• Aard en omvang van dader- en slachtofferschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit in Nederland

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Sipma, T.; Laan, A.M. van der (WODC, 2020)
      De Nederlandse samenleving is in hoog tempo gedigitaliseerd. Bijna iedereen maakt dagelijks gebruikt van computer, smartphone of andere vormen van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Naast de voordelen die deze digitalisering oplevert is er ook een schaduwzijde—cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. Cybercriminaliteit betreft delicten waarbij ICT het middel en doel is. Het gaat dan bijvoorbeeld om delicten als hacken en ransomware. Gedigitaliseerde criminaliteit betreft traditionele delicten waarbij ICT als middel wordt ingezet, maar niet het doel is. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over (doods)bedreigingen via WhatsApp of aan- en verkoopfraude via Marktplaats.nl. In het huidige rapport wordt uiteengezet wat er bekend is over de aard en omvang van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit binnen de Nederlandse context, vanaf 2008. Hierbij staan de volgende drie vragen centraal: Hoe is de aard van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit geconceptualiseerd? Hoe is slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit concreet geoperationaliseerd? Hoe groot wordt de omvang geschat van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit? INHOUD: 1. Inleiding 2. Slachtofferschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit 3. Online bedreigingen in het lokaal bestuur 4. Daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit 5. Aanbieders en afnemers van cybercrime-as-a-service 6. Conclusie en discussie
    • Biometrics in the aliens' identity chain - A literature study

      Meuwly, D.; Baker, N. (University of Twente - Faculty of Electrical, Mathematics and Computer Sciences, 2020)
      In the Netherlands, the aliens’ identity chain is an identity management process, which is part of the migration chain. It relies on two types of personal data: biographic, such as date and place of birth, name and nationality, and biometric, such as fingerprints, face and irides. Biometric technology is used in the aliens’ identity chain to (quickly) achieve automated identity verification and identification of aliens (immigrant or resident, legal or illegal).This literature study focuses exclusively on the role of biometric data in the aliens’ identity chain. At present the fingerprint is the single biometric mode automated for this purpose. It aimed at understanding the capabilities and limits of the fingerprint made in the current operational biometric process and to make an inventory of what is known about the possibilities to improve and/or combine the use of fingerprints and other biometric modes in a multimodal approach. Eventually, the purpose is to improve the verification of identity and identification processes in the aliens’ identity chain as applied by the Netherlands. CONTENT: 1. Introduction 2. Current implementations 3. Properties of the biometrics modes 4. Discussion 5. Conclusion 6. Aknowledgements 7. References
    • Deepfakes - De juridische uitdagingen van een synthetische samenleving

      Sloot, B. van der; Wagensveld, Y.; Koops, B.-J. (Tilburg University - Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, 2021-12-29)
      Een deepfake is beeld, geluid of ander materiaal dat geheel of gedeeltelijk is gefabriceerd of bestaand beeld, geluid of ander materiaal dat is gemanipuleerd met behulp van geavanceerde technische hulpmiddelen en dat niet of nauwelijks van echt te onderscheiden is. Deepfakes maken gebruik van Machine Learning technologie en Artificial Intelligence. Naast het ontdekken van patronen kunnen middels deze netwerken ook eenvoudig beelden en geluiden worden geproduceerd, die lijken en gebaseerd zijn op bestaand materiaal. Tegen deze achtergrond is de probleemstelling van dit onderzoek: ‘Dienen huidige en toekomstige onrechtmatige of strafwaardige uitingsvormen van deepfaketechnologie te leiden tot aanpassingen van de bestaande wetten en regels (met name de Uitvoeringswet AVG, het burgerlijk procesrecht en straf(proces)recht), of is bestaande wetgeving toereikend?’
    • Evaluatie van de Wet biometrie vreemdelingenketen

      Winter, H.; Klingenberg, A.; Bex-Reimert, V.; Geertsema, B.; Krol, E. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2017)
      De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: Voor welke doeleinden worden biometrische kenmerken van vreemdelingen gebruikt, wordt bij de verwerking van biometrische gegevens voldaan aan de wettelijke vereisten en voldoen deze gegevens aan de criteria van kwaliteit en betrouwbaarheid en in hoeverre worden de doelstellingen gerealiseerd die de wetgever met de Wet biometrie vreemdelingenketen voor ogen stonden? De onderzoeksvraag valt uiteen in drie deelvragen: Welke doelstellingen beoogde de wetgever te bereiken met de invoering van de Wet biometrie vreemdelingenketen, welke beleidstheorie ligt aan de keuze van die doelstellingen ten grondslag en in hoeverre is de beleidstheorie ex ante gefundeerd? Handelen de verschillende ketenpartners bij enerzijds de afname en de registratie en anderzijds het gebruik en de benutting van biometrische gegevens volgens de wettelijke vereisten? Voldoen de afgenomen gegevens aan de criteria kwaliteit en betrouwbaarheid? In hoeverre zijn sinds 1 maart 2014 de beoogde effecten en eventuele neveneffecten opgetreden en in hoeverre is dat toe te schrijven aan de in de wet geboden verruimde mogelijkheid om biometrische gegevens af te nemen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Wettelijke vereisten 4. Betrouwbaarheid en kwaliteit van gegevens 5. Gebruik van biometrie in de vreemdelingenketen 6. Conclusie en aanbevelingen
    • Identiteitsfraude

      Prins, J.E.J.; Meulen, N.S. van der; Grijpink, J.H.A.M.; Barensen, J.; Eijkelenboom, J.A.; Ruifrok, A.C.C. (WODC, 2006)
      ARTIKELEN: 1. J.E.J. Prins en N.S. van der Meulen - Identiteitsdiefstal: lessen uit het buitenland 2. N.S. van der Meulen - Achter de schermen: de ervaringen van slachtoffers van identiteitsroof 3. J.H.A.M. Grijpink - Identiteitsfraude en overheid 4. J. Barensen en J.A. Eijkelenboom - Identiteitsfraude op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid 5. A.C.C. Ruifrok - Biometrie: wondermiddelen bestaan niet 6. Internetsites SAMENVATTING: Identiteitsfraude en -diefstal worden nogal eens beschouwd als een probleem dat vooral in de Verenigde Staten speelt en - in mindere mate - in Groot-Brittannië. Er zijn echter steeds meer aanwijzingen dat identiteitsfraude onder invloed van globalisering en digitalisering in heel Europa in opkomst is. Vervalsing van paspoorten is lang niet altijd nodig om zich een andere identiteit aan te meten. Het is vooral lookalike-fraude die de afgelopen jaren een hoge vlucht heeft genomen en die een belangrijke aanleiding vormt voor de invoering van het biometrische paspoort. Op allerlei maatschappelijke terreinen (arbeidsmarkt, sociale zekerheid) zijn identiteitsfraude en -diefstal een realiteit aan het worden. De voortschreidende digitalisering biedt identiteitsdieven nieuwe kansen om computergebruikers vertrouwelijke gegevens te ontfutselen, zoals rekeningnummers en passwords. Dit themanummer tracht zowel inzicht te bieden in het delict identiteitsfraude en -diefstal als in de verschillende strategieën om het fenomeen te bestrijden.
    • Identiteitsfraude: een afbakening - Een internationale begripsvergelijking en analyse van nationale strafbepalingen

      Vries, U.R.M.Th. de; Tigchelaar, H.; Linden, M. van der; Hol, A.M. (Universiteit Utrecht - Departement Rechtsgeleerdheid, Disciplinegroep Rechtstheorie, 2007)
      De probleemstelling van dit onderzoek luidt: Wat is de werkbare afbakening van het begrip identiteitsfraude', gelet op nationaal en internationaal gehanteerde begrippen en bestaande delictsomschrijvingen? Op grond van de probleemstelling is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd met betrekking tot een inventarisatie en analyse van de begripsvorming omtrent identiteitsfraude en de strafbaarheid van identiteitsfraude in Nederland, België, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
    • Methodenonderzoek Dark number jeugdige daders in Nederland van gedigitaliseerde criminaliteit en cybercriminaliteit

      Heijden, P.G.M. van der; Cruyff, M.J.L.F.; Gils, G.H.C. van (Universiteit Utrecht - Faculteit Sociale Wetenschappen, 2017)
      Het doel van het voorbereidend onderzoek is inzicht te verkrijgen in methoden waarmee het aantal (jeugdige) daders van gedigitaliseerde en cybercriminaliteit kan worden geschat. De onderzoeksvraag is: met welke onderzoeksmethode of (combinatie van) methoden kan, voortbouwend op de inzichten uit de Monitor Jeugdcriminaliteit (MZJ), het percentage jeugdigen in Nederland worden geschat dat zich schuldig maakt aan de volgende misdrijven: (1) online bedreiging, (2) het online verspreiden van seksueel beeldmateriaal van minderjarigen en (3) het inloggen op een computer/website zonder toestemming/kennisgeving, al dan niet gepaard met het wijzigen van gegevens. Onder ‘jeugdigen’ wordt hier verstaan personen vanaf 12 tot en met 22 jaar oud. INHOUD: 1. Inleiding 2. Network-Scale-Up Methode 3. Randomized response 4. Social Media Tekst Profiling 5. Vangst-hervangst met politiedata 6. Samenvatting, conclusies, aanbevelingen
    • Nieuwe vormen van oplichting en fraude

      Meerts, C.; Huisman, W.; Rooyakkers, J.; Weulen Kranenbarg, M.; Roks, R.; Monshouwer, N.; Borwell, J.; Notté, R.; Wilsem, J. van; Sipma, T.; et al. (WODC, 2020)
      ARTIKELEN: 1. Clarissa Meerts en Wim Huisman - Coronacrisis en fraude: vier mogelijke relaties 2. Joke Rooyakkers en Marleen Weulen Kranenbarg - Vissen met een nieuwe hengel: een onderzoek naar betaalverzoekfraude 3. Robby Roks en Nahom Monshouwer - F-gamers die ‘mapsen’, ‘swipen’ en ‘bonken’: een netnografisch onderzoek naar fraude en oplichting op Telegram Messenger 4. Jildau Borwell - Helpdeskfraude in Nederland 5. Raoul Notté - Het verlies van geld, geluk en gezicht; Romance scams, datingfraude en ‘sweetheart swindles’ 6. Johan van Wilsem, Take Sipma en Esther Meijer-van Leijsen - Wie krijgt zijn geld terug? Acties van slachtoffers tot schadevergoeding bij bankfraude 7. Dieke Miltenburg - Resultaten van een awareness-training in het herkennen van phishingmails 8. Jan-Willem Bullée en Marianne Junger - Social engineering: digitale fraude en misleiding; een metaanalyse van studies naar de effectiviteit van interventies 9. Anouk van de Beek - Wat maakt een cyber awareness-campagne effectief? 10. Rick van der Kleij, Susanne van ’t Hoff-de Goede, Steve van de Weijer en Rutger van de Leukfeldt - Ons cybergedrag is veel onveiliger dan we zelf denken; implicaties voor effectief beïnvloedingsbeleid door de overheid. SAMENVATTING: Oplichting en fraude zijn niet nieuw, maar daders gaan wel met hun tijd mee. Veel vormen van oplichting en fraude hebben zich bijvoorbeeld verplaatst naar het internet, waarbij daders hun methoden moesten aanpassen aan het digitale domein. Inmiddels is dit type criminaliteit wijdverspreid. Uit het door het CBS uitgevoerde onderzoek Digitale Veiligheid en Criminaliteit blijkt dat in 2018 in totaal 1,2 miljoen mensen slachtoffer werden van digitale criminaliteit. Ook andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen voor een nog sterkere toename of veranderingen in dergelijke criminaliteitsvormen. De huidige coronacrisis zorgt bijvoorbeeld voor een nog sterkere toename van oplichting via het internet. In dit themanummer van Justitiële verkenningen belichten we nieuwe vormen van oplichting en fraude die zich vooral (maar niet uitsluitend) manifesteren in communicatie via internet, e-mail en digitale applicaties zoals betaalapps. We richten het vizier op de daders en hun slachtoffers. Welke methoden hanteren daders, en hoe kunnen zij succesvol zijn via nieuwe kanalen? Welke schade wordt aangericht en hoe gaan slachtoffers met die schade om? Hoe kunnen burgers weerbaarder worden gemaakt tegen deze nieuwe criminaliteitsvormen? De langere artikelen worden in dit themanummer afgewisseld met korte kaderteksten waarin een specifieke nieuwe vorm van oplichting of een aspect van de aanpak daarvan centraal staat. Oplichting via phishing en valse betaalverzoeken, dating- en identiteitsfraude, ze komen allemaal aan de orde in dit themanummer, dat daarnaast ruim aandacht besteed aan slachtofferschap en de effectiviteit van methoden om weerbaarheid tegen fraude te bevorderen middels voorlichting en training.
    • De politie-reprimande voor minderjarige first offenders van lichte feiten - Evaluatie van de landelijke Pilot Reprimande

      Beijerse, J. uit; Fischer, T.; Guldener, C. van; Postma, L.; Weerman, F.; Gorter, F. (medew.) (Erasmus School of Law, 2022-05-30)
      Op 1 oktober 2020 werd de landelijke Pilot Reprimande gestart, op initiatief van de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en Halt, en met betrokkenheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid (MJenV). Tijdens de pilot werd een nieuwe werkwijze gehanteerd voor op heterdaad aangehouden minderjarige first offenders van een licht feit. Die nieuwe werkwijze houdt in dat deze aangehouden minderjarigen niet langer worden overgebracht naar het politiebureau om daar te worden voorgeleid aan de hulpofficier van justitie (hOvJ), maar dat dit ter plaatse telefonisch gebeurt. Als de hOvj vindt dat de minderjarige in aanmerking komt voor een reprimande, wordt deze in vrijheid gesteld en zal kort daarna een reprimandegesprek plaatsvinden, waarbij ook de ouders worden betrokken. Het onderzoek bestaat uit drie deelevaluaties: een plan‐, proces‐ en outputevaluatie. Daarnaast is aanvullend juridisch en criminologisch literatuuronderzoek verricht. INHOUD: 1. Inleiding 2. De beoogde doelen, doelgroep en opzet van de nieuwe werkwijze 3. Het doelbereik van de nieuwe werkwijze: landelijke cijfers 4. De uitvoering van de nieuwe werkwijze in drie politie-eenheden 5. De uitvoering van de werkwijze in relatie tot de beoogde doelen 6. De reprimande in een breder juridisch en criminologisch perspectief 7. Conclusies en aanbevelingen
    • Predictieve textmining in politieregistraties - Cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit

      Tollenaar, N.; Rokven, J.; Macro, D.; Beerthuizen, M.; Laan, A.M. van der (WODC, 2019)
      In deze studie is onderzocht of het mogelijk was een machine learning (ML-)model te ontwikkelen om politieregistraties in de Basisvoorziening Handhaving (BVH) die betrekking hebben op cyber- of gedigitaliseerde criminaliteit te classificeren. Het doel is om met dat model de omvang van deze online criminaliteit in de BVH-registratie van 2016 te schatten. Tevens zijn de achtergrondkenmerken beschreven van bekende verdachten bij deze registraties van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. Het onderzoek richt zich op registraties van drie typen cybercriminaliteit (hacken, ransomware en DDoS-aanvallen) en vijf typen gedigitaliseerde criminaliteit (online bedreiging, online stalken, online smaad/laster/belediging, online identiteitsfraude en online aan- en verkoopfraude).Het onderzoek maakt deel uit van de Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC). De MJC betreft een periodieke rapportage waarin op basis van politie- en justitieregistraties de trends in jeugdcriminaliteit op geaggregeerd niveau worden onderzocht. INHOUD: 1. Inleiding 2. ML voor geautomatiseerde documentclassificatie 3. Ontwikkeling van een classificatiemodel 4. Resultaten modellering cyber- en gedigitaliseerde delicten in politieregistraties 5. Omvangschatting en verdachtenkenmerken 6. Slotbeschouwing
    • Preventieve maatregelen horizontale fraude

      Tromp, N.; Snippe, J.; Bieleman, B.; Bie, E. de (INTRAVAL - Bureau voor onderzoek & advies, 2010)
      De doelstelling van dit onderzoek is het verschaffen van informatie over verschillende fraudevormen waarmee het Nederlandse bedrijfsleven te maken heeft, welke preventieve maatregelen reeds tegen deze fraudevormen worden genomen en welke preventieve maatregelen in de toekomst nog genomen zouden kunnen worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Horizontale fraude 3. Faillissementsfraude 4. Verzekeringsfraude 5. Identiteitsfraude 6. Preventiemogelijkheden volgens experts 7. Samenvatting en conclusies
    • Slachtofferschap van online criminaliteit - Prevalentie, risicofactoren en gevolgen

      Sipma, T.; Leijsen, E.M.C. van (WODC, 2019)
      De centrale vraagstelling van het onderzoek is als volgt: wat zijn patronen van (herhaald) slachtofferschap van online criminaliteit en in hoeverre kunnen die worden verklaard door persoonskenmerken, online gedragingen en de gevolgen van eerder slachtofferschap? Op basis van empirisch onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen beantwoord: In welke mate ervaren Nederlandse burgers slachtofferschap van online criminaliteit? In hoeverre hangt online slachtofferschap samen met eerdere slachtofferervaringen, internetgebruik, beschermingsmaatregelen en persoonskenmerken? In hoeverre heeft online slachtofferschap gevolgen voor angst voor online criminaliteit, internetgebruik, beschermingsmaatregelen en mentale gezondheidsproblemen? In welke mate is er sprake van herhaald slachtofferschap en in welke mate vormen de mogelijke gevolgen van online slachtofferschap een verklaring voor patronen in herhaald slachtofferschap?
    • Vaststelling en uitwisseling van identificerende gegevens de EU

      Noorloos, M. van; Spapens, T. (Tilburg University - Tilburg Law School, 2017)
      Het correct vaststellen van iemands identiteit in strafrechtelijk kader is van essentieel belang. Onschuldigen die slachtoffer worden van identiteitsverwisseling, kunnen daarvan jarenlang ernstige gevolgen ondervinden. Omgekeerd kunnen ‘schuldigen’ door een valse identiteit juist problemen met de overheid vermijden. De Wet Identiteitsvaststelling Verdachten, Veroordeelden en Getuigen (WIVVG) heeft de wijze van identificatie van verdachten en veroordeelden (evenals getuigen) in het Nederlandse strafrecht in 2010 ingrijpend gewijzigd. Daarmee wordt, onder meer, beoogd om zo goed mogelijk te garanderen dat correcte identificatie en verificatie in de hele strafrechtsketen gewaarborgd blijft. De vraag is echter hoe ook zo goed mogelijk kan worden gegarandeerd dat identificerende informatie die vanuit andere EU-landen wordt verstuurd of aangeboden correct is. Die vraag stond in het onderhavige onderzoek centraal: kwetsbaarheden in het uitwisselingsproces zijn in kaart gebracht en er is nagegaan of toepassing van biometrische methoden daarvoor een oplossing biedt.
    • Veiligheid in cyberspace

      Koops, B.J.; Stol, W.Ph.; Leukfeldt, E.R.; Klap, H.; Prins, R.; Lodder, A.R.; Boer, L.J.M.; Maat, J.H.; Leeuw, H.B.M.; Wilsem, J. van (WODC, 2012)
      ARTIKELEN: 1. B.J. Koops - De dynamiek van cybercrimewetgeving in Europa en Nederland 2. W.Ph. Stol, E.R. Leukfeldt en H. Klap - Cybercrime en politie; een schets van de Nederlandse situatie anno 2012 3. R. Prins - Een veilige cyberwereld vraagt nieuw denken 4. A.R. Lodder en L.J.M. Boer - Cyberwar? What war? Meer in het bijzonder: welk recht? 5. J.H. Maat - Het lekken van geheimen in 'cyberspace' 6. H.B.M. Leeuw - Zin en onzin van het downloadverbod; actuele ontwikkelingen in digitale piraterij nader beschouwd 7. J. van Wilsem - Slachtofferschap van identiteitsfraude; een studie naar aard, omvang, risicofactoren en nasleep 8. E.R. Leukfeldt en W.Ph. Stol - De rol van internet bij fraudedelicten; internetfraudeurs en klassieke fraudeurs vergeleken 9. Internetsites. SAMENVATTING: In dit themanummer worden actuele ontwikkelingen rond 'digitale piraterij' nader geanalyseerd. Daarnaast is er aandacht voor cybercrimewetgeving, voor de vorderingen bij de politie bij de bestrijding van cybercrime en voor fraude met identiteit en internettransacties. Het lekken van geheimen in cyberspace komt eveneens aan bod, waarbij wordt teruggeblikt op de WikiLeaks-affaire. Voorts is er een artikel gewijd aan het fenomeen cyberwar.
    • Vervolgevaluatie van de Wet biometrie vreemdelingenketen

      Winter, H.; Bex-Reimert, V.; Geertsema, B.; Hollenberg, S.; Krol, E. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit rechtsgeleerdheid, 2019)
      De toegang, toelating, uitzetting van en het toezicht op vreemdelingen is in Nederland geregeld in de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000). Met de Wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling (hierna: Wet biometrie vreemdelingenketen, Wbvk) is per 1 maart 2014 de Vw 2000 gewijzigd. De Wbvk voorziet in een uitbreiding van het gebruik van biometrie in de vreemdelingenketen. De afname en verwerking van een gezichtsopname en tien vingerafdrukken van in beginsel alle vreemdelingen in alle vreemdeling-rechtelijke processen is mogelijk gemaakt. Daarnaast kunnen deze biometrische gegevens centraal in de vreemdelingenadministratie (de Basisvoorziening Vreemdelingen, afgekort BVV) worden opgeslagen en kunnen zij worden geraadpleegd. In 2016 heeft een eerste evaluatie van de Wet Biometrie plaatsgevonden (Zie link bij: Meer informatie). Dit onderzoek is een vervolg van deze evaluatie. De probleemstelling van het onderzoek bestaat uit twee onderdelen:In welke mate bereikt de Wbvk zijn doelen?Hoe verhoudt de wet zich tot de Europese ontwikkelingen tot implementatie van informatiesystemen waarin biometrie wordt opgeslagen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Juridisch kader 4. Procesevaluatie 5. Kwaliteit en betrouwbaarheid van de biometrische gegevens 6. Gebruik van biometrie in de vreemdelingenketen 7. Analyse 8. Europeesrechtelijke ontwikkelingen 9. Samenvatting en conclusies