• Gerapporteerde problemen van slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd - een meta-review

      Nagtegaal, M.H. (WODC, 2012)
      Dit onderzoek heeft betrekking op (gerapporteerde) problemen van diverse aard na seksueel kindermisbruik (SKM). De belangrijkste doelstellingen van deze rapportage zijn: het bieden van een zo volledig mogelijk overzicht van de gerapporteerde problemen van de slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd door volwassenen;het bieden van een overzicht van de omstandigheden die van invloed (kunnen) zijn op de ernst van de gerapporteerde problemen van slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd door volwassenen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Algemene resultaten 3. Gerapporteerde problemen van slachtoffers van seksueel kindermisbruik 4. Moderatoren van de relatie tussen SKM en gerapporteerde problemen 5. Samenvatting en conclusies
    • Geweldsregistratie bij ziekenhuizen in Nijmegen

      Cozijn, C. (WODC, 1996)
      Om een beter beeld te krijgen van de onveiligheid in verband met agressie en geweld tegen personen is begin 1995 een proef genomen met het registreren van gegevens omtrent geweldsslachtoffers en hun letsel op de EHBO-afdelingen van de twee algemene ziekenhuizen in Nijmegen.
    • Geweldsregistratie door ziekenhuizen - Procesevaluatie van de pilot 'Preventieve aanpak geweld'

      Wijk, A. van; Hardeman, M.; Bremmers, B. (Bureau Beke, 2015)
      In Amsterdam loopt een project met ziekenhuizen die bij letselslachtoffers van geweld registreren hoe, waar en wanneer het geweld zich heeft afgespeeld. Deze informatie wordt geanonimiseerd gedeeld met de politie en de gemeente, zodat zij gerichte preventieve maatregelen tegen geweld kunnen treffen. In Cardiff, waar dit model als eerste is opgezet, leidde deze aanpak tot een daling van het zware geweld met 40%. Het onderzoek naar de ‘Pilot Aanpak geweld door ziekenhuizen, politie en bestuur’ bestaat uit twee delen: een evaluatie van het uitvoeringsproces en een evaluatie van de doelbereiking van de Pilot. In deze rappportage staat de procesevaluatie centraal met daarin de volgende probleemstelling: In hoeverre wordt de pilot door de verschillende partijen uitgevoerd volgens het overeengekomen protocol en op welke punten is verbetering noodzakelijk? INHOUD: 1. Inleiding en vraagstelling 2. Pilot 'Preventieve aanpak geweld' 3. Uitgangspunten en randvoorwaarden 4. Organisatie 5. Juridische context 6. Praktische uitvoering 7. Controle registraties door VeiligheidNL en rapportages 8. Beantwoording van de onderzoeksvragen
    • Gezondheidseffecten van blootstelling aan stroomstootwapens (Tasers) in de context van wetshandhaving - Een systematisch literatuuronderzoek

      Dückers, M.; Baliatsas, C.; Gerbecks, J.; IJzermans, J. (Nivel, 2019)
      Er is media-aandacht ontstaan voor het gebruik van de Taser, mede in het licht van een kritisch rapport van Amnesty International en een database van persbureau Reuters. Voor de verdere besluitvorming in ons land over het mogelijk uitrollen van de Taser onder alle politie-eenheden is het van belang om te beschikken over goede kennis van de gezondheidseffecten van het stroomstootwapen. De volgende onderzoeksvragen worden in dit literatuuronderzoek beantwoord: Welke studies met voldoende wetenschappelijke kwaliteit zijn in de internationale literatuur beschikbaar over de mogelijke effecten van het gebruik van Tasers op de gezondheid?at is de waarschijnlijkheid op een ernstige verwonding, respectievelijk op ernstige complicaties van het geraakt worden door een Taser? Welke risicogroepen zijn daarbij te onderscheiden? Welke risico’s worden vastgesteld voor verwarde mensen, zwangeren, ouderen, door drugs of alcohol beïnvloede mensen, of mensen met een bestaande aandoening van het hart?elke risico’s hangen samen met de tijdsduur van de stroomstoot en met de plaats op het lichaam die wordt geraakt?elke specifieke gezondheidseffecten worden aangetoond in ieder van de orgaansystemen?
    • Huiselijk geweld onder Surinamers, Antillianen en Arubanen, Marokkanen en Turken in Nederland - Aard, omvang en hulpverlening

      Dijk, T. van; Oppenhuis, E.; Abrahamse, A. (medew.); Meier, A. (medew.) (Intomart Beleidsonderzoek, 2002)
      In het rapport Huiselijk geweld (1997) worden de onderzoeksvragen beschreven die in het uitgevoerde onderzoek centraal stonden, evenals de wijze waarop deze zijn beantwoord. Dezelfde vragen moeten door allochtone groeperingen beantwoord worden. Het gaat om vragen in de volgende categorieen: Persoonlijk slachtofferschap; de relatie tussen slachtoffer en dader; de hulpverlening; de gevolgen van slachtofferschap; bekendheid met slachtoffers van huiselijk geweld.
    • Informatieverschaffing en schadebemiddeling door de politie - Evaluatie-onderzoek van een experiment bij slachtoffers van misdrijven in Alkmaar en Eindhoven

      Zeilstra, M.I.; Andel, H.G. van (WODC, 1990)
      Achtergrond: De slachtoffercirculaires (Vaillant II) zijn sedert april 1987 van kracht. Inmiddels is er landelijk ervaring mee opgedaan. Slachtoffers waarderen dat de politie en het O.M. hen informeren over het verloop van de strafzaak. Minder tevreden zijn zij echter over de wijze waarop de zaak is behandeld. Een belangrijk knelpunt blijkt de schaderegeling binnen het strafproces te zijn, meestal lukt dit niet. Om de procedure te verbeteren zijn in het kader hiervan in 1988 experimenten met informatieverschaffing over de voortgang in het strafproces en/of schadebemiddeling gestart bij de rijkspolitie Alkmaar en de gemeentepolitie Eindhoven. Getrainde politiefunctionarissen nemen, in plaats van de standaardbrief, persoonlijk contact op met de slachtoffers. In dit tweede contact wordt dan meegedeeld dat de dader is opgespoord en dat de strafzaak naar het O.M. is doorgestuurd. Tevens wordt meegedeeld of de dader bereid is de schade te vergoeden en/of wordt aan het slachtoffer verteld wat de mogelijkheden zijn om de schade vergoed te krijgen. Doel: Evaluatie van dit experiment.
    • Nooit meer dezelfde - gevolgen van misdrijven voor slachtoffers

      Lamet, W.; Wittebrood, K. (WODC, 2009)
      Dit onderzoek heeft als doel meer inzicht te krijgen in de gevolgen van misdrijven voor slachtoffers en hun nabestaanden. De volgende onderzoeksvragen worden in dit rapport beantwoord:  Welke gevolgen van misdrijven ondervinden slachtoffers en hun nabestaanden?Op welke termijn doen die gevolgen zich voor?Hoe groot is de groep slachtoffers met ernstige gevolgen?
    • Schadevergoeding binnen het strafrecht - Daders en slachtoffers van misdrijven

      Junger, M.; Hecke, T. van (WODC, 1988)
      In dit onderzoek, dat werd uitgevoerd ten behoeve van de Commissie Wettelijke voorzieningen slachtoffers in het strafproces, is via dossierstudie onderzocht in hoeverre slachtoffers van misdrijven thans enige vorm van schadevergoeding ontvangen voor de door hun geleden schade en letsel. Tevens werd onderzocht hoe door de invoering van de schadevergoedingsstraf en een uitbreiding van de mogelijkheid zich civielrechtelijk te voegen in het strafproces het slachtoffer in veel meer gevallen dan tot nu toe, een schadevergoeding van de dader zou kunnen krijgen.
    • Scholieren over mishandeling - Resultaten van een landelijk onderzoek naar de omvang van kindermishandeling onder leerlingen van het voortgezet onderwijs

      Lamers-Winkelman, F.; Slot, N.W.; Bijl, B.; Vijlbrief, A.C. (WODC, 2007)
      Hoeveel kinderen in ons land het slachtoffer worden van mishandeling is niet bekend. Daarom is er is behoefte aan cijfermateriaal over de aard en omvang van de problematiek. De volgende vragen worden in dit onderzoek beantwoordt: In welke mate hebben jongeren uit de eerste vier klassen van het voortgezet onderwijs kindermishandeling ervaren? Hangt het vóórkomen van de onderscheiden categorieën van kindermishandeling onderling samen? Welke relatie is er tussen de incidentie van kindermishandeling en andere vormen van victimisatie? Op welke kenmerken onderscheiden jongeren die geen kindermishandeling hebben meegemaakt zich van jongeren die veelvuldig aan kindermishandeling hebben blootgestaan?
    • Scholierenonderzoek kindermishandeling 2016

      Schellingerhout, R.; Ramakers, C. (Radboud Universiteit - ITS, 2017)
      In het Actieplan aanpak kindermishandeling 2012-2016 ‘Kinderen veilig’ (bijlage bij Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2011-2012, 31015 nr. 69) is aangekondigd dat in 2015 een derde prevalentiestudie kindermishandeling wordt voorzien (zie ook de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan de Tweede Kamer van 10 juli 2014; Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2013-2014, dossier 33750 XVI (aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties), nr. 109). De ministeries van VWS en VenJ willen meer inzicht verkrijgen in de samenloop in gezinnen van kindermishandeling en andere vormen van huiselijk geweld. Het doel van het scholieronderzoek kindermishandeling is om te onderzoeken hoe vaak kindermishandeling voorkomt anno 2016 onder scholieren in de eerste vier jaar van het voortgezet onderwijs, welke scholieren onder welke omstandigheden het meeste risico lopen en welke scholieren daadwerkelijk slachtoffer zijn of zijn geweest in het verleden van een of meerdere vormen van kindermishandeling. Het scholierenonderzoek maakt deel uit van een breder onderzoekprogramma dat als doel heeft de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland te bepalen. Na het huidige scholierenonderzoek volgt nog een informantenstudie. In deze informantenstudie worden professionals bevraagd naar het voorkomen van kindermishandeling. De uitkomsten van beide studies tezamen zullen uiteindelijk leiden tot een schatting van de prevalentie van kindermishandeling in Nederland. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kindermishandeling in Nederland 3. Methode en opzet scholierenonderzoek 4. Representativiteit en vergelijkbaarheid 5. Prevalentie van kindermishandeling 2016 6. Samenhang en risicofactoren 7. Trends in de tijd 8. Kindermishandeling en geweld tussen ouders 9. Hulpzoekgedrag en disclosure 10. Uitkomsten en vervolg
    • Secundaire analyses slachtofferdata landelijk onderzoek huiselijk geweld

      Veen, H.C.J. van der (WODC, 2011)
      Na afronding van het algemene landelijke onderzoek huiselijk geweld in 2010 bleek dat er nog vragen open staan die in deze secundaire analyse zijn beantwoord. De vragen zijn: Wat is de samenhang tussen slachtoffer- en daderschap van ernstig huiselijk geweld uitgesplitst naar sekse en het type van het voorval?Plegen daders hetzelfde type huiselijk geweld als het geweld waar zij slachtoffer van werden (voor die daders die ook slachtofferschap rapporteren)? Welke factoren spelen daarbij een rol?Door welke typen van plegers wordt evident huiselijk geweld gepleegd? Hebben vrouwelijke slachtoffers met andere pleegtypen te maken dan mannelijke slachtoffers?Het volledige vervolgonderzoek bestaat uit drie rapportages. Het overkoepelende eindrapport is te vinden via de link hiernaast.
    • Slachtoffers en aansprakelijkheid - een onderzoek naar behoeften, verwachtingen en ervaringen van slachtoffers en hun naasten met betrekking tot het civiele aansprakelijkheidsrecht - Deel II : affectieschade

      Akkermans, A.J.; Hulst, J.E.; Claassen, E.A.M.; Boom, A. ten; Elbers, N.A.; Wees, K.A.P.C. van; Bruinvels, D.J. (WODC, 2008)
      Het onderzoek moet antwoord geven op de vraag van de Eerste Kamer of er onder naasten van slachtoffers die zijn overleden of ernstig letsel hebben opgelopen als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is (verder naasten/nabestaanden te noemen), een behoefte bestaat aan (het recht op) vergoeding van affectieschade zoals voorgesteld in het wetsvoorstel Affectieschade.
    • Slachtoffers en aansprakelijkheid - Een onderzoek naar behoeften, verwachtingen en ervaringen van slachtoffers en hun naasten met betrekking tot het civiele aansprakelijkheidsrecht - Deel 1: terreinverkenning

      Huver, R.M.E.; Wees, K.A.P.C. van; Akkermans, A.J.; Elbers, N.A. (WODC, 2007)
      Bij herzieningen van het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht wordt er vaak veronderstellende wijze vanuit gegaan hoe slachtoffers en hun nabestaanden over een dergelijke herziening denken en in hoeverre het aan hun behoeftes tegemoet komt. Het zijn echter vaak niet meer dan hypotheses op basis waarvan nieuwe wetgeving mede vorm wordt gegeven. Hetzelfde geldt voor literatuur waarin kritiek op deze wetgeving wordt geuit. Doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de behoeften, verwachtingen en ervaringen van slachtoffers en hun naasten met betrekking tot het aansprakelijkheidsrecht.
    • Slachtofferschap van huiselijk geweld - aard, omvang, omstandigheden en hulpzoekgedrag

      Dijk, T. van; Veen, M. van; Cox, E. (Intomart Gfk, 2010)
      Dit onderzoek vormt een van de deelonderzoeken van het Landelijk Onderzoek Huiselijk Geweld. Deze onderzoeken vloeien voort uit het project Aanpak huiselijk geweld, een onderdeel van het Veligheidsprogramma. Dit onderzoek geeft antwoord op de volgende drie hoofdvragen:Met welke typen van huiselijk geweld worden slachtoffers van huiselijk geweld geconfronteerd?Met welke kenmerken kunnen slachtoffers van huiselijk geweld in Nederland worden beschreven?Hoe kan het hulpzoekgedrag van slachtoffers van huiselijk geweld worden gekarakteriseerd?
    • Slachtofferschap van huiselijk geweld - Prevalentieonderzoek naar de omvang, aard, relaties en gevolgen van slachtoffer- en plegerschap

      Eijkern, L. van; Downes, R.; Veenstra, R. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen, 2018)
      Het doel van dit deelonderzoek is om de aard en omvang van slachtoffer- en plegerschap van huiselijk geweld in Nederland te schatten op basis van zelfrapportage-onderzoek onder de Nederlandssprekende bevolking (18 ), en daarbij voor zover mogelijk ook te rapporteren over de eventuele ontwikkeling daarin sinds het vorige onderzoek uit 2010. Dit rapport doet verslag van de analyses met betrekking tot de aard en omvang van huiselijk geweld. De hoofdvraag van dit onderzoek is: Wat is, op basis van zelfrapportage, de actuele aard en omvang van huiselijk geweld in Nederland en hoe heeft dit zich ontwikkeld sinds het vorige prevalentieonderzoek (zie link hiernaast)? Ten behoeve van dit onderzoek is een deelrapportage gemaakt getiteld: ''Prevalentie van huiselijk geweld in een online huishoudpanel versus een aselecte steekproef: een vergelijking tussen LISS en CBS', uitgevoerd door C.A. Lauret, R. Veenstra en A.J. van Duijn (Rijksuniversiteit Groningen, 2018). Het doel van dat rapport was om de gegevens over huiselijk geweld op basis van het LISS panel en de CBS steekproef te vergelijken. Hierbij gaat het om verschillen in aard en omvang van huiselijk geweld en eventuele verklaringen voor de gevonden verschillen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksopzet 3. De context van het onderzoek 4. Prevalentie van slachtofferschap 5. Gevolgen van slachtofferschap 6. (Ex-)partnergeweld 7. Prevalentie van plegerschap 8. De combinatie van slachtoffer- en plegerschap 9. Vergelijking tussen 2010 en 2017 10. Conclusie en discussie
    • Stalking - Slachtoffers, daders en maatregelen tegen deze vorm van belagen

      Baas, N.J. (WODC, 1998)
      Stalking, het constant lastigvallen van iemand door hem of haar bijvoorbeeld voortdurend te volgen, in het oog te houden, te telefoneren en/of brieven te sturen, is een vorm van ongewenst gedrag waar tot voor kort weinig aandacht aan is besteed. Ter ondersteuning van het beleid om stalking tegen te gaan en de slachtoffers van stalking voldoende bescherming te bieden, is door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) deze literatuurverkenning uitgevoerd. Daarin wordt aandacht besteed aan de omvang van het probleem, de slachtoffers en daders, de door de slachtoffers geleden schade en maatregelen die tegen stalking kunnen worden genomen. In de literatuurverkenning wordt eerst ingegaan op de groeiende aandacht van de laatste jaren voor stalking en op de verschillen in de wijze waarop dit fenomeen wordt gedefinieerd. Vervolgens wordt aan de hand van gegevens over het aantal slachtoffers nagegaan welke omvang het probleem heeft. Verder wordt aandacht besteed aan de vraag of personen met bepaalde sociaal-demografische kenmerken een grotere kans lopen het slachtoffer van stalking te worden of zich schuldig te maken aan stalking. Aan de hand van de relaties die er tussen stalker en slachtoffer kunnen bestaan, worden stalkers in verschillende categorieën ingedeeld. Vervolgens wordt informatie gegeven over de motieven en het gedrag van stalkers. Verder wordt aandacht besteed aan de fysieke, psychische en materiële schade voor de slachtoffers die het gevolg is het het gestalkt worden. Tenslotte komt een aantal maaregelen ter sprake om stalken tegen te gaan en wordt iets gezegd over het mogelijk effect van sommige van deze maatregelen. De literatuurverkenning wordt afgesloten met een aantal aanbevelingen en een discussie. INHOUD: 1. Inleiding 2. Voorgeschiedenis en huidige stand van zaken 3. Het begrip 'stalking' 4. Onderzoeken 5. Omvang van het probleem 6. Slachtoffers 7. Stalkers 8. Gedrag van stalkers 9. Wijze waarop het stalken verloopt 10. Duur van het stalken 11. Gevolgen van stalking voor slachtoffers 12. Maatregelen 13. Het effect van interventie bij stalkers 14. Aanbevelingen 15. Discussie
    • Verkeersongevallen bij kinderen uit etnische minderheden

      Junger, M.; Steehouwer, L.C. (WODC, 1990)
      Dit onderzoek is opgezet om de vraag te beantwoorden of kinderen uit etnische minderheden vaker bij aanrijdingen betrokken zijn dan Nederlandse kinderen. De kern van de belangstelling van de WODC onderzoekers voor dit onderwerp is gelegen in het feit dat, zoals bij verkeersspecialisten bekend is, het voorkomen van verkeersongevallen niet alleen bepaald wordt door (verkeers)technische aspecten maar ook door persoonlijkle en sociale factoren. Wil men een effectief preventiebeleid voeren ter bestrijding van verkeersongevallen ,dan zullen, als gevolg hiervan, meer dan alleen verkeerstechnische maatrelen nodig zijn maar zal ook een beleid moeten worden ontwikkeld dat zich richt op de kinderen zelf en hun gezinnen. De studie is bescheiden van opzet. Het is een statistische analyse van gegevens verzameld door de verkeerspolitie van Den Haag. Dit betekent dat de informatie die geboden wordt, beperkt is. Wel zal aan de hand van andere onderzoeken een poging worden ondernomen de resultaten in een breder perspectief te plaatsen. INHOUD: 1. Introductie tot het onderzoek 2. Factoren die samenhangen met verkeersongevallen: enkele gegevens uit de literatuur 3. Aantal ongevallen naar etnische groep, geslacht en leeftijd 4. Beschrijving van de ongevallen 5. Tijdstip van het ongeval.
    • Vraag en aanbod forensisch-medische expertise bij de aanpak van kindermishandeling

      Buysse, W.; Loef, L.; Dijk, B. van; Verweij, S. (DSP-groep, 2011)
      Het doel van dit onderzoek is ten eerste het maken van een sociale kaart van de forensisch-medische expertise voor de aanpak van kindermishandeling (zie: Bijlage 5). Deze kaart is nodig om de organisatie van het forensisch-medisch werkveld inzichtelijk te maken. Ten tweede dient dit onderzoek duidelijk te maken in hoeverre vraag en aanbod van forensisch-medische expertise op elkaar zijn afgestemd en welke verbeteringen daarin nodig zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. Aanbod forensisch-medische expertise 4. Vraag forensisch-medische expertise 5. Vraag versus aanbod 6. Conclusies