• De beheerslast van vreemdelingen in bewaring in detentiecentrum Rotterdam - Beschrijving en duiding van de periode 2015-2019

      Zebel, S.; Stel, M.; Haandrikman, M.; Hadaschik, J.; Giebels, E. (Universiteit Twente, 2021-12-30)
      Dit onderzoek heeft tot doel duidelijk te maken of de beheerslast van vreemdelingen die in bewaring zijn gesteld in het DC Rotterdam is toegenomen in de periode 2015-2019. Indien dit het geval blijkt, wordt achterhaald hoe deze toename kan worden verklaard. Blijkt er geen toename te zijn geweest in de beheerslast, dan dient dit onderzoek duidelijk te maken hoe de indicaties van de toename kunnen worden verklaard. Dat leidt tot de volgende onderzoeksvragen voor het huidige onderzoek: 1. Is de beheerslast van ingesloten vreemdelingen in het DC Rotterdam toegenomen in de periode 2015 tot en met 2019? 2. Zo ja (op vraag 1): Wat zijn de mogelijke verklaringen voor deze toename? Zo nee (op vraag 1): Hoe kunnen de indicaties van de toename van de beheerslast worden verklaard? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Methoden van onderzoek, 3. Operationalisatie van beheerslast, 4. Beantwoording onderzoeksvraag 1: Is de beheerslast in het DCR toegenomen in de periode 2015-2019?, 5. Beantwoording onderzoeksvraag 2: Mogelijke verklaringen voor de toegenomen beheerslast in het DCR in de periode 2015-2019, 6. Conclusie en discussie.
    • Benchmarking in het gevangeniswezen - Een onderzoek naar de mogelijkheden van het vergelijken en verbeteren van prestaties

      Molleman, T. (WODC, 2011)
      De centrale vraag die in dit onderzoek wordt behandel, luidt: Hoe kan een onderlinge integrale vergelijking worden gemaakt van de performance van penitentiaire inrichtingen en hoe kan benchmarking plaatsvinden, zodat leren, verbeteren en verantwoorden worden bevorderd? De volgende deelvragen worden behandeld: Wat houdt benchmarking in en welke kennisvragen dienen te worden beantwoord voordat implementatie ervan in het gevangeniswezen verantwoord plaats kan vinden? Wat zijn de voornaamste doelstellingen en op welke wijze kunnen deze worden geoperationaliseerd in prestatie-indicatoren binnen de beschikbare databronnen? Welke factoren hangen empirisch samen met de performance van penitentiaire inrichtingen? Op welke wijze kan de performance van penitentiaire inrichtingen vergelijkbaar in beeld worden gebracht, rekening houdend met de omstandigheden waarop een inrichtingsmanagement geen invloed heeft? Wat zijn de mogelijke risico's en ongewenste neveneffecten van implementatie van benchmarking in het gevangeniswezen? INHOUD: 1. Aanleiding en de opbouw van de studie 2. Benchmarking 3. Van strafdoelen naar taken: beschikbare metingen en betrouwbaarheid 4. Restrictieve en beïnvloedbare factoren bij het performancethema veiligheid 5. Toetsing van de veronderstelde verbanden met veiligheid 6. Methodologie van performancevergelijking 7. Ex-ante-uitvoeringsanalyse 8. Conclusie en aanbevelingen
    • De 'zelfmetende' justitiabele - Een verkennend onderzoek naar technologische zelfmeetmethoden binnen justitiële context

      Cornet, L.J.M.; Mandersloot, M.N.A.; Pool, R.L.D.; Kogel, C.H. de (WODC, 2017)
      Quantified Self (QS) is de trend waarbij de mens in toenemende mate technologie integreert in zijn leven, met als doel informatie te verzamelen over zichzelf en hiervan te leren en/of zichzelf bij te sturen. In de Verenigde Staten is er al veel activiteit op dit gebied: de overheid aldaar heeft bijvoorbeeld onlangs financiële middelen beschikbaar gesteld om QS-data te proberen te linken aan ‘officiële’ data (in dit geval op het terrein van gezondheid). In Nederland wordt momenteel een beperkt aantal kleine pilotprojecten uitgevoerd, zoals in de Oostvaarderkliniek met de behandeling van tbs-patiënten en bij de jeugdreclassering door middel van e-begeleiding. Dit onderzoek betreft een verkenning van toepassingsmogelijkheden van QS voor de justitiële context. QS kan mogelijk bijdragen aan onder andere het vergroten van het probleeminzicht van justitiabelen, het voorspellen van (negatief) gedrag, het verbeteren van behandeling en bejegening en het ontwikkelen van alternatieve behandelingen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Zelfmeting in de gezondheidszorg 4. De 'zelfmetende' justitiabele 5. Aandachtspunten 6. Slothoofdstuk. Zie ook link naar: YouTube-Filmpje 'Zelfmetende justitiabele'.
    • Electronic monitoring - evaluatie pilots PI Ammerswiel en PI Bankenbosch

      Velde, R. te; Segers, J.; Bekkers, R.; Bilderbeek, R. (WODC, 2008)
      De volgende vragen worden in deze rapportage beantwoord: Draagt toepassing van Electronic Monitoring in een meer grootschalige setting bij aan het vergroten van de veiligheid binnen de locaties Bankenbosch en Amerswiel?Zorgt Electronic Monitoring voor een vergroting van de efficiency van de personele inzet binnen de locaties Bankenbosch en Amerswiel in de avond- en nachtelijke uren?
    • Elektronisch gecontroleerde beperkte bewegingsvrijheid - Een studie naar de haalbaarheid van elektronische detentie

      Oortmerssen, J.G.H. van (red.); Kerling, F.M.; Graaf, W.L.J.M. de; Lam, T.S.; Verheijen, A.C.J.; Versluis, R.J.; Wolk, J.C. van der (KPN Risicom, 1997)
      Dit verslag van het onderzoek geeft de huidige stand van 'denken' over elektronische detentie weer en biedt een ontwikkeltraject aan voor een proefneming, dan wel invoering van het concept. Een traject dat aansluit bij de in het najaar van 1996 verleende opdracht maar dat qua contouren en vooral qua hanteerbaarheid nader is uitgewerkt. Allereerst wordt in hoofdstuk 3 verslag gedaan van de beleidsmatige verkenning omtrent haalbaarheid. In hoofdstuk 4 is de draad opgepakt waar het vorige onderzoek die moest laten liggen. Nieuwe technologie is de revue gepasseerd en het door DDV Telecommunications Consultancy aanbevolen technisch concept is nader uitgewerkt. In hoofdstuk 5 is het op basis van de aangereikte functionele eisen het meest in aanmerking komende technisch concept nader uitgewerkt. In hoofdstuk 7 wordt stilgestaan bij de belangrijkste voorwaarden waaraan het departement moet voldoen om binnen afzienbare tijd (ruim 2 jaar) een geslaagde pilot-test met detentie van ca. 150 cliënten te kunnen afronden. Tenslotte wordt, naast de term Elektronisch Gecontroleerde Beperkte Bewegingsvrijheid (EGBB) in het vervolg veelal de term Elektronische Detentie (ED) gebruikt.
    • Gevangen in de EBI - Een empirisch onderzoek naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught

      Bunt, H.G. van de; Bleichrodt, F.W.; Struijk, S.; Leeuw, P.H.P.M. de; Struik, D. (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2013)
      De centrale vraag van dit onderzoek is: Welke prijs wordt betaald voor het bereiken van de doelstelling van de Extra Beveiligde Inrichting (geen gijzelingen, geen ontvluchtingen)? Om deze centrale vraag te beantwoorden, komen de volgende onderzoeksvragen aan de orde: Wat is de ontstaansgeschiedenis van de EBI, wat zijn de specifieke kenmerken van het EBI-regime en wat zijn de financiële kosten van de EBI? Wat is de rechtspositie van de EBI-gedetineerden en wat zijn de juridische 'kosten' van het regime? Hoe voeren penitentiaire inrichtingswerkers het regime in de praktijk uit en welke 'kosten' brengt dit mee? Hoe ervaren gedetineerden hun verblijf in de EBI en welke 'kosten' ondervinden zij? INHOUD: 1. Onderzoek naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) 2. De EBI in Vught 3. De rechtspositie van EBI-gedetineerden 4. Werken in de EBI 5. Gedetineerd in de EBI 6. De EBI in balans? Conclusies en aanbevelingen
    • Gezondheidszorg in het gevang - Onderzoek naar vraag en aanbod van justitiële tweedelijns gezondheidszorg

      Wijngaart, M. van den; Post, B. (WODC, 2007)
      De centrale probleemstelling van het onderzoek is als volgt geformuleerd: Hoe ziet de vraag van justitiële inrichtingen en ketenpartners naar tweedelijns gezondheidszorg eruit, in hoeverre kan het penitentiair ziekenhuis in deze behoefte voorzien, en op welke wijze zouden vraag en aanbod meer op elkaar afgestemd kunnen worden?
    • Internationale vergelijking kosten van detentie

      Lijesen, M.; Beers, C. van; Moolenaar, D.; Poppelaars, H.; Stafleu, M. (Instituut Onderzoek voor Overheidsuitgaven (IOO), 1998)
      Het doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in de omvang en determinanten van de kosten van detentie in Nederland en de verhouding daar van tot de kosten van detentie in het buitenland. Het onderzoek strekt zich uit tot vijf landen: Nederland, België, Engeland/Wales, Zweden en de Duitse deelstaat Nedersaksen. In het onderzoek volgen de auteurs drie sporen. Ten eerste is dit een vergelijking van de macrocijfers van de Geselecteerde landen. Het tweede spoor is een vergelijking van gegevens van Nederlandse inrichtingen onderling. Als derde spoor onderscheiden ze paarsgewijze vergelijking van een buitenlandse inrichting met een Nederlandse counterpart. In dit onderzoek verstaan ze onder kwaliteit de veiligheid in en rond de inrichting en de humaniteit van de detentie. Indicatoren voor veiligheid zijn onder andere het aantal ontsnappingen, het aantal gewelddadige incidenten en het aantal suïcides.
    • Optimale beveiliging van justitiabelen bij penitentiair verblijf en vervoer - Verkennend onderzoek naar mogelijke discrepanties, differentiaties, oplossingen en kosten

      Vogelvang, B.O.; Jong, B.J. de; Sondorp, J.E. (Van Montfoort, 2016)
      In voorliggende rapportage staat de probleemstelling centraal wat de wetenschap en buitenlandse ervaringen leren over de samenhang van verschillende beveiligingsniveaus met recidive, geweldsgebruik tijdens en na de detentie en ontvluchtingen. Daarnaast wordt op basis van deze kennis en ervaring een uitspraak gedaan over het vraagstuk of justitiabelen in de Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen onder een optimaal beveiligingsniveau beveiligd en vervoerd worden, waarbij de aanwijzingen voor samenhang van verschillende niveaus van beveiliging met recidive en geweldsgebruik tijdens en na de detentie de basis vormen. Ook de kostenaspecten van de beveiliging worden meegenomen. INHOUD: 1. Inleiding en onderzoeksvragen 2. Onderzoekverantwoording 3. Wetenschappelijk onderzoek naar beveiligingsniveaus in de PI 4. Buitenlandse ervaringen 5. Detentiedifferentiatie bij verblijf: in de praktijk 6. Vervoer van justitiabelen in de praktijk 7. Conclusies
    • Plan- en procesevaluatie van de scholing van gevangenispersoneel in 'Verbal Judo'

      Ditzhuijzen, J. van; Plaisier, J. (WODC, 2007)
      In dit onderzoek is informatie verzameld over de toepassing, ervaringen en werkzaamheid van de training Verbal judo, op grond waarvan een onderbouwde beslissing kan worden genomen over het continueren van deze training, alsmede over de noodzaak om hier nader - kwantitatief - onderzoek naar te verrichten. 'Verbal Judo' is een methode waarbij mensen anderen op een kalme en empathische manier tegemoet treden om medewerking van de ander te verkrijgen en escalatie van conflicten te voorkomen. Dit trainingsprogramma wordt op grote schaal gebruikt door personeel van politie en gevangenissen in de Verenigde Staten.
    • Terroristen in detentie - evaluatie van de Terroristenafdeling

      Veldhuis, T.M.; Gordijn, E.H.; Lindenberg, S.M.; Veenstra, R. (RUG - Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen, 2010)
      De terroristenafdelingen in de Penitentiare Inrichtingen Vught en De Schie zijn in september 2006 in werking getreden om gedetineerden met een terroristische achtergrond, die een mogelijk radicaliserende uitwerking hebben op hun medegedetineerden, op één plaats te kunnen concentreren. Deze rapportage ist het resultaat van een evaluatieonderzoek van de terroristenafdelingen. De studie betreft zowel een planevaluatie als een procesevaluatie. INHOUD: 1. Inleiding - Deel I. De terroristenafdeling in theorie 2. Beleidsproces 3. Beleidstheorie 4. Toetsing van de beleidstheorie - Deel II. De terroristenafdeling in de praktijk 5. Doelgroep 6. Regime - Deel III. Conclusie en discussie 7. Conclusie en discussie
    • Tevredenheid van gevangenispersoneel 2011 - een verdieping van personele en inrichtingspecifieke kenmerken

      Broek, T.C. van der; Molleman, T. (WODC, 2012)
      Verdiepingsstudie van het tevredenheidsonderzoek onder medewerkers van het gevangeniswezen in 2011. Het betreft secundaire analyses van het medewerkertevredenheidsonderzoek (MTO). Doel van het MTO is om meer inzicht te krijgen in hoe medewerkers denken over belangrijke aspecten van hun werk en welke knelpunten zij daarin ervaren. Een aantal specifieke vragen zijn gesteld over de veiligheid en agressie en geweld vanuit gedetineerden en collega's. Tevens zijn in de vragenlijst stellingen opgenomen waarmee medewerkers aan kunnen geven hoe zij omgaan met gedetineerden. INHOUD: 1. Onderzoek naar medewerkertevredenheid bij DJI 2. Methoden van onderzoek 3. Historische vergelijking MTO-resultaten 4. Verschillen in achtergrondkenmerken 5. Geografisch verschillen 6. Analyses op leefafdelingspecifieke kenmerken
    • Varianummer

      Unknown author (WODC, 1978)
      Deze aflevering van Justitiële verkenningen bevat diverse (vertaalde) artikelen over uiteenlopende onderwerpen.
    • Zelfredzaamheid in detentie - Evaluatie van de pilot Participerende Detentie & Maatschappelijke Arbeid PI Nieuwersluis

      Jong, B.J. de; Willems, P.J.H.; Torregrosa, L.D.R. (Van Montfoort, 2016)
      In onderhavige evaluatie is onderzocht op welke manier aan gedetineerden meer eigen verantwoordelijkheid wordt gegeven bij het dagelijks leven en werken in en buiten de PI Nieuwersluis, in hoeverre de genomen maatregelen in de pilot leiden tot zelfredzaamheid bij de gedetineerden en of er sprake is van een kostenbesparing. In het onderzoek is gekeken naar: De huidige en gewenste zelfredzaamheid van de de gedetineerden in de PI Nieuwersluis; De maatregelen die genomen zijn in het kader van de pilot en de visie daarop; De uitkomsten van de pilot (zelfredzaamheid en veiligheid)Andere maatregelen ter bevorderen van de zelfredzaamheid; De kostenbesparing door de pilot. INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Onderzoeksvragen en onderzoeksverantwoording 3. Theoretisch kader: zelfredzaamheid gedetineerden 4. Beschrijving Pilot Participerende Detentie & Maatschappelijke Arbeid 5. Resultaten PDMA 6. Veiligheid en kostenbesparing binnen de pilot PDMA 7. Vooruitblik op de toekomst 8. Conclusies