• Beperkt en gevangen? - De haalbaarheid van prevalentieonderzoek naar verstandelijke beperking in detentie

      Kaal, H.L. (WODC, 2010)
      Zowel in de politiek als bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) bestaat al lang de wens tot het ontwikkelen van beleid en het programmeren van onderzoek ten aanzien van licht verstandelijk beperkte (LVB) gedetineerden. In deze rapportage wordt verkend wat de knelpunten en oplossingsrichtingen zijn bij het opzetten van studie naar de prevalentie van LVB onder gedetineerden. Knelpunten en oplossingen zijn gevonden via bestudering van literatuur (o.a. buitenlandse studies) en het raadplegen van experts. INHOUD: 1. Achtergrond en relevantie van de studie 2. Nederlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 3. Buitenlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 4. Vaststellen van LVB in detentie 5. Slotbeschouwing
    • Criminogene problemen onder daders die in aanmerking komen voor gedragsinterventies

      Knaap, L.M. van der; Weijters, G.; Bogaerts, S. (WODC, 2007)
      Onderzoek naar criminogene factoren zal in eerste instantie gebeuren aan de hand van een research synthese. Daarnaast ligt het accent in dit onderzoek naar de prevalentie van criminogene factoren bij Nederlandse gedetineerden. Het is noodzakelijk een precies beeld te hebben van de omvang van de criminogene problematiek van gedetineerden. De te beantwoorden vragen zijn: Wat is de prevalentie van criminogene tekorten van gedetineerden en niet-gedetineerden reclasseringscliënten die in aanmerking komen voor gedragsinterventies? Hoe groot zullen de aantallen deelnemers aan gedragsinterventies jaarlijks naar schatting zijn? Hoe groot is de doelgroep voor interventies voor analfabetisme en daders van zedendelicten en daders van huiselijk geweld? INHOUD: 1. Inleiding 2. De prevalentie van criminogene factoren 3. Verschillen in criminogene factoren tussen subgroepen 4. Discussie en slot
    • De bevolking van het Huis van Bewaring Rotterdam gedifferentieerd

      Linden, B. van der; Rook, A. (WODC, 1983)
      Doel van deze eerste inventarisatie was op korte termijn een globaal inzicht te verkrijgen in enerzijds de samenstelling van de inrichtingsbevolking en anderzijds de capaciteitsbehoefte voor de verschillende vleugels. Definitief uitsluitsel over de te verwachten plaatsbehoefte op de vier vleugels zal in de tweede onderzoeksfase moeten worden verkregen.
    • Een detentieconcept voor de toekomst? - Evaluatie van de verlengde pilotperiode van Detentieconcept Lelystad (DCL)

      Jongebreur, W.; Abraham, M.; Nauta, O. (WODC, 2009)
      Detentieconcept Lelystad (DCL) is een pilotproject in het kader van de vernieuwingen die plaatsvinden binnen het transformatieproces De Nieuwe Inrichting van DJI. DCL is sinds januari 2006 operationeel. De pilotfase van het project is ondersteund met een evaluatieonderzoek dat antwoord moest geven op de vraag of het concept uitvoerbaar is en breder toegepast kan worden. Omdat aan het detentieconcept zoals bedoeld nog niet volledig in praktijk is gebracht is besloten de pilotfase te verlengen en te voorzien van een evaluatie. In deze evaluatie wordt gekeken naar de invloed en de randvoorwaarden van DCL op de organisatie, het personeel, de gedetineerden en de kostprijs.
    • Evaluatie beleidskader Longstay - differentiatie, herbeoordeling en verloftoets

      Reitsma, J.; Walberg, A.; Jongebreur, W.; Schrama, A. (Significant, 2013)
      Per 1 juni 2009 is een nieuw beleidskader Longstay Forensische Zorg in werking getreden. Het nieuwe beleidskader bevat ten opzichte van het vorige beleidskader een versterking van de rechtspositie van tbs-gestelden in de longstay en een differentiatie van de longstaypopulatie naar beveiligings- en zorgniveau’s. Vanaf 27 mei 2012 is eveneens de Verlofregeling voor tbs-gestelden gewijzigd, met specifieke consequenties voor personen met een longstay-status. Deze onderzoeksrapportage bevat een procesevaluatie van de implementatie van het beleidskader en de Verlofregeling. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het beleidskader en de Verlofregeling 3. Interne differentiatie 4. Van aanvraag longstay-status tot plaatsing 5. Driejaarlijkse herbeoordeling 6. Verlof 7. Beëindiging longstay en uitstroom 8. Conclusies
    • Evaluatie detentieconcept Lelystad

      Post, B.; Stolz, S.; Miedema, F. (WODC, 2007)
      Het Detentieconcept Lelystad (DCL) is een pilotinrichting waar 150 kortverblijvenden in zespersoonscellen zijn ondergebracht. DCL is sinds januari 2006 operationeel. Het regime in DCL kenmerkt zich door een beperkte bevei_liging en een uitvoerig gebruik van elektronica. De hoofdvraag in dit onderzoeksrapport luidt als volgt: In hoeverre draagt het DCL bij aan de vier uitgangspunten zoals die zijn geformuleerd in De Nieuwe Inrichting en voldoet DCL aan de normen van Detentie en Behandeling op Maat (DBM) en de vijf detentieprincipes van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).
    • Evaluatie Penitentiaire beginselenwet en Penitentiaire maatregel

      Laemers, M.T.A.B.; Vegter, P.C.; Fiselier, J.P.S. (Katholieke Universiteit Nijmegen - ITS, 2001)
      Op 1 januari 1999 zijn de Penitentiaire beginselenwet (PBW), ter vervanging van de Beginselenwet gevangeniswezen, en de Penitentiaire maatregel (PM), ter vervanging van de Gevangenismaatregel, van kracht geworden. Aan de Tweede kamer is toegezegd dat de uitvoering van de regelgeving nauwgezet gevolgd zal worden en dat daartoe de eerste twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd zou worden. In dit rapport wordt van deze evaluatie verslag gedaan. De hoofdstukindeling correspondeert in grote lijnen met de geselecteerde onderwerpen van de vragenlijst voor unitdirecteuren. De clusters binne die vragenlijst zijn:Bekendheid met inhoud en gedachtegoed van de regelgeving;Differentiatiestelsel;Disciplinaire straffen;Dwangbehandeling;Beklag en beroep en;Penitentiaire programma's.
    • Evaluatie pilot zorgcontinuïteit - ketensamenwerking in Rotterdam

      Goedvolk, M.; Walberg, A. (Significant, 2013)
      In de periode van september 2012 tot en met juni 2013 is een evaluatie uitgevoerd van de pilot zorgcontinuïteit in locatie De Schie van PI Rotterdam. De pilot zorgcontinuïteit bestaat uit twee belangrijke elementen: het inzetten van een trajectregisseur van de GGD Rotterdam en gezamenlijke inkoop. De zorg richt zich op de groep kortgestraften en preventief gehechten met Rotterdam-binding. De doelstelling van dit onderzoek is het inzichtelijk maken van de mate waarin de pilot in de praktijk wordt uitgevoerd zoals beoogt, het benoemen van de succesfactoren en knelpunten en het vaststellen van de mate waarin zorgcontinuïteit is bevorderd door uitvoering van de pilot. INHOUD: 1. Achtergrond en aanleiding 2. Onderzoeksopzet 3. Succesfactoren voor zorgcontinuïteit uit de literatuur 4. De pilot zorgcontinuïteit 5. Conclusies
    • Evaluatie projecten 'Detentie lokaal en flexibel

      Kuin, M.; Verbeek, E.; Mulder, E.; Homburg, G. (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-09-17)
      Het doel van dit onderzoek is om de vijf projecten, gericht op lokale en flexibele detentie, te evalueren en te ondersteunen in hun doorontwikkeling, en om een basis te leggen voor een toekomstige effect-evaluatie. Concreet biedt het onderzoek: - inzicht in de gestelde doelen, opzet en werkzame elementen van de vijf projecten; - (tussentijdse) suggesties ter verbetering en doorontwikkeling van de projecten; - indicatoren voor een toekomstige proces- en effectevaluatie van de projecten; - inzicht in de realisatie, knelpunten, succesfactoren en leerpunten van de projecten. Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen: A. De planevaluaties en indicatoren voor toekomstige evaluaties. B. Evaluatie van de realisatie en leerpunten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Planevaluaties 3. Evaluatie realisatie en leerpunten 4. Samenvatting en conclusies
    • Gevangen in de EBI - Een empirisch onderzoek naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught

      Bunt, H.G. van de; Bleichrodt, F.W.; Struijk, S.; Leeuw, P.H.P.M. de; Struik, D. (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2013)
      De centrale vraag van dit onderzoek is: Welke prijs wordt betaald voor het bereiken van de doelstelling van de Extra Beveiligde Inrichting (geen gijzelingen, geen ontvluchtingen)? Om deze centrale vraag te beantwoorden, komen de volgende onderzoeksvragen aan de orde: Wat is de ontstaansgeschiedenis van de EBI, wat zijn de specifieke kenmerken van het EBI-regime en wat zijn de financiële kosten van de EBI? Wat is de rechtspositie van de EBI-gedetineerden en wat zijn de juridische 'kosten' van het regime? Hoe voeren penitentiaire inrichtingswerkers het regime in de praktijk uit en welke 'kosten' brengt dit mee? Hoe ervaren gedetineerden hun verblijf in de EBI en welke 'kosten' ondervinden zij? INHOUD: 1. Onderzoek naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) 2. De EBI in Vught 3. De rechtspositie van EBI-gedetineerden 4. Werken in de EBI 5. Gedetineerd in de EBI 6. De EBI in balans? Conclusies en aanbevelingen
    • Gezondheidszorg in het gevang - Onderzoek naar vraag en aanbod van justitiële tweedelijns gezondheidszorg

      Wijngaart, M. van den; Post, B. (WODC, 2007)
      De centrale probleemstelling van het onderzoek is als volgt geformuleerd: Hoe ziet de vraag van justitiële inrichtingen en ketenpartners naar tweedelijns gezondheidszorg eruit, in hoeverre kan het penitentiair ziekenhuis in deze behoefte voorzien, en op welke wijze zouden vraag en aanbod meer op elkaar afgestemd kunnen worden?
    • In de grondverf zetten - planevaluatie van de prétherapie voor zedendelinquenten in PI Breda

      Nagtegaal, M.H.; Mulder, J. (2009)
      Het primaire doel van de planevaluatie is nagaan op welke assumpties de prétherapie in PI Breda gestoeld is en wat het plan van aanpak van de prétherapie is. De veronderstelde werkzame mechanismen achter het programma worden ontrafeld en er is uitgezocht op welke criminogene factoren het programma zich richt. INHOUD: 1. Inleiding en methoden 2. De behandeling 3. Veronderstelde werkzame mechanismen 4. Evaluatie van de behandeling
    • Met meer op één kamer? - Meerpersoonskamers in de justitiële jeugdinrichtingen

      Boendermaker, L.; Bruinsma, W.; Schouten, R.; Pijll, M. van der (WODC, 2006)
      De sector JJI (Justitiële Jeugd Inrichtingen) ziet zich de komende jaren voor de opdracht gesteld te bezuinigen en tegelijkertijd capaciteit uit te breiden met enkele honderden plaatsen. Eén van de maatregelen om aan beide opdrachten, bezuinigen en uitbreiden, tegemoet te komen is het meerpersoonskamergebruik. In het voorjaar van 2005 zijn drie justitiële inrichtingen gestart met een pilot met het gebruik van meerpersoonskamers. In het onderzoek stonden twee vragen centraal:Hoe staat het met de veiligheid en het welzijn van zowel het personeel als de ingesloten jeugdigen wanneer meerpersoonskamergebruik in de justitiële inrichtingen wordt ingevoerd?Onder welke voorwaarden - zou meerpersoonskamergebruik moeten plaatsvinden en in hoeverre leidt meerpersoonskamergebruik tot een bezuiniging en een capaciteitsuitbreiding?
    • Optimale beveiliging van justitiabelen bij penitentiair verblijf en vervoer - Verkennend onderzoek naar mogelijke discrepanties, differentiaties, oplossingen en kosten

      Vogelvang, B.O.; Jong, B.J. de; Sondorp, J.E. (Van Montfoort, 2016)
      In voorliggende rapportage staat de probleemstelling centraal wat de wetenschap en buitenlandse ervaringen leren over de samenhang van verschillende beveiligingsniveaus met recidive, geweldsgebruik tijdens en na de detentie en ontvluchtingen. Daarnaast wordt op basis van deze kennis en ervaring een uitspraak gedaan over het vraagstuk of justitiabelen in de Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen onder een optimaal beveiligingsniveau beveiligd en vervoerd worden, waarbij de aanwijzingen voor samenhang van verschillende niveaus van beveiliging met recidive en geweldsgebruik tijdens en na de detentie de basis vormen. Ook de kostenaspecten van de beveiliging worden meegenomen. INHOUD: 1. Inleiding en onderzoeksvragen 2. Onderzoekverantwoording 3. Wetenschappelijk onderzoek naar beveiligingsniveaus in de PI 4. Buitenlandse ervaringen 5. Detentiedifferentiatie bij verblijf: in de praktijk 6. Vervoer van justitiabelen in de praktijk 7. Conclusies
    • Procesevaluatie van de prétherapie voor zedendelinquenten in PI Breda

      Nagtegaal, M.H.; Mulder, J. (WODC, 2010)
      In de Penitentiaire Inrichting (PI) Breda (Huis van Bewaring) bestaat sinds de jaren negentig een speciale afdeling voor zedendelinquenten. De afdeling is bedoeld (primaire doelstelling) om deze kwetsbare groep delinquenten een beschermde plaats binnen de PI te bieden. In de loop der jaren (sinds 1997) is gestart met het bieden van een (beperkt) behandelaanbod (secundaire doelstelling), dat bekend is geworden als ‘prétherapie bij zedendelinquenten’. In de prétherapie worden eerste inzichten (motivatie, vergroten van de sociale vaardigheden) gegeven aan de delinquent om beter voorbereid deel te nemen aan een therapeutisch vervolgprogramma om tot gedragsverandering te komen. Prétherapie is geen compleet behandelaanbod, maar een opstap om de zedendelinquent ‘behandelbaar’ te maken. Het primaire doel van deze procesevaluatie is het onderzoeken van de manier waarop het programma in de praktijk wordt uitgevoerd en in hoeverre dat overeenkomt met de plannen zoals deze op papier staan. Uit deze procesevaluatie moet daarnaast duidelijk worden of alle processen verlopen zoals voorzien. INHOUD: 1. Inleiding 2. De prétherapie in de praktijk 3. Slot
    • Psychometrische kwaliteiten van de Recidive Inschattingsschalen (RISc) - Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid, interne consistentie en congruente validiteit

      Knaap, L.M. van der; Leenarts, L.E.W.; Nijssen, L.T.J. (WODC, 2007)
      Het instrument Recidive Inschattings Schalen (RISc) is gebaseerd op een Engelstalig instrument (OASys). Tijdens de ontwikkeling van de RISc is aandacht besteed aan de vertaling van het instrument, aan de kwaliteit van de items en aan de interne consistentie van de schalen van het instrument. Verder onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit van de RISc is echter noodzakelijk omdat de psychometrische kwaliteiten voor een Nederlandse populatie onbekend zijn. Daarnaast dient het instrument in de toekomst voor een heterogene groep van justitiabelen te worden genormeerd. In het onderhavige onderzoek staan de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en de begripsvaliditeit van het instrument centraal. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid 4. Schaalstructuur en interne consistentie van de RISc 5. Congruente validiteit 6. RISc en specifieke doelgroepen 7. Conclusies en aanbevelingen
    • Selectiebeleid ten aanzien van middellanggestraften

      Linden, B. van der (WODC, 1982)
      In dit rapport wordt getracht een antwoord te geven op drie hoofdvragen die met betrekking tot het selectiebeleid ten aanzien van middellangstraften kunnen worden gesteld:Hoe verloopt de aanbieding van kandidaten aan de selectiecommissie?Hoe verloopt de besluitvormingsprocedure en welke overwegingen worden daarbij door de commissieleden gehanteerd?Wat zijn de feitelijk gehanteerde selectiecriteria?
    • Specialisaties in Landelijke Specialistische Voorzieningen - Een literatuuronderzoek

      Franken, A.; Berg, G. van den; Kerkhof, L.; Assink, M. (Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2018)
      De probleemstelling van dit onderzoek komt voort uit het rapport Verkenning Invulling Vrijheidsbeneming Justitiële Jeugd (VIV JJ), dat in november 2015 is aangeboden aan de Tweede Kamer (Van Alphen, Drost & Jongebreur, 2015). Hierin staat de jongere met zijn ondersteuningsbehoefte qua zorg en beveiliging centraal. De verkenning legt de focus op continuering van zorg, betrokkenheid van het eigen netwerk en lokale samenwerking tussen DJI, lokale zorgpartners en gemeenten. Eén van de bouwstenen uit VIV JJ betreft een Landelijke Specialistische Voorziening (LSV), waarin jongeren met een specifiek profiel specialistische zorg en beveiliging krijgen. De vraag is echter welke specialisaties nodig zijn binnen de LSV en hoe deze specialisaties geclusterd zouden kunnen worden. INHOUD: 1. Aanleiding en vraagstelling 2. Opzet en methode 3. Welke specialisaties zijn er nodig binnen de Landelijke Specialistische Voorzieningen 4. Hoe zouden deze specialisaties geclusterd kunnen worden? 5. Samenvatting en conclusie 6. Referenties 7. Bijlagen
    • Suïcides in detentie

      Blaauw, E.; Kerkhof, A.J.F.M. (Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Psychologie en Pedagogiek, 1999)
      Dit is een onderzoek naar de mogelijkheid om gedetineerden met hoog suïciderisico bij binnenkomst in een huis van bewaring te onderscheiden van gewone gedetineerden. De achtergrond van dit onderzoek was gelegen in het feit dat suïcides in detentie in de belangstelling staan van het Ministerie van Justitie en in het relatief hoge aantal suïcides in detentie in de jaren 1995 en 1996. Momenteel wordt gewerkt aan protocollering van preventiemaatregelen; penitentiaire inrichtingswerkers worden geschoold in het herkennen van en omgaan met suïciderisico en psychologen hebben cursussen gevolgd in de herkenning van suïciderisico. De vraag bestond echter of het mogelijk is om suïcidale gedetineerden bij binnenkomst in een huis van bewaring te herkennen met hulp van een screeningsinstrument en hoe zo'n instrument er zou moeten uitzien. Deze vraag staat centraal in het onderzoek dat in dit boek wordt beschreven.
    • Terroristen in detentie - evaluatie van de Terroristenafdeling

      Veldhuis, T.M.; Gordijn, E.H.; Lindenberg, S.M.; Veenstra, R. (RUG - Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen, 2010)
      De terroristenafdelingen in de Penitentiare Inrichtingen Vught en De Schie zijn in september 2006 in werking getreden om gedetineerden met een terroristische achtergrond, die een mogelijk radicaliserende uitwerking hebben op hun medegedetineerden, op één plaats te kunnen concentreren. Deze rapportage ist het resultaat van een evaluatieonderzoek van de terroristenafdelingen. De studie betreft zowel een planevaluatie als een procesevaluatie. INHOUD: 1. Inleiding - Deel I. De terroristenafdeling in theorie 2. Beleidsproces 3. Beleidstheorie 4. Toetsing van de beleidstheorie - Deel II. De terroristenafdeling in de praktijk 5. Doelgroep 6. Regime - Deel III. Conclusie en discussie 7. Conclusie en discussie