• Aggression and violence, posttraumatic stress and absenteeism in penitentiaries

      Kunst, M.J.J.; Schweizer, S.; Bogaerts, S.; Knaap, L.M. van der (Tilburg University, Intervict, 2008)
      The aim of the Judicial Penitentiary Service (DJI) is to gain insight into the possible effects of aggression and violence among employees and in the factors which are at the roots of it. The DJI is especially interested in absenteeism as a possible effect of aggression and violence among employees, and in the psychological factors that play a role. The findings of this study are presented in this report.
    • Arbeid in de gevangenis

      Unknown author (WODC, 1978)
      Draagt — al dan niet verplichte en/of betaalde — arbeid in de gevangenis bij tot resocialisatie van gedetineerden? Of staat zij deze juist in de weg en moet arbeid daarom voornamelijk worden gezien als tijdverdrijf? Deze en dergelijke vragen komen aan de orde in dit themanummer over arbeid in de gevangenis. De korte inleiding wordt gevolgd door een uitgebreid literatuuroverzicht. Verder vindt U drie buitenlandse artikelen over verschillende aspecten van arbeid in de gevangenis, en gezien de raakvlakken van het thema arbeid met dat van onderwijs en vorming voor gedetineerden, is in aansluiting daarop ook een Amerikaans artikel opgenomen over studieverlof voor gedetineerden. Tot slot een overzicht van de soorten bedrijven in Nederlandse gevangenissen, en hun bezetting.
    • Beperkt en gevangen? - De haalbaarheid van prevalentieonderzoek naar verstandelijke beperking in detentie

      Kaal, H.L. (WODC, 2010)
      Zowel in de politiek als bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) bestaat al lang de wens tot het ontwikkelen van beleid en het programmeren van onderzoek ten aanzien van licht verstandelijk beperkte (LVB) gedetineerden. In deze rapportage wordt verkend wat de knelpunten en oplossingsrichtingen zijn bij het opzetten van studie naar de prevalentie van LVB onder gedetineerden. Knelpunten en oplossingen zijn gevonden via bestudering van literatuur (o.a. buitenlandse studies) en het raadplegen van experts. INHOUD: 1. Achtergrond en relevantie van de studie 2. Nederlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 3. Buitenlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 4. Vaststellen van LVB in detentie 5. Slotbeschouwing
    • Bewaarders in de knel

      Unknown author (WODC, 1984)
      De lezer wordt in dit themanummer geconfronteerd met de problemen die het bewarend personeel ondervindt in de werksituatie. Naast het inleidende artikel is een drietal bewerkingen van Amerikaanse artikelen opgenomen.
    • Buitenlandse gedetineerden in Nederland

      Mesman Schultz, K.; Methorst, G. (WODC, 1976)
      INHOUD: 1. Inleiding 2. De procedure van onderzoek 3. Resultaten 4. Konklusie en diskussie SAMENVATTING: Eind februari 1975 nam het United Nations Social Defence Research Institute (UNSDRI) het initiatief tot een internationaal onderzoek naar de problematiek rond buitenlandse gedetineerden. Enerzijds gaat het hier om problemen die door de buitenlandse gedetineerden zelf worden ervaren; anderzijds bestaan er problemen voor de inrichtingen waarin zij verblijven. Om enig inzicht te krijgen in deze twee kanten van de problematiek, en om een aanzet te geven tot verder onderzoek, stelde UNSDRI zich drie onderzoekdoelen:verkrijgen van feitelijke informatie omtrent problemen en moeilijkheden, die door buitenlandse gedetineerden worden ervaren;verkrijgen van informatie omtrent de meest voorkomende beleidsproblemen voor inrichtingen, als gevolg van het samen brengen van buitenlandse met niet-buitenlandse gedetineerden;het exploreren van geschikte onderzoekmethoden om op systematische wijze het probleem te benaderen.
    • Criminogene problemen onder daders die in aanmerking komen voor gedragsinterventies

      Knaap, L.M. van der; Weijters, G.; Bogaerts, S. (WODC, 2007)
      Onderzoek naar criminogene factoren zal in eerste instantie gebeuren aan de hand van een research synthese. Daarnaast ligt het accent in dit onderzoek naar de prevalentie van criminogene factoren bij Nederlandse gedetineerden. Het is noodzakelijk een precies beeld te hebben van de omvang van de criminogene problematiek van gedetineerden. De te beantwoorden vragen zijn: Wat is de prevalentie van criminogene tekorten van gedetineerden en niet-gedetineerden reclasseringscliënten die in aanmerking komen voor gedragsinterventies? Hoe groot zullen de aantallen deelnemers aan gedragsinterventies jaarlijks naar schatting zijn? Hoe groot is de doelgroep voor interventies voor analfabetisme en daders van zedendelicten en daders van huiselijk geweld? INHOUD: 1. Inleiding 2. De prevalentie van criminogene factoren 3. Verschillen in criminogene factoren tussen subgroepen 4. Discussie en slot
    • Dagdetentie - Evaluatie van een experiment

      Wartna, B.; Aidala, R. (WODC, 1991)
      Tijdens dit experiment hebben langgestraften de laatste zes weken van hun straf in dagdetentie doorbracht. Het doel van het onderzoek is vast te stellen of dagdetentie een meerwaarde kan hebben boven reeds bestaande modaliteiten, in het bijzonder de open inrichting, in de voorbereiding van de terugkeer van langgestraften naar de samenleving. De resultaten van het onderzoek leren ons dat het antwoord op deze vraag voorzichtig bevestigend is. INHOUD: 1. Achtergronden en opzet experiment dagdetentie Rotterdam 2. Opzet evaluatie-onderzoek 3. Kenmerken onderzoeksgroep 4. Bevindingen van gedetineerden 5. Discussie.
    • Dataveiligheid en privacy bij het gebruik van fysiologische wearables in de justitiële context - Een casusonderzoek met de Empatica E4

      Braak, S.W. van den; Platje, E.; Kogel, C.H. de (WODC, 2021-03)
      Onderzoek laat zien dat technologische zelfmeetmethoden de potentie hebben om behandeling te personaliseren, veiligheid in detentie te verbeteren, reclasseringstoezicht te verrijken en zelfredzaamheid van justitiabelen te vergroten. Niettemin zijn er ook serieuze aandachtspunten en risico’s verbonden aan het gebruik van technologische zelfmeetmethoden. Voordat technologische zelfmeetmethoden op grotere schaal in de justitiële context gebruikt kunnen worden, is het daarom van belang te onderzoeken hoe het gesteld is met de dataveiligheid bij dergelijke methoden en wat binnen de justitiële context eventueel zou kunnen worden gedaan om de veiligheid van verzamelde gegevens en daarmee de privacy van de betrokkenen te waarborgen. In dit rapport beschrijven we een casusonderzoek hiernaar waarbij we ons specifiek gericht hebben op fysiologische wearables. Dit zijn draagbare apparaatjes die om de pols of op het lichaam gedragen worden en waarmee door middel van sensoren fysiologische gegevens verzameld kunnen worden. Dit casusonderzoek is verricht aan de hand van één specifieke wearable: de Empatica E4. De volgende deelvragen staan centraal: 1. Wat gebeurt er met de fysiologische gegevens van de Empatica E4 nadat deze verzameld zijn door de gebruiker met betrekking tot: gegevensopslag, gegevenstransport en toegang tot de gegevens door derden? 2. Wat zijn de risico’s daarbij voor de veiligheid van de gegevens en voor de privacy van de drager? En hoe zien de risico’s en de geboden functionaliteit eruit in vergelijking met andere wearables? 3. Welke kennis, ervaringen en zorgen hebben professionele gebruikers van de Empatica E4 met betrekking tot gegevensopslag, toegang tot gegevens door derden en privacy? 4. Wat betekenen de antwoorden op de deelvragen voor het gebruik van de Empatica E4 en andere fysiologische wearables in de justitiële context? INHOUD: 1. Inleiding en methoden, 2. De Empatica E4, 3. Dataveiligheid en privacy bij gebruik van de Empatica E4, Vergelijking: functionaliteit, dataveiligheid en privacy van andere wearables geschikt voor onderzoek, behandeling en toezicht, 5. Ervaringen van gebruikers, 6. Discussie.
    • De 'zelfmetende' justitiabele - Een verkennend onderzoek naar technologische zelfmeetmethoden binnen justitiële context

      Cornet, L.J.M.; Mandersloot, M.N.A.; Pool, R.L.D.; Kogel, C.H. de (WODC, 2017)
      Quantified Self (QS) is de trend waarbij de mens in toenemende mate technologie integreert in zijn leven, met als doel informatie te verzamelen over zichzelf en hiervan te leren en/of zichzelf bij te sturen. In de Verenigde Staten is er al veel activiteit op dit gebied: de overheid aldaar heeft bijvoorbeeld onlangs financiële middelen beschikbaar gesteld om QS-data te proberen te linken aan ‘officiële’ data (in dit geval op het terrein van gezondheid). In Nederland wordt momenteel een beperkt aantal kleine pilotprojecten uitgevoerd, zoals in de Oostvaarderkliniek met de behandeling van tbs-patiënten en bij de jeugdreclassering door middel van e-begeleiding. Dit onderzoek betreft een verkenning van toepassingsmogelijkheden van QS voor de justitiële context. QS kan mogelijk bijdragen aan onder andere het vergroten van het probleeminzicht van justitiabelen, het voorspellen van (negatief) gedrag, het verbeteren van behandeling en bejegening en het ontwikkelen van alternatieve behandelingen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Zelfmeting in de gezondheidszorg 4. De 'zelfmetende' justitiabele 5. Aandachtspunten 6. Slothoofdstuk. Zie ook link naar: YouTube-Filmpje 'Zelfmetende justitiabele'.
    • De bevolking van het Huis van Bewaring Rotterdam gedifferentieerd

      Linden, B. van der; Rook, A. (WODC, 1983)
      Doel van deze eerste inventarisatie was op korte termijn een globaal inzicht te verkrijgen in enerzijds de samenstelling van de inrichtingsbevolking en anderzijds de capaciteitsbehoefte voor de verschillende vleugels. Definitief uitsluitsel over de te verwachten plaatsbehoefte op de vier vleugels zal in de tweede onderzoeksfase moeten worden verkregen.
    • De inzet van apps bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden - Een systematische literatuur review

      Steur, J.; Velde, R. te; Zebel, S.; Boer, P.J. de (Dialogic Innovatie en Interactie, 2019)
      Deze literatuurstudie heeft als doel om op basis van (wetenschappelijke) literatuur te onderbouwen of de inzet van een app ondersteunend kan werken bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden. De vraagstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat is bekend over het gebruik van applicaties ter bevordering van de re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend (in binnen- en buitenland) over het gebruik van applicaties ter bevordering van re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend over het gebruik van apps ter bevordering van gewenst gedrag in vergelijkbare contexten zoals de verslavingsproblematiek? Welke inzichten kunnen we halen uit de praktijk? Welke conclusies kunnen op basis van de resultaten in het kader van vraag 2 (theoretisch) getrokken worden voor de justitiële context? INHOUD: 1. Inleiding 2. Apps voor re-integratie van populaties die vergelijkbaar zijn met (ex-)gedetineerden 3. Apps voor re-integratie van gedetineerden 4. Inzichten uit de praktijk 5. Conclusie en discussie
    • De maatregel Inrichting voor Stelselmatige Daders - procesevaluatie

      Goderie, M.; Lünnemann, K.D.; Drost, L. (medew.); Tierolf, B. (medew.); Hermens, F. (medew.); Heuvel, L. van den (medew.) (WODC, 2008)
      Doel van dit onderzoek is zicht geven op de implementatie van de Maatregel Plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders [ISD], zodat betrokkenen, beleidsmakers, minister en Kamer weten in hoeverre de wet is ingevoerd en of er nog verbeteringen wenselijk of noodzakelijk zijn. Daarbij is een schatting nodig van de delicten die door de incapacitatie van de veelplegers de samenleving bespaard zijn gebleven.
    • De Monitor Nazorg Ex-gedetineerden - Ontwikkeling en eerste resultaten

      Weijters, G.; More, P.A. (WODC, 2010)
      Met het interdepartementale programma ‘Veiligheid begint bij Voorkomen (VbbV)’, stelt het kabinet zich ten doel om de criminaliteit in de periode 2002-2010 met 25 procent te laten dalen. Daarnaast stelt het kabinet zich ten doel de recidive na detentie bij volwassenen met 10%-punt te verminderen (TK 2007-2008, 28 684 nr 119), dit moet tevens bijdragen aan de daling van de criminaliteit. Het ministerie van Justitie geeft met het programma VbbV nader invulling aan de realisering van de gestelde doelen door een aantal maatregelen en projecten te implementeren. Eén van deze programma’s is het realiseren van een aansluiting van nazorg aan volwassen gedetineerden. Het Programma Sluitende Aanpak Nazorg bestaat uit twee delen, een project Verbetering Uitvoering Nazorg, dat met name gericht is op de nazorg/doorzorg tijdens detentie en het benaderen van gemeenten, en het project Bestuurlijke Interdepartementale Samenwerking, dat zich richt op de continuering van nazorg na detentie, het politiek-bestuurlijk verankeren van afspraken over nazorg en het beslechten van barrières op het gebied van beleid en regelgeving. De volgende onderzoeksvragen komen in deze monitor aan de orde: - In welke mate hebben gedetineerden een identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en contact met een zorginstelling direct voor detentie, direct na detentie, en zes maanden na detentie? - In welke mate is er sprake van verandering in deproblematiek op de verschillende leefgebieden tussen de situatie direct voor, direct na en zes maanden na detentie? - Welke sociaal-demografische kenmerken en kenmerken van de detentie hangen samen met problemen op verschillende leeftijden, en met verandering in de problematiek op de verschillende leeftijden? INHOUD: 1. Achtergrond monitor nazorg ex-gedetineerden 2. Methode 3. Resultaten 4. Conclusie en slotbeschouwing
    • De problematiek van gedetineerden met een lichte verstandelijke beperking in het gevangeniswezen

      Kaal, H.L.; Negenman, A.M.; Roeleveld, E.; Embregts, P.J.C.M. (Universiteit van Tilburg - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2011)
      Er bestaat een vermoeden dat mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) meer problemen ondervinden in detentie, en hier ook vaker last van hebben, dan gedetineerden zonder LVB. Er is echter onvoldoende informatie bekend over de Nederlandse situatie. Dit onderzoek is er op gericht om antwoord te geven op de volgende vragen: Wat is de aard van de problemen die mensen met een LVB ervaren in detentie?Waarin verschillen deze van de problemen van gedetineerden zonder LVB?Wat zijn, in het licht van deze problemen, de specifieke behoeften van gedetineerden met een LVB?
    • Derde meting van de monitor nazorg ex-gedetineerden

      Noordhuizen, S.; Weijters, G. (WODC, 2012)
      In de derde monitor nazorg ex-gedetineerden ligt de nadruk op de situatie na detentie, omdat er wordt gekeken in hoeverre problemen op de vijf leefgebieden (i.e., identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg) tijdens detentie zijn ontstaan of juist zijn opgelost. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit onderzoek: In hoeverre verandert de situatie met betrekking tot de vijf leefgebieden identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorgcontact tijdens detentie en zes maanden na detentie?In hoeverre verschillen gedetineerden die in de tweede helft van 2010 zijn vrijgekomen uit een PI van gedetineerden die in de tweede helft van 2008 en 2009 zijn vrijgekomen in de mate waarin men beschikt over een identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en contact met een zorginstelling direct voor, direct na en zes maanden na detentie? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Resultaten 4. Het justitieel profiel van (ex-)gedetineerden en problematiek op de leefgebieden 5. Conclusie en slotbeschouwing
    • Dwang in behandeling

      Unknown author (WODC, 1991)
      In dit themanummer wordt de vraag naar de verhouding tussen dwang en behandeling op verschillende manieren aan de orde gesteld. Enerzijds is er de vraag of behandeling in de plaats kan komen van 'touter' straf, anderzijds wordt ingegaan op de vraag of dwang kan worden ingezet als vrijwillige behandeling faalt. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de rechtspositie van tbs-gestelden. De terbeschikkingstelling (voorheen met de toevoeging 'van de regering') is een (internationaal gesproken unieke) maatregel waarin sprake is van een combinatie van dwang en behandeling.
    • Een complex probleem - passende zorg voor verslaafde justitiabelen met co-morbide psychiatrische problematiek en een lichte verstandelijke handicap

      Kaal, H.L.; Ooyen-Houben, M.M.J. van; Ganpat, S.; Wits, E. (WODC, 2009)
      Om de aansluiting tussen straf en zorg te verbeteren beschikt het ministerie van justitie sinds kort over een eigen budget voor het inkopen van zorg voor verslaafde justitiabelen. De inkoop richt zich in eerste instantie op de complexe groep justitiabelen met triple problematiek: problematisch druggebruik, psychiatrische problematiek en een lichte verstandelijke handicap (LVG). Over deze groep is weinig bekend. Niet alleen bestaat er onduidelijkheid over de omvang, maar ook is het de vraag of het huidige zorgaanbod wel volstaat, of dat er aanpassing nodig is, respectievelijk dat wellicht een compleet nieuwe strategie ontworpen moet worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. De doelgroep 3. Zorgbehoefte en benodigde zorg 4. Huidig zorgaanbod 5. Slot
    • Een detentieconcept voor de toekomst? - Evaluatie van de verlengde pilotperiode van Detentieconcept Lelystad (DCL)

      Jongebreur, W.; Abraham, M.; Nauta, O. (WODC, 2009)
      Detentieconcept Lelystad (DCL) is een pilotproject in het kader van de vernieuwingen die plaatsvinden binnen het transformatieproces De Nieuwe Inrichting van DJI. DCL is sinds januari 2006 operationeel. De pilotfase van het project is ondersteund met een evaluatieonderzoek dat antwoord moest geven op de vraag of het concept uitvoerbaar is en breder toegepast kan worden. Omdat aan het detentieconcept zoals bedoeld nog niet volledig in praktijk is gebracht is besloten de pilotfase te verlengen en te voorzien van een evaluatie. In deze evaluatie wordt gekeken naar de invloed en de randvoorwaarden van DCL op de organisatie, het personeel, de gedetineerden en de kostprijs.
    • Effect deelname ESF-projecten op werk/opleiding en strafrechtelijke recidive

      Weijters, G.; Noordhuizen, S.; Verweij, S.; Wartna, B.S.J.; Vergouw, S.J. (WODC, 2013)
      In Nederland maken de justitiële inrichtingen gebruik van gelden uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) voor de financiering van activiteiten op het gebied van arbeidstoeleiding. In dit onderzoek wordt nagegaan wat de resultaten zijn van deze 'ESF-trajecten'. Een beeld wordt geschetst van de recidive en sociaaleconomische positie van de deelnemende justitiabelen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Werk, opleiding of uitkering na een ESF-traject 4. Recidive na een ESF-traject 5. Impact van een ESF-traject op het recidiveniveau 6. Verwachte en geobserveerde recidive van ESF-deelnemers 7. Conclusie en discussie