• Criminogene en beschermende factoren bij jongeren die een basisonderzoek ondergaan - een verkennende inventarisatie van de mate van zorg en van risico- en beschermende factoren gesignaleerd door raadsonderzoekers

      Laan, A.M. van der; Schans, C.A. van der; Bogaerts, S.; Doreleijers, Th.A.H. (WODC, 2009)
      De volgende onderzoeksvragen worden in deze rapportage beantwoord:In welke mate signaleren raadsonderzoekers aanwijzingen voor mogelijke psychosociale problemen bij jongeren die een basisraadsonderzoek ondergaan omdat ze door de politie verdacht worden van een strafbaar feit?Welke specifieke risico- en beschermende factoren komen voor bij jongeren die een basisraadsonderzoek ondergaan omdat ze door de politie verdacht worden van een strafbaar feit?Welke aanwijzingen zijn er voor mogelijke psychosociale problemen en risico- en beschermende factoren bij jongeren die een basisraadsonderzoek ondergaan vanwege een overtreding van de Leerplichtwet? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch perspectief 3. Methode van onderzoek 5. De mate van zorg 6. Risico- en beschermende componenten 7. Spijbelaars bij de Raad 8. Slot
    • Do or don't - Kennissynthese ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen van jongeren in de georganiseerde criminaliteit

      Boer, H. de; Ferwerda, H.; Kuppens, J. (Bureau Beke, 2022-01-02)
      Om te voorkomen dat jongeren in de georganiseerde criminaliteit terecht komen of hier verder in afglijden hebben de ministers voor Rechtsbescherming en van Justitie en Veiligheid besloten om een preventieve aanpak in te zetten. Deze aanpak krijgt onder andere vorm via projecten in een achttal gemeenten die vallen onder het Breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit (BOTOC). Voor de aanpak is het van belang om te weten waarom bepaalde jongeren en jongvolwassenen de georganiseerde criminaliteit in gaan. Wat zijn met andere woorden risico- en beschermende factoren? Op basis van deze kennis kunnen vervolgens zinvolle interventies worden (door)ontwikkeld en worden ingezet. In dit rapport wordt verslag gedaan van een literatuuronderzoek waarin de vraag centraal staat wat in de wetenschappelijke literatuur bekend is over ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen van jongeren in de georganiseerde misdaad. INHOUD: 1. Inleiding 2. Ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen 3. Risico- en beschermende factoren 4. Samenvatting en reflectie
    • Evaluatie Justitieel Casusoverleg Jeugd

      Poppel, J.W.M.J. van; Pranger, R.; Veenma, K.S.; Bruinsma, M.Y.; Boekhoorn, P.; Haaf, J. van (medew.); Abu Ghazaleh, N. (medew.) (WODC, 2005)
      In het Actieprogramma aanpak jeugdcriminaliteit 2003-2006 Jeugd terecht is een van de actiepunten de landelijke invoering van het justitieel casusoverleg. Dit casusoverleg moet bijdragen aan de afstemming van de activiteiten van de partners die het strafrechtelijk proces vorm geven (politie, Raad voor de Kinderbescherming en Openbaar Ministerie), aan de filtering van zaken met het oog op een verkorting van de doorlooptijden in de strafafdoening en aan de afstemming van de aanpak van de jongere met het oog op een kwaliteitsverbetering in strafafdoening en hulpverlening.
    • Geweld: gemeld en geteld - Een analyse van aard en omvang van geweld op straat tussen onbekenden

      Terlouw, G.J.; Haan, W.J.M. de; Beke, B.M.W.A. (Rijksuniversiteit Groningen, 1999)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van de eerste fase van onderzoek naar achtergronden en motieven van straatgeweld tussen onbekenden. In de eerste fase worden gegevens afkomstig uit politieregistraties verzameld en een aantal kwantitatieve analyses uitgevoerd teneinde een scherper beeld te krijgen van het geweld op straat. Deze gegevens vormen vervolgens de basis voor de tweede fase waarbij een beperkt aantal geweldsincidenten - representatief voor de verschillende vormen van geweld op straat - nader wordt onderzocht aan de hand van uitgebreide interviews met daders, slachtoffers en omstanders. In dit tussenrapport worden de voortgang en de resultaten van de eerste fase gerapporteerd. Onder andere wordt ingegaan op: inleiding en probleemstelling; opzet van onderzoek; aard en omvang van geweld op straat (in verschillende contexten: woonwijk-, verkeers-, uitgaansgerelateerd etc.); slachtoffers en daders (letsel, recidive, herhaald slachtofferschap); dader- en slachtoffercombinaties; samenvatting, conclusies en aanbevelingen.
    • Halt voor jongvolwassenen - Evaluatie pilot Halt 18+

      Lünnemann, K.; Wildt, R. de; Anholt, R.; Compagner, M. (Verwey-Jonker Instituut, 2021-09-20)
      In de periode november 2019 - maart 2021 hebben 64 jongvolwassenen (bijna allemaal in de leeftijd van 18 of 19 jaar) een Halt-afdoening gekregen. Dit aantal is beneden de verwachtingen, (mogelijk) door coronamaatregelen en onbekendheid van de pilot bij politie en het Openbaar Ministerie. Uit het onderzoek blijkt dat betrokkenen bij de pilot voorstander zijn van de mogelijkheid van een Halt-afdoening (als pedagogische interventie) voor jongvolwassen delictplegers. Uit het onderzoek blijkt tevens dat de Halt-interventie voor jongvolwassenen bij voortzetting doorontwikkeling behoeft. INHOUD: 1. Inleiding 2. Implementatie en uitvoering van de pilot 3. Jongvolwassenen en hun sociale context 4. Werkzame elementen interventies jongvolwassenen 5. Halt 18+ meer dan een pilot? 6. Samenvatting en conclusie 7. Summary 8. Literatuur
    • Halt: Het Alternatief - De effecten van Halt beschreven

      Ferwerda, H.B.; Leiden, I.M.G.G. van; Arts, N.A.M.; Hauber, A.R. (WODC, 2006)
      In het onderzoek is nagegaan wat de invloed van de Halt-afdoening is op recidive, ander gedrag en de attitude van de jongeren. Welke factoren zijn van invloed op het resultaat van de Halt-afdoening? Te denken valt aan de rol van de ouders en de politie, de wijze van afdoening, schoolfunctioneren, vriendengroep, riskante gewoonten of persoonlijkheidskenmerken van de jongere. Welke kenmerken van de Halt-afdoening zijn van invloed op de effectiviteit? Hiertoe zijn jongeren uit een experimentele groep vergeleken met de jongeren uit een controlegroep. INHOUD: 1. Een onderzoek naar de effectiviteit van Halt 2. Wat weten we over Halt? 3. Verloop, respons en wijze van analyse 4. Effecten van Halt gemeten 5. Naar een profiel van de Halt-jongere 6. Halt in perspectief
    • Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland - Een evaluatieonderzoek naar zes pilotprojecten

      Steketee, M.; Woerds, S. ter; Moll, M.; Boutellier, H. (WODC, 2006)
      In Nederland lopen er vanaf eind jaren negentig verschillende projecten met met herstelbemiddeling voor jeugdige daders. Zes van deze pilotprojecten zijn geëvalueerd. het doel van dit onderzoek is voldoende materiaal te verzamelen op basis waarvan een beslissing is te nemen over het al dan niet landelijk invoeren van herstelbemiddeling in (jeugd)strafzaken. Onderzocht is welke mogelijke effecten er zijn te constateren als gevolg van herstelbemiddeling en in hoeverre de (organisatorische) vorm waarin herstelbemiddeling plaatsvindt en/of de fase van het strafproces bepalend is voor geconstateerde effecten.
    • Jeugddelinquentie - Risico's en bescherming; bevindingen uit de WODC Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit 2005

      Laan, A.M. van der; Blom, M.; Verwers, C. (medew.); Essers, A.A.M. (medew.) (WODC, 2006)
      In deze studie wordt verslag gedaan van de bevindingen uit de nieuwe WODC Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit. In totaal zijn begin 2005, 1.460 jongeren uitgebreid geïnterviewd. De onderzoeksgroep is een representatieve afspiegeling van Nederlandse adolescenten in de leeftijd van tien tot en met zeventien jaar. Er is gevraagd naar 33 delicten, variërend van overtredingen zoals zwartrijden tot ernstige delicten zoals iemand beroven of inbraak. Behalve op de meer bekende delicttypen die betrekking hebben op vernielingen, vermogensdelicten en geweldsdelicten, is in deze studie ook ingegaan op discriminatie, internetdelicten en drugsdelicten. Tevens is onderzocht in welke mate risicofactoren voor delinquentie voorkomen in de onderzoeksgroep en welke factoren als risico en welke als bescherming aan delinquentie zijn gerelateerd. Op een systematische wijze wordt beschreven welke verschillen zich daarin voordoen naar sekse, (etnische) herkomst en leeftijd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Delinquentie: prevalentie en frequentie 4. Aan de delinquentie gerelateerde factoren 5. Verschillen tussen (niet-)delinquenten 6. Risico- en beschermende componenten voor delinquentie 7. Cumulatie van risico en bescherming 8. Delinquentie en korte termijn risicofactoren 9. Slot
    • Monitor Jeugd terecht

      Blom, M.; Huijbregts, G.L.A.M. (WODC, 2004)
      Ten behoeve van het programma Jeugd Terecht; Actieprogramma Aanpak Jeugdcriminaliteit 2003-2006 wordt jaarlijks gerapporteerd over de ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit en de afdoening daarvan (incl. verwijzingen naar Halt en Stop). Speciale aandacht wordt besteed aan first-offenders en recidivisten. Dit project wordt jaarlijks herhaald. In 2005 is een verbeterde en geactualiseerde versie verschenen: Monitor Jeugd Terecht 2005. INHOUD: 1. Inleiding 2. Algemeen overzicht geregistreerde jeugdcriminaliteit 3. Overzicht first-offenders 4. Overzicht recidivisten 5. Nabeschouwing
    • Monitor Jeugd terecht 2005

      Blom, M.; Laan, A.M. van der; Huijbregts, G.L.A.M. (WODC, 2005)
      Ten behoeve van het programma Jeugd Terecht; Actieprogramma Aanpak Jeugdcriminaliteit 2003-2006 wordt jaarlijks gerapporteerd over de ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit en de afdoening daarvan. Speciale aandacht wordt besteed aan first-offenders en recidivisten.
    • Monitor Jeugd terecht 2006

      Blom, M.; Laan, A.M. van der (WODC, 2006)
      Ten behoeve van het programma Jeugd Terecht; Actieprogramma Aanpak Jeugdcriminaliteit 2003-2006 rapporteert het WODC in de periode 2004-2007 jaarlijks over de ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit en de afdoening daarvan. Speciale aandacht wordt besteed aan first offenders en recidivisten. Dit is de geactualiseerde versie die in de nieuwe serie Fact sheet (nr. 2006-4) is verschenen.
    • Monitor Jeugd terecht 2007

      Blom, M.; Laan, A.M. van der (WODC, 2007)
      Ten behoeve van het programma Jeugd Terecht; Actieprogramma Aanpak Jeugdcriminaliteit 2003-2006 rapporteert het WODC in de periode 2004-2007 jaarlijks over de ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit en de afdoening daarvan. Speciale aandacht wordt besteed aan first offenders en recidivisten. Dit is de geactualiseerde versie.
    • Monitor jeugdcriminaliteit - Ontwikkelingen in de aantallen verdachten en strafrechtelijke daders 1997 t/m 2012

      Laan, A.M. van der; Goudriaan, H.; Weijters, G. (WODC, 2014)
      De Monitor Geregistreerde Jeugdcriminaliteit (MJC) bevat detailinformatie over de ontwikkeling van geregistreerde jeugdcriminaliteit, zoals uitsplitsingen naar sekse, leeftijd, herkomstgroepen, regio, delict, en naar first-offenders en recidivisten. Bovendien bevat deze monitor nadere inhoudelijke analyses en duidingen van de trends. De centrale vraagstelling is: Welke ontwikkelingen zijn er in de omvang, aard en afdoening van de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de periode 1997 tot en met 2012. De volgende indicatoren worden gebruikt om de ontwikkelingen te beschrijven: Geregistreerde verdachten; Aangehouden verdachten; Strafrechtelijke daders; Misdrijvenl; Afdoeningen (Halt-afdoeningen en afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht. 1. Inleiding 2. Jeugdige verdachten (politie) 3. Jeugdige strafrechtelijke daders (OM en ZM) 4. Afdoeningen (Halt, OM en ZM) 5. Slotbeschouwing
    • Monitor jeugdcriminaliteit - Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit 1997 tot 2015

      Laan, A.M. van der; Goudriaan, H. (WODC, 2016)
      De tweejaarlijkse Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) laat recente ontwikkelingen zien in de geregistreerde jeugdcriminaliteit op basis van politie en justitieregistraties. In de MJC editie 2015 worden daarnaast de ontwikkelingen in de zelf gerapporteerde jeugdcriminaliteit meegenomen. In het onderzoek ligt de nadruk op de meest recente landelijke ontwikkelingen, uitgesplitst naar verschillende subgroepen (naar sekse, leeftijd, herkomstgroep), regio’s en typen delict (in ieder geval in de categorieën vermogen, vernieling en geweld). De MJC heeft in de regel betrekking op jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 24 jaar (met de driedeling twaalf-minners, minderjarigen en jongvolwassenen). Wegens de invoering van het adolescentenstrafrecht per 1 april 2014 is voor de toekomstige MJC metingen ook specifiek onderzoek gedaan naar ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit onder jongeren in de leeftijd 16 tot en met 22 jaar (adolescenten). INHOUD: 1. Inleiding 2. Jeugdige zelfgerapporteerde daders 3. Jeugdige verdachten 4. Jeugdige strafrechtelijke daders 5. Afdoening tegen jeugdige daders 6. Samenvatting en conclusie
    • Monitor Jeugdcriminaliteit 2017 - Ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de jaren 2000 tot 2017

      Laan, A.M. van der (red.); Beerthuizen, M.G.C.J. (red.); Goudriaan, H.; Vissers, W.; Sprangers, A.; Jong, L. de; Sleutjes, B.; Rokven, J. (WODC, 2018)
      In deze nieuwste Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) zijn de ontwikkelingen in de door politie en justitie geregistreerde jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot 2017 beschreven. De doelstelling van de huidige MJC is een ‘zo breed mogelijk’ overzicht te geven van de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit en deze ontwikkelingen in samenhang te bespreken. Er wordt hierbij gebruikgemaakt van verschillende bronnen: politieregistraties van jeugdige verdachten, veroordelingsregistraties van jeugdige strafrechtelijke daders en ook internationale bronnen voor de ontwik-kelingen in het buitenland. In de vorige meting van de MJC is ook gebruikgemaakt van een andere bron dan politie en justitie registratiegegevens, namelijk zelfrapportage van daderschap welke eens in de vijf jaar wordt gemeten onder een representatieve steekproef van Nederlandse jongeren. Jeugd heeft betrekking op 12- tot 23-jarigen. Naast de standaarddoelstelling van de MJC om de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit te beschrijven, zijn toegevoegd een beschrijving van de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in zogeheten hot spots en bij jeugdige groepsplegers en een vergelijking van de ontwikkelingen in Nederland met die in omringende landen. INHOUD: 1. Inleiding - André van der Laan en Marinus Beerthuizen (WODC) 2. Jeugdige verdachten - Heike Goudriaan, Wim Vissers, Arno Sprangers en Lisanne de Jong (CBS) 3. Jeugdige strafrechtelijke daders - Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) 4. Sancties opgelegd aan jeugdigen - Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) 5. Hot spots en jeugdige groepsplegers - Bart Sleutjes (CBS) en Marinus Beerthuizen (WODC) 6. Internationale ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit - Josja Rokven, Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) 7. Ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot 2017: samenvatting, discussie en conclusie - Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) . Zie ook link naar: Youtube-filmpje MJC 2017 animatie
    • Monitor Jeugdcriminaliteit 2020 - Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit in de eerste twee decennia van deze eeuw

      Laan, A.M. van der; Beerthuizen, M.G.C.J.; Boot, N.C. (WODC, 2021-05-31)
      In de tweejaarlijkse Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) zijn de ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot 2020 beschreven. Het doel van de MJC is een breed overzicht te geven van de ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit in Nederland en omringende landen, waarbij de nadruk ligt op de jaren 2015 tot 2020. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van gegevens uit verschillende bronnen: naast gegevens van politie en justitie over jeugdige verdachten, veroordeelde daders en afdoeningen door politie, het Openbaar Ministerie (OM) en de rechterlijke macht (ZM), bevat deze editie ook gegevens over zelfgerapporteerd daderschap op basis van een representatieve steekproef onder Nederlandse jongeren. De ontwikkelingen worden apart beschreven voor twaalfminners (10- tot 12-jarigen), minderjarigen (12- tot 18-jarigen) en jongvolwassenen (18- tot 23-jarigen), met de nadruk op de oudste twee leeftijdsgroepen. Naast ontwikkelingen in de traditionele criminaliteit worden ook ontwikkelingen in cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit beschreven. Daarnaast zijn over zelfgerapporteerd daderschap en geregistreerde verdachten enkele algemene gegevens over (een deel van) 2020 meegenomen, dat vanwege de COVID-19-maatregelen een bijzonder jaar was. Daarmee bestrijkt deze MJC hoofdzakelijk de ontwikkelingen in de periode 2000 tot 2020 met een eerste algemene doorkijk naar het jaar 2020.
    • De politie-reprimande voor minderjarige first offenders van lichte feiten - Evaluatie van de landelijke Pilot Reprimande

      Beijerse, J. uit; Fischer, T.; Guldener, C. van; Postma, L.; Weerman, F.; Gorter, F. (medew.) (Erasmus School of Law, 2022-05-30)
      Op 1 oktober 2020 werd de landelijke Pilot Reprimande gestart, op initiatief van de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en Halt, en met betrokkenheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid (MJenV). Tijdens de pilot werd een nieuwe werkwijze gehanteerd voor op heterdaad aangehouden minderjarige first offenders van een licht feit. Die nieuwe werkwijze houdt in dat deze aangehouden minderjarigen niet langer worden overgebracht naar het politiebureau om daar te worden voorgeleid aan de hulpofficier van justitie (hOvJ), maar dat dit ter plaatse telefonisch gebeurt. Als de hOvj vindt dat de minderjarige in aanmerking komt voor een reprimande, wordt deze in vrijheid gesteld en zal kort daarna een reprimandegesprek plaatsvinden, waarbij ook de ouders worden betrokken. Het onderzoek bestaat uit drie deelevaluaties: een plan‐, proces‐ en outputevaluatie. Daarnaast is aanvullend juridisch en criminologisch literatuuronderzoek verricht. INHOUD: 1. Inleiding 2. De beoogde doelen, doelgroep en opzet van de nieuwe werkwijze 3. Het doelbereik van de nieuwe werkwijze: landelijke cijfers 4. De uitvoering van de nieuwe werkwijze in drie politie-eenheden 5. De uitvoering van de werkwijze in relatie tot de beoogde doelen 6. De reprimande in een breder juridisch en criminologisch perspectief 7. Conclusies en aanbevelingen
    • Recidive onder justitiabelen in Nederland - Een verslag over de periode 2004 tot en met 2016

      Weijters, G.; Verweij, S.; Tollenaar, N. (WODC, 2017)
      Sinds 2005 berekent het WODC jaarlijks de recidive, i.e. het opnieuw in contact komen met justitie, van verschillende dadergroepen die met justitie in aanraking zijn gekomen. In deze factsheet wordt de recidive van vijf daderpopulaties beschreven: - volwassen daders met een strafzaak; - minderjarige daders met een strafzaak; - ex-gedetineerden; - ex-pupillen van Justitiële Jeugdinrichtingen; - ex-reclassenten (uitgesplitst naar mensen die onder toezicht zijn geweest van reclassering Nederland en mensen die een werkstraf hebben uitgevoerd).Over de recidive na een tbs-maatregel en de forensische zorg in het algemeen wordt in een aparte rapportage verslag gedaan. Voorliggend onderzoek beschrijft de recidive van de justitiabelen die tussen de jaren 2004 en 2013 werden bestraft, uitstroomden uit een justitiële inrichting, een werkstraf hebben afgerond of van wie het toezicht bij de reclassering afliep. Het laatste cohortjaar dat meegenomen is in deze studie is 2013. Dat is het meest recente jaar waarover cijfers met betrekking tot de tweejarige recidive berekend konden worden.Het onderzoek is een vervolg op project 2637 (zie link bij: Meer informatie).
    • Recidive onder justitiabelen in Nederland - Verslag over de periode 2008-2020

      Verweij, S.; Tollenaar, N.; Teerlink, M.; Weijters, G. (WODC, 2021-10-11)
      Het WODC brengt periodiek de strafrechtelijke recidive, i.e. nieuwe delicten gepleegd in Nederland waar een veroordeling door de rechtbank of een afdoening van het OM op volgt, onder verschillende onderzoeksgroepen in kaart. In deze rapportage staat de ontwikkeling van de recidive van de volgende onderzoeksgroepen centraal. Het gaat allereerst om alle volwassen en jeugdige daders tegen wie in de periode 2008 tot en met 2017 een strafzaak is afgedaan met een geldige afdoening. Onder volwassen daders verstaan we alle daders die volgens het volwassenenstrafrecht zijn veroordeeld en onder jeugdige daders de daders die volgens het jeugdstrafrecht zijn veroordeeld. Daarnaast wordt de recidive beschreven van personen die van 2008 tot en met 2017 zijn vrijgekomen uit een PI of JJI. Voorts wordt de recidive beschreven van daders die in de periode 2012 tot en met 2017 met de reclassering in aanraking kwamen voor het uitvoeren van een werkstraf of die een periode onder toezicht van de reclassering stonden. Nieuw in deze rapportage is dat er ook specifiek gekeken wordt naar volwassen daders die onder meer een financiële sanctie opgelegd hebben gekregen van het OM of de rechter. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit onderzoek: 1. 1 Wat zijn de achtergrondkenmerken van personen die in de periode 2008 tot en met 2017 zijn veroordeeld, zijn vrijgekomen uit een PI of een JJI, een werkstraf bij de reclassering hebben uitgevoerd of onder toezicht van de reclassering hebben gestaan? 2. Wat is het recidivebeeld van de verschillende onderzoeksgroepen over de tijd: - welk deel kwam binnen twee jaar opnieuw in aanraking met justitie (prevalentie)? - wat is het gemiddeld aantal nieuwe justitiecontacten per recidivist per jaar (frequentie)? - wat is het gemiddeld aantal nieuwe justitiecontacten per 100 daders per jaar (omvang)? - welke typen recidivedelicten werden gepleegd binnen twee jaar (soort recidive)? 3. Hoe ontwikkelt de recidive zich over de tijd onder de verschillende dadergroepen gecontroleerd voor verschillen in achtergrondkenmerken en kenmerken van de geschiedenis? 4. Welke financiële sancties werden in 2017 aan volwassen daders opgelegd: - welk deel van de daders kreeg te maken met financiële sancties en om welke typen financiële sancties ging het daarbij? - met welke straffen werden deze financiële sancties gecombineerd? 5. Wat is het recidivebeeld na geldboetes (opgelegd door het OM of de rechter) of de transactie geldsom bij volwassen daders: - welk deel kwam opnieuw in aanraking met justitie (prevalentie) en in hoeverre komt dit overeen met de voorspelde recidive op basis van achtergrondkenmerken en kenmerken van de justitiële geschiedenis? - hoe ontwikkelt de recidive zich over de tijd gecontroleerd voor verschillen in achtergrondkenmerken en kenmerken van de justitiële geschiedenis? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Recidive onder volwassen en jeugdige daders 4. Recidive onder volwassen en jeugdige ex-gedetineerden 5. Recidive onder ex-werkgestraften en ex-ondertoezichtgestelden 6. Conclusie en discussie.
    • Recidive onder justitiabelen in Nederland - Verslag over de periode 2006-2018

      Weijters, G.; Verweij, S.; Tollenaar, N.; Hill, J. (WODC, 2019)
      Sinds 2005 brengt Het WODC periodiek de strafrechtelijke recidive, i.e. nieuwe delicten waar een veroordeling door de rechtbank of een afdoening van het OM op volgt, onder verschillende dadergroepen in kaart. In deze rapportage staat de ontwikkeling van de recidive van de volgende dadergroepen centraal. Het gaat allereerst om alle volwassen en jeugdige daders tegen wie in de periode 2006 tot en met 2015 een strafzaak is begonnen vanwege een gepleegd delict. Onder volwassen daders verstaan we alle daders die volgens het volwassen strafrecht zijn veroordeeld en onder jeugdige daders de daders die volgens het jeugdstrafrecht zijn veroordeeld. Daarnaast wordt de recidive beschreven van ex-gedetineerden en ex-JJI-pupillen die van 2006 tot en met 2015 zijn vrijgekomen. Ten slotte wordt de recidive beschreven van daders die in de periode 2006 tot en met 2015 met de reclassering in aanraking kwamen voor het uitvoeren van een werkstraf of een periode onder toezicht van de reclassering stonden. Alle personen in het onderzoek zijn tot juli 2018 gevolgd om er zeker van te zijn dat zo veel mogelijk relevante nieuwe justitiecontacten konden worden meegenomen.Nieuw in deze rapportage is dat niet alleen wordt gerapporteerd of een dader opnieuw in aanraking komt met justitie vanwege een gepleegd delict, maar ook dat gekeken is naar de ernst van de recidive en het gemiddeld aantal keer dat gerecidiveerd wordt. Naast de feitelijke, waargenomen recidive rapporteren we ook de gecorrigeerde recidive, waarbij rekening wordt gehouden met veranderingen in de samenstelling van de onderzoeksgroepen over de tijd. Dit betekent dat in de gecorrigeerde recidivetrends eventuele veranderingen in een aantal achtergrondkenmerken van de onderzoeksgroep, zoals geslacht, geboorteland, leeftijd en strafrechtelijke carrière, zijn verwerkt. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit onderzoek: Wat zijn de achtergrondkenmerken van personen die in de periode 2006 tot en met 2015 zijn veroordeeld, vrijgekomen zijn uit een PI of een JJI, een werkstraf bij de reclassering hebben uitgevoerd of onder toezicht van de reclassering hebben gestaan? Wat is het recidivebeeld van de verschillende onderzoeksgroepen: welk deel kwam opnieuw in aanraking met justitie voor enig delict of voor een zeer ernstig delict (recidiveprevalentie)? Wat is het gemiddeld aantal nieuwe strafzaken per jaar? Hoe ontwikkelt de recidive zich onder de verschillende dadergroepen gecontroleerd voor verschillen in achtergrondkenmerken en kenmerken van de justitiële geschiedenis? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Recidive onder volwassen en jeugdige daders 4. Recidive onder volwassen en jeugdige ex-gedetineerden 5. Recidive onder ex-werkgestraften en ex-ondertoezichtgestelden 6. Conclusie en discussie