• Criminaliteit en rechtshandhaving 2007 - Ontwikkelingen en samenhangen

      Eggen, A.Th.J. (red.); Kalidien, S.N. (red.); Jongste, W.M. de; Huys, H.W.J.M.; Goudriaan, H.; Lange, N.E. de; Leertouwer, E.C.; Moolenaar, D.E.G.; Smit, P.R. (WODC, 2008)
      De ontwikkeling van de criminaliteit en de rechtshandhaving wordt in deze publicatie beschreven van 1995 tot en met 2007. In sommige gevallen worden ontwikkelingen beschreven van 1980-2007, om ontwikkelingen van criminaliteit in historisch perspectief te plaatsen. De beschrijvingen in C&R blijven beperkt tot de grove criminaliteitscategorieën, zoals vermogensmisdrijven, geweldsmisdrijven en vernielingen. In het nieuwe hoofdstuk 'Capita selecta' wordt een aantal specifieke vormen van criminaliteit (overvalcriminaliteit, heling, discriminatie en huiselijk geweld) nader belicht.Op de pagina 'Cijfers en prognoses' (via de link op deze pagina) zijn in de bijlagen de meest recente Excel-tabellen van Criminaliteit en rechtshandhaving 2007 te vinden. INHOUD: 1. Inleiding - S.N. Kalidien en A.Th.J. Eggen 2. Het Nederlandse strafrechtsysteem - W.M. de Jongste 3. Slachtofferschap, slachtofferhulp, onveiligheidsgevoelens en preventie - H.W.J.M. Huys 4. Criminaliteit en opsporing - A.Th.J. Eggen en H. Goudriaan 5. Vervolging en berechting - N.E. de Lange 6. Tenuitvoerlegging van sancties - S.N. Kalidien 7. De strafrechtsketen in samenhang - E.C. Leertouwer en S.N. Kalidien 8. Jaarlijkse kosten van criminaliteit - D.E.G. Moolenaar 9. Nederland in internationaal perspectief - P.R. Smit 10. Capita selecta (Overvalcriminaliteit, Heling, Discriminatie, Huiselijk geweld) - A.Th. Eggen
    • Criminele gebouwen - De faciliterende rol van woningen en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland en vier EU-landen

      Kruize, P.; Gruter, P.; Suchtelen, T. van (medew.) (Ateno, 2020-12-31)
      Aanleiding voor dit onderzoek is een Kamermotie waarin de regering wordt gevraagd te bezien langs welke weg particuliere eigenaren en woningcorporaties kunnen worden gewaarschuwd voor criminele intenties van potentiële gebruikers/huurders van hun onroerend goed bezit. Het streven is gemeenten, woningbouwcorporaties en bonafide private partijen instrumenten ter hand te stellen voor de preventie en aanpak van ondermijnende criminele activiteiten. Met dit doel voor ogen is er een toenemende behoefte aan meer kennis over en inzicht in de aard en omvang van de criminaliteit faciliterende functie van woon- en bedrijfsruimten in Nederland, en inzicht in welke instrumenten hiervoor worden ingezet in andere EU-landen. Deze doelstelling is vertaald in acht onderzoeksvragen. Nederlandse situatie: 1. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in Nederland? 2. Wat is (naar schatting) de omvang van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? 3. In welke mate bestaan er verschillen in aard en omvang hiervan tussen regio’s in Nederland? 4. Welke in de literatuur genoemde indicatoren wijzen op de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? En zijn dezelfde indicatoren van toepassing binnen stedelijke en landelijke regio’s? Internationale vergelijking: 5. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in met Nederland vergelijkbare landen en welke indicatoren hiervoor zijn in die landen bekend? 6. Welke instrumenten, zowel preventief als repressief, worden in de bij dit onderzoek betrokken landen ingezet bij het tegengaan hiervan en wat is het juridisch kader waarbinnen deze instrumenten worden ingezet? 7. Wat zijn, in de bij dit onderzoek betrokken landen, de positieve en negatieve ervaringen bij de bestrijding van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit en welke voor- en nadelen worden bij de inzet van de verschillende instrumenten ervaren? 8. Welke instrumenten, uit de bij dit onderzoek betrokken landen, zouden nader bestudeerd kunnen worden voor de aanpak (zowel preventief als repressief) van dit fenomeen in Nederland? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit, 3. Geregistreerde en geschatte omvang, 4. Preventieve, repressieve en criminogene indicatoren, 5. De faciliterende rol van onroerend goed bij ondermijnende criminaliteit in vier EU-landen, 6. Conclusie
    • Een inventarisatie van heling in Nederland

      Roëll, G. (WODC, 1986)
      Dit rapport geeft inzicht in de verschillende vormen en de omvang van heling in Nederland.
    • Facilitering van mobiele bendes - Research synthese

      Gestel, B. van (WODC, 2014)
      De minister van Veiligheid en Justitie heeft de afgelopen jaren meerdere malen zijn zorgen geuit over het brede scala aan vermogensdelicten dat door rondtrekkende bendes wordt gepleegd en over de schade die dat bij burgers en bedrijven teweegbrengt (o.a. Kamerbrief 9 oktober 2013, Vergaderjaar 2013-2014, Tweede Kamerstukken 29911 nr. 85; Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar resp. 2009–2010 en 2010-2011, 28684, nrs. 273 en 301). Een intensivering van de aanpak van het probleem is volgens de minister vereist op zowel nationaal als Europees niveau. Doel van deze research synthese is kennis vergaren over de facilitering van mobiel banditisme. Het gaat bij facilitering om actoren en omstandigheden die - bewust of onbewust - mobiel banditisme mogelijk maken en gelegenheid bieden voor deze criminaliteit. INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Voorbereidingen 4. Planning en uitvoering van de roof 5. Verwerking van de buit 6. Slotbeschouwing
    • Focus op heling - Een onderzoek naar het functioneren van de helingmarkt, het beleid tegen en de gevolgen van heling

      Ferwerda, H.; Ham, T. van; Scholten, L.; Jager, D. (Bureau Beke, 2016)
      Het doel van dit onderzoek is het beeld over functioneren van de helingmarkt, het beleid tegen heling en de gevolgen van heling voor burgers en bedrijven te actualiseren. Tevens moet in het onderzoek gezocht worden naar aanknopingspunten voor het verder terugdringen van heling. Hoewel in een eerder onderzoek van 2007 (zie link bij: Meer informatie) niet werd gekeken naar heling van fietsen en autodiefstal – om de omvang en doorlooptijd van het onderzoek te beperken – zijn deze goederen in het huidige onderzoek wel meegenomen. INHOUD: 1. Een onderzoek naar heling 2. Heling ingekaderd 3. Aard, omvang en verschijningsvormen 4. De burger en het bedrijfsleven over heling 5. De aanpak 6. Samenvatting en conclusies
    • Helingpraktijken onder de loep - Impressies van helingcircuits in Nederland

      Mheen, D. van de (red.); Gruter, P. (red.); Kruize, P.; Rovers, B.; Stoele, M. (WODC, 2007)
      Dit zijn de resultaten van een onderzoek naar verschillende facetten van de Nederlandse helingmarkt. Het doel van het onderzoek is drieledig, namelijk: - Het in kaart brengen van het functioneren van de helingmarkt (wie zijn de helers? Welke goederen worden voornamelijk geheeld? Wat zijn de distributiekanalen?). - Het in kaart brengen van het beleid en gevolgen van heling voor het bedrijfsleven. - Het vinden van aanknopingspunten voor het terugdringen van heling. INHOUD: 1. Inleiding 2. Analyse van geregistreerde helingzaken (P. Kruize) 3. De visie van beleidsmakers en experts op de helingmarkt (B. Rovers) 4. Helers over de markt van gestolen goederen (M. Stoele) 5. De aanpak van heling: de visie van overheid en bedrijfsleven (B. Rovers) 6. Conclusies en discussie
    • In Enschede verdacht - De werking van een prioriteitenprocedure bij politie en justitie

      Linckens, P.J.; Spickenheuer, J.L.P. (WODC, 1989)
      In dit rapport worden de resultaten weergegeven van een dossieronderzoek naar de werking van een prioriteitenprocedure bij justitie en politie in de gemeente Enschede. Deze procedure vormt onderdeel van een groter scala van activiteiten dat op basis van het Beleidsplan Criminaliteitsbeheersing Enschede is ontwikkeld. Dit plan kent prioriteit toe aan vier misdrijfcategorieën. Er wordt door politie, justitie en gemeentebestuur extra aandacht geschonken aan geweld tegen personen, geweld tegen goederen, woninginbraken en diefstal en heling van fietsen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. De tenlastelegging door de politie 4. Geweld tegen personen 5. Geweld tegen goederen 6. Woninginbraken 7. Diefstal en heling van fietsen 8. Enkele daderkenmerken 9. De opsporingsfase 10. De justitiële afdoening 11. De P-procedure nader bezien
    • Inbraak

      Unknown author (WODC, 1984)
      Dit themanummer van Justitiele Verkennirigen is geheel gewijd aan het onderwerp Inbraak. Geopend wordt met een inleidend artikel van drs. A. Roe11 die zich de vraag stelt: Inbraken: Wat weten we ervan?'. De auteur zet aan de hand van onderzoeken in Nederland, V.S. en Engeland een aantal gegevens op'een rijtje met betrekking tot het fenomeen inbraak.
    • Over grenzen op dievenpad - Een onderzoek naar de facilitering van mobiele bendes

      Gestel, B. van; Kouwenberg, R.F. (WODC, 2016)
      Doel van dit onderzoek is om actuele informatie te verzamelen over de facilitering van mobiele bendes, specifiek gericht op de Nederlandse situatie. In dit onderzoek staan de volgende vragen centraal: Hoe zijn de mobiele bendes samengesteld en op welke delicten zijn zij gericht? Op welke wijze worden mobiele bendes in Nederland gefaciliteerd? Welke actoren en omstandigheden kunnen daarbij worden onderscheiden? Op welke wijze wordt tijdens of na een opsporingsonderzoek informatie uitgewisseld met opsporingspartners in andere regio’s en andere landen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Zaken en verdachten 4. Voorbereiding en uitvoering van het criminele bedrijfsproces 5. Verwerking van de buit 6. Faciliterende dimensies en de opsporing 7. Informatie-uitwisseling 8. Slotbeschouwing
    • Samen opgespoord? - Eindrapport "Pilot samenwerking particuliere onderzoeksbureaus met politie en OM"

      Friperson, R.; Bouman, S.; Wilms, P. (APE Public Economics, 2013)
      In samenwerking met de Nederlandse Veiligheidsbranche (NV) is een pilot ingericht met als doel na te gaan welke rol particuliere onderzoeksbureau's (POB’s) kunnen spelen bij de opsporing in strafzaken. De pilot heeft plaatsgevonden tussen 1 mei 2012 tot en met 3o april 2013. Aan de pilot namen negen particuliere onderzoeksbureaus deel, die alle lid zijn van de Nederlandse Veiligheidsbranche en beschikken over een keurmerk van de NV. De centrale vraag in dit onderzoek was: Welke bijdrage kunnen POB's leveren aan de opsporing en vervolging van acht delictscategorieën (interne diefstal, interne fraude, heling, phishing, vervoerscriminaliteit, ladingdiefstal, oplichting en bedrijfsinbraak)?