• Civiele rechtspraak

      Eshuis, R.J.J.; Diephuis, B.J. (WODC, 2018)
      Dit factsheet heeft de civiele rechtspraak als onderwerp. Het is een geactualiseerde versie van het vierde hoofdstuk uit de publicatie ‘Rechtspleging Civiel en Bestuur’, dat in 2013 voor het laatst in druk verscheen. De gepresenteerde gegevens omvatten in- en uitstroomgegevens, doorlooptijden en gegevens over het soort geschil en het financieel belang.
    • Civielrechtelijke verkenningen in cijfers

      Unknown author (WODC, 1987)
      Dat het terrein van het civiele recht kwantitatief zo ondoorzichtig is, heeft mede te maken met de aard van het recht tussen particulieren. Vooraleer een rechter zich met hun problematiek inlaat, hebben zij een lange weg kunnen bewandelen — via advocatuur, consumenten-organisaties enzovoort — die zich aan het oog van de statistiek onttrekt. In dit themanummer van JV is een aantal artikelen opgenomen waarin vooral kwantitatieve gegevens worden verschaft met betrekking tot de civiele rechtspraak.
    • Het Civil Resolution Tribunal - Een eerste verkenning

      Geurts, T.; Teeuwen, G. (WODC, 2021-11-29)
      Het Civil Resolution Tribunal (CRT) is een geschilbeslechtingsinstantie voor burgers en bedrijven in Brits-Columbia, een provincie van Canada. Het betreft een door de overheid ingestelde voorziening in het civielrechtelijke domein voor het behandelen van wat we in Nederland ‘handelszaken’ zouden noemen. De procedure verloopt in principe volledig digitaal en vervangt de procedure bij de rechtbank. De gedachte achter de instantie is dat het de toegang tot professionele geschilbeslechting eenvoudiger maakt. Daarnaast zouden geschillen sneller, voordeliger, informeler en flexibeler kunnen worden opgelost door middel van een overeenkomst tussen partijen en, waar nodig, een beslissing van het tribunaal. De meerwaarde van dit systeem voor de Nederlandse context is echter niet zonder meer duidelijk. Het onderhavige onderzoek beoogt inzicht te geven in de ontstaansgeschiedenis van dit geschilbeslechtingstribunaal en in kaart te brengen wat de mogelijke voor- en nadelen zijn van invoering van een soortgelijk systeem in Nederland. De volgende vier onderzoeksvragen staan in dit onderzoek centraal: 1. Wat is de ontstaansgeschiedenis van het CRT-systeem? 2. Wat zijn de kenmerken van het CRT-systeem? 3. Welke voor- en nadelen van (elementen van) het CRT-systeem worden in de rechtswetenschappelijke literatuur genoemd in de periode 2012 tot en met medio 2020? 4. Hoe verhoudt het CRT-systeem zich tot de Nederlandse context? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Ontstaansgeschiedenis van het CRT, 3. Kenmerken van het CRT-systeem, 4. Voor- en nadelen van het CRT-systeem, 5. Vergelijking met Nederland, 6. Samenvatting en conclusie.
    • Daling instroom civiele handelszaken onderzocht - Verslag wetenschappelijk forum, 1 mei 2014

      Eshuis, R.J.J. (red.); Tulder, F.P. van (red.) (WODC, 2014)
      Het aantal civiele rechtszaken is in de afgelopen decennia gestaag toegenomen. Het aantal handelszaken steeg van ruim 300.000 in het jaar 2000 tot bijna 700.000 in 2010. Rond de jaarwisseling 2009/2010 sloeg de trend om en begon de instroom van dit type zaken te dalen. Welke factoren zijn van invloed op het beroep op de civiele rechter? Al enige jaren proberen het WODC en de Raad voor de rechtspraak samen daar beter zicht op te krijgen, om prognoses te maken van het te verwachten beroep op de rechter en zo de begroting van de Rechtspraak beter te kunnen onderbouwen. In het voorjaar van 2014 verschenen publicaties van het WODC en van Raad voor de rechtspraak (Rvdr) met verschillende antwoorden op die vraag. WODC en Rvdr hebben hierin aanleiding gezien een ‘wetenschappelijk forum’ te organiseren, waarop drie onderzoeken werden gepresenteerd en bediscussieerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. De drie onderzoeken 3. De referenten aan het woord 4. Reacties van de onderzoekers 5. Nawoord Leeuw en Van Dijk
    • De rechter op afstand - Een verkennend onderzoek naar de relatie tussen reisafstand en het gebruik van rechtspraak

      Eshuis, R. (WODC, 2017)
      De voorliggende rapportage doet verslag van een studie ten behoeve van de Commissie Evaluatie Wet herziening gerechtelijk kaart. De centrale vraag in deze verkenning luidt: ‘Heeft het opheffen van rechtspraak-locaties (c.q. toename van reisafstanden voor rechtzoekenden) consequenties voor het gebruik van rechtspraak?’.Bij ‘gebruik’ wordt onderscheid gemaakt tussen eisers en gedaagden. Eisers zijn de partijen die zaken aanbrengen. Minder gebruik betekent dat zij minder geneigd zijn hun geschil voor de rechter te brengen (met minder instroom van zaken als resultaat). Voor gedaagden zullen we onder ‘gebruik’ verstaan het voeren van verweer. Hogere drempels zouden ertoe kunnen leiden dat gedaagden vaker afzien van verweer, en zaken bij verstek worden afgedaan. Het onderzoek wordt uitgevoerd voor een specifiek type zaken: civiele handelszaken die onder de competentie van de kantonrechter vallen.In de factsheet ‘Schaalgrootte rechtspraak in eerste aanleg’ (Factsheet, 2017-4), eveneens vervaardigd ten behoeve van de Commissie Evaluatie Wet herziening gerechtelijk kaart, werd beschreven welke veranderingen rond de herziening van de gerechtelijke kaart optraden in de schaalgrootte van de rechtspraak. Daarbij werd vooral gekeken naar de eerste aanleg, en daarbinnen naar de locaties waar kantonrechtspraak plaatsvindt. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksvraag en conclusie 3. Het arrondissement Limburg 4. Het arrondissement Noord-Holland 5. Regressieanalyse
    • Doorlooptijden - Eindrapport

      Bij, J. van der; Langbroek, P.; Fleur, E. (B&A Beleidsonderzoek en -Advies, 2002)
      Verkennende studie naar de mogelijkheden om doorlooptijden te kunnen genereren uit geautomatiseerde gegevensbestanden (meervoudige strafzaken, contradictoire handelszaken, echtscheidingen). Tevens een verkennende studie naar welke gegevens nodig zijn om zinvolle en betrouwbare informatie over doorlooptijden te verkrijgen.
    • Een kwestie van tijd - Onderzoek naar de doorlooptijd in handelszaken

      Eshuis, R.J.J. (WODC, 1998)
      Dit rapport gaat over de tijd die gemoeid is met de behandeling van rechtszaken, en wel specifiek de (civiele) handelszaken. Daarvan worden er jaarlijks een kleine 40.000 bij de Nederlandse rechtbanken aangebracht. Het onderzoek geeft antwoord op de volgende vragen: (*) hoe lang duurt het voor de rechtbank een uitspraak doet? (*) hoe groot zijn de verschillen tussen rechtbanken? (*) welke bijdrage leveren speciale 'snelle' procedurevormen, zoals het versneld regime, de verkorte-termijnprocedure en het comparitie-na-antwoordmodel, aan de vlotte afdoening van een geschil? Tot slot worden de belangrijkste leerpunten van het onderzoek geformuleerd, in het licht van de achterliggende beleidsvraag: welk beleid leent zich het meest voor het verkorten van de doorlooptijden in civiele bodemprocedures?
    • Haastige spoed... gaat dat wel goed? - tussenrapportage Evaluatie Versneld Regime

      Eshuis, R.J.J.; Klijn, A.; Kouwenberg, R.F.; Wemmers, J.M. (WODC, 1997)
      Het Versneld Regime (VR) is een modelprocedure, bedoeld om de snelheid en efficiency in de behandeling van civiele zaken te verbeteren. Deze rapportage geeft een beeld van de mate waarin van het versneld regime gebruik wordt gemaakt; het soort zaken waarin versneld regime wordt toegepast; de resultaten die met het versneld regime worden behaald, in termen van doorlooptijden.
    • Reistijd en gebruik van Rechtspraak in Noord-Nederland

      Eshuis, R.J.J. (WODC, 2018)
      In dit memorandum staat de relatie tussen reisafstanden naar rechtspraaklocaties, en het gebruik van rechtspraak centraal. De herziening van de gerechtelijke kaart – waarbij onder invloed van de sluiting van rechtspraaklocaties voor een deel van rechtzoekenden de reisafstanden toenamen, en voor andere rechtzoekenden deze niet veranderden – was aanleiding tot dit onderzoek. Het onderzoek richt zich op de grootste zaakstroom in eerste aanleg, de procedure in civiele handelszaken bij de kantonrechter. INHOUD: 1. Inleiding 2. De ontwikkeling van instroom en verstek in Noord-Nederland, opgeheven locaties versus gebleven locaties 3. Correlatie- en regressieanalyse 4. Conclusies
    • Schaalgrootte rechtspraak in eerste aanleg - Veranderingen in de grootte van rechtspraaklocaties onder invloed van de Herziening van de Gerechtelijke Kaart in 2013

      Eshuis, R. (WODC, 2017)
      In 2013 werd de ‘Gerechtelijke Kaart’ van Nederland ingrijpend herzien. Het aantal arrondissementen en locaties waar kantonrechters zitting houden werd aanmerkelijk kleiner. Dat leidt tot schaalvergroting bij de resterende arrondissementen en locaties. Deze factsheet beschrijft die ontwikkeling.Zie ook het bijbehorende onderzoeksrapport De rechter op afstand (Cahier, 2017-4) (zie link bij: Meer informatie).
    • Van rechtbank naar kanton - Evaluatie van de competentiegrensverhoging voor civiele handelszaken in 1999

      Eshuis, R.J.J.; Paulides, G. (WODC, 2002)
      Dit onderzoek brengt in kaart wat de gevolgen zijn van de verschuiving van de competentiegrens van fl. 5000,- naar fl. 10.000 per 1-1-1999. In algemene zin kan de competentiegrensverschuiving als 'effectief' worden beschouwd, in de zin dat partijen inderdaad op grote schaal andere juridische dienstverleners dan advocaten inschakelen. Gedaagden zijn bovendien op grote schaal zonder juridische bijstand gaan procederen. De keuzevrijheid met betrekking tot het inschakelen van juridische dienstverleners wordt benut en de kosten die partijen daarvoor maken zijn gedaald. Ook de kortere en minder gecompliceerde procedures onder het regime van kantonrechters dragen bij aan de kostenbesparing voor rechtszoekenden, evenals de lagere griffierechten. De meest in het oog springende bijwerking van de maatregel is de streke stijging van het aantal zaken in het verschoven zaaksegment. Een andere bijwerking betreft de kwalitatieve veranderingen in de wijze waarop zaken worden behandeld en afgedaan. Tot slot is er sprake van een aantal organisatorische effecten met betrekking tot capaciteit en werklast, zowel bij de rechtbanken (waar zaken verdwenen) als bij de kantongerechten (waar zaken bijkwamen). INHOUD: 1. Vraagstelling en methode van onderzoek 2. Verschoven zaken: aantal en aard 3. Juridische bijstand 4. Procedureverloop 5. Slotbeschouwing
    • Werklast versnelling handelszaken

      Eshuis, R.J.J.; Es, M.N. van (WODC, 2000)
      Onderwerp van deze notitie is het extra werk dat door rechtbanken moet worden verricht ten gevolge van geplande maatregelen die tot een kortere doorlooptijd in civiele handelszaken moeten leiden. Hiertoe is een achtergrondstudie verricht naar de voorraden civiele handelszaken, en naar de effecten van de competentiegrensverschuiving op de instroom en het verstekpercentage. Vervolgens wordt er een prognose gemaakt van het effect van twee specifieke maatregelen ter versnelling, de termijnverkorting en de beperking van repliek en dupliek. Met het oog op de werklast van de gerechtshoven wordt eveneens vastgesteld tot hoeveel extra appelzaken de versnellingsoperatie leidt. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het totale werklasteffect 3. Het effect van twee specifieke maatregelen 4. De extra appèlzaken 5. Slotbeschouwing