• Bedreigingen en intimidaties van burgemeesters in relatie tot de bestuurlijke aanpak

      Klein Kranenburg, L.; Doeschot, F. ten; Bouwmeester, J.; Andringa, W. (I&O Research, 2020)
      Het doel van het onderzoek is het bieden van inzicht in de aard en omvang van de bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, alsook in het aantal aangiften, vervolgingen en veroordelingen. Tevens dient het onderzoek inzicht te geven in de mogelijke relatie tussen de mate waarin burgemeesters gebruikmaken van het instrumentarium onder de noemer van ‘bestuurlijke aanpak’ en het zich voordoen van bedreigingen en intimidaties tegen hen. In dit onderzoek staan de volgende twee vragen centraal: Wat is in de periode vanaf 2010 de aard en omvang van het aantal bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, hoe vaak doen zij daarvan aangifte, hoe vaak wordt er een verdachte opgepakt en hoe vaak vindt er vervolging en veroordeling plaats? In hoeverre is er wel of niet een relatie tussen de bestuurlijke aanpak en het zich voordoen van bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, uitgesplitst naar de aard van de bedreiging of intimidatie en naar het type dader? INHOUD: 1. Inleiding 2. Bestuurlijke aanpak 3. Slachtofferschap en strafrechtelijke reactie 4. Relatie tussen inzet OOV-bevoegdheden en bedreiging/intimidatie 5. Conclusies en slotbeschouwing
    • Cameratoezicht door gemeenten - Evaluatie wetswijziging artikel 151c Gemeentewet

      Flight, S.; Klein Kranenburg, L.; Straaten, G. van (Sander Flight Onderzoek & Advies, 2022-04-12)
      Gemeenten kunnen sinds 2006 op grond van artikel 151c van de Gemeentewet cameratoezicht inzetten voor handhaving van de openbare orde. Dat wetsartikel is aangepast in 2016 om flexibel cameratoezicht mogelijk te maken. Vijf jaar na de wetswijziging is in opdracht van het WODC een evaluatie uitgevoerd om de doeltreffendheid en effecten van flexibel cameratoezicht in de praktijk vast te stellen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wetsgeschiedenis 3. Aard en omvang van cameratoezicht 4. Besluitvorming privacy en kenbaarheid 5. Rechtstreeks toezicht, opsporing en technologie 6. Effectiviteit van cameratoezicht 7. Conclusies met betrekking tot de wetswijziging.
    • Cameratoezicht in Nederland - Een schets van het Nederlandse cameralandschap

      Flight, S. (DSP-groep, 2013)
      Onderzoek naar de verschillende vormen van cameratoezicht, de doeleinden van de verwerking van de beelden, de wijze van organiseren en het delen van camerabeelden met derden voor gebruik voor andere c.q. verwante doelen, de juridische grenzen, kosten en effectiviteit ervan en de ontwikkelingen die hierop van invloed zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Domeinen en doelen 3. Organisatorisch 4. Juridisch 5. Techniek en kosten
    • De burgemeester

      Korsten, A.F.A.; Karsten, N.; Schaap, L.; Verheul, W.J.; Bennekom, R. van; Eenhoorn, H.B.; Ostaaijen, J. van; Engberts, A.B.; Cornelissen, H.G.M.; Sackers, H.J.B.; et al. (WODC, 2010)
      ARTIKELEN: 1. A.F.A. Korsten - Gedwongen vertrek van burgemeesters 2. N. Karsten, L. Schaap en W.J. Verheul - Stijlen van lokaal leiderschap; over burgemeesters, rolopvattingen en -verwachtingen 3. R. van Bennekom - Profiel van de Nederlandse burgemeester 4. H.B. Eenhoorn - Hoe het licht valt; een persoonlijke visie op het burgemeesterschap 5. J. van Ostaaijen - Leren van Vlaanderen; kenmerken van de Vlaamse burgemeester ter inspiratie voor het Nederlandse debat 6. A.B. Engberts en H.G.M. Cornelissen - Swiebertje en Superman; de burgemeester en zijn taak in de openbare orde en veiligheid 7. H.J.B. Sackers - De burgemeester als veiligheidsbaas 8. R. Bron en M. Zannoni - De burgemeester in crisistijd; schakelen tussen bestuurlijke moed en terughoudendheid 9. Internetsites SAMENVATTING: Dit themanummers bevat diverse artikelen over de veranderde positie, rol en bevoegdheden van burgemeesters. Twee ontwikkelingen spelen hierbij een rol. Ten eerste het relatief grote aantal burgemeesterscrises in het afgelopen decennium. De burgemeester wordt doorgaans door de gemeenteraad voorgedragen en benoemd en neemt daarmee een politiek afhankelijker en kwetsbaarder positie in. Een tweede ontwikkeling is de opmars van de burgemeester in het veiligheidsdomein. Door een hele serie wettelijke maatregelen kan de burgemeester tegenwoordig met een beroep op openbare orde en veiligheid tal van ingrijpende maatregelen nemen, zowel in de publieke ruimte als achter de 'voordeur'.
    • Doelbereik van de pilot BIJ

      Schreijenberg, A.; Tillaart, J.C.M van den; Homburg, G.H.J. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2012)
      Doel van het project Bestuurlijke Informatie Justitiabelen (BIJ) is het verbeteren van de informatiepositie van het openbaar bestuur, in casu het bestuursorgaan 'burgemeester', en daarmee het handelings_perspectief van het openbaar bestuur te vergroten. Het gaat om burgemeesters tijdig te informeren over de aanstaande terugkeer in de gemeente van (bepaalde categorieën) ex-gedetineerden. Op basis daarvan kan een beoordeling gemaakt worden van dreigende verstoringen van de openbare orde als gevolg van de terugkeer en kunnen maatregelen getroffen worden om deze te voorkomen. INHOUD: 1. De pilot+ bestuurlijke informatie justitiabelen 2. Het onderzoek naar de pilot+ BIJ 3. Informatiegebruik bij de gemeenten 4. Maatregelen en meerwaarde 5. Beantwoording van de onderzoeksvragen 6. Conclusie
    • Dwangmiddelen en rechtsmiddelen - Strafvordering 2001: derde interimrapport

      Groenhuijsen, M.S. (red.); Knigge, G. (red.) (Rijksuniversiteit Groningen, 2002)
      In dit rapport staan de dwangmiddelen en rechtsmiddelen centraal. Een aantal onderwerpen ligt op het terrein van het onderzoek ter zitting en van het vooronderzoek. Met name gaat de aandacht uit naar de gewone rechtsmiddelen, en daarbij in het bijzonder naar het verzet en het hoger beroep. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de particuliere opsporing, aan de positie van het slachtoffer in het vooronderzoek en aan het zogenaamde 'derde spoor', de buitengerechtelijke sancitonering.
    • Eerste ervaringen met spoedeisend preventief fouilleren

      Bouwmeester, J.; Holzmann, M.; Siermann, T.; Flight, S. (I&O Research, 2016)
      De doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de ervaringen die gemeenten, en dan vooral de burgemeesters, hebben met spoedeisend preventief fouilleren sinds de wetswijziging van 1 juli 2014. In dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - Wat is de mate waarin het instrument van spoedeisend preventief fouilleren wordt ingezet door gemeenten? - In wat voor soort situaties en op grond van welke argumenten wordt gekozen voor spoedeisend preventief fouilleren? - Wat zijn de ervaringen van gemeenten/burgemeesters met spoedeisend preventief fouilleren en hoe wordt dit instrument bezien ten opzichte van de niet-spoedeisende variant of andere alternatieven? - Wat zijn de overwegingen geweest van gemeenten/burgemeesters die wel voornemens hebben (gehad) voor spoedeisend preventief fouilleren om daartoe niet daadwerkelijk over te gaan?
    • Evaluatie preventief fouilleren

      Winter, H.B.; Beukers, M.; Boxum, C.; Cazemier, J.; Vols, M. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2022-06-17)
      De volgende vraagstelling staat in het onderzoek centraal: In welke mate en met welke overwegingen wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot (spoedeisend) preventief fouilleren (artikel 151b en 174b Gemeentewet), wat zijn de ervaringen van betrokken professionals en van betrokkenen op wie het instrument wordt toegepast, in hoeverre worden de beoogde doelstellingen gerealiseerd en wat zijn de mogelijkheden om de toepassing van het instrument preventief fouilleren te verruimen of verder te optimaliseren? Deze centrale vraagstelling is onderverdeeld in vier onderzoeksthema’s. Het gaat: I. Beleidsreconstructie; II. Toepassing preventief fouilleren; III. Overwegingen en ervaringen; en IV. Werking en doelbereiking. INHOUD: 1. Inleiding; 2. Juridisch kader; 3. Toepassing in aantallen; 4. Overwegingen voor de inzet en besluitvorming; 5. Uitvoeringspraktijk; 6. Werking en doelbereiking; en 7. Conclusie
    • Evaluatierapport wijzigingen artikel 141 Wetboek van Strafrecht en artikel 540 e.v. Wetboek van Strafvordering

      Mein, A.; Hartmann, A. (WODC, 2004)
      Het rapport bevat een verslag van een onderzoek naar praktijkervaringen met nieuwe wetgeving die voortvloeide uit de organisatie van het Europees Kampioenschap Voetbal. De wijziging van artikel 141 Wetboek van Strafrecht was van belang omdat bij de strafrechtelijke aanpak van openlijke geweldpleging politie en openbaar ministerie een probleem hadden met de vervolging van relschoppers die zelf niet actief gewelddadig waren, maar wel op een andere manier betrokken waren bij het geweld. Dat zou met het toen naderende EK tot onwenselijke situaties leiden. Na aanpassing van de wet is vervolging van deze personen beter mogelijk. Dit heeft geresulteerd in een effectievere aanpak van voetbalgeweld, aldus de onderzoekers in hun rapport.
    • Het straffende bestuur

      Terpstra, J.; Havinga, T.; Pal, J. van der; Slangen, H.M.G.; Berghuis, A.C.; Mein, A.G.; Stokkom, B.A.M. van; Michiels, F.C.M.A.; Ewijk, M.D. van; Niemeijer, E.; et al. (WODC, 2005)
      ARTIKELEN: 1. J. Terpstra en T. Havinga - Gemeenten, boetes en kleine ergernissen 2. J. van der Pal en H.M.G. Slangen - Reikwijdte bestuurlijke boete is te beperkt 3. A.C. Berghuis - De bestuurlijke boete en het verlangen naar handhaving 4. A.G. Mein - Wet bestuurlijke boete: recht doen aan gemeentelijke autonomie 5. B.A.M. van Stokkom - Zero tolerance in de praktijk; handhaving van de 'kleine norm' door politie of boa's 6. F.C.M.A. Michiels - De bestuurlijke boete als remedie tegen handhavingstekorten 7. M.D. van Ewijk en E. Niemeijer - Bestuurlijke boetes: extra werk voor de rechtspraak? 8. A.R. Hartmann - Strafbeschikking en bestuurlijke boete: wildgroei in de handhaving? 9. J. van Zijl - Het O.M. beschikt tot straf; een strafrechtelijk novum 10. M. Malsch - Geregisseerde openbaarheid; het O.M. en de zichtbaarheid van transacties 11. J.F. Nijboer - Plea bargain en O.M.-afdoening als functionele equivalenten? 12. Boekrecensie - J. de Ridder over het rapport 'Handhaven en gedogen' van de Algemene Rekenkamer 13. Internetsites over het straffende bestuur SAMENVATTING: De aflevering van Justitiële verkenningen van september 2005 richt de aandacht op het verschijnsel dat er in Nederland steeds meer wordt gestraft buiten de rechter om. Enerzijds gaat het om bestuursorganen die boetes uitdelen. Circa zestig wetten kennen in 2005 al de mogelijkheid van een bestuurlijke boete als afdoeningsvorm. Maar ook langs een andere weg wordt geprobeerd de inschakeling van de rechter te vermijden, namelijk door het Openbaar Ministerie – onder beperkingen en voorwaarden - een zelfstandige sanctiebevoegdheid te geven. Begin 2005 ging de Tweede Kamer akkoord met het wetsvoorstel O.M.-afdoening. De verschillen met de al veel langer bestaande transactiebevoegdheid van het O.M. worden in dit nummer belicht. Ook de mogelijke gevolgen van de invoering van de O.M.-afdoening voor de rechtsbescherming, de openbaarheid en de machtspositie van het O.M. en de politie komen in dit nummer aan bod. Daarnaast is er veel aandacht voor ‘het straffende gemeentebestuur’, ofwel de wetsvoorstellen bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte en bestuurlijke boete fout parkeren en andere lichte verkeersovertredingen. Gemeentebesturen krijgen – als zij dat wensen – de bevoegdheid verleend boetes op te leggen voor overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening en voor parkeer- en andere lichte verkeersovertredingen. Hiermee zou een betere naleving van regels moeten worden bereikt. Maar er is nogal wat kritiek op deze voorstellen. Steeds meer instanties bemoeien zich met de handhaving. Nog afgezien van juridisch-technische problemen dreigt een zeer onoverzichtelijke situatie te ontstaan voor de burger, met als gevolg dat de rechtsbescherming onder druk komt te staan. Volgens de redactie zou het kortzichtig zijn deze wettelijke ingrepen louter te zien als maatregelen ter bevordering van een grotere efficiëntie in de rechtspleging. De veranderingen worden namelijk niet voor niets doorgevoerd in een tijd waarin de roep om striktere handhaving en strengere straffen luid klinkt. Verscheidene auteurs wijzen erop dat naleving van regels ook op andere manieren kan worden bevorderd en dat er grenzen zijn aan hetgeen met handhaving en boetes te bereiken valt.
    • Indicatoren van (georganiseerde) criminaliteit en ondermijning op bedrijventerreinen - Een verkennend onderzoek in de gemeente Tilburg

      Bolsius, Y.; Höcük, S.; Prüfer, P.; Kolthoff, E. (Tilburg University - CentERdata, 2018)
      Het doel van dit onderzoek was te bepalen of er indicatoren konden worden gevonden waarmee het voor bestuurders inzichtelijk wordt in welk stadium een bedrijventerrein verkeert in de ontwikkeling of aanwezigheid van (georganiseerde) criminaliteit en ondermijning. Aan de hand van welke indicatoren kan inzichtelijk worden gemaakt waar een bedrijventerrein zich op de ‘glijdende schaal’ van (georganiseerde) criminaliteit en ondermijning bevindt?
    • Integrale Handhaving - Een onderzoek naar vormen van integrale handhaving van het beleid t.a.v. openbare inrichtingen

      Bekkers, V.J.J.M.; Fenger, H.J.M.; Homburg, V.M.F.; Ringeling, A.B. (WODC, 2002)
      Het doel van deze studie was input leveren voor en afwegingskader voor het kabinet m.b.t. de beslissing om al dan niet een gemeentelijk integraal toezichthouder op openbare inrichtingen (en eventuele andere inrichtingen) in bijzondere wetgeving mogelijk te maken.
    • Knelpuntenonderzoek veiligheidsregelgeving - Inventarisatie en analyse van knelpunten in de regelgeving die de publieksveiligheid raken

      Herder, J.A. den; Soer, J.H.K.C.; Wichers Hoet, A.W. (DHV Huisvesting en Vastgoed, 2002)
      De probleemstelling luidt als volgt: Waar is sprake van tegenstrijdigheid/complexiteit/samenloop/onduidelijkheid op het gebied van veiligheidsregelgeving welke tot knelpunten in de toepassing, uitvoering en handhaving aanleiding geeft met betrekking tot drie geselecteerde publieke objecten (staions, horeca, scholen) en welke verbeteringen zijn mogelijk?
    • Krijgsmacht en politietaken

      Bervoets, E.; Eijgenraam, S.; Smeets, J.; Neuteboom, P.; Hovens, H.; Voetelink, J.; Timer, J.; Veenendaal, E. van; Noll, J. (WODC, 2018)
      ARTIKELEN: 1. Eric Bervoets en Sander Eijgenraam - Defensiehulp in het licht van een pluraliserende politiefunctie 2. Jos Smeets - Politie, krijgsmacht en ordehandhaving: Een historisch perspectief (1850-2000) 3. Peter Neuteboom en Hans Hovens - Hybridisering van de zwaardmachten: Realiteit of fictie? 4. Joop Voetelink - Krijger als opsporingsambtenaar? 5. Jaap Timmer - Politie en krijgsmacht samen in speciale eenheden voor de politietaak 6. Etienne van Veenendaal en Jörg Noll - Strategische sturing van de KMar bij dreigingen en crisissituaties SAMENVATTING: Dit themanummer gaat over de rol van de krijgsmacht in de binnenlandse rechtshandhaving. Interne en de externe veiligheid zijn tegenwoordig op allerlei manieren en in toenemende mate verweven. Denk bijvoorbeeld aan internationale spanningen die kunnen leiden tot lokale polarisatie tussen bevolkingsgroepen, ook wel glocalisering genoemd. Ook de terrorismedreiging in de afgelopen twintig jaar vloeit direct voort uit gewapende conflicten in het buitenland en brengt nieuwe dilemma’s met zich mee, zoals de terugkeer van Syriëgangers. Een fenomeen als cybercrime is in zijn aard eveneens internationaal. Daarnaast heeft lokale criminaliteit vaak internationale aspecten. Tegen deze achtergrond zien we dat militairen in de afgelopen decennia veelvuldig zijn ingezet bij internationale vredesoperaties. Daardoor is de krijgsmacht zelf van karakter veranderd en hebben militairen extra vaardigheden moeten ontwikkelen die gericht zijn op op het uitvoeren van veiligheidstaken in een civiele omgeving, dit in samenwerking met burgers en civiele organisaties (‘constabularisering’). Bovendien heeft de krijgsmacht door deze veranderende taken nu meer technische hulpmiddelen in huis die tevens nuttig zijn bij de opsporing van commune misdrijven. Het is tegenwoordig niet ongewoon dat militairen taken uitvoeren die sterk doen denken aan het werk van opsporingsdiensten: het veiligstellen van bewijs voor een (internationale) strafzaak, het onderscheppen van partijen drugs of bijvoorbeeld een rechercheteam van de politie in Nederland bijstaan met een speciaal zoekteam met geavanceerde apparatuur. De defensiehulp aan politie en justitie wordt niet slechts geleverd door de opsporingsambtenaren van de Koninklijke Marechaussee, maar juist ook door militairen van ‘groene’ legeronderdelen. Dit gebeurt in het kader van zogeheten ‘nationale operaties’. Deze militaire bijstand is niet onomstreden en levert soms wrijvingen op tussen de krijgsmacht en de politieorganisatie. Verder zullen we zien dat de grenzen tussen de politie en de krijgsmacht in de praktijk altijd fluïde zijn geweest, dit in weerwil van officiële uitgangspunten. Voor de hand ligt in dat verband de Koninklijke Marechaussee te noemen, een politieorganisatie met een militaire status. Tot zeker de Tweede Wereldoorlog verzorgde de Marechaussee de basispolitietaak in grote delen van Nederland. Deze hybride organisatie opereert in het grensgebied van krijgsmacht en politiebestel. Dat geldt eveneens voor de speciale eenheden die in Nederland verantwoordelijk zijn voor terreurbestrijding en het aanhouden van gevaarlijke verdachten. Ook daaraan wordt aandacht besteed in dit nummer.
    • De Nederlandse seksbranche - Een onderzoek naar de omvang, aard, beleid, toezicht en handhaving

      Bleeker, Y.; Braak, G. van den; Korf, W. (medew.); Leemans, A. (medew.) (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-12-30)
      In Nederland zijn gemeenten sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 verantwoordelijk voor het formuleren van prostitutiebeleid. Dat leidt tot verschillen tussen gemeenten. De mogelijk aankomende Wet regulering sekswerk (Wrs) beoogt, in grote lijnen, om toezicht en handhaving in gemeenten te uniformeren en beleidsverschillen tussen gemeenten te verkleinen. Om later de effecten van deze wetswijziging te kunnen achterhalen, is Regioplan gevraagd om een nulmeting uit te voeren. In dit onderzoek keken we ten eerste naar de omvang en aard van (delen van) de vergunde en onvergunde seksbranche. Ten tweede onderzochten we gemeentelijk beleid. Ten derde richtten we ons op de organisatie en resultaten van toezicht en handhaving. INHOUD: 1. Inleiding 2. Omvang en aard 3. Prostitutiebeleid 4. Toezicht en handhaving 5. Conclusies
    • Op doel? - evaluatie van de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast

      Sibma, A.; Struiksma, N.; Beswerda, E.; Woestenburg, N. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2012)
      Op 1 september 2010 is de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO) in werking getreden, ook wel bekend als de Voetbalwet. Doel van de wet is het voorkomen van een herhaling van ernstig overlastgevend gedrag. De centrale vraag voor dit onderzoek luidt als volgt: Wanneer en onder welke omstandigheden wordt de Wet MBVEO succesvol toegepast en wanneer niet, waarom is dat het geval en kunnen op basis van die verklaringen - wat betreft de aanpak van voetbalvandalisme mede naar aanleiding van de ervaringen in Engeland en Wales - oplossingsrichtingen worden geformuleerd voor knelpunten bij de aanpak van ernstige overlast? INHOUD: 1. Onderzoeksvragen en -aanpak 2. Wet MBVEO 3. Overige bevoegdheden 4. Werking en praktijk 5. Engeland en Wales 6. Conclusies en oplossingsrichtingen
    • Orde in de openbare orde

      Jong, M.A.D.W. de; Woude, W. van der; Zorg, W.S.; Broeksteeg, J.L.W.; Nehmelman, R.; Tappeiner, I.U.; Kummeling, H.R.B.M. (Universtiteit Utrecht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid afdeling SBR, 2016)
      De afgelopen decennia is het aantal openbare-ordebevoegdheden van de burgemeester sterk gegroeid. De burgemeester is daarmee een factor van grote betekenis geworden in de keten van rechtshandhaving in de publieke ruimte. Dit onderzoek betreft het in kaart brengen van de mogelijkheden om de overzichtelijkheid en toepasbaarheid van het openbare-orderecht te verbeteren. Gelet op de hierboven gegeven schets van de achtergrond van dit onderzoek, springt een aantal nadere onderzoeksthema’s in het oog. Deze kunnen worden verdeeld in drie hoofdcategorieën. Het betreft: 1. de bevoegdheden zelf; 2. de drager(s) van de bevoegdheden; en 3. de juridische inbedding daarvan. Het eerste deelonderzoek betreft de openbare-ordebevoegdheden zelf. Ten aanzien van deze bevoegdheden is in kaart gebracht hoe deze in de praktijk functioneren en welke juridische en praktische knelpunten zich daarbij voordoen. Dit betreft de ‘klassieke’ openbare-ordebevoegdheden, zoals deze zijn opgenomen in de Gemeentewet, de Wet veiligheidsregio’s (voor wat betreft het opperbevel bij brand) en de Wet openbare manifestaties. Het tweede deelonderzoek betreft de dragers van de bevoegdheden. Gelet op zijn grote bevoegdhedenarsenaal staat de burgemeester daarin centraal. Het derde deelonderzoek betreft een meer wetssystematisch onderzoek naar de vraag welke de juridische gevolgen zijn van het op een andere manier systematiseren van de betreffende bevoegdheden, bijvoorbeeld door deze onder te brengen in een afzonderlijke wet. INHOUD: Deelonderzoek I: Openbare-ordebevoegdheden burgemeester 1. Inleiding 2. Artikel 172 Gemeentewet (taak en bevelsbevoegdheid) 3. Artikel 172a en 172b Gemeentewet (voetbalvandalisme en ernstige overlast) 4. Artikel 174 Gemeentewet (in het bijzonder het tweede lid) 5. Artikel 175 en 176 Gemeentewet (noodbevel en noodverordening) 6. Artikel 154a en 176a Gemeentewet (bestuurlijke ophouding) 7. Artikel 151b (aanwijzing veiligheidsrisicogebied) en artikel 174b (spoedfouillering) 8. Artikel 151c Gemeentewet (cameratoezicht) 9. Artikel 174a Gemeentewet (woningsluiting) 10. Artikel 13b Opiumwet (bestuursdwang) 11. Concept-artikel 151d Gemeentewet (gedragsaanwijzing) 12. Artikel 509hh Wetboek van Sv (gedragsaanwijzing door OvJ) 13. Artikel 540-550 Wetboek van Sv (rechterlijke bevelen ter handhaving openbare orde) 14. Artikel 2 Wet tijdelijk huisverbod (huisverbod) 15. Artikel 507 jo. artikel 2 Wet openbare manifestaties 16. Artikel 4 Wvr (bevoegdheid bij brand en ongevallen) en andere aspecten van de Wvr 17. Slotbeschouwing - Deelonderzoek II: De ontwikkeling van het ambt van burgemeester en zijn verhouding tot andere gemeentelijke ambten 1. Inleiding 2. Ontwikkelingen 3. Competentie in het openbare-orderecht; verhouding tussen de ambten 4. Tot slot - Deelonderzoek III: Scenario's ter verbetering van inzichtelijkheid en toepasbaarheid van het openbare-orderecht 1. Inleiding 2. Probleemanalyse 3. Algemene observaties 4. Varianten van herstructurering 5. Conclusie
    • Privatisering en publiek-private samenwerking

      Waard, J. de; Steden, R. van; Kruize, P.; Terpstra, J.; Loveday, B.; Struiksma, N.; Winter, H.B.; Vey Mestdagh, C.N.J. de; Zuijlen, T. van; Hoogenboom, A.B. (WODC, 2012)
      ARTIKELEN: 1. J. de Waard en R. van Steden - De opmars van de private veiligheidszorg; een nationaal en internationaal perspectief 2. P. Kruize - De rol van Falck in de Deense brandbestrijding 3. J. Terpstra - Particuliere beveiligers als publieke handhavers; de inzet van private boa's door gemeenten 4. B. Loveday - De privatisering van politietaken in Engeland en Wales 5. N. Struiksma en H.B. Winter - Marktwerking in het forensisch onderzoek: toekomst of toekomstmuziek? 6. C.N.J. de Vey Mestdagh en T. van Zuijlen - Private rechtspraak: online én offline een realiteit 7. Boekrecensie: Pleidooi voor kleine verhalen - A.B. Hoogenboom bespreekt 'Orde in veiligheid; een dynamisch perspectief' van M.B. Schuilenburg 8. Internetsites. SAMENVATTING: In dit themanummer wordt de trend naar uitbesteding van publieke taken in de justitieketen aan private partijen in beeld gebracht.
    • Registratie en besteding van de proces verbaal-vergoedingen door gemeenten

      Aarts, L.J.M.; Gielen, M.A.G.; Kuin, M.C.; Faber, D. (APE Public Economics, 2015)
      Het onderzoek brengt in kaart op welke wijze gemeenten omgaan met de vergoeding van het Rijk voor het uitschrijven van de bestuurlijke strafbeschikking (BSB) overlast en parkeren en in hoeverre en op welke wijze de bestedingen van de Rijksvergoedingen door gemeenten worden geregistreerd. Hiermee wordt, voor zover dat mogelijk is, invulling gegeven aan de motie van Dijkhoff en Segers (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2014-2015, 34 000 VI, nr. 28).