• Aandachtspunten voor preventie van marginalisering van Antillianen - Aanvulling op Cahier 2008-4: Het kennisfundament t.b.v. de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren

      Distelbrink, M.; Pels, T. (WODC, 2008)
      Als aanvulling op het rapport: Het kennisfundament t.b.v. de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren (Cahier 2008-4) zijn de specifieke achtergronden van marginalisering van Antillianen belicht. INHOUD: 1. Inleiding 2. Jeugdige 3. Gezin 4. Omgeving 5. Leeftijdgenoten
    • Agressie en geweld; weten wat helpt - een overzichtsstudie van preventieve interventies tegen geweld in de openbare ruimte

      Onrust, S.A.; Speetjens, P.A.M.; Melchers, M.; Verdurmen, J.E.E. (Trimbos-instituut, 2011)
      De doelstelling van dit onderzoek is drieledig.In de eerste plaats heeft dit onderzoek als doel inzicht te bieden in het beschikbare aanbod van effectieve, veelbelovende, niet-effectieve en contraproductieve preventieve interventies voor risicogroepen van geweldpleging in Nederland en in het buitenland.Het tweede doel van het onderzoek betreft het in kaart brengen van de omstandigheden die bijdragen aan de gewenste of ongewenste effecten van deze interventies.Het laatste doel van dit onderzoek is het bieden van inzicht in de bruikbaarheid van effectieve en veelbelovende preventieve interventies in de Nederlandse praktijk. Om deze reden zijn de resultaten uit het literatuuronderzoek voorgelegd aan verschillende experts. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Schoolinterventies 4. Individuele interventies 5. Wijkinterventie 6. Multi-componenten interventies 7. Toepasbaarheid interventies Nederlandse samenleving 8. Conclusies
    • CoVa volgens plan? - Een vooronderzoek naar de mogelijkheden en reikwijdte van een onderzoek van de cognitieve vaardigheidstraining

      Ferwerda, H.; Wijk, A. van; Arts, N.; Kuppens, J. (WODC, 2009)
      Veel (ex-)gedetineerden hebben problemen op het gebied van cognitieve vaardigheden. Omdat gedragsinterventies gericht op cognitieve vaardigheden in Nederland (zo goed als) ontbraken, besloot de Werkgroep Interventies (2003) een al bestaande Engelse training, ‘Enhanced Thinking Skills’, in Nederland te introduceren, onder de naam Cognitieve Vaardigheden (CoVa). De CoVa richt zich op het ontwikkelen van vaardigheden die deelnemers in staat stellen binnen en buiten de gevangenis op een meer pro-sociale wijze te denken en te handelen. Expliciet richt de CoVa zich op de volgende cognitieve domeinen: impulsiviteit, probleem oplossen, perspectief nemen en moreel en kritisch redeneren. In dit onderzoeksverslag zijn gegevens met betrekking tot trainingen, trainers en deelnemers geanalyseerd zijn. Op basis van de resultaten van die analyses en gesprekken met deskundigen wordt aangegeven wat de mogelijkheden en reikwijdte van een effectonderzoek zijn.
    • CoVa: eerst denken en dan ...? - Vergelijkend recidiveonderzoek naar het effect van cognitieve vaardigheidstrainingen uitgevoerd in de periode 2008-2011

      Verweij, S.; Tollenaar, N.; Wartna, B.S.J. (WODC, 2016)
      Sinds 2004 kunnen volwassenen die in Nederland zijn veroordeeld voor een misdrijf een training Cognitieve Vaardigheden (CoVa) volgen. De CoVa-training richt zich op het versterken van vier soorten cognitieve vaardigheden: het beheersen van impulsiviteit, het genereren van perspectief, het leren oplossen van problemen op een rationele wijze en moreel en kritisch redeneren (Buysse & Loef, 2012 - Zie link bij: Meer informatie). De gedachte is dat als deze vaardigheden worden versterkt, de betrokkenen nadien beter in staat zullen zijn om weerstand te bieden tegen de druk om crimineel gedrag te vertonen. In dit onderzoek wordt de effectiviteit van CoVa gemeten door de recidive van CoVa-deelnemers af te zetten tegen die van vergelijkbare ex-justitiabelen die niet aan de trainingen hebben deelgenomen. Concreet luiden de onderzoeksvragen als volgt: Wat zijn de (achtergrond)kenmerken van de daders die in de periode 2008-2011 aan de CoVa-training deelnamen en in hoeverre zijn zij vergelijkbaar met de personen uit de controlegroepen? Van welke recidive is onder CoVa-deelnemers sprake en hoe verhoudt deze zich tot die van vergelijkbare justitiabelen die de training niet volgden? a. Welk deel komt opnieuw in aanraking met Justitie (prevalentie)? b. Wat is het gemiddelde aantal nieuwe justitiecontacten per jaar (frequentie)? c. Wat is de totale impact van de recidive (ernst)? Welke executiekenmerken of indicatoren van de voortgang van de trainingen hangen statistisch significant samen met een lagere recidivekans indien er gecorrigeerd is voor verschillen in daderkenmerken, gegevens over de strafrechtelijke carrière, het zorgverleden van de deelnemers en hun psychosociale problematiek? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Beschrijving van de onderzoeksgroepen 4. Effectmeting CoVa-training 5. Recidive van CoVa-deelnemers nader bekeken 6. Slot
    • De daling van het aantal opleggingen van de PIJ-maatregel nader beschouwd

      Knoop, J. van der; Elzinga, H. (medew.) (Rijksuniversiteit Groningen - Dutch Group - Decide, 2011)
      Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe de daling van het aantal jongeren dat een PIJ-maatregel kijgt opgelegd, kan worden verklaard. Meer specifiek richt het onderzoek zich op de vraag welke rol (een verandering in) het besluitvormingsproces hierbij een rol speelt dat aan de eventuele oplegging van de PIJ-maatregel vooraf gaat.
    • De leefstijltraining in woord en daad - Programma-integriteit van de uitvoering van de Leefstijltraining voor verslaafde justitiabelen

      Barendregt, C.; Wits, E.; Wall, L. van der (medew.); Gelder, N. van (medew.); Scholten, E. (medew.) (IVO Instituut voor onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving, 2014)
      De Leefstijltraining voor justitiabelen betreft een cognitief-gedragsmatige aanpak van verslaving, gebaseerd op het terugvalpreventiemodel van Marlatt et al. (Relapse Prevention, 1985, 2002). In het programma staan het delictscenario en de rol van het middelengebruik centraal. De Leefstijltraining is in juni 2009 volledig erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. Deze procesevaluatie is uitgevoerd om te bepalen of de Leefstijltraining voor justitiabelen wordt uitgevoerd zoals beschreven in de handleidingen. Nagegaan is wat achterliggende oorzaken zijn van eventuele problemen in de uitvoering. De volgende aspecten kwamen aan bod: Selectie en uitval van deelnemers, Programma-integriteit van de uitvoering, motivatie van betrokkeen, en contextuele factoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Het kader voor de Leefstijltraining voor verslaafde justitiabelen 4. Resultaten: selectie van deelnemers, kenmerken en uitval 5. Resultaten: programma-integriteit van de trainingen 6. Resultaten: motivatie van deelnemers en professionals 7. Resultaten: contextuele factoren 8. Conclusies
    • De maatregel Inrichting voor Stelselmatige Daders - procesevaluatie

      Goderie, M.; Lünnemann, K.D.; Drost, L. (medew.); Tierolf, B. (medew.); Hermens, F. (medew.); Heuvel, L. van den (medew.) (WODC, 2008)
      Doel van dit onderzoek is zicht geven op de implementatie van de Maatregel Plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders [ISD], zodat betrokkenen, beleidsmakers, minister en Kamer weten in hoeverre de wet is ingevoerd en of er nog verbeteringen wenselijk of noodzakelijk zijn. Daarbij is een schatting nodig van de delicten die door de incapacitatie van de veelplegers de samenleving bespaard zijn gebleven.
    • De oplegging en uitvoering van de gedragsbeïnvloedende maatregel voor delinquente jongeren - 531 dossiers (2008 t/m 2013) onder de loep genomen

      Plaisier, J.; Knijnenberg, M.; Lenssen, D.; Pollaert, H.; Straaten, I. van (Impact R&D, 2016)
      De gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) is een maatregel voor jeugdige delinquenten die een ernstig delict plegen (of veel delicten plegen) en psychische problematiek hebben waarvoor ambulante behandeling nodig is. De maatregel is ingevoerd in 2008, maar wordt veel minder gebruikt dan oorspronkelijk werd verwacht: nog geen 1% van alle sancties voor jeugdigen per jaar bestaat uit een GBM. Er zijn al meerdere onderzoeken gedaan naar de redenen voor het feit dat de maatregel zo weinig wordt gebruikt. Er is nog geen onderzoek uitgevoerd naar de vraag hoe het proces van advisering tot oplegging precies verloopt en hoe de maatregel wordt uitgevoerd bij de jongeren bij wie wel een GBM is opgelegd. Over deze vragen gaat dit onderzoeksrapport: Hoe vaak wordt een gedragsbeïnvloedende maatregel geadviseerd, geëist en opgelegd en om welke redenen wordt een advies van de Raad voor de Kinderbescherming wel of niet overgenomen door het Openbaar Ministerie of de Zittende Magistratuur? Hoe verloopt de gedragsbeïnvloedende maatregel? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksvragen 3. Methode 4. Instroom: van advies tot oplegging 5. Het verloop van de GBM 6. Conclusie 7. Discussie
    • Doeltreffendheid Tools4U - onderzoek naar de doelgroep, uitvoering en doeltreffendheid van leerstraf Tools4U

      Stouwe, T. van der; Asscher, J.J.; Stams, G.J.J.M. (Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, 2013)
      Tools4U is een gedragsinterventie die in het kader van een extramurale leerstraf kan worden ingezet. Deze gedragsinterventie is bedoeld voor de doelgroep jongeren (12-17 jaar oud), die één of meerdere delicten hebben gepleegd. Tools4U is een intensieve individuele training van cognitieve en sociale vaardigheden. De training van cognitieve en sociale vaardigheden is in oktober 2007 volledig erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. De status 'erkend' is geldig voor een periode van vijf jaar (tot oktober 2012). In de tussenliggende periode van vijf jaar dient er wel een proces- en effectevaluatie plaats te vinden. De procesevaluatie van Tools4U die aanving in 2009 en inmiddels is afgerond, bracht een aantal aandachtspunten in de uitvoering aan het licht (zie bij: meer informatie). Sinds de procesevaluatie uit 2009 zijn door zowel de Raad voor de Kinderbescherming als PI Research verschillende aanpassingen en verbeteringen aangebracht, waardoor verwacht wordt dat de uitvoering van Tools4U voldoende is om de doeltreffendheid te onderzoeken. In dit doeltreffendheidsonderzoek is nagegaan in hoeverre Tools4U de juiste doelgroep bereikt, in hoeverre het programma wordt uitgevoerd zoals bedoeld en in hoeverre de deelnemers de verwachte ontwikkelingen op programmadoelen laten zien.
    • Doordringen of doordrinken - Effectevaluatie Halt-straf Alcohol

      Kuppens, J.; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2014)
      Sinds 2006 wordt gewerkt met de Haltafdoening Alcohol. Dit is een interventie die zich richt op jongeren tussen twaalf en achttien jaar die onder invloed van alcohol en APV- of een strafrechtelijk feit hebben gepleegd. Deze effectevaluatie is een vervolg op de procesevaluatie (projectnummer 1829 - zie link bij: Meer informatie). De hoofdvraag van deze effectevaluatie luidt: In hoeverre is de straf effectief in termen van het vergroten van de kennis ten aanzien van de effecten van alcoholgebruik, de bewustwording ten aanzien van het eigen gebruik (zoals risico's en effecten van eigen gebruik) en in termen van gedragsverandering en recidive? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Literatuurverkenning 4. Kenmerken van de onderzoekspopulatie 5. Effecten van de Halt-straf Alcohol 6. Conclusie en discussie
    • Een literatuuronderzoek naar de effectiviteit van de reclassering - onderzoek verricht ten behoeve van de Adviescommissie Onderzoeksprogrammering Reclassering

      Poort, R.; Eppink, K. (WODC, 2009)
      Dit rapport geeft een uitgebreid overzicht van (nationaal en internationaal) literatuuronderzoek naar de effectiviteit, doelmatigheid en kwaliteit van de reclasseringswerkzaamheden. De belangrijkste vragen waren: werkt het? En: voor wie werkt het onder welke omstandigheden? Het literatuuronderzoek gaat niet alleen over de effectiviteit van een bepaald instrument of interventie, maar ook over de validiteit van de onderliggende theorie over die effectiviteit. INHOUD: 1. Doel, opzet en werkwijze 2. Het beleid van de reclassering 3. Diagnose & advies 4. Gedragsinterventies 5. Toezicht 6. Sancties 7. Motivatie en dwang 8. Overige onderzoeksdomeinen
    • Eerst denken, dan doen - Doeltreffendheid van de cognitieve vaardigheidstraining (CoVa) voor justitiabelen

      Buysse, W.; Loef, L. (DSP-groep, 2012)
      Deze interventie is bedoeld voor personen met een gemiddeld tot hoog recidive risico en aantoonbare cognitieve tekorten. De 'Cognitieve Vaardigheidstraining' (CoVa) richt zich op het ontwikkelen van vaardigheden die deelnemers in staat stellen binnen en buiten de gevangenis op een meer pro-sociale wijze te denken en te handelen. Expliciet richt de CoVa zich op de volgende cognitieve domeinen: impulsiviteit, probleem oplossen, perspectief nemen en moreel en kritisch redeneren. In dit doeltreffendheidsonderzoek stonden drie vragen centraal: In welke mate wordt de CoVa-training consistent en volgens plan toegepast? Wat is het effect van de COVa op de cognitieve vaardigheden impulsiviteit, probleem oplossen, perspectief nemen en moreel en kritisch redeneren? In hoeverre hangen kenmerken van de justitiabelen, setting, programma-integriteit en randvoorwaarden samen met vooruitgang op programmadoelen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. Programma-integriteit 4. Doeltreffendheid 5. Invloed moderatorvariabelen en randvoorwaarden op verandering cognitieve vaardigheden 6. Conclusie en discussief
    • Effectstudie Tools4U - Effecten op cognitieve en sociale vaardigheden

      Stouwe, T. van der; Asscher, J.J.; Stams, G.J.J.M.; Laan, P.H. van der (Universiteit van Amsterdam - Vakgroep Forensische Orthopedagogiek, 2015)
      Tools4U is een gedragsinterventie die in het kader van een extramurale leerstraf kan worden ingezet. Deze gedragsinterventie is bedoeld voor de doelgroep jongeren (12-17 jaar oud), die één of meerdere delicten hebben gepleegd. De training van cognitieve en sociale vaardigheden is in oktober 2007 volledig erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. Dit betekent dat het programma aan alle kwaliteitscriteria voldoet die door het ministerie van Justitie zijn opgesteld. De status 'erkend' is geldig voor een periode van vijf jaar, dus tot oktober 2012. In de tussenliggende periode van vijf jaar dient er wel een proces- en effectevaluatie plaats te vinden. De procesevaluatie van Tools4U die aanving in 2009 is afgerond in 2011 (zie link hiernaast). De doeltreffendheidstudie is inmiddels ook afgerond in 2012 (zie link hiernaast). Dit onderzoek betreft de derde beoordeling van de Erkenningscommissie, namelijk de ex-postbeoordeling, waarvoor de effectiviteit van Tools4U aangetoond moet worden. In dit eerste deelonderzoek wordt de effectiviteit van Tools4U op cognitieve en sociale vaardigheden, gemeten na afloop van de interventie. De (lange termijn) effecten op recidive zullen in een volgend rapport beschreven worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Deelnemers aan het onderzoek 4. Effectiviteit van Tools4U op cognitieve en sociale vaardigheden 5. Conclusie en discussie
    • Eindverslag pilotonderzoek Theorie, Crimineel gedrag en Interventie

      Oorsouw, W.M. van; Poiesz, Th.B.C. (WODC (subsidie), 2007)
      Het doel van dit onderzoek is na te gaan in hoeverre het Triade-model kan gelden als een integrerend kader voor gedragswetenschappelijk onderzoek op het gebied van crimineel gedrag.
    • Evaluatie aanpak criminele jeugdgroepen

      Burik, A.E. van; Hoogeveen, C.; Jong, B.J. de; Vogelvang, B.; Addink, A.; Steege, M. van der (Van Montfoort, 2013)
      De minister van Veiligheid en Justitie heeft de aanpak van problematische jeugdgroepen begin 2011 tot één van de belangrijkste prioriteiten gemaakt en daarbij sterk de focus gelegd op de aanpak van de criminele jeugdgroepen. Dit evaluatieonderzoek bestaat uit drie delen: Beschrijving van de ontwikkeling van aantallen problematische jeugdgroepen 2009-2011. Beschrijving en evaluatie specifiek van de aanpak van criminele jeugdgroepen 2010-2011. Literatuurstudie naar de kenmerken en de effectieve aanpak van criminele jeugdgroepen. INHOUD: 1. Samenvatting en conclusies 2. Inleiding 3. Onderzoeksverantwoording 4. Ontwikkeling aantallen problematische jeugdgroepen 5. Eerste globale analyse plannen van aanpak 6. Resultaten analyse plannen van aanpak 7. De aanpakken: signaleren, analyseren en prioriteren 8. De aanpakken: inzet interventies 9. De aanpakken: regie en samenwerking 10. De aanpakken: resultaten en bevorderende & belemmerende factoren 11. Beoordeling gedragsinterventies 12. Onderzoeksvragen en opzet literatuuronderzoek 13. Criminele jeugdgroepen: overeenkomsten en verschillen tussen Nederland en het buitenland 14. Deelname aan verschillende jeugdgroepen 15. Ontstaan en verdwijnen van criminele jeugdgroepen 16. De aanpak van criminele jeugdgroepen 17. Samenvatting en overwegingen 18. Literatuur
    • Evaluatie pilot zorginkoop voor de gedragsbeïnvloedende maatregel

      Buysse, W.; Hilhorst, N.; Bijleveld, S. (medew.); Maarschalkerweerd, A. (medew.); Verweij, S. (medew.); Kleuver, J. de (medew.) (DSP-groep, 2012)
      Binnen de Directie Forensische Zorg van DJI is de afdeling Zorginkoop (Dforzo) verantwoordelijk voor de inkoop van alle forensische zorg voor volwassenen in een strafrechtelijk kader. Dforzo verzorgt ook de inkoop van gedragsinterventies in het kader van de Gedragsbeïnvloedende Maatregel (GBM) voor jeugdigen. Het betreft hier een pilot, die is opgezet nadat in 2009 bleek dat er niet genoeg zorgaanbod was, vooral waar het erkende gedragsinterventies betreft. Vanwege dat tekort werd vaak afgezien van adviseren, eisen c.q. opleggen van de GBM. Het doel van dit onderzoek was na te gaan hoe het proces van zorginkoop voor de GBM verloopt in de praktijk, of hte doel - het landelijk tijdig beschikbaar komen van passende zorg - wordt bereikt en om te toetsen of de zorginkoop verloopt volgens plan. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. Beleidslogica en theorie over zorginkoop 4. De feiten: aanbod, gebruik, adviezen en opleggingen 5. De zorginkoop GBM in de praktijk 6. Knelpunten en meerwaarde zorginkoop 7. Samenvatting en conclusies
    • Evaluatie proces en doeltreffendheid Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC)

      Timmermans, M.; Witvliet, M.; Homburg, G.H.J. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2015)
      Onder verantwoordelijkheid van het Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering wordt Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC) ingezet ter vervanging of bekorting van gesloten behandeling in justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s) en jeugdzorgplus- instellingen (Jz ). Jongeren kunnen zowel via een civielrechtelijke als strafrechtelijke weg geplaatst worden in MTFC. Het is een gedragsinterventie bedoeld voor jongens en meisjes in de leeftijd van 12 t/m 17 jaar met ernstig antisociaal gedrag, al dan niet in combinatie met een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis. De interventie houdt een intensieve begeleiding in binnen een opvoedgezin, waarbij jongeren worden getraind in sociaal gedrag. MTFC is in de VS ontwikkeld. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond MTFC 3. Onderzoeksmethode 4. Procesmeting: het verloop van MTFC 5. Resultaten deelnemers MTFC 6. Toegevoegde waarde MTFC 7. Conclusie
    • Evidence-based interventies tijdens detentie

      Ljujic, V.; Homburg, G.; Zoetelief, I. (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-06-15)
      Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te krijgen in het aanbod van effectieve (bij voorkeur evi-dence-based) justitiële interventies voor het verbeteren van de basisvoorwaarden voor succesvolle re-integratie en het terugdringen van recidive onder volwassen gedetineerden. De centrale vraag is: welke evidence-based interventies worden in Nederlandse penitentiaire instellingen ingezet (of zouden inge-zet kunnen worden) tijdens detentie en wat zijn de randvoorwaarden voor een effectieve uitvoering? Evidence-based geldt als een strenge eis en daarom richt het onderzoek zich ook op interventies die niet evidence-based zijn, maar wel een goede onderbouwing hebben met wetenschappelijke of praktijkken-nis en waarnaar bij voorkeur procesevaluaties zijn uitgevoerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Afbakening en methode van onderzoek 3. Inventarisatie 4. Uitvoering en randvoorwaarden 5. Conclusie.
    • Gedragsbeïnvloeding door strafrechtelijk ingrijpen - Een literatuurstudie

      Bol, M.W. (WODC, 1995)
      Doel: 'Wat vermag rechtshandhaving, onder welke omstandigheden en bij welke typen strafbare feiten?' Deze vraag stelt de Centrale Directie Wetenschapsbeleid en Ontwikkeling (CDWO) zich in haar onderzoeksprogrammering van juni 1991, en hiermee is in essentie geformuleerd waar het in deze literatuurstudie om gaat. Na het pessimisme van de jaren tachtig (`niets helpt') lijkt er in de criminologische literatuur nu weer sprake van enig optimisme, met name als het gaat over de individuele gedragsbeïnvloeding van delinquenten. Opzet: De genoemde individuele gedragsbeïnvloeding van daders staat centraal, maar ook strafdoelen als rechtvaardigheid, generale preventie ;en beveiliging van de maatschappij ontsnappen niet aan de aandacht. Om de overstelpende hoeveelheid literatuur in te perken zonder bij voorbaat bepaalde soorten delicten of typen daders buiten beschouwing te hoeven laten, is gekozen voor een `overzicht van overzichten'. Dat wil zeggen dat voor wat betreft de criminologische literatuur - in eerste instantie - alleen overzichtsstudies en meta-analyses zijn geselecteerd. Naast criminologische literatuur wordt ook psychologische literatuur bestudeerd. Daarbij gaat het om een nadere analyse van de invloed die mogelijk uitgaat van kenmerken van de gestrafte, de strafoplegger en/of de straf en van de interacties tussen die verschillende kenmerken. Wellicht kunnen elementaire mechanismen worden blootgelegd die ook te herkennen zijn in het straf(proces)recht en bij de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen. Dit kan aanknopingspunten bieden voor toekomstig onderzoek en beleid. Hoofdstuk 2 t/m 5 bevat het criminologisch gedeelte waarin soorten delicten (rijden onder invloed, zedendelict, gewelddelict), kenmerken/omstandigheden van daders en soort interventie (jeugdigen en volwassenen) centraal staan. Hoofdstuk 6 bevat het psychologische gedeelte.
    • Gedragsinterventies voor volwassen justitiabelen - stand van zaken en mogelijkheden voor innovatie

      Fischer, T.F.C.; Captein, W.J.M.; Zwirs, B.W.C. (Erasmus Universiteit Rotterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2012)
      Sinds 2005 worden alle gedragsinterventies die door de drie reclasseringsorganisaties worden aangeboden door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies getoetst op hun kwaliteit. Doel van dit onderzoek is om na te gaan of het huidige aanbod (en aanbod in ontwikkeling) van gedragsinterventies voldoet  en - zo niet - op welke manier innovatie mogelijk is. Dit onderzoek betreft het in kaart brengen van 1) criminogene factoren die in de huidige praktijk niet voldoende aan bod komen en 2) bepaalde groepen justitiabelen die met het huidige aanbod niet bereikt worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Dataverzameling en analysetechnieken 3. Inventarisatie gedragsinterventies: afgedekte en onafgedekte factoren 4. Inventarisatie gedragsinterventies: exclusie 5. Non-participatie: no show en uitval 6. Mogelijkheden voor innovatie van het aanbod 7. Conclusies