• 'Collectieve' acties - Een interne rechtsvergelijking tussen privaatrecht en bestuursrecht

      Wiggers-Rust, L.F. (WODC, 2014)
      De aanleiding van het onderzoek is de toenemende vervlechting van privaat- en bestuursrecht in de nationale rechtsorde. Gevolgen hiervan zijn bijvoorbeeld vervagende grenzen; meer ruimte voor keuze van verschillende instrumentaria met onhelderheid in de argumentatie ter zake; afstemmingsproblemen (zowel materieel als op het gebied van rechtsmachtverdeling); complexiteit van regelgeving en rechtsmachtverdeling; en het ontstaan van kennislacunes bij juristen. Aan de hand van een actueel vraagstuk (‘collectieve’ acties) is in kaart gebracht wat de overeenkomsten en verschillen in vormgeving in privaatrecht en bestuursrecht zijn, waar sprake is van afstemmingsproblemen en wat kan gelden als de (basis voor) beargumenteerde keuzes met als uitgangspunt de bevordering van consistentie, harmonie, rechtseenheid en/of vereenvoudiging. Dit onderzoek sluit aan bij het wetsvoorstel modernisering rechtspraak. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wettelijke bepalingen 3. Verschillen en achtergronden 4. Afstemmingsproblemen 5. Actuele ontwikkelingen in maatschappij/wetgeving 6. Actuele Europese ontwikkelingen 7. (Ir)relevantie van vastgestelde verschillen tussen de desbetreffende bepalingen/systemen, mede tegen de achtergrond van de gesignaleerde en geanalyseerde ontwikkelingen in maatschappij/wetgeving en/of Europa 8. Denkbare keuzes/oplossingen: welke wijze van regeling verdient aanbeveling, in welk geval en waarom? 9. Slotbeschouwing
    • Harmonisatie van het consumentencontractenrecht in Europa - consequenties voor Nederland

      Cauffman, C.; Faure, M.; Hartlief, T. (WODC, 2009)
      Het doel van dit onderzoek is om aandachtspunten te leveren voor de standpuntbepaling en inbreng van Nederland bij de onderhandelingen over de horizontale richtlijn herziening consumentenacquis en het gemeenschappelijk referentiekader voor EU-contractenrecht, met betrekking tot het onderdeel Consumentenrecht.
    • Vorming van Europees immigratie en asielrecht

      Boeles, P.; Fernhout, R.; Gerritsma, E.T.; Kuijpers, A.M.; Tax, B.E.C.M.; Vrouenraets, M.J.A. (Katholieke Universiteit Nijmegen - Centrum voor Migratierecht, 1999)
      Het onderzoek was gericht op de vraag: Wat wordt het gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid van de Europese Unie in ontwikkeling? De onderzoekvragen waren de volgende: 1) Op welke wijze en in hoeverre vindt er harmonisatie plaats, en wat is het effect van de gekozen vorm van harmonisatie voor de samenhang van het rechtsgebied, de effectiviteit van de uitvoering, de bescherming van de belangen van de lidstaten en de bescherming van de rechten van individuen? 2) Hebben besluiten op het gebied van asiel en immigratie in de verschillende lidstaten tot specifieke wets- of beleidswijzigingen geleid? 3) Op basis van het meerjarig werkprogramma van de Raad dient de vraag beantwoord te worden in hoeverre welke (deel)onderwerpen reeds 'geregeld' zijn danwel nog regeling behoeven. Een en ander dient mede in het licht van het geheel van de gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam op het gebied van asiel en immigratie te worden geplaatst. 4) Wat zijn de consequenties van de gekozen wijze van 'recht maken' voor de kwaliteit van het aldus gevormde recht, met name in verband met de realiteit van de communautarisering van door het Verdrag van Amsterdam?