• Cybercrime en witwassen - Bitcoins, online dienstverleners en andere witwasmethoden bij banking malware en ransomware

      Oerlemans, J.J.; Custers, B.H.M.; Pool, R.L.D.; Cornelisse, R. (WODC, 2016)
      Het witwassen van geld dat wordt verkregen uit cybercrime vindt in de regel plaats via digitale betalingsmiddelen. De reden daarvoor is dat het geld bij cybercrime vaak wordt verkregen via online betalingsmethoden en virtuele valuta. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Op welke wijze en door welke actoren wordt geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware (al dan niet digitaal) witgewassen? De deelvragen van het onderzoek luiden als volgt: Wat wordt verstaan onder het witwassen van door banking malware en ransomware verkregen geld en hoe wordt witwassen juridisch gekwalificeerd? Wat zijn digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals Bitcoin, en hoe werken deze digitale betalingsmiddelen? Op welke wijze en door welke actoren wordt geld witgewassen dat: a door middel van banking malware wordt verkregen? b door middel van ransomware wordt verkregen? Wat zijn de kenmerken van actoren die betrokken zijn bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? Welke informatie over de modus operandi van actoren, die betrokken zijn het bij het witwassen van geld dat verkregen wordt uit banking malware en ransomware, is beschikbaar op het dark web? Welke rol spelen digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals bitcoins, bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? INHOUD: 1. Inleiding 2. Cybercrime en witwassen 3. Digitale betaalmiddelen 4. Witwassen van geld verkregen uit banking malware en ransomware 5. Kenmerken van actoren bij het witwassen van opbrengsten uit banking malware en ransomware 6. Conclusie
    • Dutch National Risk Assessment on Money Laundering 2019

      Veen, H.CJ. van der; Heuts, L.F.; Leertouwer, E.C. (medew.) (WODC, 2020)
      Dutch policy to prevent and combat money laundering is based on the recommendations of the Financial Action Task Force (FATF) and European Union (EU) directives and regulations. The majority of the FATF’s recommendations has been adopted into the (amendments of the) fourth EU Anti-Money Laundering Directive, applicable to all EU Member States. Article 7 of this directive obliges EU Member States to implement a risk-based policy against money laundering and terrorist financing and to establish a National Risk Assessment (NRA). In 2017 the Research and Documentation Centre (WODC) carried out the first NRA on money laundering and on terrorist financing for the European part of the Netherlands (see link at: More information). A year later, the WODC also conducted an NRA on both topics for the Caribbean Netherlands: the islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba. A second NRA for the European Netherlands on money laundering has been carried out by the WODC, with the aim of identifying the greatest risks in the field of money laundering. These are money laundering risks with the greatest residual potential impact. To this end, the money laundering threats with the greatest potential impact have been identified, an estimate has been made of the impact these threats can have and the ‘resilience’ of the policy instruments aimed at preventing and combating money laundering has been determined.
    • Dutch National Risk Assessment on Terrorist Financing 2019

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2020)
      Dutch policy to prevent and combat terrorist financing is based on the recommendations of the Financial Action Task Force (FATF) and European Union (EU) directives and regulations. Article 7 of this directive obliges EU Member States to implement a risk-based policy against money laundering and terrorist financing and to establish a National Risk Assessment (NRA). In 2017 the Research and Documentation Centre (WODC) carried out the first NRA on terrorist financing and on money laundering for the European part of the Netherlands. A year later, the WODC also conducted an NRA on both topics for the Caribbean Netherlands: the islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba (see link). A second NRA for the European Netherlands on terrorist financing has been carried out by the WODC, with the aim of identifying the greatest risks in the field of terrorist financing. These are terrorist financing risks with the greatest residual potential impact. To this end, the terrorist financing threats with the greatest potential impact have been identified, an estimate has been made of the impact these threats can have and the ‘resilience’ of the policy instruments aimed at preventing and combating terrorist financing has been determined.
    • Euroshore - Protecting the EU financial system from the exploitation of financial centres and offshore facilities by organised crime

      Levi, M. (ed.) (University of Trento - Transcrime, 2000)
      The aim of the research reported here was to foster the development of the promising path of 'organised crime prevention' that the European Union has undertaken with its Action Plan and the Forum Towards a European Strategy to Prevent Organised Crimee held in the Hague on 4-5 November 1999. Its rationale is that there is a broad area of regulatory measures that could be used to hamper the growth of organised crime. This action, if properly pursued, would be less costly and more effective In' terms of reducing the amount of organised crime than crime control action alone, with which, however, it should be combined. Acting on the regulation of the markets in' filtrated and exploited by organised crime requires understanding and explanation of why and how the demand of organised crime is matched by opportunities which facilitate its development. The policy implications of this understanding should be a re-regulation of the mechanisms that produce such opportunities.
    • Georganiseerde criminaliteit en rechtshandhaving op St. Maarten

      Verhoeven, M.A.; Bokhorst, R.J.; Leeuw, F.L.; Bogaerts, S.; Schotborgh - Van de Ven, P.C.M.; Allen, R.M. (medew.); Leeuwen, B. van (medew.) (WODC, 2007)
      Dit is een onderzoek naar het vóórkomen van georganiseerde criminaliteit op St. Maarten en de mate waarin de rechtshandhaving voor de bestrijding van georganiseerde criminaliteit is toegerust. Aan de orde komen o.a. drugshandel, financieel-economische criminaliteit en mensensmokkel. Verder wordt de samenwerking tussen verschillende rechtshandhavingsinstanties, het kennis en expertise niveau en de capaciteit van de betrokken instanties belicht. INHOUD: 1. Inleiding 2. Karakteristieken van St. Maarten 3. Van migratie naar mensensmokkel 4. Mensenhandel 5. Drugscriminaliteit 6. Financiële criminaliteit 7. Illegale wapenhandel en terrorisme 8. Rechtshandhaving gericht op de bestrijding van georganiseerde criminaliteit 9. Conclusies en aanbevelingen
    • Georganiseerde criminaliteit in Nederland - Vierde rapportage op basis van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit

      Kruisbergen, E.W.; Bunt, H.G. van de; Kleemans, E.R.; Kouwenberg, R.F. (medew.); Huisman, K. (medew.); Meerts, C.A. (medew.); Jong, D. de (medew.) (WODC, 2012)
      Georganiseerde criminaliteit spreekt zeer tot de verbeelding, maar gefundeerd empirisch onderzoek naar dit verschijnsel is schaars. Zonder een goed inzicht in de aard van de georganiseerde criminaliteit in Nederland blijft de bestrijding daarvan in het luchtledige hangen. In dit rapport wordt op basis van uitgebreide bestudering van een groot aantal opsporingsonderzoeken een analyse gemaakt van de huidige stand van zaken. Thema's die aan de orde komen zijn: de rol van geweld in de georganiseerde criminaliteit; de rol van de omgeving bij de totstandkoming van georganiseerde criminaliteit; de contactpunten tussen illegaliteit en legaliteit; het verdienen, verdelen en besteden van criminele inkomsten; het witwassen van criminele inkomsten; het opsporen en afpakken van criminele inkomsten; en de schade die georganiseerde criminaliteit met zich mee brengt. Eerdere rapporten verschenen in 1998, 2002 en 2007. INHOUD: 1. Inleiding 2. De rol van geweld 3. Afhankelijkheid van de omgeving 4. Contactpunten tussen illegaliteit en legaliteit 5. Verdienen, verdelen en besteden van criminele inkomsten 6. Afscherming van criminele inkomsten 7. Opsporing en ontneming van criminele inkomsten 8. Schade van georganiseerde misdaad 9. Slotbeschouwing
    • Informal value transfer systems and criminal organizations - A study into so-called underground banking networks

      Passas, N. (WODC, 1999)
      This report presents the findings of a preliminary study into what is commonly called 'underground banking systems'. As the conventional banking industry is increasingly being regulated many fear that criminal organizations may turn to alternatives, such as underground banking systems - or informal value transfer systems (IVTS). The methods for this project consistes in a combination of archival, legal and historical analyses with unstructered interviews with regulators, law enforcement agents and academic or other experts from the USA, Canada, Britain, France, Australia, hong Kong, Germany, South Africa, India and Russia. Attention is paid to: the origins of IVTS; causes for continued use of IVTS; where IVTS can be found; use of IVTS by criminals; extent, growth and concern; measures taken (in various countries); research implications; conclusions and policy recommendations. INHOUD: 1. Introduction 2. The origins of IVTS 3. Causes for continued use of IVTS 4. Where IVTS can be found 5. Use of IVTS by criminals 6. Extent, growth and concern 7. Measures taken 8. Research implications 9. Conclusions and policy recommendations
    • Internet-facilitated drugs trade - An analysis of the size, scope and the role of the Netherlands

      Kruithof, K.; Aldridge, J.; Décary-Hétu, D.; Sim, M.; Dujso, E.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2016)
      This report aims to investigate the role of the Internet in facilitating drugs trade. Special attention will therefore be paid to the role of Dutch actors in facilitating this trade. The overall aims of this study are: To characterise the scope and the size of Internet-facilitated drugs trade; To identify the role of the Netherlands in Internet-facilitated drugs trade; To delineate potential avenues for law enforcement for detection and intervention. The study considers trade via cryptomarkets as well as drugs trade facilitated by the clear net. For reasons explained below, the emphasis of the quantitative analysis is on cryptomarkets. CONTENT: 1. Introduction 2. Methodology 3. An introduction to Internet-facilitated drugs trade 4. The size and shape of Internet-facilitated drugs trade 5. Shipping routes 6. Actors involved in Internet-facilitated drugs trade 7. Detection and intervention of Internet-facilitated drugs trade 8. Conclusions
    • Misdaad, geld en straf - een onderzoeksproject

      Doelder, H. de; Hessing, D.J.; Koppen, P.J. van; Nelen, J.M. (NSCR, 1994)
      In het project 'Misdaad, Geld en Straf' staat de vraag centraal of financiële straffen en maatregelen effectief zijn? Om die vraag te beantwoorden, is inzicht nodig in zowel economische juridische als psychologische aspecten van financiële straffen en maatregelen.
    • Misdaadgeld, witwassen en ontnemen

      Kruisbergen, E.W.; Soudijn, M.R.J.; Rozemeijer, J.P.; Kazemier, B.; Rensman, M.; Koningsveld, T.J. van; Groen, E.M. de; kleemans, E.R.; Kouwenberg, R.F.; Duyne, P.C. van; et al. (WODC, 2015)
      ARTIKELEN: 1. E.W. Kruisbergen en M.R.J. Soudijn - Wat is witwassen eigenlijk? Introductie tot theorie en praktijk 2. J.P. Rozemeijer - Witwasonderzoeken zonder aantoonbaar gronddelict. Het rechterlijk toetsingskader en efficiënt opsporen in zes stappen 3. B. Kazemier en M. Rensman - De illegale economie en nationaal inkomen 4. T.J. van Koningsveld - De offshore vennootschap. Het ideale verhullingsinstrument voor de witwasser? 5. M.R. J. Soudijn en E.M. de Groen - De criminele levensloop van hawaladars. Een verkennend onderzoek 6. E.W. Kruisbergen, E.R. Kleemans en R.F. Kouwenberg - Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit 7. P.C. van Duyne, F.G.H. Kristen en W.S. de Zanger - Belust op misdaadgeld: de werkelijkheid van voordeelsontneming 8. J. Ferwerda en B. Unger - Hoe effectief is het antiwitwasbeleid in elke EU-lidstaat? SAMENVATTING: Toen negen jaar geleden Justitiële verkenningen een themanummer (2006, nr. 2) uitbracht over witwassen, was de aanpak van dit fenomeen nog relatief nieuw. Antiwitwasbepalingen waren pas enige jaren eerder (in 2001) in het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgenomen. Sindsdien is er op witwasgebied in Nederland veel gebeurd. Zo is er veel jurisprudentie ontwikkeld, ook over het ‘afpakken’ van criminele inkomsten en vermogens. Bovendien is de wetgeving aangepast. Recent nog, per 1 januari 2015, zijn nieuwe bepalingen in werking getreden die niet alleen meer mogelijkheden bieden voor opsporing en vervolging, maar ook voor de preventie van financieel-economische criminaliteit. Daarnaast gelden nu ook strengere straffen voor witwassen. En ondanks bezuinigingen op de strafrechtsketen is meer geld vrijgemaakt voor de aanpak van witwassen. Binnen de politie, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) alsmede het Openbaar Ministerie (OM) is van alles in gang gezet, opdat structureel meer witwaszaken worden opgepakt. De aanpak van witwassen en het ‘afpakken’ van misdaadgeld zijn dan ook prioriteit bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit. Het antiwitwasbeleid is inmiddels aan kritische beschouwingen onderworpen, zowel nationaal als internationaal. Voorts is in de afgelopen negen jaar het inzicht in het fenomeen witwassen op zich gegroeid, onder meer dankzij empirische criminologische studies. Enkele voorbeelden daarvan zijn in dit nummer te vinden. Deze nieuwe ontwikkelingen en inzichten vormen de basis voor dit themanummer. Het is onmogelijk om alle aspecten van witwassen in één uitgave te behandelen. Wel is gekozen voor een opzet waarbij de breedte van het thema zo veel mogelijk tot haar recht komt door zowel een macro- als een micro-invalshoek te hanteren. Naast juridische aspecten komt ook de bestrijding van witwassen aan bod, evenals de kenmerken en werkwijzen van witwassers.
    • National Risk Assessment on Money Laundering and Terrorist Financing 2021 - Bonaire, Sint Eustatius and Saba

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2021-10)
      In 2017 and 2019/2020, the WODC Research and Documentation Centre conducted a National Risk Assessment (NRA) in the areas of money laundering and terrorist financing for the European part of the Netherlands. In 2017/2018, the WODC conducted a separate NRA for the Caribbean Netherlands – Bonaire, Sint Eustatius and Saba (or the BES islands) – in the fields of money laundering and terrorist financing (See link). A second NRA on Money Laundering and Terrorist Financing has now been carried out for the Caribbean Netherlands, which aims to identify the greatest risks in the field of money laundering and terrorist financing. This concerns the risks with the 'greatest residual potential impact', or the impact that remains after taking into account the preventive and/or mitigating effect (the 'resilience') of the policy instruments that target these threats. To this end, the threats with the greatest potential impact have been identified, and estimates have been made of the impact that these threats may have and the resilience of the policy instruments. CONTENT: 1. Introduction 2. Research methodology 3. What makes the Carribbean Netherlands vulnerable to money laundering? 4. Insight into the largest threats in the field of money laundering 5. Resilience of the policy instruments 6. Largest money-laundering risks in de Caribbean Netherlands 7. Conclusions
    • National Risk Assessment on Money Laundering for the Netherlands

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2017)
      Dutch policy to prevent and combat money laundering is based on the recommen-dations of the Financial Action Task Force (FATF) and EU directives and regulations. The FATF - an intergovernmental body set up by the G7 in 1989 - focuses on global prevention of money laundering, terrorist financing and other related threats to the integrity of the international financial system. The majority of the FATF’s recommendations has been adopted into the fourth EU Anti-Money Laundering Directive, applicable to all EU member states. In short, Article 7 of this directive obliges EU member states to implement a risk-based policy against money laundering and terrorist financing and to establish a National Risk Assessment (NRA).The goal of this NRA is to identify the ten most significant risks relating to money laun-dering in terms of their potential impact and to assess the ‘resilience’ of the policy instruments designed to prevent and combat money laundering. Resilience entails the functioning of policy instruments (including legislation), whereby the following is applicable: the greater the resilience, the more the risks are combatted. This initial NRA also describes a number of lessons learned that could be taken into account in the process of subsequent NRAs.
    • National Risk Assessment Terrorismefinanciering

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2017)
      Het doel van deze eerste NRA is het in kaart brengen van de tien grootste risico’s op het terrein van terrorismefinanciering en de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium (wet- en regelgeving) gericht op de preventie en repressie van terrorisme-financiering. Deze eerste NRA focust zich op de analyse van de tien risico’s die door experts uit een longlist van dreigingen zijn geselecteerd omdat zij deze zien als de risico’s met de grootste potentiële impact. De NRA biedt een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Welke contextvariabelen maken Nederland kwetsbaar voor het optreden van terrorismefinanciering? Welke tien risico’s op het terrein van terrorismefinanciering kunnen – gezien de Nederlandse context – worden aangemerkt als de risico’s met de grootste potentiële impact? Welke risico’s zijn in Nederland nog niet gesignaleerd maar zouden in de toekomst actueel kunnen worden? Hoe kan hier nader zicht op worden verkregen? Welk beleidsinstrumentarium is in Nederland beschikbaar om de risico’s tegen te gaan? In welke mate mag van het beschikbare beleidsinstrumentarium worden verwacht dat ze de risico’s effectief tegengaan? Tegen welke van de risico’s zijn de Nederlandse beleidsinstrumenten ineffectief? Waarom is dat? Welke mogelijkheden bestaan om dit te herstellen? In hoeverre zijn deze mogelijkheden ook uitvoerbaar? Welke risico’s blijven bestaan na de inzet van het beleidsinstrumentarium? Wat is de ernst van de resterende risico’s als ze met elkaar vergeleken worden? Ten behoeve van de volgende NRA’s biedt deze eerste NRA ook een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Welke kwantitatieve data kunnen bij volgende NRA’s worden gebruikt om de risico’s op terrorismefinanciering in beeld te krijgen? Welke lessen/leerpunten zijn te benoemen voor volgende NRA’s? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethodiek 3. Wat maakt Nederland kwetsbaar voor terrorismefinanciering? 4. Risico’s op het terrein van terrorismefinanciering 5. Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium 6. Conclusies
    • National Risk Assessment Terrorismefinanciering 2019

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2020)
      Het Nederlandse beleid ter preventie en bestrijding van terrorismefinanciering is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). In 2017 heeft het WODC een eerste National Risk Assessment (NRA) Witwassen en NRA Terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. Een jaar later heeft het WODC op beide terreinen ook voor Caribisch Nederland – ofwel de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba – een NRA uitgevoerd (zie links bij: Meer informatie). Voor Europees Nederland is in 2019-2020 een tweede NRA Terrorismefinanciering uitgevoerd, die als doel heeft om de grootste risico’s op het terrein van terrorismefinanciering in kaart te brengen. De risicoanalyse is opgebouwd aan de hand van de ISO 31000 structuur voor risicomanagement en de daarin wetenschappelijk erkende effectieve methoden voor risicobepaling. Parallel aan de uitvoering van de tweede NRA Terrorismefinanciering is de tweede NRA op het terrein van witwassen uitgevoerd (voor Europees Nederland). INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethodiek 3. Achtergronden bij de financiering van terrorisme 4. Wat maakt Nederland kwetsbaar voor terrorismefinanciering 5. Inzicht in de grootste dreigingen op het terrein van terrorismefinanciering 6. Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium 7. Grootste risico's op het terrein van terrorismefinanciering 8. Conclusies
    • National Risk Assessment Witwassen

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2017)
      Aan het witwassen van geld gaat een vorm van criminaliteit vooraf, bijvoorbeeld de gronddelicten drugshandel, mensenhandel, diefstal, sociale of fiscale fraude. Om crimineel geld wit te wassen wordt gebruikgemaakt van verschillende kanalen, zoals banken, betaaldienstverleners en vastgoed. Binnen deze kanalen kunnen diverse methoden worden toegepast die zijn te verbinden aan de bovengenoemde witwasfasering. In deze NRA staat de economische benadering van witwassen centraal. Het doel van deze eerste National Risk Assessment (NRA) is het in kaart brengen van de tien grootste risico’s op het terrein van witwassen en de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium (wet- en regelgeving) gericht op de preventie en repressie van witwassen. Deze eerste NRA focust zich op de analyse van de tien witwasrisico’s die door experts uit een longlist van witwasdreigingen zijn geselecteerd omdat zij deze zien als de risico’s met de grootste potentiële impact. De NRA biedt een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Welke contextvariabelen maken Nederland kwetsbaar voor het optreden van witwassen? Welke tien risico’s op het terrein van witwassen kunnen – gezien de Nederlandse context – worden aangemerkt als de risico’s met de grootste potentiële impact? Welke risico’s zijn in Nederland nog niet gesignaleerd maar zouden in de toekomst actueel kunnen worden? Hoe kan hier nader zicht op worden verkregen? Welk beleidsinstrumentarium is in Nederland beschikbaar om de risico’s tegen te gaan? In welke mate mag van het beschikbare beleidsinstrumentarium worden verwacht dat ze de risico’s effectief tegengaan? Tegen welke van de risico’s zijn de Nederlandse beleidsinstrumenten ineffectief? Waarom is dat? Welke mogelijkheden bestaan om dit te herstellen? In hoeverre zijn deze mogelijkheden ook uitvoerbaar? Welke risico’s blijven bestaan na de inzet van het beleidsinstrumentarium? Wat is de ernst van de resterende risico’s als ze met elkaar vergeleken worden? Ten behoeve van de volgende NRA’s biedt deze eerste NRA ook een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Welke kwantitatieve data kunnen bij volgende NRA’s worden gebruikt om de risico’s op witwassen in beeld te krijgen? Welke lessen/leerpunten zijn te benoemen voor volgende NRA’s? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethodiek 3. Wat maakt Nederland kwetsbaar voor witwassen? 4. Risico’s op het terrein van witwassen 5. Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium 6. Conclusies
    • National Risk Assessment Witwassen 2019

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F.; Leertouwer, E.C. (medew.) (WODC, 2020)
      Het Nederlandse beleid ter preventie en bestrijding van witwassen is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). In 2017 heeft het WODC een eerste National Risk Assessment (NRA) Witwassen en NRA Terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. Een jaar later heeft het WODC op beide terreinen ook voor Caribisch Nederland – ofwel de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba – een NRA uitgevoerd (zie links bij: Meer informatie). Voor Europees Nederland is in 2019-2020 een tweede NRA Witwassen uitgevoerd, die als doel heeft om de grootste risico’s op het terrein van witwassen in kaart te brengen. De risicoanalyse is opgebouwd aan de hand van de ISO 31000 structuur voor risicomanagement en de daarin wetenschappelijk erkende effectieve methoden voor risicobepaling. Parallel aan de uitvoering van de tweede NRA Witwassen is de tweede NRA op het terrein van terrorismefinanciering uitgevoerd (voor Europees Nederland). INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethodiek 3. Wat maakt Nederland kwetsbaar voor witwassen? 4. Inzicht in de grootste dreigingen op het terrein van witwassen 5. Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium 6. Grootste witwasrisico's in Nederland 7. Conclusies
    • National risk assessment witwassen en terrorismefinanciering 2021 Bonaire, Sint Eustatius en Saba

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2021-08-26)
      In 2017 en 2019/2020 heeft het WODC een National Risk Assessment (NRA) op de terreinen witwassen en terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. In 2017/2018 voerde het WODC voor Caribisch Nederland – Bonaire, Sint Eustatius en Saba (ofwel de BES-eilanden) – een afzonderlijke NRA op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering uit. Voor Caribisch Nederland is nu een tweede NRA Witwassen en Terrorismefinanciering uitgevoerd, die als doel heeft de grootste risico’s op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering in kaart te brengen. Het betreft de risico’s met de ‘grootste resterende potentiële impact’ ofwel de impact die overblijft nadat rekening is gehouden met de preventieve en/of mitigerende werking (de ‘weerbaarheid’ van de beleidsinstrumenten die op deze dreigingen zijn gericht. Daartoe zijn de dreigingen met de grootste potentiële impact geïdentificeerd, is een inschatting gemaakt van de impact die deze dreigingen kunnen hebben en is de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium bepaald.
    • Witwassen

      Slot, B.M.J.; Unger, B.; Duyne, P.C. van; Verrest, P.A.M.; Buruma, Y.; Eicholtz, P.; Hoogenboom, B. (WODC, 2006)
      ARTIKELEN: 1. B.M.J. Slot - Is ondergronds bankieren een reëel gevaar? 2. B. Unger - De omvang en het effect van witwassen 3. P.C. van Duyne - Witwasonderzoek, luchtspiegelingen en de menselijke maat 4. P.A.M. Verrest - De strafbaarstelling van witwassen 5. P.A.M. Verrest en Y. Buruma - Waarom pakken we het criminele geld niet gewoon af? 6. P. Eicholtz - Een AFM voor de vastgoedmarkt 6. Boekrecensie: B. Hoogenboom over 'Crime school: money laundering; true crime meets the world of business and finance' - Chr. Mathers 7. internetsites SAMENVATTING: Naar aanleiding van internationale verdragen en regelgeving heeft de bestrijding van witwassen vanaf 1993 ook in Nederland vorm gekregen. Hoe staan we er ruim twaalf jaar later voor in de bestrijding van witwassen? Deze vraag ligt aan de basis van dit themanummer. In zes artikelen wordt een beeld gegeven van de aard en omvang van witwassen in Nederland, de strafbaarstelling, het ontnemen van criminele winsten en nieuwe mogelijkheden voor preventie. Daarnaast wordt een blik geworpen op de vastgoedsector die nadrukkelijk in beeld komt in verband met witwassen.