• Beginselen digitaal - Digitalisering en de beginselen van de strafrechtspleging

      Dijkstra, M.; Joosten, S.; Stamhuis, E.; Visser, M. (Open Universiteit, 2016)
      De digitalisering heeft in de strafrechtspleging al behoorlijk grote veranderingen gebracht en dat zal in de toekomst eerder meer dan minder ingrijpend worden. In het strafrecht gelden echter fundamentele juridische waarden, veelal aangeduid met de term grondbeginselen, die bij het handelen en beslissen geëerbiedigd moeten worden. Voor het uitvoeren van deze studie is de volgende vraag centraal gesteld: Door welke informatietechnologische ontwikkelingen kan het handelen/beslissen van actoren in de Nederlandse strafrechtspleging veranderen? Welke positieve en negatieve aspecten brengen deze ontwikkelingen met zich mee ten aanzien van de werking van verdragsrechtelijke en (grond)wettelijke beginselen binnen de strafrechtspleging? INHOUD: 1. Vraagstelling en aanpak 2. Het kader voor een digitale strafrechtspleging 3. De digitale stukkenstroom in de strafrechtsketen 4. De strafvorderlijke beginselen en trends in de IT 5. Conclusie en discussie
    • Bescherming van grondrechten in het digitale tijdperk - Verslag van een internationale discussie over concept-voorstellen van de Commissie Grondrechten in het digitale tijdperk

      Voermans, W.; Koekkoek, A.; Matthijssen, L. (Katholieke Universiteit Brabant - Schoordijk Instituut, 2000)
      In dit eindrapport wordt verslag gedaan van de toetsing door internationale experts van de voorstellen voor grondwetswijzigingen die door de Commissie-Franken zijn gedaan voor de aanpassing van een aantal artikelen in de grondwet. Algemene bevindingen op hoofdlijnen en enkele elementen uit de discussie met experts worden weergegeven. Aan de orde komen onder andere de vrijheid van meningsuiting (artikel 7) en de relatie tussen vrijheid van meningsuiting en recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10).
    • Bescherming van grondrechten in het digitale tijdperk - Een rechtsvergelijkend onderzoek naar informatie- en communicatievrijheid en privacy in Zweden, Duitsland, Frankrijk, België, de Verenigde Staten en Canada; interimrapport

      Koekkoek, A.; Zoontjens, P.; Vlemminx, F.; Leenknegt, G.-J.; Nouwt, S.; Koops, B.-J.; Schooten-van der Meer, H.; Bos, R.; Fens, D. (medew.); Veld, L. in 't (medew.) (Katholieke Universiteit Brabant - Schoordijk Instituut, 1999)
      Dit rapport doet verslag van de rechtsontwikkeling die grondrechten in een aantal landen doormaken bij een toenemende informatisering van de samenleving. Daarbij gaat het vooral om grondrechten betreffende informatie- en communicatievrijheid en privacy. In de Nederlandse Grondwet zijn dat art. 7 (vrijheid van meningsuiting), art. 10 (eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer), art. 12 (huisrecht) en art. 13 (brief-, telegraaf- en telefoongeheim). Als landen waarvan iets te leren is m.b.t. de aanpassing van grondrechten en de formulering van nieuwe grondrechten zijn gekozen Zweden, Duitsland, Frankrijk en België als landen in de traditie van de rechtsstaat -met een sterke rol voor de wetgever - en de Verenigde Staten en Canada, twee landen in de traditie van vooral de 'rule of (common) law', waarin de rechtsvorming door de rechter erg belangrijk is. Op basis van de onderlinge vergelijking van deze landen worden relevante overeenkomsten en verschillen aangegeven die mogelijk inspiratie kunnen opleveren bij de formulering of herformulering van grondrechten in de Nederlandse grondwet.
    • Culturele diversiteit

      Hofstede, G.; Cliteur, P.B.; Manen, N.F. van; Willemse, H.M.; Backbier, E.H.F.; Maris van Sandelingenambacht, C.W.; Galenkamp, M.; Rutten, S.W.E.; Örücü, E.; Bovenkerk, F. (WODC, 2002)
      ARTIKELEN: 1. G. Hofstede - Culturele diversiteit in de Nederlandse samenleving 2. P.B. Cliteur - Dat zeg jij! Ploerten en heiligen heb je in iedere cultuur 3. N.F. van Manen - Integratie of identiteit; een onvermijdelijke keuze 4. H.M. Willemse en E.H.F. Backbier - Etnische botsingen met de strafwet 5. F. Bovenkerk - Multiculturele misdaad en Nederlands Strafrecht 6. C.W. Maris van Sandelingenambacht - 'Ik heb mijn namus gezuiverd'; over eerwraak en cultureel verweer 7. M. Galenkamp - 'De multiculturele samenleving in het geding; op zoek naar fundamenten 8. S.W.E. Rutten - Nederlands recht op een multiculturele grondslag 9. E. Örücü - Waar wet en cultuur elkaar ontmoeten; cultureel pluralisme, juridisch pluralisme en pragmatisme SAMENVATTING: Wetgeving en wetshandhaving behoren tot de kerntaken van Justitie. En wetten zijn codificaties van normen en waarden van groepen. Het hart van culturen kan gevonden worden in de normen en waarden van die culturen. In deze zin heeft Justitie ten diepste te maken met cultuur. Dit themanummer van Justitiële verkenningen handelt over culturele diversiteit en recht en betreft de fundamentele vraag of en in hoeverre Nederland op rechtsgebied rekening moet houden met de aanwezigheid van sterk groeiende bevolkingsgroepen afkomstig uit vreemde culturen.
    • Geheime diensten en de democratische rechtsstaat

      Hijzen, C.; Braat, E.; Abels, P.; Dielemans, R.; Hagens, M.; Eijk, N. van; Eijkman, Q.; Valk, G. de; Aerdts, W.; Koop, P.; et al. (WODC, 2018)
      ARTIKELEN: 1. Constant Hijzen - Paddenstoelen, prikkeldraadversperringen en sleepnetten: Metaforen in de Nederlandse inlichtingengeschiedenis 2. Eleni Braat - In voor- en tegenspoed: Het huwelijk tussen parlement en inlichtingen- en veiligheidsdienst 3. Paul Abels - Intelligence leadership: Leidinggeven in het schemerdonker tussen geheim en openbaar 4. Rob Dielemans - De Wiv 2002 en Wiv 2017 op enkele hoofdlijnen vergeleken 5. Mireille Hagens - Toezicht in de Wiv 2017: Kansen en uitdagingen voor een effectief en sterk toezichtstelsel 6. Nico van Eijk en Quirine Eijkman - Enkele kanttekeningen bij de Wiv 2017: De uitbreiding van bevoegdheden getoetst aan mensenrechten 7. Gilliam de Valk en Willemijn Aerdts - Inlichtingenwerk vanuit een methodologisch perspectief 8. Peter Koop - De Snowden-onthullingen en ongerichte interceptie onder de Wiv 2017 9. Bob de Graaff en Constant Hijzen - Zwijgen is zilver en spreken is goud SAMENVATTING: Aan de vooravond van het raadgevend referendum over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) op 21 maart 2018 brengt Justitiële verkenningen het themanummer ‘Geheime diensten en de democratische rechtsstaat’ uit. In de publieke discussie over de ‘sleepwet’ of ‘aftapwet’ staat de bevoegdheid tot ‘ongericht tappen’ centraal , oftewel het onderscheppen van communicatieverkeer dat via glasvezelkabels loopt, en de gevolgen van de inzet van dat middel voor de burger. Voor die discussie is in deze aflevering ruime aandacht, maar daarnaast komen de vele andere aspecten van de Wiv 2017 aan bod, zoals het toezicht, de precieze taken en verplichtingen die de diensten krijgen opgelegd en de internationale samenwerking. De positie van geheime diensten en hun verhouding tot politiek en samenleving wordt historisch belicht en verbonden met de vraag wat er van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in deze tijd mag worden verwacht. In verschillende bijdragen wordt bovendien duidelijk dat Nederlandse AIVD en MIVD en hun voorgangers al heel lang gevangen zitten in beeldvorming. Geheime activiteiten verhouden zich slecht tot openbaarheid en deelname aan openbaar debat, zo was lange tijd het standpunt van de overheid. Maar juist het gebrek aan informatie over werkwijze en bevoegdheden van de Nederlandse geheime diensten heeft bijgedragen aan de populariteit van een metafoor als ‘sleepnet’ en voeding gegeven aan het wantrouwen van burgers jegens de overheid.
    • Het recht op privacy in horizontale verhoudingen

      Schermer, B.; Sloot, B. van der (Considerati, 2020)
      Grondrechten, zoals het recht op privacy, zijn primair gericht op het beschermen van de burger tegen de staat. Maar ook tussen burgers onderling kunnen (ernstige) aantastingen van grondrechten plaatsvinden. Om die reden is het van belang om te onderzoeken in hoeverre grondrechten, meer in het bijzonder het recht op privacy, ook bescherming bieden in ‘horizontale verhoudingen’. In de initiatiefnota onderlinge privacy van het Tweede Kamerlid Koopmans (wordt het probleem van privacyschendingen in horizontale verhoudingen gesignaleerd. Met privacyschendingen in horizontale verhoudingen wordt gedoeld op privacyschendingen tussen burgers onderling en tussen burgers en rechtspersonen (bedrijven, verenigingen et cetera). Horizontale privacybescherming onderscheidt zich daarmee van de verticale privacybescherming, die betrekking heeft op de relatie burger-overheid. In dit onderzoek staat een drieledige probleemstelling centraal: Wat kan Nederland leren van de wijze waarop de horizontale privacy in andere Europese landen is beschermd? In hoeverre zijn deze oplossingen inpasbaar in de Nederlandse context? Zijn er onwenselijk geachte effecten of neveneffecten te verbinden aan deze mogelijkheden voor een betere horizontale privacybescherming in Nederland? De landen die zijn betrokken in de rechtsvergelijking zijn: Duitsland, Polen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. INHOUD: 1. Inleiding 2. Privacyschendingen in horizontale verhoudingen: probleemschets 3. Waarden en belangen in het geding bij horizontale privacyschendingen 4. Het recht op privacy 5. De horizontale werking van grondrechten 6. Gegevensbeschermingsrecht 7. Strafrecht 8. Administratief recht, mededingingswetgeving en consumentenbescherming 9. Civiel recht 10. Aansprakelijkheid van producenten, distributeurs en (internet)tussenpersonen 11. Overige mechanismen 12. Overzicht wettelijke normering horizontale privacyschendingen 13. Analyse en synthese 14. Samenvatting en conclusies 15. Literatuurlijst 16. Bijlagen 17. Samenvatting 18. Summary
    • Het vooronderzoek in strafzaken - Tweede interimrapport onderzoeksproject strafvordering 2001

      Groenhuijsen, M.S. (red.); Knigge, G. (red.) (Katholiek Universiteit Brabant, 2001)
      In dit boek wordt verslag gedaan van de resultaten van het tweede jaar van het onderzoeksproject Strafvordering 2001. In deze periode is studie verricht naar het vooronderzoek in strafzaken. Het voorbereidend onderzoek omvat die fasen van het strafgeding in ruime zin die voorafgaan aan de terechtzitting. In het vigerende wetboek staan daarin het opsporingsonderzoek, de voorlopige hechtenis en het gerechtelijk vooronderzoek centraal.
    • Implementatie van het EVRM en de uitspraken van het EHRM in de nationale rechtspraak - Een rechtsvergelijkend onderzoek

      Gerards, J.H.; Fleuren, J.W.A. (Radboud Universiteit Nijmegen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2013)
      In dit onderzoek staat de wisselwerking centraal tussen, enerzijds, constitutionele systemen van doorwerking van internationaal recht en, anderzijds, de manier waarop en de mate waarin de nationale rechter toetst aan, of anderszinds rekening houdt met, het EVRM en de jurisprudentie van het EHRM. Voorts geeft het onderzoek antwoord op de vraag of de toepassing van het EVRM in het nationale rechtssysteem door de rechter tot discussie leidt. INHOUD: Deel I Bevindingen: 1. Inleiding 2. De status van het internationaal recht, in het bijzonder het EVRM, in de nationale rechtsorde 3. Omgang met uitspraken en ontvankelijkehidsbeslissingen van het EVRM 4. Discussie over het EHRM en de EHRM-rechtspraak 5. Toegankelijkheid en kennis van EHRM-uitspraken 6. Slotsom - Deel II EVRM-rapport en nationale rapporten: The European Court of Human Rights and the national courts - giving shape to the notion of 'shared responsibility' - J. Gerards: 1. Introduction 2. The Court's raison d'être 3. The shared responsibility of the Court and national institutions, in particular the national courts 4. Giving shape to shared responsibility: principles and methods of interpretation 5. Procedural review and 'judicial minimalism' 6. Judicial dialogue 7. Dialogue and national political and media criticism 8. Summary and conclusion
    • Nederlandse antiterrorismeregelgeving getoetst aan fundamentele rechten - een analyse met meer bijzonder aandacht voor het EVRM

      Kempen, P.H.P.H.M.C. van; Voort, J. van der (Radbouduniversiteit Nijmegen, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2010)
      Nederland hanteert in de strijd tegen terrorisme een brede beleidsbenadering. Deze benadering richt zich op het vroegtijdig onderkennen van radicaliseringsprocessen bij groepen en individuen, zodat met behulp van gerichte interventiestrategieën voorkomen kan worden dat zij terroristisch geweld plegen. Dit heeft de afgelopen jaren geleid tot een aantal wetswijzigingen. De Commissie Suyver was ingesteld om het kabinet te adviseren over de opzet van een evaluatieonderzoek naar het Nederlandse antiterrorismebeleid. Doel van deze analyse is om conform aanbeveling 9 en 13 van de Commissie aandacht te besteden aan de vraag hoe de Nederlandse antiterrorismewetgeving zich verhoudt tot de grondrechten en fundamentele rechtsbeginselen (mensenrechten) en op welke wijze de rechter het overheidsoptreden bij de uitoefening van de maatregelen heeft beoordeeld.
    • Privacyrecht en slachtoffers - Een studie naar de grondslagen en juridische kaders van privacy van slachtoffers

      Leij, J.B.J. van der (WODC, 2015)
      In deze studie staan de juridische grondslagen en kaders die van belang zijn bij de bescherming van de privacy van slachtoffers van strafbare feiten centraal. Het uitgangspunt van deze studie ligt besloten in de centrale vraag die luidt: Wat zijn de juridische kaders met betrekking tot de bescherming van de privacy en de identiteit binnen het strafproces en het gebruik van persoonsgegevens van slachtoffers en hun naasten in en rondom het strafproces? Deze vraagstelling is nader bepaald in de volgende zes deelvragen:Worden de verschillende vormen van privacy van elkaar afgebakend, en zo ja hoe en door wie? Wat wordt er op nationaal en Europees niveau verstaan onder het begrip privacyrecht?Kan bescherming van de identiteit hier ook onder vallen?Welke Europese/nationale rechten kunnen slachtoffers en hun naasten doen gelden met betrekking tot het gebruik van hun persoonsgegevens in en rondom het strafproces?Welke Europese/nationale rechten kunnen slachtoffers en hun naasten doen gelden met betrekking tot de bescherming van hun privacy en identiteit binnen het strafproces (inclusief bescherming ten opzichte van de verdachte en de media) met betrekking tot Nederland, Engeland & Wales en België?Bestaan hierin verschillen tussen de genoemde landen? Zo ja, wat ligt daaraan ten grondslag? Het onderzoek bestaat uit twee delen (zie link hiernaast van het andere deel). Een synthese van beide onderzoeken is als pdf-bijlage toegevoegd.
    • Rechtsbescherming van uithuisgeplaatsten - een verkennend onderzoek

      Schol, M.; Nagtegaal, J.; Sibma, F.; Brouwer, J.; Winter, H. (Rijksuniversiteit Groningen, Pro Facto, 2010)
      Op 1 januari 2009 is de Wet tijdelijk huisverbod in werking getreden. Daarmee is het mogelijk geworden om bij een (dreigende) situatie van huiselijk geweld de pleger een tijdelijk huisverbod op te leggen voor de duur van 10 dagen. Het huisverbod houdt in dat de pleger zijn of haar woning niet meer in mag en ook geen contact mag opnemen met partner, kinderen en/of andere huisgenoten. Op deze wijze wordt een afkoelingsperiode gecreëerd, waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en waardoor escalatie kan worden voorkomen. Het huisverbod wordt in de vorm van een beschikking uitgereikt door de burgemeester of, namens deze, door de politie (te weten de hulpofficier van justitie). De burgemeester kan, afhankelijk van de situatie, het huisverbod verlengen met maximaal 18 dagen. Uithuisgeplaatsten die het niet eens zijn met het huisverbod, of de verlenging daarvan, hebben de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan bij de rechtbank. Omdat de (maximale) verlengingsperiode van het huisverbod (18 dagen) bijna twee keer zolang is als de opleggingsperiode (10 dagen) vond de Eerste Kamer bij de behandeling van het wetsvoorstel dat bij de verlenging meer rechtsbescherming voor de pleger zou moeten komen, in de vorm van een verplichte toets door een rechter. Dit zou betekenen dat de rechter beslist over verlenging van het huisverbod en niet de burgemeester. In dit kader is behoefte aan een onderzoek naar de huidige rechtsbescherming van plegers en de wenselijkheid van een verplichte rechterlijke toets bij verlenging van het huisverbod. Vanwege de impact van een huisverbod en het mogelijk in geding zijn van de grondrechten van de pleger, wordt dit onderzoek op korte termijn uitgevoerd. INHOUD: 1. Inleiding, vraagstelling en onderzoeksaanpak 2. De Wet tijdelijk huisverbod 3. Verhouding met grondrechten en het strafrecht 4. Jurisprudentie 5. Uitvoeringspraktijk huisverbod 6. Ervaringen van uithuisgeplaatsten 7. Verhouding met andere rechtsbeschermingsstelsels 8. De bevoegdheid van de burgemeester 9. Slotbeschouwing
    • Religie en grondrechten

      Buwalda, M.; Maussen, M.J.M.; Vermeulen, B.P.; Stokkom, B.A.M. van; Peters, R.; Vellinga, S.J.; Hegener, M.; Nieuwenhuis, A.J.; Visser, Y. (WODC, 2007)
      ARTIKELEN: 1. M. Buwalda - De terugkeer van religie in het publieke domein 2. M.J.M. Maussen - Scheiding van kerk en staat en de islam op gemeentelijk niveau 3. B.P. Vermeulen - Islamitische scholen; feiten, kritieken, uitdagingen 4. B.A.M. van Stokkom - Negatieve beeldvorming over moslims; intolerantie of cultuurconflict? 5. R. Peters en S.J. Vellinga - Homoseksualiteit in orthodox-religieuze kring; islam en protestantisme 6. M. Hegener - Vrijheid van godsdienst en afvalligheid 7. A.J. Nieuwenhuis - Tussen godslastering en bedreiging 8. Boekrecensie Y. Visser over: Geloof in het geding; juridische grenzen van religieus pluralisme in het perspectief van de mensenrechten van T. Loenen 9. Internetsites. SAMENVATTING: In dit themanummer staat de invloed van religie op het publieke domein centraal. Te denken valt aan de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen en aan de frequente botsingen tussen grondrechten, zoals de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst en het discriminatieverbod. Tal van 'vergeten' discussies zijn weer actueel geworden, vooral als gevolg van de vestiging van ruim een miljoen moslims in Nederland. Om die reden wordt hier meer aandacht besteed aan de islam dan aan andere religies.
    • Sociale grondrechten na de verzorgingsstaat (in samenwerking met De Balie)

      Unknown author (WODC, 1998)
      Dit themanummer - dat in samenwerking met politiek en cultureel centrum De Balie tot stand is gekomen - staat in het teken van de grondrechten. Dit jaar bestaat de Grondwet - ook wel nationale constitutie genoemd - honderdvijftig jaar. De Grondwet bindt de overheid aan regels en waarborgt de politieke en religieuze vrijheden en sociale rechten van burgers. De aangepaste Grondwet van 1983 is uitgebreid met een reeks sociale rechten (recht op bescherming tegen inkomensverlies, recht op onderwijs, op huisvesting, enzovoort) waarin de garantie van materiele rechtsgelijkheid tot uitdrulcking komt. Hiermee komt de sociale rechtsstaat die in de naoorlogse periode geleidelijk werd opgebouwd, ook in de hoogste wet tot uitdrukking.Juist nu de sociale grondrechten een prominente plaats hebben verkregen in de Nederlandse Grondwet, lijken ze weer aan betekenis in te boeten. De belangrijkste reden daarvoor is het probleem van de 'onbetaalbaarheid' van de verzorgingsstaat. Naast de noodzaak te bezuinigen raakte de politick er meer en meer van overtuigd dat ook beperkingen moesten worden gesteld aan het collectieve karakter van de sociale voorzieningen. Zo werden de wao, de ziektewet en de nabestaanden-regeling geprivatiseerd. Deze ingrepen zijn op een snelle en soms ondoordachte wijze doorgevoerd waarbij 'de markt als wondermiddel werd aangeprezen. Het ontbrak aan een grondig beraad over het rechtsgehalte van de nieuw ontworpen regelingen. Oftewel, de drastische herzieningen in de sociale zekerheid hebben niet geleid tot een heroverweging van de rechtsbeginselen van de sociale rechtsstaat.
    • Vrijheid, gelijkheid en broederschap

      Ramadan, T.; Kwak, A.J.; Frissen, P.H.A.; Oenen, G. van; Rutenfrans, C.; Schinkel, W.; Scheffer, P. (WODC, 2007)
      ARTIKELEN: 1. T. Ramadan - Moderne samenlevingen; individuele rechten en collectieve rechten 2. A.J. Kwak - Vrijheid boven alles; over de rechtsstaat op een hellend vlak 3. P.H.A. Frissen - Verschil en ongelijkheid; een lofzang 4. G. van Oenen - Democratie en straf na de maakbare samenleving 5. C. Rutenfrans - Over de kloof tussen elite en volk 6. W. Schinkel - Tegen 'actief burgerschap' 7. Boekrecensie: P. Hilhorst over Het land van aankomst - P. Scheffer 8. Internetsites. SAMENVATTING: Dit themanummer belicht de verschillende conflicten in het denken over 'vrijheid, gelijkheid en broederschap'. Ingegaan wordt op mogelijke transformaties sinds de negentiende eeuw van de aloude uitgangspunten van deze basisbeginselen. Steeds staat daarbij de vraag voorop hoe in onze tijd de waarden van de Franse Revolutie worden ingevuld en geordend.