• Asielzoekers in het gareel? - Plan-, proces en effectevaluatie werking extra begeleiding en toezichtlocaties

      Kuppens, J.; Klein Haneveld, L.; Esseveldt, J. van; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2019)
      Sinds eind 2017 is het mogelijk om overlastgevende asielzoekers een maatregel op te leggen en hen te plaatsen in een zogenaamde extra begeleiding en toezichtlocatie (ebtl). De ebtl-maatregel is te beschouwen als een aanvulling op de al bestaande maatregelen die het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) kan opleggen. De ebtl-maatregel is vormgegeven als een pilot voor twee jaar en is binnen deze termijn geëvalueerd. De voor u liggende rapportage is het resultaat van deze evaluatie. De evaluatie valt uiteen in een plan-, een proces- en een effectevaluatie. Binnen de planevaluatie is gekeken wat de oorspronkelijk bedoelde doelen, doelgroep, werkzame bestanddelen en randvoorwaarden waren en is een oordeel gegeven of in vier elementen voldoende is voorzien. De procesevaluatie richtte zich op de daadwerkelijke invulling van deze elementen in de praktijk en de effectevaluatie op de daadwerkelijke resultaten van de ebtl-maatregel. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. De planevaluatie 4. Het proces achter de ebtl-maatregel 5. De effecten van de ebtl-maatregel 6. Conclusie en reflectie
    • Behandeling van seksuele delinquenten

      Unknown author (WODC, 1989)
      Dit themanummer van Justitiele Verkenningen gaat over de problemen in de behandeling van seksuele delinquenten. In maart van dit jaar werden vanuit het Ministerie van Justitie twee besloten studiedagen georganiseerd over 'seksualiteit en intimiteit in de inrichting' ten behoeve van de medewerkers in inrichtingen waarin de tbs-maatregel ten uitvoer wordt gelegd. De lezingen die op deze dagen werden gehouden, zijn in dit themanummer in artikelvorm bijeengebracht. De bijdragen vormen met elkaar een fascinerende staalkaart van morele overwegingen, behandelingsproblemen, psychotherapeutische technieken en beleidsafwegingen rond agressief seksueel geweld.
    • CoVa: eerst denken en dan ...? - Vergelijkend recidiveonderzoek naar het effect van cognitieve vaardigheidstrainingen uitgevoerd in de periode 2008-2011

      Verweij, S.; Tollenaar, N.; Wartna, B.S.J. (WODC, 2016)
      Sinds 2004 kunnen volwassenen die in Nederland zijn veroordeeld voor een misdrijf een training Cognitieve Vaardigheden (CoVa) volgen. De CoVa-training richt zich op het versterken van vier soorten cognitieve vaardigheden: het beheersen van impulsiviteit, het genereren van perspectief, het leren oplossen van problemen op een rationele wijze en moreel en kritisch redeneren (Buysse & Loef, 2012 - Zie link bij: Meer informatie). De gedachte is dat als deze vaardigheden worden versterkt, de betrokkenen nadien beter in staat zullen zijn om weerstand te bieden tegen de druk om crimineel gedrag te vertonen. In dit onderzoek wordt de effectiviteit van CoVa gemeten door de recidive van CoVa-deelnemers af te zetten tegen die van vergelijkbare ex-justitiabelen die niet aan de trainingen hebben deelgenomen. Concreet luiden de onderzoeksvragen als volgt: Wat zijn de (achtergrond)kenmerken van de daders die in de periode 2008-2011 aan de CoVa-training deelnamen en in hoeverre zijn zij vergelijkbaar met de personen uit de controlegroepen? Van welke recidive is onder CoVa-deelnemers sprake en hoe verhoudt deze zich tot die van vergelijkbare justitiabelen die de training niet volgden? a. Welk deel komt opnieuw in aanraking met Justitie (prevalentie)? b. Wat is het gemiddelde aantal nieuwe justitiecontacten per jaar (frequentie)? c. Wat is de totale impact van de recidive (ernst)? Welke executiekenmerken of indicatoren van de voortgang van de trainingen hangen statistisch significant samen met een lagere recidivekans indien er gecorrigeerd is voor verschillen in daderkenmerken, gegevens over de strafrechtelijke carrière, het zorgverleden van de deelnemers en hun psychosociale problematiek? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Beschrijving van de onderzoeksgroepen 4. Effectmeting CoVa-training 5. Recidive van CoVa-deelnemers nader bekeken 6. Slot
    • De inzet van apps bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden - Een systematische literatuur review

      Steur, J.; Velde, R. te; Zebel, S.; Boer, P.J. de (Dialogic Innovatie en Interactie, 2019)
      Deze literatuurstudie heeft als doel om op basis van (wetenschappelijke) literatuur te onderbouwen of de inzet van een app ondersteunend kan werken bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden. De vraagstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat is bekend over het gebruik van applicaties ter bevordering van de re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend (in binnen- en buitenland) over het gebruik van applicaties ter bevordering van re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend over het gebruik van apps ter bevordering van gewenst gedrag in vergelijkbare contexten zoals de verslavingsproblematiek? Welke inzichten kunnen we halen uit de praktijk? Welke conclusies kunnen op basis van de resultaten in het kader van vraag 2 (theoretisch) getrokken worden voor de justitiële context? INHOUD: 1. Inleiding 2. Apps voor re-integratie van populaties die vergelijkbaar zijn met (ex-)gedetineerden 3. Apps voor re-integratie van gedetineerden 4. Inzichten uit de praktijk 5. Conclusie en discussie
    • De leefstijltraining in woord en daad - Programma-integriteit van de uitvoering van de Leefstijltraining voor verslaafde justitiabelen

      Barendregt, C.; Wits, E.; Wall, L. van der (medew.); Gelder, N. van (medew.); Scholten, E. (medew.) (IVO Instituut voor onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving, 2014)
      De Leefstijltraining voor justitiabelen betreft een cognitief-gedragsmatige aanpak van verslaving, gebaseerd op het terugvalpreventiemodel van Marlatt et al. (Relapse Prevention, 1985, 2002). In het programma staan het delictscenario en de rol van het middelengebruik centraal. De Leefstijltraining is in juni 2009 volledig erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. Deze procesevaluatie is uitgevoerd om te bepalen of de Leefstijltraining voor justitiabelen wordt uitgevoerd zoals beschreven in de handleidingen. Nagegaan is wat achterliggende oorzaken zijn van eventuele problemen in de uitvoering. De volgende aspecten kwamen aan bod: Selectie en uitval van deelnemers, Programma-integriteit van de uitvoering, motivatie van betrokkeen, en contextuele factoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Het kader voor de Leefstijltraining voor verslaafde justitiabelen 4. Resultaten: selectie van deelnemers, kenmerken en uitval 5. Resultaten: programma-integriteit van de trainingen 6. Resultaten: motivatie van deelnemers en professionals 7. Resultaten: contextuele factoren 8. Conclusies
    • Evidence-based interventies tijdens detentie

      Ljujic, V.; Homburg, G.; Zoetelief, I. (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-06-15)
      Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te krijgen in het aanbod van effectieve (bij voorkeur evi-dence-based) justitiële interventies voor het verbeteren van de basisvoorwaarden voor succesvolle re-integratie en het terugdringen van recidive onder volwassen gedetineerden. De centrale vraag is: welke evidence-based interventies worden in Nederlandse penitentiaire instellingen ingezet (of zouden inge-zet kunnen worden) tijdens detentie en wat zijn de randvoorwaarden voor een effectieve uitvoering? Evidence-based geldt als een strenge eis en daarom richt het onderzoek zich ook op interventies die niet evidence-based zijn, maar wel een goede onderbouwing hebben met wetenschappelijke of praktijkken-nis en waarnaar bij voorkeur procesevaluaties zijn uitgevoerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Afbakening en methode van onderzoek 3. Inventarisatie 4. Uitvoering en randvoorwaarden 5. Conclusie.
    • Gaming en gamification voor justitiële inrichtingen

      Velde, R. te; Steur, J.; Vrankan, A. (Dialogic, 2015)
      Een van de ICT-toepassingen die de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) overweegt zijn Serious games. Serious games hebben primair een educatief doel, het opdoen van kennis of vaardigheden. Het entertainment aspect dat gepaard gaat met het spelen van de game dient als motivationele prikkel voor het bereiken van de leerdoelen. DJI is geïnteresseerd in toepassingsmogelijkheden van serious gaming (ervaringsleren). Dit verkennende onderzoek maakt duidelijk welke toegevoegde waarde serious games nu echt voor DJI kunnen hebben in het kader van het Masterplan. De volgende hoofdvragen worden behandeld: Welke doelen kunnen met serious gaming gerealiseerd worden? Voor welke doelgroepen binnen DJI is serious gaming het meest interessant? In hoeverre kan serious gaming voor DJI een effectief instrument zijn (om de doelstellingen van het Masterplan te bereiken)? INHOUD: 1. Inleiding 2. Games, video games, serious gaming en gamification 3. Inzet gaming in context Dienst Justitiële Inrichtingen 4. Case studies 5. Conclusies en aanbevelingen
    • In de grondverf zetten - planevaluatie van de prétherapie voor zedendelinquenten in PI Breda

      Nagtegaal, M.H.; Mulder, J. (2009)
      Het primaire doel van de planevaluatie is nagaan op welke assumpties de prétherapie in PI Breda gestoeld is en wat het plan van aanpak van de prétherapie is. De veronderstelde werkzame mechanismen achter het programma worden ontrafeld en er is uitgezocht op welke criminogene factoren het programma zich richt. INHOUD: 1. Inleiding en methoden 2. De behandeling 3. Veronderstelde werkzame mechanismen 4. Evaluatie van de behandeling
    • Kies voor verandering - Evaluatie van de theoretische onderbouwing, de uitvoering en uitkomsten van de training voor volwassen gedetineerden

      Plaisier, J.; Bouma, D.; Feddes, A.; Hoetjes, V.; Pollaert, H.; Straaten, I. van (Impact R&D, 2016)
      Kies voor Verandering is een training voor volwassen gedetineerden. Het doel van de training is de deelnemers te laten nadenken over hun leven, over de vraag of zij na hun detentieperiode een andere weg willen inslaan en of zij willen stoppen met het plegen van delicten. De training wordt landelijk uitgevoerd in Huizen van Bewaring en Gevangenissen. De doelgroep betreft alle gedetineerden met een strafrestant van minimaal drie weken vanaf de start van de training (behalve gedetineerden met ernstige verslavings- of psychische problematiek en degenen met een onrechtmatige verblijfsstatus). De training is niet bedoeld voor degenen bij wie geen enkele motivatie voor deelname bestaat. De training bevat zes bijeenkomsten. De training kan individueel worden gegeven maar wordt bij voorkeur in een groep, met maximaal twaalf deelnemers, gegeven door één of twee trainers. Het onderzoek dient inzicht te geven in de werkzame mechanismen van de training. Het is een vervolg op een klein vooronderzoek (deelname op vrijwillige basis) waaruit naar voren kwam dat gedetineerden en personeel enthousiast waren over de training (M. Mol, V. Hoetjes en J. Plaisier, De training Kies voor Verandering; eerste indrukken van de ervaringen van gedetineerden en personeel in zes gevangenissen, Impact R&D, 2013). INHOUD: 1. Evaluatie van de theoretische onderbouwing van 'Kies voor verandering' 2. Evaluatie van de uitvoering van van 'Kies voor verandering' 3. Evaluatie van de uitkomsten van van 'Kies voor verandering' 4. Discussie
    • Onder controle? - Een procesevaluatie van de gedragsinterventie 'Korte Leefstijltraining voor verslaafde justitiabelen'

      Schoenmakers, Y.; Leiden, I. van; Bremmers, B.; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2012)
      De Korte Leefstijltraining voor verslaafde justitiabelen is een gedragsinterventie gericht op het terugdringen van recidive. Deze training wordt uitgevoerd door de instellingen van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG). Deze gedragsinterventie is in 2009 erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. Dit betekent dat de training aan alle kwaliteitscriteria voldoet die door het ministerie van Justitie zijn opgesteld. Om de erkende status te behouden dient de gedragsinterventie geëvalueerd te worden. In deze procesevaluatie zijn gegevens over de uitgevoerde Korte Leefstijlstrainingen, de deelnemers en de trainers verzameld en geanalyseerd. Aan de hand van de bevindingen is nagegaan of de Korte Leefstijltraining wordt uitgevoerd zoals beschreven in de door de Erkenningscommissie goedgekeurde programmahandleiding. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het kader voor de Korte Leefstijltraining 3. De Korte Leefstijltraining in cijfers 4. De deelnemers 5. De trainers en de training 6. Proces en randvoorwaarden 7. Conclusie en lessen
    • Planmatig en flexibel - procesevaluatie gedragsinterventie CoVa

      Kuppens, J.; Wijk, A. van; Klöne, E.-J. (Bureau Beke, 2012)
      De interventie Cognitieve Vaardigheden Plus (CoVa ) heeft in januari 2009 door de Erkenningcommissie Gedragsinterventies Justitie een definitieve erkenning gekregen. CoVa is gericht op het aanpassen van cognitieve disfuncties bij justitiabelen met een IQ tussen 65 en 90. De kern van de aanpak is sociale probleemoplossing, aangevuld met elementen van angermanagement, cognitieve herwaardering, assertiviteitstraining en emotieherkenning. Deze procesevaluatie vindt voorafgaand aan de effectevaluatie plaats, om te bestuderen of Cova wordt uitgevoerd zoals beschreven in de handleidingen, of er sprake is van randvoorwaardelijke en/of inhoudelijke knelpunten en hoe die zijn of te lossen en, of interventie-integriteit kan worden vastgesteld. INHOUD: 1. Inleiding en vraagstelling 2. CoVa+ in vogelvlucht 3. Methode van onderzoek 4. Kenmerken van de doelgroep 5. Trainers en trainingen 6. Conclusies
    • Procesevaluatie Brains4Use

      Abraham, M.; Buysse, W. (DSP-groep, 2013)
      Het belangrijkste doel van de gedragsinterventie Brains4Use is het verminderen van de kans op recidive middels het terugdringen van drugs- en alcoholgebruik bij jongeren die verblijven in de inrichting. Daarnaast heeft Brains4Use als doel de kans op uitval van school en werk als gevolg van middelengebruik te verminderen, en het voorkomen van schadelijke gevolgen voor het sociaal-emotioneel welbevinden en de gezondheid van de jongeren. Het einddoel is het terugdringen van recidive. Brains4Use is in maart 2010 volledig erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. In dit rapport worden de uitkomsten gepresenteerd van een procesevaluatie van de programma-integriteit van Brain4Use. INHOUD: 1. Inleiding 2. De gedragsinterventie Brains4Use 3. Onderzoeksaanpak van de procesevaluatie 4. Doelgroep 5. Uitvoering programmaonderdelen 6. Context en randvoorwaarden in JJI's 7. Voorwaarden voor onderzoek naar doeltreffendheid 8. Conclusies
    • Procesevaluatie Leren van Delict

      Abraham, M.; Buysse, W. (DSP-groep, 2014)
      Het hoofddoel van Leren van Delict is voorkomen dat jongeren tussen 14 en 23 jaar die veroordeeld zijn voor een ernstig gewelddelict en in een JJI verblijven, opnieuw gewelddadige delicten plegen. De training richt zich primair op het verminderen van de kans op gewelddadige recidive, het verminderen van de kans op het plegen van andersoortige (niet-gewelddadige) delicten en het verminderen van betrokkenheid van de jongeren bij (gewelddadige) incidenten tijdens zijn verblijf in de inrichting. Leren van Delict is in december 2009 volledig erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. De status 'erkend' is geldig voor een periode van vijf jaar. Intussen moet een proces- en effectevaluatie plaatsvinden. Hierna dient het programma opnieuw aan de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie te worden voorgelegd ter beoordeling van de gebleken effectiviteit. Deze procesevaluatie vindt voorafgaand aan de effectevaluatie plaats, om te bestuderen of Leren van Delict wordt uitgevoerd zoals beschreven in de handleidingen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Leren van Delict in theorie 3. Doelgroep 4. De interventie in de praktijk 5. Uitvoerders van de interventie 6. Organisatie 7. Doeltreffendheidsonderzoek 8. Conclusies en discussie
    • Procesevaluatie van de prétherapie voor zedendelinquenten in PI Breda

      Nagtegaal, M.H.; Mulder, J. (WODC, 2010)
      In de Penitentiaire Inrichting (PI) Breda (Huis van Bewaring) bestaat sinds de jaren negentig een speciale afdeling voor zedendelinquenten. De afdeling is bedoeld (primaire doelstelling) om deze kwetsbare groep delinquenten een beschermde plaats binnen de PI te bieden. In de loop der jaren (sinds 1997) is gestart met het bieden van een (beperkt) behandelaanbod (secundaire doelstelling), dat bekend is geworden als ‘prétherapie bij zedendelinquenten’. In de prétherapie worden eerste inzichten (motivatie, vergroten van de sociale vaardigheden) gegeven aan de delinquent om beter voorbereid deel te nemen aan een therapeutisch vervolgprogramma om tot gedragsverandering te komen. Prétherapie is geen compleet behandelaanbod, maar een opstap om de zedendelinquent ‘behandelbaar’ te maken. Het primaire doel van deze procesevaluatie is het onderzoeken van de manier waarop het programma in de praktijk wordt uitgevoerd en in hoeverre dat overeenkomt met de plannen zoals deze op papier staan. Uit deze procesevaluatie moet daarnaast duidelijk worden of alle processen verlopen zoals voorzien. INHOUD: 1. Inleiding 2. De prétherapie in de praktijk 3. Slot
    • Procesevaluatie van YOUTURN: instroomprogramma en stabilisatie- en motivatieperiode - fasen 1 en 2 van de basismethodiek in justitiële jeugdinrichtingen

      Hendriksen-Favier, A.; Place, C.; Wezep, M. van (Trimbos- instituut, 2010)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van de procesevaluatie van fasen 1 en 2 van YOUTURN, een basismethodiek voor alle jongeren die wegens delictgedrag in een justitiële jeugdinrichting verblijven. De basismethodiek is erop gericht jongeren te helpen bij A) het ontwikkelen van competenties en aanleren van vaardigheden om taken te vervullen, waarvoor zij zich in het dagelijks leven gesteld zien en B) het ontwikkelen van moreel besef en verantwoordelijk gedrag en elkaar hierbij te helpen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksopzet 3. Programma-integriteit 4. Motivatie en tevredenheid van jongeren 5. Tevredenheid, knelpunten en verbetermogelijkheden 6. Conclusie en discussie
    • The effect of manualized behavior therapy with disruptive behavior disordered children in everyday clinical practice - A randomized clinical trial

      Wiel, N. van de (Universiteit Utrecht, 2002)
      This thesis starts with a review of effective psychotherapeutic treatments of school-aged children with Disruptive Behavior Disorders (DBD) in chapter 1. On the basis of this clinical review the author formulated the aim of her effect study, i.e. to conduct a randomized clinical trial with referred DBD children in everyday clinical practice. For this, the author used two methods that have been proven to be efficacious in the treatment of DBD children in research conditions: parent management training and social problem-solving skills training. The research questions, the design and the methods used are described in chapter 2 and 3. In chapter 4 the author describes the sychotherapeutic program which she used: the Utrecht Coping Power Program, which is an adaption of the Coping Power Program of Lochman and Wells (1996). In the following chapters the results of the study are presented. In chapter 5 the author reports om pretreatment to posttreatment effects. Chapter 6 reports on the mediating factors through which the treatment works, and moderating factors influencing the treatment effect. In addition, in chapter 7, the potentially relevant moderating role of the biological factor cortisol is adressed. In chapter 8 pretreatment to 6-months follow-up results are adressed. In chapter 9 the author gives a comparison of the costs of the treatments that have been investigated. The summary of the results and the general discussion are presented in chapter 10.
    • Uitvoering van de gedragsinterventie Agressie Regulatie op Maat bij jongeren met een strafrechtelijke titel

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Wied, M.A. de; Orobio de Castro, B. (Universiteit Utrecht - Faculteit Sociale Wetenschappen, 2011)
      Agressie Regulatie op Maat heeft primair als doel de zelfregulatie van een jongere met een ernstige agressieproblematiek te verbeteren om zo de kans op recidive te verkleinen. Dit door het verminderen van dynamische individuele risicofactoren die gerelateerd zijn aan de agressieregulatie problematiek. Het is bedoeld voor jongens en meisjes in de leeftijd van 16-21 jaar met een ernstige agressieproblematiek. De interventie is vooral van toepassing op langgestrafte jongeren, jongeren met een PIJ-maatregel of met een civielrechtelijke maatregel gesloten behandeling. Een volledige procesevaluatie bleek gezien het geringe aantal deelnemers niet mogelijk, maar riep de de volgende alternatieve onderzoeksvragen op: Waarom wordt Agressie Regulatie op Maat zo weinig uitgevoerd? Welke belemmeringen zijn er voor een goede uitvoering? INHOUD: 1. Inleiding 2. Agressie Regulatie op Maat 3. Methode 4. Bevindingen 5. Conclusies en Discussie
    • Varianummer

      Unknown author (WODC, 1976)