• Coffeeshops in Nederland '07 - naleving en handhaving van coffeeshopregels

      Bruin, D. de; Dijkstra, M.; Breeksema, J. (WODC, 2009)
      Doel van dit onderzoek is het beschrijven van de wijze waarop en de mate waarin de landelijke en lokale criteria voor coffeeshops in de praktijk worden gehandhaafd en nageleefd, en van de veranderingen hierin ten opzichte van eerdere jaren, zodat het beleid mede op basis van deze informatie verder vorm kan worden gegeven.
    • Criminele gebouwen - De faciliterende rol van woningen en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland en vier EU-landen

      Kruize, P.; Gruter, P.; Suchtelen, T. van (medew.) (Ateno, 2020-12-31)
      Aanleiding voor dit onderzoek is een Kamermotie waarin de regering wordt gevraagd te bezien langs welke weg particuliere eigenaren en woningcorporaties kunnen worden gewaarschuwd voor criminele intenties van potentiële gebruikers/huurders van hun onroerend goed bezit. Het streven is gemeenten, woningbouwcorporaties en bonafide private partijen instrumenten ter hand te stellen voor de preventie en aanpak van ondermijnende criminele activiteiten. Met dit doel voor ogen is er een toenemende behoefte aan meer kennis over en inzicht in de aard en omvang van de criminaliteit faciliterende functie van woon- en bedrijfsruimten in Nederland, en inzicht in welke instrumenten hiervoor worden ingezet in andere EU-landen. Deze doelstelling is vertaald in acht onderzoeksvragen. Nederlandse situatie: 1. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in Nederland? 2. Wat is (naar schatting) de omvang van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? 3. In welke mate bestaan er verschillen in aard en omvang hiervan tussen regio’s in Nederland? 4. Welke in de literatuur genoemde indicatoren wijzen op de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit in Nederland? En zijn dezelfde indicatoren van toepassing binnen stedelijke en landelijke regio’s? Internationale vergelijking: 5. Op welke wijze spelen woningen en/of bedrijfsruimten een rol bij het faciliteren van ondermijnende criminaliteit in met Nederland vergelijkbare landen en welke indicatoren hiervoor zijn in die landen bekend? 6. Welke instrumenten, zowel preventief als repressief, worden in de bij dit onderzoek betrokken landen ingezet bij het tegengaan hiervan en wat is het juridisch kader waarbinnen deze instrumenten worden ingezet? 7. Wat zijn, in de bij dit onderzoek betrokken landen, de positieve en negatieve ervaringen bij de bestrijding van de faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit en welke voor- en nadelen worden bij de inzet van de verschillende instrumenten ervaren? 8. Welke instrumenten, uit de bij dit onderzoek betrokken landen, zouden nader bestudeerd kunnen worden voor de aanpak (zowel preventief als repressief) van dit fenomeen in Nederland? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Faciliterende rol van woon- en bedrijfsruimten bij ondermijnende criminaliteit, 3. Geregistreerde en geschatte omvang, 4. Preventieve, repressieve en criminogene indicatoren, 5. De faciliterende rol van onroerend goed bij ondermijnende criminaliteit in vier EU-landen, 6. Conclusie
    • Drug situation 2006 - the Netherlands - Report to the EMCDDA

      Laar, M. van; Cruts, G.; Gageldonk, A. van; Croes, E.; Ooyen-Houben, M. van; Meijer, R. (WODC, 2007)
      Each year, national centres of expertise in the member states of the European Union (Focal points) draw up a report on the drug situation in their respective countries. These national reports are prepared according to the guidelines provided by the European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA).
    • Drug situation 2008 - The Netherlands - report to the EMCDDA by the Reitox National Focal Point

      Laar, M.W. van (ed.); Cruts, A.A.N. (ed.); Gageldonk, A. van (ed.); Ooyen-Houben, M.M.J. van (ed.); Croes, E.A. (ed.); Meijer, R.F. (ed.); Ketelaars, A.P.M. (ed.) (WODC, 2009)
      The report on the drug situation in the Netherlands has been written for the European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA). The report focuses on new developments in the reporting year.
    • Drugsdelicten beschouwd - Over aard & omvang van Opiumwetfeiten in 2012 geregistreerd bij politie en Koninklijke Marechaussee

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno, 2014)
      De probleemstelling van het onderzoek is drieledig en richt zich op de volgende vragen: Welke soorten drugs en welke typen delict zijn in het spel bij de geregistreerde Opiumwetfeiten in Nederland uit het jaar 2012? Wat zijn kenmerken van deze delicten in de onderscheiden Opiumwetfeiten? Wat zijn de kenmerken van de verdachten naar type delict? INHOUD: 1. Inleiding 2. Over de registratie van drugsdelicten 3. Opiumwetfeiten: bestandsanalyse 4. Dossieranalyse: uitleg van methode 5. Dossieranalyse: de resultaten 6. Verdachten van Opiumwetdelicten 7. Totaalbeeld
    • Drugsgerelateerde overlast - literatuurstudie

      Bieleman, B.; Biesma, S.; Snippe, J.; Beelen, A. (WODC, 2009)
      Deze literatuurstudie vormt een onderdeel van de evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid en behandelt drugsoverlast zoals deze ervaren wordt c.q. kan worden door burgers in Nederland. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar overlast veroorzaakt door coffeeshops en overlast veroorzaakt door het gebruik van en de handel in harddrugs.
    • Europees drugsrapport 2016 - Trends en ontwikkelingen

      Unknown author (Trimbos-instituut, 2016)
      Elk jaar dient iedere EU-lidstaat voor het Europees Monitoring Centrum voor Drugs en Drugsverslaving (EMCDDA) een rapport op te stellen over de stand van zaken en ontwikkelingen op het gebied van drugs in eigen land. Dit onderzoek betreft de situatie in 2014-2015. Het geeft de meest recente beschikbare registratiecijfers tot en met het jaar 2014 en beschrijft actualiteiten in 2014 en 2015 (o.a. nieuw aangenomen wetten, nieuwe drugsstrategieën, recent opgedoemde problemen). Het rapport wordt aangeleverd aan het EMCDDA, dat vervolgens op basis van alle landenrapporten het European Drug Report opstelt. Het WODC levert elk jaar een bijdrage over de ontwikkelingen in drugsgerelateerde criminaliteit: beleid en wetgeving, nieuwe interventies tegen deze criminaliteit, resultaten uit onderzoek dat recent gepubliceerd is over deze thematiek. Daarnaast worden registratiecijfers over drugsgerelateerde criminaliteit gepresenteerd, met nadruk op het meest actuele jaar. INHOUD: 1. Aanbod van drugs en de markt 2. Prevalentie en trends van drugsgebruik 3. Schadelijke gevolgen van drugsgebruik en maatregelen daartegen
    • Geweld onder invloed - Evaluatie van een nieuwe werkwijze van de politie gericht op versterking van de informatiepositie ten aanzien van alcohol- en drugsgebruik door geweldplegers

      Bruinsma, M.; Balogh, L.; Muijnck, J. de (WODC, 2008)
      De afgelopen jaren is op drie pilotlokaties (politieregio's IJsselland, Zeeland en Gelderland-Midden) gewerkt aan het opbouwen en testen vaan een nieuwe wijze van informatie verzamelen over middelengebruik door geweldplegers. Hierdoor wil men het zicht op de aard en de omvang van middelengebruik door geweldplegers verbeteren, zodat duidelijk wordt wat het belang is van extra investeringen op dit vlak. Daarnaast richt men zich in de pilots op het verkennen van de mogelijkheden om een verbeterde informatiepositie van de politie ook zo in te kunnen zetten, dat deze ondersteunend is bij het maken van keuzes over de best passende justitiële en preventieve maatregelen gericht op vermindering van recidive onder geweldplegers.
    • Harddruggebruikers in de huizen van bewaring

      Cozijn, C.; Dijk, J.J.M. van (WODC, 1978)
      INHOUD: 1. Inleiding 2. Het aantal geregistreerde harddruggebruikers 3. De gebruikte drugs 4. De harddruggebruiker in het Huis van bewaring: een beschrijving aan de hand van enkele sociaal-demografische persoonskenmerken 5. Het strafrechtelijk verleden van de in het Huis van bewaring opgenomen harddruggebruikers 6. De gedetineerde harddruggebruiker in het Huis van bewaring en de hulpverlening voor de opname in het Huis van bewaring 7. De behandeling in de Huizen van bewaring SAMENVATTING: In de maand maart 1977 zijn alle gestichtsartsen, verbonden aan de penitentiaire inrichtingen in Nederland, benaderd met de vraag gegevens beschikbaar te stellen over de opvang en behandeling van gebruikers van harddrugs. De gegevens werden verzameld met behulp van speciaal voor dit doel ontworpen registratieformulieren. Het doel van deze registratie was enerzijds te komen tot een schatting van het aantal harddruggebruikers dat jaarlijks in de inrichtingen wordt opgenomen, en anderzijds om inzicht te krijgen in de wijze waarop de medische diensten van de inrichtingen het voor hen relatief nieuwe probleem van de druggebruikers aanpakken. Tevens bleek het mogelijk van een groot deel van de geregistreerde druggebruikers het strafrechtelijk verleden na te gaan, gemeten in aantallen veroordelingen en sepots voor misdrijven.
    • Interviews harddruggebruikers in de HvB's Amsterdam en Rotterdam

      Meyboom, M.L. (WODC, 1985)
      In het kader van de evaluatie van de experimentele opvang van drugverslaafden in de Huizen van Bewaring te Amsterdam en Rotterdam, werden interviews gehouden met een aantal gedetineerden die wel en een aantal die niet aan de experimenten deelnamen. Dit rapport bevat de gedetailleerde verslaglegging van deze interviews. Naast het interviewrapport is een rapport verschenen over de registratie van alle harddrugs gebruikende gedetineerden in zeven Huizen van Bewaring. Een eindrapport met de belangrijkste gegevens uit deze onderzoek is verschenen in de reeks Onderzoek en beleid (55).
    • Lokaal gezien - Verdiepingsstudie monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid meting 2015/16

      Mennes, R.; Snippe, J.; Sijtsma, M.; Bieleman, B. (Intraval, 2016)
      Sinds de introductie van het aangescherpte coffeeshopbeleid in 2012 worden door de betrokken directies van VenJ voortgangsrapportages opgesteld over de laatste ontwikkelingen op het gebied van overlast, verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshops, drugsrunners en drugstoerisme. Door de minister van Veiligheid en Justitie is de Tweede Kamer regelmatig voorzien van informatie over het coffeeshopbeleid en de effecten daarvan c.q. de ontwikkelingen die zich na invoering voordeden. Bij de rapportages werden bevindingen gebruikt uit evaluatieonderzoek (M. van Ooyen-Houben, B. Bieleman, & D.J. Korf, Het Besloten club- en het Ingezetenencriterium voor coffeeshops, tussenrapportage, 2013 en Coffeeshops, toeristen en lokale markt; evaluatie van het Besloten club- en het Ingezetenencriterium voor coffeeshops, eindrapport, 2014), maar ook en vooral cijfers die structureel geregistreerd worden door de politie en door het Openbaar Ministerie. Het onderzoek geeft inzicht in de ontwikkelingen in coffeeshop- en softdrugstoerisme, softdrugsgerelateerde overlast, drugsrunnen en verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshop in 2015, en in de geografische spreiding van deze fenomenen, met aanvullend veldonderzoek in 2016 om de ontwikkelingen te duiden. Het onderzoek maakt deel uit van een monitor met drie metingen. De eerste betrof cijfermatige ontwikkelingen in 2014 met veldonderzoek in 2015 (A. Benschop, M. Wouters & D.J. Korf, Coffeeshops, toerisme, overlast en illegale verkoop van softdrugs 2014 en verdiepende studie in vijf gemeenten, Universiteit van Amsterdam, Bonger Instituut voor Criminologie, 2015). Het onderzoek bestaat uit twee fasen. De eerste fase is reeds gepubliceerd (zie link hiernaast). De in dit rapport beschreven verdiepende tweede fase van de monitor over 2015 is het vervolg op de eerste fase en dient ter beantwoording van de nog onbeantwoorde onderzoeksvraag die eveneens voortkomt uit de centrale probleemstelling, namelijk: Hoe kunnen de ontwikkelingen in de onderzochte fenomenen nader worden geduid en gekarakteriseerd? INHOUD: 1. Inleiding 2. Gemeente I Hangjongeren met problemen 3. Gemeente II (On)zichtbare handel 4. Gemeente III Drugsrunners 5. Gemeente IV Hangjongeren en straatdealers 6. Gemeente V Straathandel en drugspanden 7. Conclusies
    • Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen - het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en drugs bij jongens met en zonder PIJ-maatregel

      Kepper, A.; Veen, V.; Monshouwer, K.; Stevens, G.; Drost, W.; Vroome, T. de; Vollebergh, W. (WODC, 2009)
      Dit onderzoek is een inventariserende en beschrijvende studie naar de aard en omvang van (problematisch) middelengebruik (tabak, alcohol en drugs) onder justitiabele jongeren in een justitiële jeugdinrichting (met en zonder PIJ-maatregel) in vergelijking met de aard en omvang van het middelengebruik onder jongens in residentiële jeugzorginstellingen.
    • Middelengebruik en geweld - Een literatuurstudie naar de relatie tussen alcohol, drugs en geweld

      Ramaekers, J.G.; Verkes, R.J.; Amsterdam, J.G.C. van; Brink, W. van den; Goudriaan, A.E.; Kuypers, K.P.C.; Arends, R.; Schellekens, A.F.A. (Universiteit Maastricht - Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen, 2016)
      Op 1 januari 2017 zal het wetsvoorstel voor middelenonderzoek bij geweldplegers in werking treden. Het kabinet geeft met het wetsvoorstel uitvoering aan de motie-Markouch uit 2011 over middelengebruik als zelfstandig strafverhogend element bij geweld. In het Wetboek van Strafvordering worden twee nieuwe artikelen ingevoegd die opsporingsambtenaren de bevoegdheid geven om aangehouden verdachten van geweldsdelicten tegen personen, goederen en dieren te bevelen mee te werken aan een onderzoek naar gebruik van middelen. Het doel van de wetswijziging is om de aanpak van geweld onder invloed van alcohol of drugs te verbeteren en middelengerelateerd geweld terug te dringen, zodat de veiligheid in het openbare leven en in de huiselijke kring wordt vergroot. Bij algemene maatregel van bestuur zullen vooralsnog alleen alcohol, cocaïne, amfetamine en methamfetamine onder de wet gaan vallen, omdat van deze middelen volgens een NFI-expertgroep een relatie met geweld wordt aangenomen. Naast overmatig alcoholgebruik, leiden vooral het gebruik van cocaïne, amfetamine of methamfetamine in combinatie met alcohol tot hogere risico’s op gewelddadig gedrag. In het kader van het wetsvoorstel bestaat er een behoefte aan een ‘state-of-the-art’ inzicht in de relatie tussen middelengebruik en geweld. Het onderhavige literatuuroverzicht beoogt om de relatie te beschrijven op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur. INHOUD: . A. Samenvatting B. Inleiding en doelstelling C. Epidemiologie van alcohol- en druggerelateerd geweld D. Andere drugs en geweld E. Agressie onder invloed - drempel-concentraties F. Aard van het middelen-gerelateerd geweld - individuele en situationele factoren G. Antwoorden op de vragen van het WODC
    • Middelengebruik en geweld - Voorstellen voor onderzoek naar de grenswaarden voor alcohol en drugs

      Ramaekers, J.G.; Verkes, R.J.; Amsterdam, J.G.C. van; Brink, W. van den; Goudriaan, A.E.; Kuypers, K.P.C.; Arends, R.; Schellekens, A.F.A. (Universiteit Maastricht - Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen, 2016)
      Op 1 januari 2017 zal het wetsvoorstel voor middelenonderzoek bij geweldplegers in werking treden. Dit wetsvoorstel heeft tot doel om de aanpak van geweld onder invloed van alcohol of drugs te verbeteren. Het voorziet hiertoe in een wettelijke basis voor de inzet van middelentesten tegen geweldplegers. De resultaten van deze middelentesten kunnen worden betrokken bij de te vorderen respectievelijk op te leggen straf. Literatuuronderzoek (zie link hiernaast) laat zien dat een aantal vragen over middelengebruik en geweld nog onbeantwoord zijn. Het gaat om vragen als: Bestaat er een dosis effect relatie tussen alcohol/drug gebruik en geweld? Welke zijn de kenmerken van de deelgroep personen die agressief reageert onder invloed? Is agressie afhankelijk van tijdsduur na gebruik en hoe lang houdt deze reactie aan? Leidt combinatiegebruik van alcohol en/of drugs tot een verhoogd risico op agressie? Wat is de prevalentie van alcohol en drugs geïnduceerde agressie bij aangehouden geweldplegers in Nederland? Welke experimentele gedragsmetingen vormen een goede voorspeller van alcohol- en druggerelateerd geweld in het dagelijkse leven? Dit rapport biedt de basis voor onderzoeksvoorstellen die antwoord kunnen geven op bovenstaande vragen. Het rapport omschrijft de randvoorwaarden waaraan toekomstige studies naar de relatie tussen middelen en geweld moeten voldoen. Het rapport definieert ook belangrijke uitkomstmaten en hoe die kunnen worden geoptimaliseerd. INHOUD: 1. Samenvatting 2. Abstract 3. Inleiding en doelstelling 4. Literatuuronderzoek 5. Workshop 'Alcohol, drugs en geweld' 6. Onderzoekvoorstellen 7. Conclusies 8. Bijlage 1 Expertmeeting 9. Bijlage 2 Detectie alcohol en drugs bij geweldplegers
    • Monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid - Meting 2018

      Mennes, R.; Schoonbeek, I.; Pieper, R.; Bieleman, B. (Breuer & Intraval, 2020)
      Bij het ministerie van Justitie en Veiligheid is de behoefte ontstaan om de ontwikkelingen die samenhangen met het coffeeshopbeleid te volgen. Vanuit deze behoefte is een monitor tot stand gekomen waarmee de ontwikkelingen in het coffeeshop- en softdrugstoerisme, de situatie rondom de coffeeshops en de illegale verkoop van softdrugs in Nederland worden gevolgd. Voor deze monitor zijn reeds drie metingen uitgevoerd over respectievelijk de jaren 2014, 2015, 2016 en 2017. In dit rapport wordt verslag gedaan van de vijfde meting die betrekking heeft op het kalenderjaar 2018.De meting over het voorgaande jaar is te vinden via de link hiernaast. INHOUD: 1. Inleiding 2. Cijfermatige systeemkennis 3. Coffeeshop- en softdrugstoerisme 4. Situatie rondom coffeeshops 5. Illegale verkoop van softdrugs 6. Conclusies
    • Monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid - Meting 2015

      Mennes, R.; Snippe, J.; Sijtstra, M.; Bieleman, B. (Intraval, 2016)
      Bij het ministerie van Veiligheid en Justitie is de behoefte ontstaan om de ontwikkelingen die samenhangen met het coffeeshopbeleid in 2014, 2015 en 2016 te volgen, daar een landelijk beeld van te verkrijgen en de ontwikkelingen te duiden. Vanuit deze behoefte is een monitor tot stand gekomen waarmee de ontwikkelingen in coffeeshop- en softdrugstoerisme, softdrugsgerelateerde overlast, drugsrunnen en de verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshop worden gevolgd. De monitor bestaat in totaal uit drie metingen, waarvan de eerste inmiddels over 2014 is uitgevoerd (zie link hiernaast). Dit is de rapportage van de tweede meting die over 2015 is verricht. INHOUD: 1. Inleiding 2. Cijfermatige systeemkennis 3. Coffeeshops en beleid 4. Coffeeshop- en softdrugstoerisme 5. Coffeeshopoverlast 6. Illegale verkoop 7. Conclusies
    • Monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid - Meting 2016

      Mennes, R.; Snippe, J.; Sijtstra, M.; Bieleman, B. (Intraval, 2017)
      Bij het ministerie van Veiligheid en Justitie is de behoefte ontstaan om de ontwikkelingen die samenhangen met het coffeeshopbeleid in 2014, 2015 en 2016 te volgen, daar een landelijk beeld van te verkrijgen en de ontwikkelingen te duiden. Vanuit deze behoefte is een monitor tot stand gekomen waarmee de ontwikkelingen in coffeeshop- en softdrugstoerisme, softdrugsgerelateerde overlast, drugsrunnen en de verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshop worden gevolgd. De monitor bestaat in totaal uit drie metingen, waarvan de eerste twee metingen (over 2014 en 2015) inmiddels inmiddels uitgevoerd (zie links hiernaast). Dit is de rapportage van de derde meting die over 2016 is verricht. De centrale probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: Welke (cijfermatige) ontwikkelingen zijn er in de softdrugsgerelateerde overlast, de verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshops, het drugsrunnen en het coffeeshop- en softdrugstoerisme in 2016? Welke ontwikkelingen zijn waarneembaar in de geografische spreiding van deze fenomenen? Hoe kunnen deze fenomenen lokaal nader geduid worden? INHOUD: 1. Inleiding 2. Cijfermatige systeemkennis 3. Coffeeshops en beleid 4. Coffeeshop- en softdrugstoerisme 5. Coffeeshopoverlast 6. Illegale verkoop 7. Conclusies
    • Monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid - Meting 2017

      Mennes, R.; Schoonbeek, I.; Molen, J. van der; Bieleman, B. (Breuer & Intraval Onderzoek en Advies, 2018)
      Bij het ministerie van Justitie en Veiligheid is de behoefte ontstaan om de ontwikkelingen die samenhangen met het coffeeshopbeleid te volgen. Vanuit deze behoefte is een monitor tot stand gekomen waarmee de ontwikkelingen in het coffeeshop- en softdrugstoerisme, de situatie rondom de coffeeshops en de illegale verkoop van softdrugs in Nederland worden gevolgd. Voor deze monitor zijn reeds drie metingen uitgevoerd over respectievelijk de jaren 2014, 2015 en 2016. In dit rapport wordt verslag gedaan van de vierde meting die betrekking heeft op het kalenderjaar 2017.De metingen over de voorgaande jaren zijn te vinden via de link hiernaast. INHOUD: 1. Inleiding 2. Cijfermatige systeemkennis 3. Coffeeshops en beleid 4. Coffeeshop- en softdrugstoerisme 5. Situatie rondom coffeeshops 6. Illegale verkoop van softdrugs 7. Conclusie
    • Nationale Drug Monitor - jaarbericht 2012

      Laar, M.W. van (red.); Cruts, A.A.N. (red.); Ooyen-Houben, M.M.J. van (red.); Meijer, R.F. (red.); Croes, E.A. (red.); Ketelaars, E.A. (red.); Verdurmen, J.E.E. (red.); Brunt, T. (red.); Sheikh-Alibaks, R. (medew.); Dijk, J.J. van (red.) (Trimbos-instituut, 2013)
      De Nationale Drug Monitor (NDM) geeft sinds 1999 jaarlijks een cijfermatig overzicht van wat bekend is over het gebruik van drugs en problemen rond drugs in Nederland.1 De NDM brengt informatie uit registratiesystemen, surveys en ander onderzoek bijeen en beschrijft de stand van zaken in het peiljaar en de ontwikkelingen over meerdere jaren. Het WODC verzorgt elk jaar twee hoofdstukken in de NDM, die beide handelen over drugsgerelateerde criminaliteit en overlast. Een hoofdstuk betreft informatie over de productie, smokkel, handel en bezit van drugs en precursoren, misbruik van chemicaliën voor drugsproductie en drugsgerelateerde georganiseerde criminaliteit. Het tweede hoofdstuk handelt over delinquente drugsgebruikers: hun kenmerken, de delicten die ze plegen, de overlast die ze veroorzaken en de interventies die door Veiligheid en Justitie gepleegd worden om het delictgedrag en de overlast terug te dringen. De twee hoofdstukken over drugsgerelateerde criminaliteit en overlast van de NDM laten de stand van zaken zien in het peiljaar (nu: 2011) en schetsen de ontwikkelingen over de periode 2004-2011.
    • Nationale Drug Monitor - jaarbericht 2011

      Laar, M.W. van (red.); Cruts, A.A.N. (red.); Ooyen-Houben, M.M.J. van (red.); Meijer, R.F. (red.); Croes, E.A. (red.); Ketelaars, A.P.M. (red.) (Trimbos Institituut, 2012)
      De Nationale Drug Monitor (NDM) geeft sinds 1999 jaarlijks een cijfermatig overzicht van wat bekend is over het gebruik van drugs en problemen rond drugs in Nederland.1 De NDM brengt informatie uit registratiesystemen, surveys en ander onderzoek bijeen en beschrijft de stand van zaken in het peiljaar en de ontwikkelingen over meerdere jaren. Het WODC verzorgt elk jaar twee hoofdstukken in de NDM, die beide handelen over drugsgerelateerde criminaliteit en overlast. Een hoofdstuk betreft informatie over de productie, smokkel, handel en bezit van drugs en precursoren, misbruik van chemicaliën voor drugsproductie en drugsgerelateerde georganiseerde criminaliteit. Het tweede hoofdstuk handelt over delinquente drugsgebruikers: hun kenmerken, de delicten die ze plegen, de overlast die ze veroorzaken en de interventies die door Veiligheid en Justitie gepleegd worden om het delictgedrag en de overlast terug te dringen. De twee hoofdstukken over drugsgerelateerde criminaliteit en overlast van de NDM laten de stand van zaken zien in het peiljaar (nu: 2010) en schetsen de ontwikkelingen over de periode 2004-2010.