• Heenzendingen

      Kommer, M.M. (WODC, 1994)
      Doel: Eind maart 1993 bereikte het WODC het verzoek om een onderzoek in te stellen dat moest resulteren in een kwalitatief inzicht in de heenzending van verdachten die, op grond van de aard en zwaarte van het misdrijf waarvan ze verdacht werden, in aanmerking kwamen voor voorlopige hechtenis en voor wie inderdaad voorlopige hechtenis gevorderd was. Dit rapport bevat het verslag van dit onderzoek. Opzet: In vier arrondissementen zijn gegevens verzameld met betrekking tot zoveel mogelijk zaken waarin tussen 1 april en 28 mei 1993 een verdachte was voorgeleid aan de officier van justitie, teneinde deze een beslissing te laten nemen over het al dan niet instellen van een vordering bewaring. Tevens is door middel van gesprekken met de meest betrokken officieren van justitie en parketmedewerkers een inzicht verkregen in de gehanteerde criteria voor het nemen van een 'heenzendbeslissing' en de feitelijke gang van zaken. In de rapportage worden de zaken waarin is heengezonden afgezet tegen de zaken waarin de voorlopige hechtenis is gecontinueerd of om andere reden dan plaatsgebrek geeindigd.
    • Het toekennen van prioriteiten bij de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis

      Berghuis, A.C.; Essers, J.J.A. (WODC, 1985)
      Het geheel aan verrricht onderzoek kan worden onderscheiden in vier onderdelen: 1) een periodieke peiling naar het bestand aan voorlopig gehechten per arrondissement - aantallen en de onderverdeling naar insluitingsprioriteit; 2) een registratie per zaak waarin voorlopige hechtenis is bevolen over prioriteitstoekenning en enkele gegevens over de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis; 3) een dossierstudie; 4) een enquete onder o.a. OvJ's naar de ervaringen met de nieuwe werkwijze.
    • Insluiten of heenzenden - Problematische GHB-gebruikers op politiebureaus, in bewaring en in verzekering

      Korf, D.J.; Nabben, T.; Pronk, A. (Universiteit van Amsterdam - Criminologisch Instituut Bonger, 2012)
      Dit rapport heeft als doel: Een inventarisatie maken van het aantal problematische GHB-gebruikers dat in aanraking komt met politie en justitie en wordt ingesloten of (op medische gronden) wordt heengezonden. Inzicht verschaffen in de kenmerken van problematische GHB-gebruikers, en de aard van de problematiek. Aanknopingspunten bieden voor de aanpak van de problematiek. INHOUD: 1. Intro 2. Politie en GHB-gebruikers 3. Profiel van GHB-gebruikers 4. Instroom bij politie 5. Insluiten of heenzenden 6. Overleg en samenwerking 7. Samenvatting en conclusie
    • Opinies over straf en celcapaciteit - Verslag van een media-analyse, een gespreksronde en een bevolkingsenquête ten behoeve van de ontwikkeling van een communicatieplan

      Kommer, M.M.; Gils, J.M.M. van (WODC, 1996)
      Om te komen tot een gefundeerde communicatie-strategie rondom de cellenproblematiek is het van belang om naast kwantitatief en kwalitatief opinie-onderzoek, een media-analyse uit te voeren. Daarmee kan inzicht verkregen worden in de manier waarop in de media geschreven is over de problematiek als gevolg van het cellentekort.
    • Richtlijnen doorgelicht - Verslag van een onderzoek naar de doorwerking van niet-strafvorderlijke richtlijnen bij het Openbaar Ministerie

      Oelen, U.H.; Herweijer, M. (Rijksuniversiteit Groningen - Vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, 1996)
      Dit eindrapport vormt de (verkorte) neerslag van een opdracht, die medio september 1995 door de Centrale Directie Wetenschapsbeleid en Ontwikkeling van het Ministerie van Justitie werd verstrekt aan de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Het onderzoek beoogt inzicht te geven in de factoren die bepalend zijn voor de doorwerking van niet-strafvorderlijke richtlijnen bij het Openbaar Ministerie. De volgende richtlijnen zijn in dit onderzoek bekeken: Richtlijn heenzendingen; Richtlijn voor het doen van aangifte of het opmaken van proces-verbaal ter zake van fraude met sociale uitkeringen; Richtlijn aandachtspunten handhaving auteurswet; Richtlijn wet op de identificatieplicht; Richtlijn voor het beleid van het OM inzake conservatoir beslag; Richtlijn informatieverstrekking en voorlichting door de politie en het OM aan de media in en over strafzaken.
    • Voorlopige hechtenis - Toepassingen, schorsingen en zaken met lange duur

      Berghuis, A.C.; Tigges, L.C.M.; Balkema, J.P. (medew.) (WODC, 1981)
      In aansluiting op een WODC-onderzoek naar de kwantitatieve ontwikkeling van de voorlopige hechtenis zijn dossieronderzoeken verricht naar de toepassing en schorsing van de voorlopige hechtenis en naar zaken met een lange voorlopige hechtenisduur. Deze drie dossierstudies worden in afzonderlijke delen van dit rapport verslagen. Daaraan vooraf gaat een samenvattende beschouwing waarin de voornaamste resultaten van deze dossieronderzoeken, in samenhang met de resultaten van andere onderzoeken naar de voorlopige hechtenis, besproken worden.
    • Voorlopige hechtenis van jeugdigen in uitvoering - Een exploratief kwantitatief onderzoek naar rechterlijke beslissingen en populatiekenmerken

      Brink, Y.N. van den; Wermink, H.T.; Bolscher, K.G.A.; Leeuwen, C.M.M. van; Bruning, M.R.; Liefaard, T. (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2017)
      In dit exploratieve kwantitatieve onderzoek wordt een beeld geschetst van de voorlopige hechtenispraktijk in jeugdstrafzaken en de kenmerken van de betrokken jeugdige verdachten. In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: In welke gevallen en met welke redenen wordt bij jeugdige verdachten voorlopige hechtenis gevorderd en bevolen, wordt de tenuitvoerlegging van een bevel tot voorlopige hechtenis (wel of niet) geschorst of wordt dit bevel op een alternatieve wijze tenuitvoergelegd? Wat zijn de kenmerken van de betreffende jeugdige verdachten? Hoe verhoudt de toepassing van voorlopige hechtenis zich tot de straftoemeting in jeugdstrafzaken en is er sprake van ‘prejudiciërende werking’ van de voorlopige hechtenis? Zijn – op basis van de bevindingen onder vragen 1, 2 en 3 – uitspraken te doen over mogelijkheden voor de ontwikkeling van alternatieven voor voorlopige hechtenis van jeugdige verdachten in justitiële jeugdinrichtingen en, zo ja, welke? INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridisch kader van voorlopige hechtenis van jeugdigen 3. Eerder empirisch onderzoek naar de voorlopige hechtenis van jeugdigen 4. Dataverzameling en methoden van analyse 5. De onderzoekspopulatie uitgelicht 6. Inbewaringstelling van jeugdige verdachten 7. Gevangenhouding van jeugdige verdachten 8. Verlenging van gevangenhouding van jeugdige verdachten 9. Voorlopige hechtenis en de afdoening van jeugdstrafzaken 10. Conclusies, discussie en aanbevelingen