• Achterlopende ontwikkeling - Het begrip 'onvoltooide ontwikkeling' in de toepassing van het adolescentenstrafrecht

      Spanjaard, H.J.M.; Filé, L.L.; Noom, M. J.; Buysse, W.H. (Spanjaard Development & Training, 2020)
      Het adolescentenstrafrecht (ASR) is in werking getreden op 1 april 2014. Sinds deze datum is er voor personen in de leeftijd van 16 tot 23 jaar een flexibele toepassing mogelijk van sancties uit het jeugd- en volwassenenstrafrecht. Afhankelijk van de condities ‘persoon van de dader’ en ‘omstandigheden waarin het feit is gepleegd’ kan bij een strafzaak tegen een jongvolwassene gekozen worden voor de toepassing van een sanctie uit het jeugdstrafrecht (JSR) of uit het volwassenenstrafrecht (VSR). Bij personen van 18 tot en met 22 jaar die verdacht worden van een strafbaar feit is de vraag aan de orde in hoeverre er sprake is van ‘onvoltooide ontwikkeling’. Is hier sprake van, dan vormt dit volgens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel invoering ASR een reden om een sanctie op te leggen uit het jeugdstrafrecht in plaats van het volwassenenstrafrecht. De invulling van het begrip ‘onvoltooide ontwikkeling’ heeft de wetgever overgelaten aan de praktijk. In de praktijk blijft er echter onduidelijkheid bestaan over de vraag wanneer er sprake is van ‘onvoltooide ontwikkeling’. Dit bemoeilijkt de keuze voor toepassing van sancties uit het JSR of sancties uit het VSR. Het doel van dit onderzoek was om meer helderheid te verschaffen over het begrip ‘onvoltooide ontwikkeling’ en de wijze waarop dit gebruikt kan worden bij de toepassing van het adolescentenstrafrecht. INHOUD: 1. Aanleiding voor dit onderzoek 2. Onderzoeksvragen en methode van onderzoek 3. Ontwikkelingen tijdens de adolescentie en jongvolwassenheid 4. Dimensies en signalen 5. Vergelijking van de dimensies en signalen met de items uit de huidige instrumenten 6. Afstemming tussen huidige instrumenten en tussen ketenpartners bij de afweging ASR 7. Samenvatting, conclusies en discussie
    • Beperkt en gevangen? - De haalbaarheid van prevalentieonderzoek naar verstandelijke beperking in detentie

      Kaal, H.L. (WODC, 2010)
      Zowel in de politiek als bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) bestaat al lang de wens tot het ontwikkelen van beleid en het programmeren van onderzoek ten aanzien van licht verstandelijk beperkte (LVB) gedetineerden. In deze rapportage wordt verkend wat de knelpunten en oplossingsrichtingen zijn bij het opzetten van studie naar de prevalentie van LVB onder gedetineerden. Knelpunten en oplossingen zijn gevonden via bestudering van literatuur (o.a. buitenlandse studies) en het raadplegen van experts. INHOUD: 1. Achtergrond en relevantie van de studie 2. Nederlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 3. Buitenlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 4. Vaststellen van LVB in detentie 5. Slotbeschouwing
    • De problematiek van gedetineerden met een lichte verstandelijke beperking in het gevangeniswezen

      Kaal, H.L.; Negenman, A.M.; Roeleveld, E.; Embregts, P.J.C.M. (Universiteit van Tilburg - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2011)
      Er bestaat een vermoeden dat mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) meer problemen ondervinden in detentie, en hier ook vaker last van hebben, dan gedetineerden zonder LVB. Er is echter onvoldoende informatie bekend over de Nederlandse situatie. Dit onderzoek is er op gericht om antwoord te geven op de volgende vragen: Wat is de aard van de problemen die mensen met een LVB ervaren in detentie?Waarin verschillen deze van de problemen van gedetineerden zonder LVB?Wat zijn, in het licht van deze problemen, de specifieke behoeften van gedetineerden met een LVB?
    • Een complex probleem - passende zorg voor verslaafde justitiabelen met co-morbide psychiatrische problematiek en een lichte verstandelijke handicap

      Kaal, H.L.; Ooyen-Houben, M.M.J. van; Ganpat, S.; Wits, E. (WODC, 2009)
      Om de aansluiting tussen straf en zorg te verbeteren beschikt het ministerie van justitie sinds kort over een eigen budget voor het inkopen van zorg voor verslaafde justitiabelen. De inkoop richt zich in eerste instantie op de complexe groep justitiabelen met triple problematiek: problematisch druggebruik, psychiatrische problematiek en een lichte verstandelijke handicap (LVG). Over deze groep is weinig bekend. Niet alleen bestaat er onduidelijkheid over de omvang, maar ook is het de vraag of het huidige zorgaanbod wel volstaat, of dat er aanpassing nodig is, respectievelijk dat wellicht een compleet nieuwe strategie ontworpen moet worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. De doelgroep 3. Zorgbehoefte en benodigde zorg 4. Huidig zorgaanbod 5. Slot
    • Evaluatie Regeling Gratis VOG

      Jong, B.J. de; Vianen, R.T. van; Sondorp, J.E. (Van Montfoort, 2016)
      De voorliggende rapportage beschrijft in hoeverre de Regeling Gratis Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) wordt gebruikt en benut zoals deze is bedoeld en op welke punten verbeteringen nodig en/of mogelijk zijn in de uitvoering. Vier thema’s staan in dit onderzoek centraal: Het proces van aanmelding en toelating van vrijwilligersorganisaties tot de regeling; Het proces van het aanvragen van een gratis VOG; De invloed van de regeling op een breed preventie- en integriteitsbeleid ter voorkoming van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij de vrijwilligersorganisaties; Een schatting van het mogelijk bereik van de regeling. INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Onderzoeksvragen en verantwoording 3. Seksueel grensoverschrijdend gedrag 4. De Regeling Gratis VOG in uitvoering 5. Ervaringen betrokkenen met Regeling Gratis VOG 6. Preventie- en integriteitsbeleid 7. Potentieel bereik Regeling Gratis VOG 8. Conclusies
    • Forensische zorgtrajecten in het gevangeniswezen - Onderzoek in zes penitentiaire inrichtingen naar signalering, indicatiestelling en plaatsing

      Roorda, W.; Buysse, W.; Verwest, A. (medew.); Scherders, S. (medew.) (DSP-groep, 2016)
      In detentie verblijven veel gedetineerden met psychische problematiek: psychiatrische symptomen, verslaving, een (licht) verstandelijke beperking ((L)VB) of een combinatie van deze problemen. Met het ontwikkelen van zorgtrajecten tijdens en in aansluiting op detentie wordt gepoogd voor deze gedetineerden een zorgaanbod en -continuïteit te realiseren, vanuit de overtuiging dat het realiseren van tijdige, passende en kwalitatief hoogwaardige forensische zorg bijdraagt aan de vermindering van recidive. Om beter invulling te kunnen geven aan het ‘forensisch’ zorgproces binnen het gevangeniswezen en het plaatsingsproces te optimaliseren is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de besluitvorming over en het verloop van zorgtrajecten van gedetineerden in zes penitentiaire inrichtingen. Het onderzoek richt zich op de forensische zorg en de psychische basiszorg aan gedetineerden (preventief gehechten, afgestraften en ISD'ers) vanaf het moment van binnenkomst in de penitentiaire inrichting (PI) tot het moment dat de gedetineerde de PI verlaat. Het onderzoek geeft antwoord op vier centrale onderzoeksvragen: Hoe verloopt de besluitvorming in het Psycho-Medisch Overleg (PMO)? Is de plaatsing verlopen volgens de daarvoor opgestelde procedures? Wat gebeurt er met gedetineerden die niet instromen in een zorgtraject en bij wie dat wel wenselijk is? Hoe verloopt het zorgtraject van gedetineerden? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidscontext 3. Onderzoeksvragen en methode 4. Forensische zorgtrajecten HvB en gevangenissen 5. Forensische zorgtrajecten ISD-maatregel 6. Knel- en verbeterpunten en mogelijke oplossingen 7. Conclusies
    • Intelligentie en criminaliteit

      Moonen, X.; Kaal, H.; Oleson, J.C.; Siegel, D.; Platje, E.; Cornet, L.J.M.; Kogel, C.H. de; Jong, B.J. de; Kranendonk, P.R.; Teeuwen, M. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. X. Moonen en H. Kaal - Jeugdigen en jongvolwassenen met licht verstandelijke beperkingen en criminaliteit 2. J.C. Oleson - Begaafdheid en crimineel gedrag 3. D. Siegel - ‘Slimme Don’: De intelligente maffiabaas van Rusland 4. E. Platje, L.J.M. Cornet en C.H. de Kogel - Intelligentie, executieve functies en licht verstandelijke beperking in justitiecontext 5. H. Kaal en B.J. de Jong - Het signaleren en registreren van LVB in het justitiële domein: Stof tot nadenken 6. P.R. Kranendonk - Verdachten met een LVB in het politieverhoor: De invloed van verhoormethoden op de inhoud van verklaringen 7. M. Teeuwen - LVB-jongeren in de ZSM-procedure: Over kwetsbaarheid en recidiverisico SAMENVATTING: In dit themanummer staat de relatie tussen intelligentie en criminaliteit (en/of antisociaal gedrag) centraal. Intelligentie wordt doorgaans gezien als een beschermende factor tegen een criminele levensloop. Lage intelligentie brengt een aantal risicofactoren met zich mee, zoals gemakkelijke beïnvloedbaarheid, impulsiviteit, onvermogen om behoeftebevrediging uit te stellen en dergelijke. Dit beeld wordt bevestigd door het lage IQ van een aanzienlijk deel van de populatie van penitentiaire inrichtingen.Toch valt er meer te zeggen over het verband tussen IQ en criminaliteit. Het lijkt verstandig om een onderscheid te maken tussen enerzijds ‘commune criminaliteit’ (diefstal, inbraak, geweld, straatovervallen, kleinschalige drugshandel, verstoring openbare orde) en anderzijds de witteboordencriminaliteit, georganiseerde criminaliteit en bepaalde typen cybercrime. Laatstgenoemde vormen van criminaliteit komen minder snel in het vizier van politie en justitie en worden juist overwegend gepleegd door slimme(re) daders. De oververtegenwoordiging van mensen met een laag IQ in de penitentiaire inrichtingen lijkt dan ook deels te verklaren door de moeilijk te vermijden eenzijdigheid in de opsporing.In dit themanummer gaat de meeste aandacht uit naar de oververtegenwoordiging van licht verstandelijk beperkten (LVB’ers) in de commune criminaliteit en als justitiabelen in de strafrechtketen. Wat moeten we met dit gegeven? Welke conclusies kunnen we hieraan verbinden? En wat valt er te zeggen over de maatschappelijke positie van LVB’ers? Wordt deze steeds benarder in een technologisch hoogontwikkelde samenleving?Daarnaast zijn er aanwijzingen dat LVB’ers, als ze eenmaal in een justitiële setting beland zijn, het moeilijker hebben dan andere gedetineerden of verdachten. In hoeverre zou er meer rekening moeten worden gehouden met hen in bijvoorbeeld verhoorsituaties, gevangenisregimes en programma’s voor behandeling en recidivepreventie, en hoe dan?Een ander onderwerp is de maat die voor intelligentie is ontwikkeld: IQ. Er is veel kritiek op de grote invloed die IQ-tests hebben op de verdere ontwikkeling van bijvoorbeeld schoolcarrières, maar ook op hulpverleningstrajecten waar mensen al dan niet toegang toe hebben. Ook zijn de meningen verdeeld over de vraag of intelligentie vooral afhankelijk is van genetische aanleg of dat ook de omgeving veel invloed heeft op de hoogte van het IQ. Voorts is er in dit themanummer in twee bijdragen aandacht voor de betrokkenheid van hoog intelligente personen bij criminaliteit.
    • LVB in de strafrechtketen - Procesevaluatie

      Drost, V.; Kluft, S.; Klein Hofmeijer, E.; Reiff, E.; Kaal, H. (Significant APE, 2021-06-22)
      Begin 2020 heeft de landelijke werkgroep voor lvb binnen de strafrechtketen, waaraan de verschillende ketenpartners deelnemen, een werkagenda voor de periode 2020-2021 vastgesteld. De bestuurders van de betrokken organisaties in de strafrechtketen (Bestuurlijk Ketenberaad) hebben deze werkagenda in mei 2020 bekrachtigd. Hierin wordt beschreven dat extra inspanning nodig is om ervoor te zorgen dat professionals in de strafrechtketen structureel meer aandacht hebben voor lvb-problematiek en dat zij vaardiger worden om mensen met een lvb op een effectieve manier te bejegenen en te begeleiden. In de komende jaren wordt ingezet op verduurzaming en implementatie. Daarvoor heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) behoefte aan een procesevaluatie van de inzet op het thema van lvb tot nu toe. Het doel van het onderhavige onderzoek is dan ook het verkrijgen van inzicht in de mate waarin de verschillende partners uit de strafrechtketen de activiteiten zoals afgesproken in de werkagenda (en de voorloper daarvan, het verbeterplan) tot op heden hebben geïmplementeerd. De hoofdvraag luidt als volgt: In welke mate en op welke manier is er bij de verschillende ketenpartners aandacht voor en worden er initiatieven geïntroduceerd gericht op mensen met een lvb, op de thema’s bewustwording, signaleren, communiceren en interveniëren? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Onderzoeksaanpak, 3. Bewustwording, 4. Signaleren, 5. Communicatie, 6. Interveniëren, 7. Ervaringen van mensen met een lvb in de strafrechtketen, 8. Conclusies.
    • Neuropsychologie en licht verstandelijke beperking - Een pilotonderzoek bij jongvolwassenen onder reclasseringstoezicht

      Platje, E.; Kooistra, M.; Zaalberg, A.; Kogel, C.H. de (WODC, 2019)
      Jongvolwassenen (in dit onderzoek 18 t/m 23 jaar) zijn het meest vertegenwoordigd onder reclassenten en recidiveren het meest. Dit is echter een groep met zeer diverse achtergronden en problematiek. Een deel heeft bijvoorbeeld te kampen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Het doel van dit pilotonderzoek is om een beschrijving te geven van de neuropsychologische en LVB-kenmerken van jongvolwassen reclassenten. Daarnaast wordt, op basis daarvan, een aanzet geboden tot handvatten voor de bejegening en behandeling in de reclasseringspraktijk en voor vervolgonderzoek. Hieruit volgen de onderzoeksvragen: Hoe ziet de groep onder reclasseringstoezicht-gestelde jongvolwassenen er uit betreffende LVB-kenmerken als intellectuele en adaptieve beperkingen? Hoe ziet de groep onder reclasseringstoezicht-gestelde jongvolwassenen er uit betreffende neuropsychologische kenmerken? Welke handvatten voor de praktijk en adviezen voor onderzoek kunnen worden geformuleerd op basis van de bevindingen uit vraag 1 en 2?
    • Onbeperkt toegang tot recht? - Slachtoffers met een licht verstandelijke beperking in de strafrechtsketen

      Spaan, N.; Kaal, H. (Hogeschool Leiden, 2015)
      Dit verkennende onderzoek richt zich op de groep licht verstandelijk beperkte (LVB) en zwakbegaafde slachtoffers van criminaliteit. In dit onderzoek gaat het om de vraag: Hoe kunnen slachtoffers met een licht verstandelijke beperking daar waar nodig ondersteund worden in het effectueren van hun rechten en beschermd worden tegen secundaire victimisatie? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Resultaten I: knelpunten 4. Resultaten II: oplossingsrichtingen 5. Kwetsbare groepen - vergelijkbare problematiek? 6. Conclusie en discussie
    • Probleemgroepen in de inrichtingen voor langgestraften - een inventarisatie

      Unknown author (WODC, 1982)
      Het doel van de inventarisatie is het verkrijgen van inzicht in de samenstelling van de bevolking van de inrichtingen voor langgestraften, in de omvang van de probleemcategorieën en in de mate waarin deze elkaar overlappen
    • Procesevaluatie gedragsinterventie So-Cool

      Buysse, W.; Abraham, M.; Scherders, S. (DSP-groep, 2016)
      So-Cool is in 2013 erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie (EC) voor een periode van vijf jaar en loopt tot juni 2018. In die periode moet een proces- en doeltreffendheidsevaluatie plaatsvinden aan de hand waarvan de EC het programma opnieuw beoordeelt. Binnen een termijn van nog eens drie jaar dient de effectiviteit te worden onderzocht en volgt de ex-post beoordeling door de EC. Deze procesevaluatie vindt plaats voorafgaand aan de doeltreffendheid- en effectevaluatie en heeft tot doel te bestuderen hoe de implementatie van So-Cool is verlopen en of de gedragsinterventie wordt uitgevoerd zoals beschreven in de handleidingen. Om uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van een interventie is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de programma-integriteit. De gedragsinterventie So-Cool is in opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming ontwikkeld door Van Montfoort en het Expertisecentrum William Schrikker en is een gedragsinterventie voor jongens en meisjes met een licht verstandelijke beperking (LVB) die tekorten vertonen in de sociale probleemoplossingsvaardigheden. De jongeren volgen de training in een gedwongen kader: in het kader van een leerstraf, als een module van een Gedragsbeïnvloedende Maatregel of als een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke veroordeling. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wordt de gedragsinterventie So-Cool uitgevoerd zoals beschreven in de programmahandleidingen? Wat zijn de eventuele knelpunten in de uitvoering en wat zijn de achterliggende oorzaken daarvan? INHOUD: 1. Inleiding 2. So-Cool volgens de handleiding 3. Instroom, doorstroom, uitstroom 4. Doelgroep 5. Uitvoering van werkzame elementen 6. Context 7. Mogelijkheden voor doeltreffendheidsonderzoek en effectevaluatie 8. Conclusies
    • Procesevaluatie van de gedragsinterventie Stay-a-way

      Place, C.; Onrust, S.; Voorham, L. (Trimbos-Instituut, 2015)
      Stay-a-way richt zich op het motiveren tot vermindering van het middelengebruik, vergroten van het inzicht ten aanzien van middelengebruik en delictgedrag, en het voorkomen van middelenafhankelijkheid bij jongeren met een verhoogd risico daartoe. Het uiteindelijke doel is het verkleinen van de kans op recidive. Het programma is in juni 2011 erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. Stay-a-way is bedoeld voor delinquenten van 12 tot en met 18 jaar, met een midden of hoog dynamisch risicoprofiel (DRP), en bij wie sprake is van (risico op) middelenmisbruik of -afhankelijkheid. In deze procesevaluatie wordt onderzocht of het programma Stay-a-way wordt uitgevoerd zoals beoogd in de programmahandleidingen. Daarnaast wordt nagegaan wat achterliggende oorzaken zijn van eventuele problemen in de uitvoering en welke verbeteringen in de implementatie dan wel interventie zelf gewenst zijn. Tot slot wordt op basis van het behalen van de procesevaluatie nagegaan in hoeverre een doeltreffendheidstudie - in termen van het behalen van programmadoelen - uitvoerbaar zal zijn.
    • Psychosociale criminogene factoren en neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Caribisch Nederland

      Bak, R.R. den; Popma, A.; Nauta-Jansen, L.M.C.; Nieuwbeerta, P.; Marchena-Slot, A.; Koenraadt, F.; Jansen, J.M. (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2018)
      Deze studie betreft een onderzoek naar de psychosociale criminogene factoren en neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Caribisch Nederland in 2018. Onder het personeel van de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland (JICN) bestaat de indruk dat de gedragsproblematiek van gedetineerden verergert. Momenteel is er echter geen goed zicht op de kenmerken van de gedetineerdenpopulatie in Caribisch Nederland. Daarom is in dit rapport een overzicht gegeven van enkele psychosociale en neurobiologische kenmerken, inclusief de indicatie voor een licht verstandelijke beperking. Daaraan voorafgaand wordt aandacht besteed aan zowel de detentieomstandigheden in de JICN, als de maatschappelijke en juridische inbedding daarvan. INHOUD: 1. Juridisch, maatschappelijk en theoretisch kader 2. Methoden van onderzoek 3. Resultaten neurobiologische kenmerken 4. Psychosociale kenmerken van gedetineerden 5. Discussie en aanbevelingen
    • Psychosociale criminogene factoren en neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Nederland

      Bak, R.R. den; Popma, A.; Nauta-Jansen, L.; Nieuwbeerta, P.; Jansen, J.M. (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2018)
      Deze studie betreft een onderzoek naar de psychosociale criminogene factoren en neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Nederland in 2017. Onder het gevangenispersoneel bestaat de indruk dat de gedragsproblematiek van gedetineerden de laatste jaren is verergerd. Om die reden is dit onderzoek uitgevoerd. De studie bevat twee onderzoeken: een grootschalig onderzoek naar de psychosociale kenmerken van mannelijke gedetineerden in 2017 (en een vergelijking met de situatie in 2003, N=2.079) en een onderzoek naar de neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in 2017 (N=283). Deelvragen adresseren onder andere: (1) een overzicht van psychosociale en neurobiologische kenmerken, (2) de samenhang tussen deze kenmerken, (3) het vormen van profielen op basis van deze kenmerken, en (4) de beschikbare informatie bij binnenkomst in detentie. Aanvullend is er door de onderzoekers additioneel (5) onderzoek gedaan naar de geestelijke gezondheid van gedetineerden en is er (6) voor het eerst in Nederland een aanzet gegeven voor het ontwikkelen van normscores voor de gedetineerdenpopulatie voor de in dit onderzoek gebruikte neurobiologische testen. INHOUD: 1. Aanleiding voor dit onderzoek 2. Deel I: Psychosociale criminogene kenmerken van mannelijke gedetineerden in Nederland, en een vergelijking tussen de situatie in 2003 en 2017 3. Deel II: Neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Nederland en de prevalentie van een indicatie voor LVB in detentie 4. Deel III: Verbindende discussie en aanbevelingen
    • Registratie van LVB-problematiek in het justitiële domein - Onderzoek naar de haalbaarheid van en mogelijkheden voor het schatten van de prevalentie van LVB binnen het justitiële domein op basis van bestaande registraties

      Kaal, H.; Jong, B. de (Hogeschool Leiden, 2017)
      Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zijn vermoedelijk oververtegenwoordigd in het justitiële domein, maar exacte aantallen ontbreken, omdat dit niet systematisch wordt bijgehouden. Er is wel behoefte aan (meer) exacte gegevens hierover. Als de groep LVB’ers werkelijk zo groot is als verondersteld, versterkt dat bijvoorbeeld de urgentie om extra aandacht te besteden aan deze doelgroep. Onderhavig onderzoek is vormgegeven op basis van een tweeledige probleemstelling: In hoeverre is onderzoek naar de prevalentie van LVB op basis van de op dit moment beschikbare registraties in het justitiële domein mogelijk? Wat is er nodig om in de toekomst tot een betrouwbare en valide inschatting van de prevalentie van LVB in het justitiële domein te komen op basis van registratiegegevens? INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Onderzoeksverantwoording 3. Huidige situatie 4. Toekomst vastleggen LVB-kenmerken 5. Slotbeschouwing
    • Screening van de LVB in de jeugdstrafrechtketen - Evaluatie van de pilot SCIL 14-17

      Smit, W.; Wichgers, L.; Timmermans, M. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2017)
      Gedurende de periode januari tot en met april 2017 werd in de jeugdstrafrechtketen een pilot uitgevoerd met betrekking tot de screening van LVB (licht verstandelijke beperking) onder jeugdige justitiabelen. Het doel van de pilot was om ervaring op te doen met de afname van het screeningsinstrument SCIL 14-17 en de signalering van LVB-problematiek en bejegening van jeugdige justitiabelen met een LVB te verbeteren. Daarnaast werd beoogd om bij een geconstateerde vermoedelijke LVB zo mogelijk en nodig de advisering en begeleiding van jongeren aan te passen. De pilot ging gepaard met evaluatieonderzoek. De evaluatie had betrekking op de uitvoering van de pilot, de ervaring van ketenpartners met de afname van de SCIL, de mate waarin de uitkomsten van de SCIL hebben geleid tot aanpassingen in bejegening, advisering en begeleiding en de waardering van de SCIL door betrokken medewerkers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beoogde opzet en uitvoering pilot 3. Ervaring met afname SCIL 14-17 4. Resultaat SCIL-afname en waardering 5. Samenvatting en conclusie
    • Specialisaties in Landelijke Specialistische Voorzieningen - Een literatuuronderzoek

      Franken, A.; Berg, G. van den; Kerkhof, L.; Assink, M. (Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2018)
      De probleemstelling van dit onderzoek komt voort uit het rapport Verkenning Invulling Vrijheidsbeneming Justitiële Jeugd (VIV JJ), dat in november 2015 is aangeboden aan de Tweede Kamer (Van Alphen, Drost & Jongebreur, 2015). Hierin staat de jongere met zijn ondersteuningsbehoefte qua zorg en beveiliging centraal. De verkenning legt de focus op continuering van zorg, betrokkenheid van het eigen netwerk en lokale samenwerking tussen DJI, lokale zorgpartners en gemeenten. Eén van de bouwstenen uit VIV JJ betreft een Landelijke Specialistische Voorziening (LSV), waarin jongeren met een specifiek profiel specialistische zorg en beveiliging krijgen. De vraag is echter welke specialisaties nodig zijn binnen de LSV en hoe deze specialisaties geclusterd zouden kunnen worden. INHOUD: 1. Aanleiding en vraagstelling 2. Opzet en methode 3. Welke specialisaties zijn er nodig binnen de Landelijke Specialistische Voorzieningen 4. Hoe zouden deze specialisaties geclusterd kunnen worden? 5. Samenvatting en conclusie 6. Referenties 7. Bijlagen
    • Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen? - Onderzoek naar de juridische mogelijkheden voor (verplichte) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen na kinderbescherming

      Bruning, M.R.; Liefaard, T.; Limbeek, M.M.C.; Bahlmann, B.T.M. (Universiteit Leiden - Instituut voor privaatrecht, 2016)
      In de praktijk bestaan zorgen om jongvolwassenen die na afloop van een kinderbeschermingsmaatregel over onvoldoende capaciteiten beschikken om geheel zelfstandig te functioneren in de maatschappij. In dit onderzoek staan de vragen centraal hoe het bestaande juridische instrumentarium voor (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar eruit ziet en in hoeverre het mogelijkheden biedt om kwetsbare jongvolwassenen uit de jeugdbescherming te blijven begeleiden of behandelen na het bereiken van de meerderjarigheid. Daarbij is tevens onderzocht of dit juridische instrumentarium en de toepassing daarvan in de praktijk aanleiding geeft tot voorstellen tot aanpassing en zo ja, tot welke. Deze centrale vragen worden beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen: Hoe ziet het bestaande juridische instrumentarium voor (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen (18-23 jaar) eruit? Op welke wijze (o.a. voor welke groepen en in welke situaties) worden deze instrumenten in de praktijk toegepast? Wat is uit de literatuur en uit de praktijk bekend over de ervaringen met of resultaten van deze toepassingen? Welke instrumenten werken volgens de literatuurbevindingen en volgens betrokkenen uit de praktijk goed en welke minder goed voor deze specifieke doelgroep en context? Welke korte en lange termijn-aanpassingen zijn volgens betrokkenen denkbaar? En onder welke omstandigheden en randvoorwaarden worden deze ook door betrokkenen als haalbaar en wenselijk gezien? INHOUD: 1. Inleiding 2. Kinderbeschermingsmaatregelen en (voortgezette) jeugdhulp 3. Meerderjarigenbescherming 4. Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 5. Jeugdstrafrecht 6. Internationaal recht 7. Conclusies en aanbevelingen
    • Vrijheid blijheid? - Een plan- en procesevaluatie van tien Koers en kansenpilots die zijn gericht op de re-integratie van ex-gedetineerden

      Jacobs, M.J.G.; Reijden, L.S. van der; Moors, J.A. (EMMA, 2021-06-15)
      In 2015 startte het ministerie van Justitie en Veiligheid het programma Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering. Met het programma wil het ministerie de sanctie-uitvoering robuust én flexibel maken. Maar bovenal gaat het erom de recidive van ex-gedetineerden omlaag te krijgen. Het programma wil vernieuwende projecten uit de lokale praktijk stimuleren, leerervaringen verzamelen, en de succesvolle projecten of onderdelen daarvan benoemen, behouden en verder implementeren. In het kader van het programma is een plan- en een procesevaluatie gedaan van in totaal tien pilotprojecten. Deze tien projecten zijn specifiek gericht op re-integratie en daarmee op het voorkomen van recidive van ex-gedetineerden. In dit rapport wordt verslag gedaan van deze plan- en procesevaluatie. Het doel van het onderzoek is: Inzicht krijgen in de ervaringen met en de ervaren impact van een selectie van projecten/interventies die in het programma Koers en kansen zijn opgenomen, gericht op (i) de re-integratie van (ex-) gedetineerden en (ii) de samenwerking tussen gemeenten, zorg en de overige netwerkpartners in het justitiedomein. INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Re-integratie en recidivebeperking: effectieve interventies 3. Programmalogica van tien Koers en kansen-pilotprojecten 4. Planevaluatie van de pilotprojecten 5. Planevaluatie: beantwoording onderzoeksvragen 6. Procesevaluatie: inleiding en werkwijze 7. De uitvoeringspraktijken in de onderzochte pilots 8. Procesevaluatie: beantwoording onderzoeksvragen