• Beleid bestrijding terrorismefinanciering - Effectiviteit en effecten (2013-2016)

      Wesseling, M.; Goede, M. de (Universiteit van Amsterdam - Amsterdam Institute for Social Science Research, 2018)
      Het Nederlandse beleid dat terrorismefinanciering tegengaat is gebaseerd op de veertig aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en op EU regelgeving die Nederland verplicht risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren. De Beleidsmonitor terrorismefinanciering vormt onderdeel van een beleidscyclus waarin aan de hand van de risico’s van terrorismefinanciering het beleid tegen terrorismefinanciering wordt vastgesteld dat vervolgens op effectiviteit wordt geëvalueerd.De doelstelling van het rapport is om een breed overzicht te geven van de activiteiten, initiatieven en samenwerkingsverbanden in het Nederlandse landschap van de bestrijding van terrorismefinanciering. Daarbij geven we een overzicht van aantallen van meldingen, rechtszaken, bevriezing, aanwijzingen etc. De centrale vraagstelling van dit rapport is: Welke activiteiten hebben de actoren in het opsporings- en handhavingsnetwerk voor het bestrijden van terrorismefinanciering ontplooid in de periode 2013-2016, en hoe verhouden deze activiteiten zich tot de doelstellingen op dit gebied van de FATF? INHOUD: 1. Terrorismefinanciering en effectiviteit: een analyse van het FAFT raamwerk 2. Van effectiviteit naar effecten: een analyse van de wetenschappelijke literatuur 3. Onderzoeksmethoden en vertrouwelijkheid 4. Ministeries en toezichthouders in de strijd tegen TF 5. Operationele actoren in de strijd tegen TF 6. Informatie delen en samenwerkingsplatformen 7. Risico gericht werken in de praktijk 8. Opsporingsmethoden: typologieën versus namen delen
    • De bestrijding van witwassen, beschrijving en effectiviteit 2010-2013 - Startversie monitor anti-witwasbeleid

      Knoop, J. van der; Rollingswier, R. (Decide - Rijksuniversiteit Groningen, 2015)
      De Financial Action Task Force (FATF) heeft in een evaluatie in 2011 vastgesteld dat Nederland meer zicht moet krijgen op de effectiviteit van het gevoerde anti-witwasbeleid.Mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer namen de ministeries van Veiligheid en Justitie en Financiën het initiatief tot de ontwikkeling van een beleidsmonitor anti-witwasbeleid. Deze monitor zou de prestaties van de actoren in het veld van de witwasbestrijding in beeld moeten brengen, zodat de beleidsmakers beter in staat zijn hun regiefunctie te vervullen. Dit onderzoek heeft een drieledige doelstelling: Het verkrijgen van inzicht in de activiteiten van de actoren die betrokken zijn bij de bestrijding van witwassen en in de onderlinge zaak- en informatiestromen. Het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit van het Nederlandse witwasbestrijding aan de hand van de criteria voor een effectieve witwasbestrijding van de FATF. Het ontwikkelen van de grondslag van een beleidsmonitor anti-witwasbeleid. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond en doelstelling van het onderzoek 3. Vraagstelling 4. Aanpak van het onderzoek 5. De bestrijding van witwassen, effectiviteit 6. De spelers in het veld 7. Regie en coördinatie in de praktijk 8. De strafrechtelijke keten 9. Het meldsysteem van ongebruikelijke transacties, de WWFT 10. Effectiviteitscriteria FATF van anti-witwasbeleid 11. Richtlijnen voor een monitor anti-witwasbeleid
    • De praktijk van de programmatische aanpak mensenhandel - plan- en procesevaluatie van een pilot

      Gestel, B. van; Verhoeven, M.A. (WODC, 2009)
      De centrale vragen van dit onderzoek luiden: Welke beleidstheorie ligt ten grondslag aan de programmatische aanpak mensenhandel?Op welke wijze is de programmatische aanpak mensenhandel in de praktijk uitgevoerd? Met welke gevolgen? INHOUD: 1. Inleiding 2. De beleidstheorie achter de programmatische aanpak 3. Het betrekken van opsporingspartners 4. De invloed van de programmatische aanpak op de opsporing 5. Het betrekken van bestuurlijke partners 6. Conclusies
    • Fraude en misbruik bij faillissement - Een onderzoek naar hun aard en omvang en naar de mogelijkheden van bestrijding

      Knegt, R.; Beukelman, A.M.; Popma, J.R.; Willigenburg, P. van; Zaal, I. (WODC, 2005)
      Het doel van dit onderzoek is een overzicht te geven van de omvang en aard van faillissementsfraude, de wijze waarop fraude en misbruik door diverse instanties worden bestreden en na te gaan welke knelpunten en punten van verbetering er mogelijk zijn in het beleid ter bestrijding van faillissementsfraude.
    • Identificatie van problematische regelgeving bij Bijzondere Opsporingsdiensten

      Winter, H.B.; Struiksma, N. (Bureau Winter & Schuiling, 1999)
      In het onderzoek is nagegaan wat in de literatuur en uit ervaringen van zes Bijzondere Opsporingsdiensten (BOD-en) blijkt over juridische knelpunten die BOD-en ondervinden bij de handhaving van voor hen relevante wet- en regelgeving. Tevens is nagegaan wat mogelijke indicatoren zijn om dergelijke knelpunten op te sporen.
    • Inpoldering van het fraudelandschap - Tussen-evaluatie interregionale fraude-teams en het landelijk loket horizontale fraude

      Faber, W.; Lugt, B.W.M. van der (Faber organisatievernieuwing, 1999)
      Dit is het verslag van een onderzoek naar de (neven)effecten van de in het kader van het project financieel rechercheren gekozen organisatiestructuur voor de bestrijding van fraude en de potentie van het interregionaal clusteren van expertise.
    • Integraal afpakken van crimineel vermogen - Verkenning handvatten voor kosten en baten in de opsporings- en handhavingsfase

      Rij, C. van (Cebeon - Centrum Beleidsadviserend Onderzoek, 2018)
      Centraal in het onderzoek stonden de vragen naar de typen financiële en maatschappelijke kosten en baten van het integraal afpakken van crimineel vermogen: welke typen kosten en baten betrokken partijen verwachten; welke gegevens of indicatoren men hiervoor denkt te kunnen gebruiken om deze (integraal) te kunnen registreren, met zo beperkt mogelijke extra administratieve lasten; de hoogte van de strafrechtelijke, fiscale en bestuurlijke kosten en baten, voor zover het mogelijk is daarover nu al iets te zeggen. Voorts is in het onderzoek aandacht besteed aan in de praktijk door de partners in het strafrechtelijk, fiscaal en bestuurlijk domein ervaren belemmeringen voor het effectief vormgeven van het integraal afpakken en door hen gesignaleerde neveneffecten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Analysekader 3. Stap 3 - Beleidsalternatief 'integraal afpakken': processen en ketenpartners 4. Stap 4 - Effecten en baten 5. Stap 5 - Kosten 6. Stap 7 - Overzicht kosten en baten 7. Knelpunten en neveneffecten integraal afpakken 8. Tot slot
    • Inzet, organisatie en kwaliteit van de forensisch-technische opsporing bij de politie in Nederland

      Jacobs, M.J.G.; Bruinsma, M.Y.; Poppel, J.W.M.J. van; Moors, J.A. (WODC, 2005)
      Dit onderzoek betreft de stand van zaken van het forensisch technisch onderzoek (fto) binnen de technische recherche. In het kader van de kwaliteitsverbetering van het forensisch technisch onderzoek is het van belang in kaart te brengen in hoeverre de technische recherche nu gebruik maakt van fto en in hoeverre fto een bijdrage levert in de opsporing en vervolging. In het onderzoek komen drie thema's aan bod: beschikbaarheid en inzet van forensisch technisch onderzoek;bruikbaarheid en toepasbaarheid van forensisch technisch onderzoek;uitvoering van forensisch onderzoek en ontwikkelingen daarin. Informatie over deze thema's is verzameld via interviews met betrokkenen van alle politiekorpsen, Het NFI, het KPLD, de FIOD-ECD, de KMar en het OM.
    • Schaduwen over de rechtshandhaving - Georganiseerde criminaliteit en integriteitsschendingen van functionarissen in de rechtshandhaving

      Nelen, H.; Kolthoff, E.; Brepoels, M. (medew.); Dooren, S. van (medew.); Halderen, R.C. van (medew.); Smulders, I. (medew.); Winter, M. de (medew.) (Maastricht University - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2017)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ernstige integriteitsschendingen binnen vier rechtshandhavingsorganisaties – de politie, Douane, Koninklijke Marechaussee (KMar) en Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) – die in verband kunnen worden gebracht met georganiseerde criminaliteit. Wat betreft ernstige integriteitsschendingen is behalve omkoping ook nadrukkelijk gekeken naar schending van het ambtsgeheim (het lekken van informatie), ongewenste contacten (in de familiesfeer, kennissenkring etc.), ongewenste nevenactiviteiten en het faciliteren van activiteiten van georganiseerde criminaliteit (het verlenen van hand- en spandiensten ten behoeve van criminele netwerken). Het onderzoek was gericht op het in kaart brengen en duiden van de aard, omvang, en ernst van integriteitsschendingen binnen de genoemde rechtshandhavingsorganisaties in relatie tot georganiseerde criminaliteit. Daarnaast is aandacht besteed aan de wijze waarop vanuit de rechtshandhaving wordt geprobeerd om daartegen dammen op te werpen en de weerbaarheid van de medewerkers te versterken. INHOUD: 1. Vraagstelling en verantwoording 2. Omvang en ernst van het probleem 3. De relatie georganiseerde criminaliteit en rechtshandhaving nader beschouwd 4. Kwetsbaarheid en weerbaarheid van rechtshandhavingsorganisaties 5. Slotbeschouwing