• Evaluatie ANPR-wetgeving 126jj Wetboek van Strafvordering - De wet 'vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie' geëvalueerd

      Berkel, J.J. van; Uden, A. van; Poot, C.J. de; Eeden, C.A. van den (medew.) (WODC, 2021-10)
      Op 1 januari 2019 is de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ in werking getreden. Op basis van het nieuwe artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (in de rest van het rapport aangeduid als 126jj) is het voor de politie mogelijk om door middel van daarvoor aangewezen camera’s kentekengegevens van passerende voertuigen te registreren en op te slaan voor een periode van 28 dagen. Deze gegevens kunnen gedurende deze periode worden ingezien ten behoeve van de opsporing van een misdrijf of van voortvluchtige personen. De wet bevat een evaluatie- en horizonbepaling. De bevoegdheid is in beginsel voor drie jaar van kracht, tenzij bij Koninklijk Besluit anders wordt besloten. Mede op basis van de onderhavige evaluatie wordt bepaald of de bevoegdheid zal worden gehandhaafd. De evaluatie is gebaseerd op twee monitorrapportages. Het eerste monitorrapport verscheen in 2020 (zie: link hiernaast) en het tweede monitorrapport is gelijktijdig met de onderhavige evaluatie verschenen (zie: link hiernaast). De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt als volgt: Op welke wijze wordt bij de opsporing van strafbare feiten gebruikgemaakt van kentekens die op basis van de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ worden opgeslagen en welke rol spelen deze gegevens in de opsporing? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond van de wet 3. Plaatsing en inzet van camera's 4. Vastlegging, raadpleging en verstrekking gegevens 5. Effecten van de wet 6. Conclusie.
    • Gegevensuitwisseling door Toezichthouders

      Moor-van Vugt, A.J.C. de; Engers, T.M. van; Groenewegen, F.T.; Haaften, W.F. van; Klap, A.P.; Nieuwenhuis, A.J.; Schouten, L.M. (medew.); Wessel, M.W. (medew.) (Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2012)
      Dit onderzoek is gericht op het beantwoorden van de vraag met welke belangen rekening moet worden gehouden bij de verstrekking van toezichtgegevens tussen toezichthouders onderling en tussen toezichthouders enerzijds en het Openbaar Ministerie, de politie en de buitengewoon opsporingsambtenaren anderzijds. Daarnaast wordt de vraag onderzocht in hoeverre het gewenst en juridisch mogelijk is om voor het verstrekken van toezichtgegevens tussen genoemde partijen een algemene regeling in de Algemene Wet bestuursrecht en/of eventuele andere wetten op te nemen. INHOUD: 1. Inleiding en probleemstelling 2. Het juridisch kader bij gegevensuitwisseling 3. Inventarisatie en weging van belangen 4. Naar een algemene regeling? 5. Conclusies en aanbevelingen 6. Geraadpleegde bronnen 7. Bijlagen
    • Onderzoek naar de betekenis van integrale bevraging voor het operationele politiewerk - rapportage bvi-ib

      Smits, I.; Hengst, M. den; Wijga, P.; Hagelstein, R. (Andersson Elffers Felix, 2014)
      Met het Actieprogramma ‘Minder regels, meer op straat’, - dat de Minister van Veiligheid en Justitie 18 februari 2011 naar de Tweede Kamer zond - wordt beoogd de bureaucratie bij de politie in deze kabinetsperiode terug te dringen met 25% en de ruimte voor vakmanschap van agenten te vergroten. Hierdoor moeten in 2014 5000 fte’s extra beschikbaar zijn voor het primaire politiewerk. Dit onderzoek is gericht op het beschrijven van de uitvoering en het waarderen van de resultaten van de maatregel Basisvoorziening Informatie- Integrale Bevraging (BVI-IB) in 2013. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe staat het met de uitvoering van de maatregel BVI-IB en welke resultaten heeft het gebruik van BVI-IB voor het operationele politiewerk? Het onderzoek is bedoeld om in het kader van het actieprogramma 'Minder regels, meer op straat' na te gaan hoe het staat met de uitvoering en met de bijdrage van BVI-IB aan de resultaten in het operationele politiewerk oftewel: de politieprestaties. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoekskader 3. Het gebruik van BVI-IB 4. De beleving van BVI-IB in het politiewerk 5. Invloed van BVI-IB op de effectiviteit van het politiewerk 6. Nadere beschouwing over de resultaten 7. Conclusies