• De markt van misdaad en milieu; deel I

      Berg, E.A.I.M. van den (red.) (WODC, 1995)
      Onderzoek, in samenwerking met B&A Groep Beleidsonderzoek en -advies, mede op verzoek van de politieregio Kennemerland, verricht naar de aard, verschijningsvormen en omvang van zware milieucriminaliteit. Het was erop gericht zware milieucriminaliteit zichtbaar te maken teneinde prioriteitenstelling in de aanpak van het probleem in Kennemerland mogelijk te maken. Daarnaast was het doel de theoretische en praktische basis te leggen voor een toekomstig landelijk onderzoek naar het verschijnsel zware milieucriminaliteit. De resultaten hiervan, zoals verwoord in voorliggend rapport en deelrapport 2 zijn onder meer een beschrijving van het dreigingsbeeld van zware milieucriminaliteit aan de hand van een marktmodel en een methode waarmee inzicht kan worden verkregen in de aard en omvang van verschijningsvormen van zware milieucriminaliteit. Binnen het marktmodel zijn op basis van het theoretisch raamwerk en een groepering van daders en delicten, acht deelmarkten te onderscheiden: de schoonmaak- en saneringsmarkt; de& hergebruiks- en secundaire-grondstoffenmarkt; de afvalverwijderingsmarkt; de ontdoe-het-zelfmarkt; de bestrijdingsmiddelenmarkt; de markt van bodemverbeteraars; de wildlife-markt; en de markt van vis en visprodukten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Zware milieucriminaliteit: wat is het? 3. Daders en motieven 4. Resultaten 5. Conclusies, discussie en aanbevelingen
    • De markt van misdaad en milieu; deel II - De grijze en groene deelmarkten

      Berg, E.A.I.M. van den (red.) (WODC, 1995)
      Deelrapport 2 van het onderzoek dat verricht is naar de aard, verschijningsvorm en omvang van zware milieucriminaliteit. Het gaat inhoudelijk in op de problematiek van zware milieucriminaliteit en illustreert tevens het gebruik en de opbrengst van de methode die is gehanteerd bij het onderzoek. Eerst wordt ingegaan op de resultaten van onderzoek met betrekking tot de grijze deelmarkten: de schoonmaak- en saneringsmarkt, de hergebruik- en secundaire grondstoffenmarkt, de afvalverwijderingsmarkt en de ontdoe-het-zelfmarkt. Daarna worden de resultaten besproken van de groene deelmarkten: de bestrijdingsmiddelenmarkt, de markt van bodemverbeteraars, de wildlife-markt en de markt van vis en visprodukten. Per deelmarkt worden beschreven de kenmerken van de markt en marktomgeving, de marktdeelnemers en de handelswijzen. Eveneens worden per deelmarkt marktspecifieke risicofactoren onderscheiden, worden hypothesen geformuleerd over de werking van factoren en wordt ingegaan op het dreigingsbeeld van zware milieucriminaliteit in de politieregio Kennemerland. INHOUD: 1. Inleiding 2. De schoonmaak- en saneringsmarkt 3. De hergebruik- en secundaire grondstoffenmarkt 4. De afvalverwijderingsmarkt 5. De ontdoe-het-zelfmarkt 6. De markt van bestrijdingsmiddelen 7. De markt van bodemverbeteraars 8. De wildlife-markt 9. De markt van vis en visprodukten
    • Dier en recht

      Davids, K.; Davids, K.; Boon, D.; Cornelisse, M.; Cock Buning, Tj. de; Jonge, F.H. de; Sprujit, B.M.; Wouw, S. van de; Noordhuizen-Stassen, E.N.; Haan, M.; et al. (WODC, 2001)
      ARTIKELEN: 1. K. Davids - Dierenbescherming in Nederland vanaf 1864 2. D. Boon - Mens en dier; gezworen vijanden 3. M. Cornelisse - De rammelende erwt; ethisch denken over dieren en de natuur 4. Tj. de Cock Buning - Ethische vragen rondom proefdieren; genetische manipulatie 5. F.H. de Jonge en B.M. Sprujit - Kennis over dierenwelzijn; toepassing in recht en regelgeving 6. S. van de Wouw - Procederen tegen dierenleed 7. E.N. Noordhuizen-Stassen - De MKZ-uitbraak in 2001; naar een verantwoord preventiebeleid 8. M. Haan - Europees recht en het welzijn van landbouwhuisdieren 9. C.M. Vinke - Handel in exotische dieren; organisatiestructuren en werkwijzen SAMENVATTING: In dit nummer zijn een aantal historische, ethische en juridische beschouwingen samengebracht die tezamen een goed beeld geven van de belangentegenstellingen tussen de bio-industrie en dierenbeschermingsorganisaties, en grote problemen en dilemma's waarvoor het dierenwelzijnsbeleid wordt geplaatst.
    • Evaluatierapport 'Target 2' - evaluatie van de opsporing en vervolging in een strafrechtelijk onderzoek naar de handel in bedreigde uitheemse diersoorten

      Bos, G.C.M.; Dalen, L. van; Eshuis, R.J.J.; Kramer, A.C. (WODC, 1995)
      Met de arresten van de Hoge Raad der Nederlanden van 23 mei 1995 is een einde gekomen aan één van de eerste grotere zaken waarin handel in bedreigde diersoorten, te weten zwarte kaketoes, de inzet van een strafprocedure was. De hele procesgang alsmede het opsporingsonderzoek zijn in het voorliggende evaluatierapport neergelegd. In dit rapport staan aanbevelingen die van nut kunnen zijn in toekomstige opsporingsonderzoeken.
    • Groene criminologie

      Boekhout van Solinge, T.; Janssen, J.; Huijstee, M. van; Steinweg, T.; Ruggiero, V.; South, N.; Leest, W.P.E. van der; Zon, G.J. van der; Uhm, D.P. van (WODC, 2012)
      ARTIKELEN: 1. T. Boekhout van Solinge - Ontbossing en criminologie 2. J. Janssen - Over mensen en andere dieren in de criminologie 3. M. van Huijstee en T. Steinweg - E-waste: de donkere kant van de elektronicaconsumptie 4. V. Ruggiero en N. South - Groene criminologie en vuileboordencriminaliteit 5. W.P.E. van der Leest en G.J. van der Zon - Witwasmethoden bij grensoverschrijdende milieucriminaliteit 6. D.P. van Uhm - De illegale handel in beschermde diersoorten 7. Internetsites. SAMENVATTING: Groene criminologie onderscheidt zich van andere meer legalistisch geörienteerde criminologie door het centraal stellen van een breed opgevat schadebeginsel. Dit betekent dat groene criminologie niet stopt bij de bestudering van milieucriminaliteit. Veel milieuschade is het gevolg van activiteiten die (nog) niet strafbaar zijn gesteld. Een nieuw element in de groene criminologie is dat mensen worden gezien als deel van complexe ecosystemen en niet langer centraal staan. Ook dieren en diersoorten kunnen slachtoffer zijn, evenals ecosystemen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de waarde van de dieren en de natuurlijke omgeving op zichzelf vooropstaat, niet zozeer het nut dat zij al dan niet hebben voor de mens. Naast deze onderwerpen zijn enkele artikelen in dit themanummer gewijd aan vormen van milieuschade en daaraan gelieerde criminele activiteiten.
    • Milieurecht en zelfregulering

      Unknown author (WODC, 1994)
      De omvang en ernst van de milieucriminaliteit lijken almaar toe te nemen. Recente rapporten hebben een zorgelijke en soms alarmerende toon. Het rapport Politic en milieu constateert dat van een daadwerkelijke handhaving van milieuwetten nog niet veel terecht is gekomen. De conclusies van het rapport Zuiver handelen in een vuile context zijn nog radicaler. Het stelt dat de overheid medeplichtig is aan milieumisdrijven doordat zij wegens economische belangen, dubbele petten en naIviteit te veel door de vingers ziet. Volgens de onderzoekers worden vergunningen en certificaten lichtvaardig verleend. Door onvoldoende controle of nalatigheid van ambtenaren krijgen louche handelaars de kans afval op illegale wijze te dumpen. De milieu-mafia zou hierdoor greep krijgen op een sector waarin miljarden guldens omgaan. De procureurs-generaal van het O.M. zijn eveneens ontevreden. Ten slotte hoort men ook in de milieubeweging sombere tonen. De mazen in de wet, de gebrekkige controles en de belangenverstrengeling tussen overheid en branche-organisaties, het zijn allemaal bewijzen dat het economisch belang over het milieubelang zegeviert. Maar vormen meer controle en meer centrale regelgeving een oplossing? Is niet juist de veelvoud van formele regelgeving de oorzaak van de impasse waarin het milieubeleid zich bevindt? Wie deze vraag bevestigend beantwoordt, zal de oplossing willen zoeken in vrijwillige overeenkomsten tussen branche-organisaties en de overheid. Velen wijzen op kinderziekten en stellen vertrouwen in de uiteindelijk gunstige resultaten die convenanten en andere vormen van publiekprivate samenwerking zullen bieden.
    • Onderzoek naar de organisatiestructuren van de legale en illegale dierenhandel

      Vinke, C.M. (Rijkuniversiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 1995)
      Doel: het onderzoek is bedoeld om een algemeen inzicht te krijgen in de organisatie, de structuren en de werkwijzen van de handel in no-humane primaten. De aandacht zal worden gericht op zowel de aanbod- als de afzetmarkt. Hoofdvraag is: hoe kan de wettige en omwettige handel (en tussenvormen hiervan) in non-humane primaten zo helder mogelijk onderkend worden. Opzet: Literatuur onderzoek en interviews. De volgende vragen worden in dit onderzoek beantwoord: Hoe zit de structuur van de bonafide en malafide dierenhandel in elkaar, inclusief het verstrengelde grijze circuit? Hoe zit de afzetmarkt in elkaar? Is het mogelijk een soort structuurschets op te stellen van verschillende typen handelaren en hun organisatie om een beter inzicht te verkrijgen in deze materie? Op welke manier kan het beste een controleerbaar en betrouwbaar netwerk opgezet en opgebouwd worden om de illegale dierenhandel in de toekomst tegen te gaan?