• Aard en omvang van criminele bestedingen - Eindrapportage

      Unger, B.; Ferwerda, J.; Koetsier, I.; Gjoleka, B.; Saase, A. van; Slot, B.; Swart, L. de (Universiteit Utrecht - Faculteit Recht, Economie Bestuur en Organisatie (REBO), 2018)
      Doel van het onderzoek is om inzicht te bieden in waar geld wordt besteed en hoeveel er jaarlijks in Nederland witgewassen wordt. Hierbij moet rekening worden gehouden met a) de aard en omvang van de bestedingen van uit criminaliteit verkregen inkomsten die (de diverse categorieën) criminelen doen, b) de wijze waarop en de plaatsen waar deze inkomsten neerslaan in de economie en c) de geschatte omvang van het bedrag dat in Nederland is witgewassen als gevolg van in Nederland gepleegde criminaliteit. Daarnaast is d) indicatief nagegaan in welke mate de relatieve omvang van het witwasgeld dat in de Nederlandse economie wordt ingebracht vanuit het buitenland is gewijzigd sinds de laatste schatting uit 2006 en e) in welke mate dat bedrag ook in Nederland neerslaat. INHOUD: 1. Inleiding 2. Bestedingsgedrag van criminelen 3. De omvang van witwassen 4. De effecten van witwassen 5. Discussie omvang witwassen 6. Conclusies en aanbevelingen 7. Literatuurlijst
    • Criminele gebouwen - De faciliterende rol van woningen en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland en vier EU-landen

      Kruize, P.; Gruter, P.; Suchtelen, T. van (medew.) (Ateno, 2020-12-31)
      Aanleiding voor dit onderzoek is een Kamermotie waarin de regering wordt gevraagd te bezien langs welke weg particuliere eigenaren en woningcorporaties kunnen worden gewaarschuwd voor criminele intenties van potentiële gebruikers/huurders van hun onroerend goed bezit. Het streven is gemeenten, woningbouwcorporaties en bonafide private partijen instrumenten ter hand te stellen voor de preventie en aanpak van ondermijnende criminele activiteiten. Met dit doel voor ogen is er een toenemende behoefte aan meer kennis over en inzicht in de aard en omvang van de criminaliteit faciliterende functie van woon- en bedrijfsruimten in Nederland, en inzicht in welke instrumenten hiervoor worden ingezet in andere EU-landen. Deze doelstelling is vertaald in acht onderzoeksvragen. Nederlandse situatie: 1. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in Nederland? 2. Wat is (naar schatting) de omvang van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? 3. In welke mate bestaan er verschillen in aard en omvang hiervan tussen regio’s in Nederland? 4. Welke in de literatuur genoemde indicatoren wijzen op de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? En zijn dezelfde indicatoren van toepassing binnen stedelijke en landelijke regio’s? Internationale vergelijking: 5. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in met Nederland vergelijkbare landen en welke indicatoren hiervoor zijn in die landen bekend? 6. Welke instrumenten, zowel preventief als repressief, worden in de bij dit onderzoek betrokken landen ingezet bij het tegengaan hiervan en wat is het juridisch kader waarbinnen deze instrumenten worden ingezet? 7. Wat zijn, in de bij dit onderzoek betrokken landen, de positieve en negatieve ervaringen bij de bestrijding van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit en welke voor- en nadelen worden bij de inzet van de verschillende instrumenten ervaren? 8. Welke instrumenten, uit de bij dit onderzoek betrokken landen, zouden nader bestudeerd kunnen worden voor de aanpak (zowel preventief als repressief) van dit fenomeen in Nederland? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit, 3. Geregistreerde en geschatte omvang, 4. Preventieve, repressieve en criminogene indicatoren, 5. De faciliterende rol van onroerend goed bij ondermijnende criminaliteit in vier EU-landen, 6. Conclusie
    • Cybercrime en witwassen - Bitcoins, online dienstverleners en andere witwasmethoden bij banking malware en ransomware

      Oerlemans, J.J.; Custers, B.H.M.; Pool, R.L.D.; Cornelisse, R. (WODC, 2016)
      Het witwassen van geld dat wordt verkregen uit cybercrime vindt in de regel plaats via digitale betalingsmiddelen. De reden daarvoor is dat het geld bij cybercrime vaak wordt verkregen via online betalingsmethoden en virtuele valuta. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Op welke wijze en door welke actoren wordt geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware (al dan niet digitaal) witgewassen? De deelvragen van het onderzoek luiden als volgt: Wat wordt verstaan onder het witwassen van door banking malware en ransomware verkregen geld en hoe wordt witwassen juridisch gekwalificeerd? Wat zijn digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals Bitcoin, en hoe werken deze digitale betalingsmiddelen? Op welke wijze en door welke actoren wordt geld witgewassen dat: a door middel van banking malware wordt verkregen? b door middel van ransomware wordt verkregen? Wat zijn de kenmerken van actoren die betrokken zijn bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? Welke informatie over de modus operandi van actoren, die betrokken zijn het bij het witwassen van geld dat verkregen wordt uit banking malware en ransomware, is beschikbaar op het dark web? Welke rol spelen digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals bitcoins, bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? INHOUD: 1. Inleiding 2. Cybercrime en witwassen 3. Digitale betaalmiddelen 4. Witwassen van geld verkregen uit banking malware en ransomware 5. Kenmerken van actoren bij het witwassen van opbrengsten uit banking malware en ransomware 6. Conclusie
    • Doping en handel - Onderzoek naar aard en omvang van dopinghandel en ontwikkeling van indicatoren

      Oldersma, F.; Snippe, J.; Bieleman, B. (Intraval, 2002)
      Om de dopinghandel beter te kunnen bestrijden, is in mei 2001 een wetswijziging van kracht geworden, waarbij de illegale handel in geneesmiddelen voor dopingdoeleinden is ondergebracht in de Wet op de economische delicten (WED). Het onbevoegd produceren en het onbevoegd afleveren van geneesmiddelen is sindsdien, evenals het bereiden, het verkopen, het afleveren, het invoeren, het verhandelen of het ter aflevering in voorraad houden van ongeregistreerde geneesmiddelen, een economisch delict. De wetswijziging heeft het effectiever tegengaan van de illegale productie van en handel in geneesmiddelen als oogmerk, en daarmee ook een effectievere aanpak van de productie van en handel in dopinggeduide middelen.Voor de evaluatie van de wetswijziging dient op korte termijn inzicht te worden verkregen in de aard en omvang van de illegale handel in dopingmiddelen (quick scan). Daarnaast dient te worden nagegaan welke gegevens beschikbaar zijn voor het ontwikkelen van indicatoren om de effecten van de wetswijziging te evalueren.
    • Gericht handhaven en monitoren - Op zoek naar doelgroepen, non-compliance, risicofactoren en het zwarte circuit

      Ruimschotel, D.; Borgers, H. (Compliance Methodology Consultants (CMC)/T11 Company, 1999)
      Het doel van deze studie is het inventariseren van methoden om potentiële wetsovertreders te identificeren, in het kader van het project Monitoring Beleidsinstrumentele Wetgeving. Dit kunnen overtreders zijn in het witte, geregistreerde, circuit, of in het zwarte, niet geregistreerde circuit. De opbouw is als volgt.
    • Goud

      Arnold, I.J.M.; Rovers, B.; Siegel, D.; Theije, M. de; Heemskerk, M.; Mecking, E.; Garrett, J.R. (WODC, 2011)
      ARTIKELEN: 1. I.J.M. Arnold - Goud als geld 2. B. Rovers - Als de goudduivels langskomen; overvallen op juweliers 3. D. Siegel - Valse, gestolen en gesmokkelde Russische juwelen 4. M. de Theije en M. Heemskerk - Groot en klein goud in Suriname; de informalisering en ordening van de goudwinning 5. E. Mecking - Goud, geld en gezag 6. J.R. Garrett - Manipulatie van de gouden standaard door de Bank of England 7. Internetsites. SAMENVATTING: Goud oefent al eeuwenlang een grote aantrekkingskracht uit op mensen, maar is de laatste jaren wel heel erg populair. In dit themanummer is er enerzijds aandacht voor de achtergronden van en verklaringen voor de recente monetaire en economische ontwikkelingen en de rol van goud daarin. Anderzijds wordt gekeken naar enkele gevolgen van deze ontwikkelingen voor de machtspositie van overheden en centrale banken ten opzichte van individuele burgers en bedrijven. Ook de goudsector zelf, de juweliers en de goudhandel komen aan bod met onderwerpen als overvallen, vervalsing van goudmerken, goudsmokkel en conflicten rond en regulering van goudwinning.
    • Internet-facilitated drugs trade - An analysis of the size, scope and the role of the Netherlands

      Kruithof, K.; Aldridge, J.; Décary-Hétu, D.; Sim, M.; Dujso, E.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2016)
      This report aims to investigate the role of the Internet in facilitating drugs trade. Special attention will therefore be paid to the role of Dutch actors in facilitating this trade. The overall aims of this study are: To characterise the scope and the size of Internet-facilitated drugs trade; To identify the role of the Netherlands in Internet-facilitated drugs trade; To delineate potential avenues for law enforcement for detection and intervention. The study considers trade via cryptomarkets as well as drugs trade facilitated by the clear net. For reasons explained below, the emphasis of the quantitative analysis is on cryptomarkets. CONTENT: 1. Introduction 2. Methodology 3. An introduction to Internet-facilitated drugs trade 4. The size and shape of Internet-facilitated drugs trade 5. Shipping routes 6. Actors involved in Internet-facilitated drugs trade 7. Detection and intervention of Internet-facilitated drugs trade 8. Conclusions
    • Kunst en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1997)
      De hoge prijzen die tegenwoordig betaald worden voor kunst maken het aantrekkelijk om er illegaal in te handelen. Volgens Interpol gaan er miljarden dollars om in de illegale verhandeling en roof van kunstwerken. Na verdovende middelen en wapens komt de illegale kunsthandel qua omvang op de derde plaats. De minister van Justitie vreest dat Nederland een slecht imago begint te krijgen op het gebied van Wegale handel in cultuurgoederen. Mede hierom heeft Nederland op 27 juni 1996 het Unidroit-verdrag inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen ondertekend. Een tweede onderwerp dat in dit themamunmer wordt besproken is kunstvandalisme. Ook dit verschijnsel is regelmatig in het nieuws. Meestal gaat het om vernieling van beeldhouwwerken in het openbaar domein. De meer spectaculaire gevallen hebben betrelcking op vernieling van kostbare en soms roemrijke kunstwerken in musea.
    • Trends in kunstcriminaliteit

      Charney, N.; Rausch, Chr.; Bouwknegt, L.; Hufnagel, S.; Bronswijk, R.; Beurden, J. van; Kila, J.; Assendelft, F.; Duijsens, J.; Gessel, F. van (WODC, 2021)
      ARTIKELEN: 1. Noah Charney - Kenmerken van kunstcriminaliteit 2.Christoph Rausch, Léonie Bouwknegt, Jeroen Duijsens en Frank Assendelft - ‘Dirty money, pretty art’. Witwassen en ondermijning in tijden van financialisering van kunst 3. Saskia Hufnagel - De aanpak van kunstcriminaliteit in Europa 4. Richard Bronswijk en Fons van Gessel - De aanpak van kunstcriminaliteit in Nederland 5. Jos van Beurden Dubieuze verwervingen en het Advies over de omgang met koloniale collecties 6. Joris Kila - De terugkeer van de beeldenstorm. Over iconoclasme, cultuurgoed en identiteit. SAMENVATTING: Met enige regelmaat worden in Nederland bekende kunstwerken geroofd, veelal schilderijen uit musea. De laatste keer was in augustus 2020, toen uit het museum Hofje van Mevrouw Van Aerden in Leerdam een schilderij van Frans Hals werd gestolen. Opmerkelijk genoeg werd dit doek, getiteld Twee lachende jongens, al twee keer eerder gestolen en ook weer teruggevonden. Eerder in 2020 was een schilderij van Vincent van Gogh het doelwit van kunstrovers. Zij gingen ervandoor met het werk Lentetuin, de pastorietuin te Nuenen in het voorjaar, dat in bruikleen was bij het Singer Museum in Laren. Dit type kunstcriminaliteit spreekt tot de verbeelding en is niet voor niets onderwerp van veel boeken, films en televisieprogramma’s. Kunstcriminaliteit heeft echter veel meer verschijningsvormen dan enkel kunstroof. Traditioneel vallen fraude, vervalsing en vandalisme daar ook onder, maar daarnaast zijn er vormen van criminaliteit die aan kunst gerelateerd zijn, zoals witwassen, belastingmisdrijven, gijzeling en afpersing. Ook worden met de verkoopopbrengst van gestolen kunst of cultuurgoederen andere illegale activiteiten gefinancierd, zoals de aankoop van wapens ten behoeve van terrorisme. De activiteiten van kunstcriminelen, de betrokkenheid van de georganiseerde misdaad en de opsporing en vervolging van kunstcriminaliteit komen ruimschoots aan bod in deze aflevering van Justitiële verkenningen over ‘Trends in kunstcriminaliteit’. In dit themanummer verstaan we onder kunst ook antiek en cultureel erfgoed, ‘cultuurgoederen’. Aan sommige kunst en cultuurgoederen afkomstig uit voormalige Nederlandse koloniale gebieden kleeft een smet. Ook daar is aandacht voor, met een artikel over teruggave van deze objecten aan de landen van herkomst. Daarnaast komt een verschijnsel aan de orde dat eind jaren negentig in een themanummer van Justitiële verkenningen nog werd aangeduid als ‘kunstvandalisme’. In het afgelopen decennium heeft dit een nieuwe dimensie gekregen. Agressie tegen cultuurgoederen (iconoclasme) is nu vaak politiek, ideologisch gemotiveerd, zoals recente aanvallen op standbeelden van bijvoorbeeld koloniale gezagsdragers laten zien. Ook de vernietiging door Islamitische Staat (IS) van eeuwenoude bouwwerken in Irak en Syrië in 2015-2016 doet de vraag rijzen of we kunnen spreken van een terugkeer van het fenomeen beeldenstorm.
    • Uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit in Nederland - Onderzoek naar de signalering, aanpak en samenwerking door professionals

      Bos, A.; Loyens, K.; Nagy, V.; Oude Breuil, B. (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2016)
      In 2011 is   het landelijke programma Aanpak uitbuiting Roma kinderen in een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gestart. In 2014 is het programma verlengd tot eind 2016. Gedurende de programmaperiode komt naar voren dat de integrale aanpak van criminele uitbuiting van minderjarigen moeilijk lijkt. Vanuit dit programma wil men meer inzicht krijgen in de aard en de omvang van criminele uitbuiting van (Roma) kinderen. De onderzoeksvraag is verbreed naar alle kinderen die zich in Nederland bevinden. Dit onderzoekrapport gaat over uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit in Nederland. Het rapport beschrijft het fenomeen en gaat in op de praktijk van professionals in de zorg- en veiligheidsketen, die met de problematiek te maken krijgen. Op basis van casusstudies en onderzoek in gemeenten laat het rapport zien in hoeverre professionals uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit signaleren, of zij voldoende toegerust zijn om het probleem aan te pakken en wat zij er in de praktijk aan doen. Verder gaat het rapport in op de samenwerking tussen betrokken professionals. INHOUD: 1. Aanleiding, vraagstelling en methoden van onderzoek 2. Aard, omvang en achtergronden 3. Overzicht betrokken partijen 4. Signalering en 'framing' 5. Handelingsperspectief: beschikbare middelen en expertise 6. Handelingskracht: de praktijk 7. Samenwerking tussen betrokken organisaties 8. Conclusies en aanknopingspunten voor beleid
    • Voedselcriminaliteit

      Gussow, K.E.; Kuiper, L.H.; Ruth, S. van; Huisman, W.; Siegel, D.; Uhm, D.P. van; Sambrook, Ch.I.; Akker, J.A. van den; Lange, E.M.R. de; Vansteenkiste, Ch.; et al. (WODC, 2014)
      ARTIKELEN: 1. K.E. Gussow en L.H. Kuiper - De bestrijding van voedselfraude in Nederland 2. S. van Ruth en W. Huisman - Kwetsbaarheid voor voedselfraude in de vleessector 3. D. Siegel en D.P. van Uhm - Zwarte kaviaar; over criminele netwerken, illegale handel en de bedreiging van de steur 4. Ch.I. Sambrook - Illegale pesticiden en voedselcriminaliteit 5. J.A. van den Akker en E.M.R. de Lange - Naar een Europese aanpak van voedselfraude 6. Ch. Vansteenkiste en T. Schotte - De rol van Europol in de strijd tegen voedselcriminaliteit 7. Internetsites. SAMENVATTING: Nederland en andere Europese landen zijn in de afgelopen periode opgeschrikt door verschillende voedselschandalen. Vooral in de vleessector is van alles mis, zoveel is duidelijk na de ontdekking van de paardenvleesfraude in 2013. In dit themanummer wordt het verband verkend tussen voedsel(on)veiligheid en criminaliteit, waarbij aansluiting wordt gezocht met criminologische theorieën over gelegenheidsstructuren, motivaties en organisatiecriminaliteit.