrictieve vreemdelingenbeleid 10. I. van der Valk - Het politieke vertoog over immigratie en asiel; de parlementaire debatten in Frankrijk en Nederland SAMENVATTING: In het eerste deel van dit nummer komen arbeidsmigratie, asielmigratie en de verbanden tussen beide uitvoerig aan bod. Ook wordt een beknopte samenvatting geboden van het Duitse Süssmuth-rapport waarin een lans wordt gebroken voor arbeidsmigratie. In het tweede deel van het nummer passeren enige kernproblemen rondom het Nederlandse beleid de revue: de nieuwe vreemdelingenwet, het terugkeerbeleid en de uitsluiting van illegale migranten.
    • Informele economie, uitbuiting en illegaliteit

      Slot, B.M.J.; Rensman, M.; Bruil, A.; Steeg, A. van de; Kazemier, B.; Staring, R.; Aarts, J.; Krimpen, L. van; Bogaerts, A.; Plooij, P.; et al. (WODC, 2010)
      ARTIKELEN: 1. B.M.J. Slot - Informele economie: oorsprong, oorzaak en ontwikkeling 2. M. Rensman, A. Bruil, A. van de Steeg en B. Kazemier - Het aandeel van de drugssector in het nationaal inkomen 3. R. Staring en J. Aarts - Werken in de marge; illegaal verblijvende jongeren in Nederland 4. L. van Krimpen - Mensenhandel en arbeidsuitbuiting; recente ontwikkelingen in de jurisprudentie 5. A. Bogaerts, P. Plooij en R. Zoetekouw - De bestrijding van arbeidsuitbuiting; werkwijzen en bevindingen van de SIOD 6. Boekrecensie: J.P. van der Leun over 'Economic sociology: a systematic inquiry' - Alejandro Portes 7. Internetsites. SAMENVATTING: Over de omvang en de functie van de informele economie wordt al sinds de jaren 1960 gediscussieerd. Met dit themanummer wordt beoogd in de eerste plaats inzicht te bieden in de belangrijkste kenmerken van de informele economie. Ingegaan wordt op de vraag in hoeverre deze is vervlochten met de formele en de criminele economie. Ook is er aandacht voor de positie van migranten en de functie van de informele economie als 'kraamkamer' voor nieuwe bedrijven. Ook is er aandacht voor de uitwassen van de informele economie, met name voor de mensen die voor hun overleven aangewezen zijn op de informele sector, zoals mensen zonder verblijfsstatus, die slachtoffer worden van uitbuiting. Actuele ontwikkelingen in de opsporing en jurisprudentie komen uitgebreid aan bod.
    • Irreguliere migratieroutes naar Europa en de factoren die van invloed zijn op de bestemmingskeuze van migranten

      Kuschminder, K.; Bresser, J. de; Siegel, M. (Universiteit van Maastricht - Maastricht graduate school of governance (MGSoG), 2015)
      Het aantal vreemdelingen dat, veelal met gevaar voor eigen leven, probeert naar Europa te komen lijkt de laatste jaren sterk toegenomen. Een verklaring is dat meerdere landen in Afrika en het Midden-Oosten te maken hebben met veranderende regimes en instabiele- of oorlogssituaties. Een groot aantal van de vreemdelingen arriveert in Europese landen aan de Middellandse Zee. Recentelijk is, vooral door het grotere aantal immigranten in Italië, de discussie ontstaan in hoeverre de spreiding van recent aangekomen vreemdelingen evenwichtig over Europa is gespreid en welk land verantwoordelijk zou moeten zijn voor het behandelen van asielverzoeken. Italië heeft onlangs deze kwestie benoemd tot topprioriteit voor zijn EU-voorzitterschap. De primaire onderzoeksvragen van deze literatuuranalyse zijn:Wat zijn de belangrijkste migratieroutes naar en binnen Europa, en specifiek naar Nederland?Welke factoren beïnvloeden de bestemmingskeuzes van irreguliere migranten, en specifiek naar Nederland?
    • Jihadisme en de vreemdelingenketen - De signalering van vermoedelijke jihadisten onder asielzoekers en jihadistische activiteiten in en rond asielzoekerscentra nader onderzocht

      Wijk, J. van; Bolhuis, M. (Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2016)
      De doelstelling van dit onderzoek is de kennis over het signaleren en detecteren van jihadisme in de Nederlandse vreemdelingenketen te vergroten, om zo een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de kwaliteit van de signalering van jihadisme in de vreemdelingenketen. Als centrale onderzoeksvraag wordt in dit onderzoek gehanteerd:Hoe is de signalering en de informatie-uitwisseling ten aanzien van jihadisme in de Nederlandse vreemdelingenketen opgezet, hoe krijgt dit in de praktijk vorm en zijn er verbeteringen mogelijk? Zo ja, welke?In de onderzoeksvraag wordt een onderscheid gemaakt tussen signalering en informatie-uitwisseling. Vragen ten aanzien van de signalering hebben betrekking op de wijze waarop jihadisten of jihadistische activiteiten opgemerkt kunnen worden. Daarbij zien actoren in de vreemdelingenketen zich voor drie vragen gesteld: 1.) hoe kunnen binnenreizende, (reeds geradicaliseerde) jihadisten die asiel aanvragen worden herkend, 2.) hoe kunnen ronselpraktijken in de opvanglocaties worden herkend, en 3.) hoe kan radicalisering van asielzoekers op opvanglocaties worden herkend? Informatie-uitwisseling gaat over de vraag op welke wijze signalen die door actoren uit de vreemdelingenketen zijn onderkend worden gedeeld en samengebracht, zodat deze door opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten in onderling verband kunnen worden geanalyseerd en geëvalueerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Migranten, jihadisme en beleidsmaatregelen in Europa 3. Signalering van jihadisme in de vreemdelingenketen; de opzet 4. Mogelijke knelpunten bij het onderkennen van signalen en uitwisselen van informatie; wetenschappelijke inzichten 5. Het onderkennen van signalen; de praktijk 6. Informatie-uitwisseling van signalen; de praktijk 7. Conclusie