• A Century of Juvenile Justice

      Trépanier, j.; Weijers, I.; Schuler-Springorum, H.; Beaulieu, L.; Cesaroni, C.; Giller, H.; Hees, A. van (WODC, 1999)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Jean Trépanier - Juvenile Courts after 100 Years: Past and Present Orientations 3. Ido Weijers - The Double Paradox of Juvenile Justice 4. Horst Schuler-Springorum - Juvenile Justice and the Shift to the Left 5. Lucien Beaulieu and Carla Cesaroni - The Changing Role of the Youth Court Judge 6. Henry Giller - From Centre Stage to Spear Carrier: The Repositioning of the English Juvenile Court 7. Current Issues: Alma van Hees - Halt: Early Prevention and Repression; Recent developments and Research
    • Afhandeling van winkeldiefstal via de Halt-procedure - Evaluatie van een Rotterdams experiment

      Kruissink, M.; Verwers, C. (medew.) (WODC, 1991)
      In 1989 is in Rotterdam geëxperimenteerd met een alternatieve afdoening van winkeldiefstal, gepleegd door strafrechtelijk minderjarigen. Het ging om een afdoening die veel overeenkomst vertoont met de afdoening van vandalismezaken via Halt-bureaus. Jongeren die wegens winkeldiefstal door de politie worden aangehouden, kunnen - mits zij aan bepaalde voorwaarden voldoen - aan justitiële vervolging ontkomen door alternatieve werkzaamheden te verrichten, liefst op de plek des onheils. Het experiment werd beschouwd worden als een variant op het lik-op-stuk-experiment onder meerderjarige winkeldieven. Een lik-op-stuk-aanpak voor jongeren zou ertoe leiden dat de ouders, in plaats van de jeugdige dader, het kind van de rekening worden, omdat jongeren doorgaans niet over veel geldelijke middelen beschikken. Voor minderjarigen lijkt het verrichten van werkzaamheden, overeenkomstig de Halt-aanpak van vandalisme, daarom een beter alternatief. Zeker wanneer die werkzaamheden enig verband met het gepleegde delict vertonen en daardoor als leerzaam en constructief kunnen worden aangemerkt. Een andere overweging om dit experiment te starten is dat jongeren die op vandalisme worden betrapt, op vrije middagen via Halt aan het werk gezet worden, terwijl winkeldiefjes veelal na een reprimande (politiesepot) worden heengezonden. Via het experimentele winkeldiefstalproject kan ook winkeldiefstal op een snelle lichte wijze gesanctioneerd worden, zonder het politie- en justitie-apparaat al te zeer te belasten. Probleemstelling: Leidt de alternatieve afdoening via het winkeldiefstal-project tot minder recidive dan de gangbare afhandeling? INHOUD: 1. Inleiding en probleemstelling 2. Methode van onderzoek 3. Het winkeldiefstalproject: opzet en praktijk 4. Kenmerken van de alternatief afgehandelde jongeren 5. Effectiviteit van de alternatieve afhandeling 6. Aanbevelingen.
    • Alternatieven voor de vrijheidsstraf

      Unknown author (WODC, 1988)
      Zolang er sprake is van vrijheidsbeneming is er nagedacht over mogelijkheden om deze straf te vermijden. Van diverse zijden is er met grote regelmaat op gewezen dat de nadelen ervan groter zouden zijn dan de voordelen. Tot een alternatief dat de vrijheidsstraf definitief uit het strafrecht zou doen verdwijnen is het echter nooit gekomen en velen betwijfelen of dit ook ooit het geval zal kunnen zijn. In de huidige strafrechtspleging fungeert de vrijheidsstraf'als de 'ultieme remedie'. De strafrechter beschikt reeds over andere sanctiemogelijkheden, zoals de geldboete en de voorwaardelijke vrijheidsstraf. Desondanks is er sprake van een enorme druk op de capaciteit van het gevangeniswezen. Onder andere om die reden lijkt de discussie over alternatieven voor de vrijheidsstraf de laatste jaren in een stroomversnelling te zijn geraakt. Opmerkelijk is dat in deze discussie velerlei argumenten een rol spelen, van ethische motieven tot bezuinigingsoverwegingen. Alle reden om in het themadeel van Justitiele Verkenningen op gevarieerde wijze aandacht te besteden aan mogelijke alternatieven voor de vrijheidsstraf.
    • Doordringen of doordrinken - Effectevaluatie Halt-straf Alcohol

      Kuppens, J.; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2014)
      Sinds 2006 wordt gewerkt met de Haltafdoening Alcohol. Dit is een interventie die zich richt op jongeren tussen twaalf en achttien jaar die onder invloed van alcohol en APV- of een strafrechtelijk feit hebben gepleegd. Deze effectevaluatie is een vervolg op de procesevaluatie (projectnummer 1829 - zie link bij: Meer informatie). De hoofdvraag van deze effectevaluatie luidt: In hoeverre is de straf effectief in termen van het vergroten van de kennis ten aanzien van de effecten van alcoholgebruik, de bewustwording ten aanzien van het eigen gebruik (zoals risico's en effecten van eigen gebruik) en in termen van gedragsverandering en recidive? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Literatuurverkenning 4. Kenmerken van de onderzoekspopulatie 5. Effecten van de Halt-straf Alcohol 6. Conclusie en discussie
    • Evaluatie Justitiële interventies schoolverzuim

      Burik, A.E. van; Elderman, E.R.; Persoon, A.M.; Rutten, E.A. (WODC, 2007)
      Achterhalen in hoeverre justitiële interventies die gericht zijn op het terugdringen van schoolverzuim in het voortgezet onderwijs doeltreffend zijn, zodat de landelijke uitbreiding van dit soort interventies op gefundeerde wijze kan plaatsvinden.
    • Evaluatie pilot landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen - situatie tot 30 april 2010

      Nauta, O.; Loef, L.; Hulshof, P. (medew.); Hilhorst, N. (medew.) (DSP-groep, 2010)
      In de periode oktober 2009 tot en met maart 2010 heeft in district 10 van de politieregio Rotterdam-Rijnmond en district Heuvelrug van de politieregio Utrecht de pilot voor het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ) plaatsgevonden. Hoofddoelen van het LIJ zijn recidive onder delinquente jongeren terugdringen en voor en gezonde opgroei- en opvoedomstandigheden bevorderen. Dit is een procesevaluatie van het LIJ die tot doel had vast te stellen op welke wijze de formele opzet van het LIJ in de praktijk navolging krijgt en welke wijzigingen (organisatorisch en inhoudelijk) aangewezen lijken alvorens de pilot te verbreden. INHOUD: Inleiding 2. Onderzoeksverantwoording 3. Formele beschrijving LIJ 4. Initiële opzet 5. Het LIJ in de praktijk 6. Gebruikersoordeel 7. Omissies en knelpunten 8. Conclusies
    • Evaluatie pilot landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen - situatie tot 15 januari 2011

      Nauta, O.; Loef, L.; Aalst, M. van (medew.); Hilhorst, N. (medew.) (DSP-groep, 2011)
      Deze procesevaluatie heeft tot doel vast te stellen op welke wijze de formele opzet van het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ) in de praktijk navolging krijgt en welke wijzigingen (organisatorisch en inhoudelijk) aangewezen lijken alvorens de pilot landelijk uit te rollen. Kort samengevat komt het LIJ erop neer dat de betrokken ketenpartners in de verschillende fasen van het strafproces de jongere selecteren, screenen en diagnosticeren, en de rechterlijke macht informeren over de uitkomsten, ten behoeve van haar besluitvorming. De link naar de vorige rapportage is hiernaast te vinden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksverantwoording 3. Formele beschrijving LIJ 4. Verschil initiële opzet en formele opzet 5. Het LIJ in de praktijk 6. Gebruikersoordeel 7. Hiaten en knelpunten 8. Conclusies
    • Evaluatie Terwee: werklastonderzoek Wet en Richtlijn Terwee - deelrapport 1: onderzoek pre Terwee

      Unknown author (WODC, 1993)
      Dit zijn de resultaten van een onderzoek naar werklasteffecten bij verschillende organisaties.
    • Evaluatie Terwee: werklastonderzoek Wet en Richtlijn Terwee - eindrapport

      Unknown author (WODC, 1994)
      Dit zijn de resultaten van een onderzoek naar werklasteffecten bij verschillende organisaties.
    • Evalutie Terwee: werklastonderzoek Wet en Richtlijn Terwee - Deelrapport 2: Onderzoek post Terwee

      Unknown author (KPMG Klynveld Management Consutants, 1994)
      De gegevens uit beide deelrapporten dienen als basis voor het eindrapport met daarin een overzicht van de bevindingen uit de voor- en nameting.
    • Halt vernieuwd - procesevaluatie van de vernieuwde Halt-afdoening

      Abraham, M.; Buysse, W.; Nauta, O. (medew.) (DSP-groep, 2013)
      Dit is de eindrapportage van de evaluatie van de twee jaar geleden vernieuwde Halt-afdoening. De probleemstelling luidt: Wordt de nieuwe Halt-afdoening uitgevoerd zoals beoogd? Op welke punten wel en op welke punten niet? Wat zijn de oorzaken van eventuele problemen in de uitvoering. Het onderzoek beperkt zich tot de reguliere Halt-afdoening en de verkorte, gestandaardiseerde variant. INHOUD: 1. Inleiding 2. Vernieuwing van Halt-afdoening 3. Aard en omvang vernieuwde Halt-afdoening 4. De juiste doelgroep 5. Uitvoering van het werkproces 6. Signaleren en doorverwijzen 7. Tijdigheid 8. Kwaliteitsborging 9. Conclusies
    • Halt voor jongvolwassenen - Evaluatie pilot Halt 18+

      Lünnemann, K.; Wildt, R. de; Anholt, R.; Compagner, M. (Verwey-Jonker Instituut, 2021-09-20)
      In de periode november 2019 - maart 2021 hebben 64 jongvolwassenen (bijna allemaal in de leeftijd van 18 of 19 jaar) een Halt-afdoening gekregen. Dit aantal is beneden de verwachtingen, (mogelijk) door coronamaatregelen en onbekendheid van de pilot bij politie en het Openbaar Ministerie. Uit het onderzoek blijkt dat betrokkenen bij de pilot voorstander zijn van de mogelijkheid van een Halt-afdoening (als pedagogische interventie) voor jongvolwassen delictplegers. Uit het onderzoek blijkt tevens dat de Halt-interventie voor jongvolwassenen bij voortzetting doorontwikkeling behoeft. INHOUD: 1. Inleiding 2. Implementatie en uitvoering van de pilot 3. Jongvolwassenen en hun sociale context 4. Werkzame elementen interventies jongvolwassenen 5. Halt 18+ meer dan een pilot? 6. Samenvatting en conclusie 7. Summary 8. Literatuur
    • "Halt" - een alternatieve aanpak van vandalisme - interimrapport van een evaluatie-onderzoek naar vandalismeprojecten

      Kruissink, M. (WODC, 1987)
      In dit interimrapport worden de zeven bestaande Halt-projecten beschreven. Daarbij komen aan de orde: de organisatie in het algemeen, de doelstellingen, de concrete werkwijze ten aanzien van de alternatieve bezigheden en de overige activiteiten die de projecten ondernamen. In het laatste hoofdstuk worden deze punten geëvalueerd.
    • Halt: een alternatieve aanpak van vandalisme - Eindrapport van een evaluatie-onderzoek naar Halt-projecten

      Kruissink, M.; Verwers, C. (WODC, 1989)
      Doel: HALT-projecten hebben tot doel het vandalisme te bestrijden. Deze projecten zijn ontstaan uit een samenwerking van gemeente, politie en justitie. Strafrechtelijk minderjarigen die wegens vandalisme zijn aangehouden kunnen door de politie of de Officier van Justitie naar HALT verwezen worden. Via HALT kunnen deze vandalen de door hen aangerichte schade zelf herstellen. Indien de werkzaamheden naar behoren verricht zijn blijft justitiele vervolging achterwege. Met deze aanpak wordt beoogd genoegdoening aan de benadeelden te verschaffen, aan de straf een zekere opvoedende werking te geven en tegelijkertijd de negatieve neveneffecten van een justitiecontact te voorkomen. Daarnaast ontplooien de HALT-projecten activiteiten in de preventieve sfeer. De HALT-aanpak sluit goed aan bij het huidige bestuurlijke preventie-beleid. Over de effecten en de organisatorische omstandigheden waaronder HALT de beste resultaten oplevert is echter nog niets bekend. Doel van dit onderzoek is daar inzicht in te krijgen. Probleemstelling: Het onderzoek behelst een procesbeschrijving, een aantal effectmetingen en een kosten-batenanalyse. In de procesbeschrijving gaat het erom inzicht te verkrijgen in de organisatorische vormgeving van de projecten en de doelgroep van HALT: hoeveel en welke jongeren worden naar HALT verwezen, welke delicten hebben zij gepleegd en soortgelijke vragen. De effectmetingen dienen ertoe inzicht te verkrijgen in het effect van HALT op het vandalisme op gemeentelijk niveau en het effect op de 'clienten'van HALT o.a. in termen van recidive. Opzet: Het betreft een empirisch onderzoek waarin van verschillende databronnen gebruik gemaakt wordt. Publikaties: Reeds verschenen: Kruissink, M. (1987) 'HALT: een alternatieve aanpak van vandalisme'. Interimrapport van een evaluatie-onderzoek naar vandalisme-projecten, WODC.
    • Halt: Het Alternatief - De effecten van Halt beschreven

      Ferwerda, H.B.; Leiden, I.M.G.G. van; Arts, N.A.M.; Hauber, A.R. (WODC, 2006)
      In het onderzoek is nagegaan wat de invloed van de Halt-afdoening is op recidive, ander gedrag en de attitude van de jongeren. Welke factoren zijn van invloed op het resultaat van de Halt-afdoening? Te denken valt aan de rol van de ouders en de politie, de wijze van afdoening, schoolfunctioneren, vriendengroep, riskante gewoonten of persoonlijkheidskenmerken van de jongere. Welke kenmerken van de Halt-afdoening zijn van invloed op de effectiviteit? Hiertoe zijn jongeren uit een experimentele groep vergeleken met de jongeren uit een controlegroep. INHOUD: 1. Een onderzoek naar de effectiviteit van Halt 2. Wat weten we over Halt? 3. Verloop, respons en wijze van analyse 4. Effecten van Halt gemeten 5. Naar een profiel van de Halt-jongere 6. Halt in perspectief
    • Het OM en Van Montfrans - een inventarisatie door de Werkgroep De Vries van taken en activiteiten van het OM inzake jeugdcriminaliteit

      Essers, A.A.M.; Laan, P.H. van der (WODC, 1995)
      In deze notitie worden enkele uitkomsten gepresenteerd van de resultaten van een inventarisatie in alle 19 arrondissementen van taken en activiteiten van het OM inzake jeugdcriminaliteit. Aan de orde komen afdoeningsbeleid en -praktijk, taakstraffen, samenwerkingsverbanden/projecten/experimenten, knelpunten en cliënt-volgsysteem.
    • Invoering jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland - Een verkenning naar een jeugdstrafrechtmonitor

      Doekhie, J.V.O.R.; Liefaard, T.; Bak, R. den; Jeltes, M.; Marchena-Slot, A.; Nieuw, R.; Mooren, F. van der; Zee, S. van der (medew.); Werf, F. van der (medew.) (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2020)
      In tegenstelling tot Europees-Nederland is er momenteel geen apart jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland. De Nederlandse overheid streeft ernaar om in 2020 een apart jeugdstrafrecht in te voeren in Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES). De implementatie van het jeugdstrafrecht zal plaatsvinden door het toevoegen van een titel in het huidige wetboek van Strafrecht BES met bijzondere bepalingen betreffende jeugd. De introductie van het jeugdstrafrecht heeft tot gevolg dat er jeugddetentie wordt ingevoerd en geeft bovendien een wettelijke grondslag aan de reeds bestaande buitengerechtelijke afdoening. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil de doeltreffendheid en doelmatigheid van de invoering van een jeugdstrafrecht beter kunnen bepalen en heeft daartoe onderhavig onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van een kwantitatieve en kwalitatieve monitor. De probleemstellingen van het onderzoek luiden:Wat is de 0-situatie als het gaat om de kwalitatieve en kwantitatieve instroom van jeugdigen van 12-18 jaar in 20184 die met politie en justitie in Caribisch Nederland in aanraking zijn gekomen, op welke wijze zijn deze zaken in de jeugdstrafrechtketen afgedaan en wat is hierover geregistreerd?In hoeverre is een kwantitatieve dan wel kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht haalbaar in Caribisch Nederland om periodiek inzicht te hebben in de toepassing van het jeugdstrafrecht en de mate van recidive onder jeugdigen? Aan welke voorwaarden, zoals eisen aan de betrouwbaarheid en validiteit van de registraties van de verschillende instellingen in de jeugdstrafrechtketen, zou deze jeugdmonitor moeten voldoen en hoe zou deze er dan uit kunnen zien? INHOUD: 1. Invoering jeugdstrafrecht Caribisch Nederland - onderzoek naar implementatie en monitoring 2. Het oude en het nieuwe jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland 3. 0-situatie daders en zaken 4. Registraties 5. Ervaringen van sleutelpersonen in de (jeugd)strafrechtketen 6. Inrichting kwantitatieve en/of kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht 7. Terugblik en slotoverwegingen
    • Kosten van Halt

      Dikmans, J.A.A.; Heij, L.J.M. de; Sips, C. (Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO), 1996)
      In het begin van de jaren tachtig zijn de zogenoemde Haltbureaus gestart die een alternatieve, buiten-justitiële afdoening beogen voor de gangbare reactie van politie en justitie op vandalisme van strafrechtelijk minderjarigen. In de jaren daarna werden ook vermogensdelicten via Halt afgedaan. Daarnaast ondernamen Haltbureaus ook preventieve activiteiten op wijk- of gemeenteniveau. Onlangs zijn bij Algemene Maatregel van Bestuur voor het eerst de voor Haltafdoening in aanmerking komende delicten formeel vastgelegd. Tegen deze achtergrond heeft het Ministerie van justitie het IOO gevraagd een onderzoek te verrichten naar de landelijke structurele kosten van de Haltbureaus. In dit rapport wordt ingegaan op: omvang en samenstelling van Haltafdoeningen, kosten per Haltmedewerker, en de tijdsbesteding van Haltmedewerkers. In de bijlagen is een indeling van de delicten die in aanmerking komen voor een Haltafdoening, en een overzicht van Haltbureaus en het aantal afdoeningen (met aantal delictsuitbreiding) opgenomen.
    • Los van drank - procesevaluatie Haltafdoening Alcohol

      Kuppens, J.; Nieuwenhuis, A.; Ferwerda, H. (Advies- en Onderzoeksgroep Beke, 2011)
      Sinds 2006 wordt gewerkt met de Haltafdoening Alcohol. Dit is een interventie die zich richt op jongeren tussen twaalf en achttien jaar die onder invloed van alcohol en APV- of een strafrechtelijk feit hebben gepleegd. In deze procesevaluatie wordt de centrale vraag beantwoordt in hoeverre de Haltafdoening Alcohol uitgevoerd wordt zoals beoogd, mede afgezet tegen de kwaliteitscriteria van de Erkenningscommissie Gedragsinterventies. In de effectevaluatie (projectnummer 2159) zal gemeten moet worden in hoeverre de beoogde effecten bij de jongere worden behaald. INHOUD: 1. Inleiding 2. De achtergrond van de Haltafdoening Alcohol 3. De werkwijze van de drie partijen 4. Meningen en ervaringen rond de Haltafdoening 5. Alcohol 6. De onderzoeksvragen beantwoord
    • Misdrijven in kinderschoenen - Een onderzoek naar de aanpak van 12- en 13-jarige misdrijfverdachten binnen en buiten het strafrecht

      Kuppens, J.; Boer, H. de; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2021-05)
      In 2017 heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming het advies gegeven om de strafrechtelijke minimumleeftijd te verhogen van 12 naar 14 jaar (Raad voor de Strafrechtstoepassing, 2017). De minister voor Rechtsbescherming heeft aangeven aan de Tweede Kamer dat de strafrechtelijke minimumleeftijd niet verhoogd wordt, maar dat hij, indien noodzakelijk, bereid is om verder te investeren in de aanpak van 12- en 13-jarigen buiten het strafrecht. De aanname hierbij was, dat zaken van 12- en 13-jarige misdrijfverdachten in de meeste gevallen al buiten het strafrecht worden afgedaan. Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de behoefte bij het ministerie van Justitie en Veiligheid om meer inzicht te krijgen in de aanpak voor deze doelgroep. De wens vertaalt zich in de volgende centrale onderzoeksvragen: Welke strafrechtelijke en niet-strafrechtelijke1 aanpakken voor 12- en 13-jarige misdrijfverdachten bestonden er in 2017 en 2018 en hoe vaak werd voor elke aanpak gekozen? Waarom werd voor een bepaalde aanpak gekozen? Wat hielden de verschillende aanpakken in de praktijk in? Hoe effectief menen betrokken organisaties dat de verschillende aanpakken waren om recidive te voorkomen? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Bevindingen uit de literatuur, 3. Analyse van misdrijven en aanpakken, 4. Effectiviteit en werkzame bestanddelen, 5. Alternatieve (niet-)strafrechtelijke aanpakken, 6. Aandachtspunten in de aanpak, 7. Beantwoording onderzoeksvragen en beschouwing.